Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1961

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-05-2020
Datum publicatie
27-05-2020
Zaaknummer
16/659945-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkrachting. Betrouwbaarheid verklaring aangeefster. Instemming. Art. 63 Sr. Verdachte is reeds onherroepelijk veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De rechtbank verstaat dat geen gevangenisstraf kan worden opgelegd. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij. Verhuiskosten, lening en immateriële schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659945-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 27 mei 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1981] te [geboorteplaats] , Turkije,

thans uit andere hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Vught.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 maart 2019, 15 juli 2019 en 13 mei 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen de benadeelde partij [slachtoffer] naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 10 juli 2017 tot en met 11 juli 2017 te Utrecht [slachtoffer] heeft verkracht.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdachte

Verdachte heeft afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht voor de zitting waarop zijn zaak inhoudelijk is behandeld. Verdacht heeft echter bij de politie en de rechter-commissaris verklaard dat hij aangeefster niet heeft gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan, maar dat deze met instemming of zelfs op haar verzoek hebben plaatsgevonden. Aangeefster heeft aangegeven dat zij van harde seks en wurgseks houdt en zij heeft verdachte verzocht om haar te slaan en over haar heen te plassen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsoverweging

Op basis van de hieronder genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van aangeefster.

Dat tussen aangeefster en verdachte op 11 juli 2017 in Utrecht seksuele handelingen hebben plaatsgevonden wordt door de verdachte niet ontkend. Het draait in deze zaak om de vraag of aangeefster deze handelingen ook wilde ondergaan.

Aangeefster heeft verklaard dat zij tegen haar wil seksuele handelingen heeft moeten ondergaan, die onder meer hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van haar lichaam door verdachte. Haar verklaring is openhartig en specifiek ten aanzien van wat zij wel en niet wilde op seksueel gebied. De rechtbank acht de verklaring van aangeefster geloofwaardig en betrouwbaar. De rechtbank merkt in dit verband op dat aangeefster op verschillende momenten bij de politie en de rechter-commissaris gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd over de gebeurtenissen die nacht en dat deze verklaringen op wezenlijke punten consistent zijn. De verklaringen van aangeefster vinden bovendien voldoende steun in andere bewijsmiddelen.

Zo hebben de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] verklaard dat zij in de ochtend na de ten laste gelegde verkrachting whatsappberichten van aangeefster hebben ontvangen over wat kort daarvoor was gebeurd en hebben zij uit hun contact met aangeefster begrepen dat hetgeen was gebeurd tegen de wil van aangeefster was. Dat met betrekking tot de seksuele handelingen geen consensus bestond wordt naar het oordeel van de rechtbank bovendien ondersteund doordat beide getuigen hebben verklaard over de zeer geëmotioneerde staat waarin aangeefster kort na het incident verkeerde. Getuige [getuige 1] verklaart bovendien ook dat zij in de woning overal plassen whisky zag en dat zij zag dat hij (de rechtbank begrijpt: verdachte) ook geplast had.

Daarnaast blijkt uit het Forensisch Medisch Onderzoek van 11 juli 2017 dat bij aangeefster letsel is geconstateerd, waaronder beetverwondingen en hematomen. De forensisch odontoloog heeft in het Pro Justitia-rapport van 31 mei 2019 opgemerkt dat op een van de foto’s letsel te zien is op de linkerschouder dat past bij het letsel dat ontstaat na een beet. Dit letsel past beter bij een beet door een volwassen mens, dan bij een beetwond van een dier of een kind. De beetwond past bij de verklaring van aangeefster dat verdachte haar gebeten heeft, terwijl verdachte ontkent dat hij aangeefster heeft gebeten.

Al het bovenstaande in aanmerking nemend, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster te twijfelen. Uit het voorgaande vloeit voort dat de rechtbank de verklaring van verdachte dat aangeefster heeft ingestemd met de seksuele handelingen niet geloofwaardig acht.

Bewijsmiddelen 1

Het proces-verbaal van aangifte van aangeefster [slachtoffer] :

V: Tegen wie doe je aangifte?

A: [verdachte] is zijn officiële naam, maar wij noemen hem [naam] .

V: Waar is het gebeurd?

A: Bij mij thuis2 (in [woonplaats]3).

V: Wanneer is het gebeurd?

A: Maandag op dinsdagnacht om 2:00 uur ongeveer. Hij belde aan en ik heb hem binnengelaten. Het was 11 juli 2017. Hij kwam binnen, hij ging zitten. Normaal. Hij wilde wel van alles van mij op seksueel gebied, maar dat wilde ik niet. Op een gegeven moment werd hij heel anders. Eerst is hij nog naar buiten gegaan. Hij bleef 20 minuten weg en kwam terug. Ik heb hem toen weer binnengelaten met mijn domme hoofd. En toen begon de ellende. Ik zat op de bank en ik moest perse dat ding in mijn mond doen. Hij dwong mij door hem voor mijn mond te houden. Ik zei tegen hem dat ik dat niet wilde. Hij dwong mij om dat ding in mijn mond te doen. Hij zei dat hij mijn huis in de fik zou steken als ik dat niet zou doen. Toen belandden we in de slaapkamer. We belandden daar omdat ik zei dat ik ging slapen omdat ik moe was. Hij is in de woonkamer gebleven. Na een half uur kwam hij binnen. Ik lag op mijn bed. Hij ging ook op het bed. Toen was er echte seks gekomen. Hij pakte mij gewoon. Penetreren echt erin. Ik zei: “Dat kan niet, dat ding is vies, donder op man”. Hij gaf mij een klap met de platte hand in mijn gezicht. Hij zei: ‘Ik ga douchen”. Toen stond ik op en hij trok mij de douche in. Hij duwde mij en toen moest ik bukken, toen deed hij het van achteren, niet anaal. Ik zei: ‘Ik word gek. Kick je daar nou op, is dit het nou? Ik stik.” Ik walgde ervan. De douche liep de hele tijd, ik stikte zowat, ik ging met mijn hoofd van ”bam”. Ik huilde ook. Ik kwam toen op het bed en toen plaste hij over mij heen. Ik vergeet het nooit, want hij zei: “Blijf liggen al moet ik hier drie uur staan, het komt”. De viezerd. Ik zag dat hij zijn ding in zijn hand had en dat hij over mij heen plaste. Ik ben toen “Help help” gaan roepen. Daar schrok hij van en hij ging toen weg uit mijn huis. Hij heeft mij ook onder gegooid onder de whisky. Ik moest het ook op mijn knieën, dat was in de woonkamer. Hij zei dan dat ik zijn hond was.4

V: Toen je op de bank was wat heeft hij gedaan?

A: Dat ding, de voorkant in mijn mond gedaan. Zijn lul.

V: Hoe kwam het dat je zijn lul toch in je mond deed?

A: Het moeten, hij dwong mij, ik was echt bang die nacht voor hem. Ik was echt bang dat ik dood zou gaan. Ik walg ervan, ik ben helemaal niet zo bang, maar ik was toen bang. Hij was zichzelf niet.

V: In de badkamer?5

A: Ik moest mij voorover buigen tegen de wastafel aan, hij heeft toen zijn lul in mijn kut gedaan.

V: Hoe wist hij dan dat jij niet wilde?

A: Ik heb gehuild in die douche.

V: En daarvoor?

A: Huilen, ik heb veel gehuild. Ik heb in het begin gezegd, dat ik het niet wilde. Ik zei ook “donder op”. In de douche werd ik heel erg wild, toen was ik het zo zat. Hij heeft mij ook gebeten, ook hier op mijn hoofd.

V: Hoe stopte het in de douche?

A: Ik werd gek, wild, sloeg door. Toen stootte ik met mijn hoofd tegen de deur en toen schrok hij, maar heel kort. Toen ging ik die douche uit. En toen moest ik op dat dat bed gaan liggen en toen deed hij dat vieze. Hij is het huis uit gegaan. Ik ben heel hard gaan huilen. Ik ben mijn beste vriend [getuige 2] gaan appen, ik wist niet wat ik moest doen. Ik heb [getuige 1] geappt. Ik heb op hun antwoord gewacht omdat ik niet wist wat ik moest doen. [getuige 2] zei dat hij wilde dat ik de politie belde. Dat was rond 11:00 uur ’s ochtends. [getuige 1] was toen bij mij.

V: Wat heb je hen geappt?

A: Nou, dat kan ik je wel laten lezen hoor…

O: Aangeefster zoekt in haar telefoon de app van 11 juli 2017 met [getuige 2] op

A: Om 9:18 uur heb ik hem geappt. 10:45 uur reageert hij terug.

O: Verbalisant [verbalisant 1] heeft foto’s gemaakt van de apps die aangeefster op 11 juli 2017 aan [getuige 2] en aan [getuige 1] gestuurd heeft. 6

Foto’s van Whatsapp-gesprekken met [getuige 1] en [getuige 2] :

Gesprek tussen aangeefster en [getuige 1] :

11 juli 2017 om 9:37 uur:

[getuige 1] hij is gek hij heeft me geslagen verkracht over me heen geplast ik kan niet meer7

Gesprek tussen aangeefster en [getuige 2] :

09:18 uur: Hij heeft me geslagen blauw oog verkrachten nog meer

10:45 uur: Watte8

10:48 uur: Uren heeft het geduurd toen ben ik heel hard gaan gillen help help en toen ging hij weg9

10:51 uur: Hij heeft ook over me heen geplast10

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] :

V: Wat kun je ons allemaal vertellen over wat er gebeurd is met [slachtoffer] ?

A: Zij heeft mij ’s nachts gebeld. Dat zij [naam] , hij heet eigenlijk [verdachte] , niet binnen wilde laten. Ik kreeg later rond 06:00 uur een app dat [naam] haar geslagen zou hebben. Ik ben daarna naar [slachtoffer] gegaan. Ik zag dat zij erg bang was. Ik zag overval plassen whisky en zo. Ik zag ook dat hij geplast had.

V: Hoe wist je dat er iets met haar was gebeurd?

A: Zij had mij geappt en zij had geschreven dat zij geslagen was.11

V: Hoe klonk [slachtoffer] toen zij jou belde?

A: Zij was bang. Zij was echt bang. Ik heb daarna ook twee dagen bij haar geslapen. Zij schrok en trilde als de deurbel ging.

V: Wat heeft zij jou precies verteld?

A: Dat zij verkracht is. Dat zij geslagen is en dat hij haar gebeten heeft. Hij heeft over haar heen geplast en hij heeft ook whisky in de woning gegooid. Ik heb dat ook gezien. Zij is ook de douche ingebracht door hem en toen moest zij op haar knieën gaan zitten net als een hond. Zij was bang en heeft om hulp geroepen en toen is hij weggegaan.

V: Hoe laat was je bij haar?

A: Ik denk rond 11:00 uur.

V: Wat zag jij toen je de woning binnenkwam?

A: Er was overal rommel. Het was overal nat. Niet normaal. Het stonk naar whisky. Het plakte ook overal.

V: Hoe was haar woning normaal?

A: Altijd netjes.

V: Wat zag jij aan [slachtoffer] ?

A: Ik zag dat zij mishandeld was. Dat zij verdrietig was. Ze heeft toen ook met een vriend van haar Yassin in Marokko gebeld. Ik heb haar nog nooit zo gezien.12

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris:

De dag dat het was gebeurd, dat mevrouw [slachtoffer] was verkracht, heeft zij mij gebeld. Ik was toen op vakantie in Marokko. Ze belde helemaal overstuur via Facetime en toen ik opnam zag ik dat haar hele gezicht bont en blauw was, haar ogen waren blauw en overal bloed hier en daar en haren in de lucht. Helemaal overstuur. Ik schrok daar best van en vroeg uiteraard wat er allemaal gebeurd was. Ze was helemaal over de rooie. Ik heb geprobeerd te zorgen dat ze rustig werd en niet meer ging schreeuwen en huilen zodat ik het verhaal duidelijk kon begrijpen.

Wat vertelde zij wat er was gebeurd? Kunt u dat nu nog voor de geest halen?

Hij had aangebeld ‘s nachts, ik denk een uurtje of 12. Ik weet niet meer hoe laat, maar het was heel laat. Hij had aangebeld en zij wilde in eerste instantie niet opendoen. Hij bleef aandringen en bleef schreeuwen voor de deur, luidruchtig. Zij heeft hem binnengelaten, omdat ze bang was voor de buren.13 Ze heeft verteld dat ze hem eerst niet binnen wilde laten vanwege zijn houding, maar dat ze dat op zijn aandringen toch heeft gedaan. Ik kan me nu nog herinneren dat zij tegen hem heeft gezegd dat hij morgen moest komen omdat het nu laat was en dat ze moest slapen. Hij is toch binnengekomen. Zij zag al aan de manier van praten en hoe hij uit zijn ogen keek dat het foute boel was. Hij wilde op een gegeven moment seks met haar en zij wilde niet. Toen heeft hij haar gedwongen om toch seks te hebben. Daarbij heeft hij haar geslagen en gebeten. Hij heeft haar die avond verkracht en op haar geürineerd. Zij durfde gewoon uit angst niets te doen. Wat ik van haar begrepen heb, is dat ze bang was dat ze die dag dood zou worden gemaakt. Dat zei ze elke keer. Ze had echt doodsangst. Toen ik dat met haar had besproken, heb ik haar geadviseerd om direct aangifte te doen.14

Een proces-verbaal Forensisch Medisch Onderzoek over de verwondingen van aangeefster:

Tijdens het Forensisch Medisch Onderzoek werden er door mij, verbalisant, digitale fotografische opnamen gemaakt van het aanwezig letsel bij het slachtoffer, ( [slachtoffer]15). Ik, verbalisant, zag en heb de volgende letsels vastgelegd.

- Op haar linker schouder zag ik een aantal hematomen. De hematomen hadden de vorm van een halve cirkel en zouden ook bijtverwondingen kunnen zijn (foto 6).

Gezien de verwondingen en het aantal hematomen is het slachtoffer zeer fors beetgepakt en meerdere keren gebeten.16

Een Pro Justitia-rapport van een deskundige over de verwondingen van aangeefster:

Concluderend kan worden gesteld dat het letsel op de linkerschouder van aangeefster een letsel betreft dat naar alle waarschijnlijkheid is veroorzaakt door bijten door een volwassen mens.17

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 11 juli 2017 te Utrecht, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] meermalen, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte meermalen zijn penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer] gebracht en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte,

- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht en die [slachtoffer] hem, verdachte, heeft doen pijpen en

- daarbij tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij, verdachte, het huis van die [slachtoffer] in de fik zou steken als zij dit niet zou doen en

- vervolgens (nadat die [slachtoffer] heeft gezegd: “dat kan niet, dat ding is vies, donder op man”) zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en

- die [slachtoffer] met kracht in het gezicht heeft geslagen en

- die [slachtoffer] op haar knieën heeft gedwongen en vervolgens zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en daarbij tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat die [slachtoffer] zijn, verdachtes, hond was en

- vervolgens die [slachtoffer] onder de douche heeft getrokken en heeft laten bukken en (terwijl die [slachtoffer] huilde) zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en

- die [slachtoffer] op haar hoofd en op haar lichaam heeft gebeten en

- ( terwijl die [slachtoffer] op bed lag) over die [slachtoffer] heen heeft geplast en daaraan voorafgaand heeft gezegd: “Blijf liggen al moet ik hier drie uur staan, het komt” en

- whisky over die [slachtoffer] heeft heen gegooid en

- aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

verkrachting.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte schuldig te verklaren en te overwegen dat verdachte geen gevangenisstraf meer kan worden opgelegd.

8.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van aangeefster, een vrouw die hij al langer kende en waarmee hij op eerdere momenten met wederzijdse instemming seks heeft gehad. Op 11 juli 2017 is verdachte in de nacht naar de woning van aangeefster gegaan. In de woning heeft hij haar gedwongen seks met hem te hebben, waarbij hij aangeefster heeft bedreigd, gebeten en over haar heen heeft geplast. Door op dergelijke wijze te handelen heeft verdachte de door aangeefster aangegeven grenzen fors overschreden en daarmee een grove inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Voorts hebben de gedragingen van verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij aangeefster veroorzaakt, zoals onder meer blijkt uit de slachtofferverklaring die ter terechtzitting namens haar is voorgelezen. Verdachte heeft voor het slachtoffer een situatie gecreëerd waardoor zij zich niet meer veilig kon voelen in haar eigen huis. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk niet stilgestaan en heeft zijn eigen behoeften en verlangens boven de belangen van aangeefster geplaatst.

Gezien de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een gevangenisstraf alleszins gerechtvaardigd is.

De rechtbank heeft echter ook gelet op het strafblad van verdachte van 20 april 2020, waaruit blijkt dat verdachte door deze rechtbank bij vonnis van 20 maart 2020 is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Dit vonnis is op 4 april 2020 onherroepelijk geworden. Nu verdachte ná het plegen van het bewezen verklaarde op 11 juli 2017 is veroordeeld tot de hiervoor genoemde levenslange gevangenisstraf, is de rechtbank gehouden de voorschriften toe te passen die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk. Dit brengt in dit geval mee dat de rechtbank geen gevangenisstraf kan opleggen.

Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank verdachte schuldig en verstaat dat geen gevangenisstraf kan worden opgelegd.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 29.935,09 te vermeerderen met wettelijke rente en proceskosten. Dit bedrag bestaat uit € 2.435,09 aan materiële schade en € 27.500,- aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Ten aanzien van de gevorderde verhuiskosten stelt de rechtbank voorop dat het alleszins begrijpelijk is dat de benadeelde partij niet in de woning is blijven wonen waar het misdrijf is gepleegd. De verhuiskosten en aldus ontstane schade staan dan ook in rechtstreeks verband tot het bewezen verklaarde feit, zodat dit voor rekening van verdachte behoort te komen. De rechtbank constateert echter ook dat uit de toelichting en onderbouwing van de opgevoerde kosten niet blijkt dat alle kosten daadwerkelijk zijn gemaakt voor de verhuizing, maar dat een deel van de kosten (kledingkast, eethoek en badkamerkast) is gemaakt voor de herinrichting van de nieuwe woning. Dat de benadeelde partij genoodzaakt was om deze kosten voor de herinrichting te maken is naar oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.858,86 voor de verhuiskosten en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering ten aanzien van de herinrichtingskosten. Ten aanzien van het toegewezen bedrag zal de wettelijke rente omwille van de eenvoud worden toegewezen vanaf de ingangsdatum van het nieuwe huurcontract, derhalve per 23 januari 2020.

Ook de gevorderde rentevergoeding ten bedrage van € 307,23 over de lening die de benadeelde partij heeft afgesloten ten behoeve van de financiering van de verhuiskosten wordt toegewezen, nu voldoende onderbouwd is gesteld dat benadeelde deze lening heeft moeten afsluiten om de noodzakelijke verhuiskosten te kunnen financieren en de rechtbank deze kosten ook niet onredelijk voorkomen. Over deze rentevergoeding zal geen wettelijke rente worden toegewezen, nu het overgrote deel van de door de benadeelde partij te betalen termijnen nog niet zijn vervallen en een contante waardebepaling niet alleen niet gevorderd is, maar ook een onevenredige belasting van deze procedure oplevert.

Immateriële schade

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht, nu het evident is dat de lichamelijke en geestelijke integriteit van de benadeelde partij is aangetast. De rechtbank is echter van oordeel dat de gevorderde schadevergoeding dient te worden gematigd, ook nu de omstandigheden van het geval verschillen van de zaak die ter onderbouwing van de schade is aangehaald. Gelet op de schadevergoedingen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden toegewezen, acht de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 7.500,00 redelijk en billijk. De rechtbank zal dit bedrag in zoverre toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering, gelet op het voorgaande, toewijzen tot een bedrag van € 9.666,09, waarvan een bedrag van € 2.166,09 aan materiële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 1.858,86 aan materiële schade vanaf 23 januari 2020 tot de dag van volledige betaling en een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 11 juli 2017 tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank zal de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De vordering ter zake dit deel kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Kostenveroordeling

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Gelet op de (ten opzichte van een civiele procedure) relatief beperkte werkzaamheden die nodig zijn geweest voor het indienen van de vordering, alsmede de hoogte van de toegekende schadevergoeding worden deze kosten tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 9.666,09, bestaande uit € 2.166,09 aan materiële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 1.858,86 aan materiële schade vanaf 23 januari 2020 tot de dag van volledige betaling en aan immateriële schade een bedrag van € 7.500,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 11 juli 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met het minimum van één dag gijzeling. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte momenteel reeds een levenslange gevangenisstraf ondergaat. De rechtbank ziet daarom niet in welk rechtens te respecteren belang is gediend met een gijzeling tot het wettelijke maximum aantal dagen.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 63 en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

Verstaat dat geen gevangenisstraf meer kan worden opgelegd;

Benadeelde partij

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 9.666,09, waarvan een bedrag van € 2.166,09 aan materiële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 1.858,86 aan materiële schade vanaf 23 januari 2020 tot de dag van volledige betaling en een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 11 juli 2017 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat te betalen € 9.666,09, waarvan een bedrag van € 2.166,09 aan materiële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 1.858,86 aan materiële schade vanaf 23 januari 2020 tot de dag van volledige betaling en een bedrag van € 7.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 11 juli 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. G.A. Bos en A.A.T. Werner, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.P. Versluis, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 mei 2020.

Mrs. G.A. Bos en A.A.T. Werner zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2017 tot en met 11 juli 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (meermalen) zijn penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte,

- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of die [slachtoffer] hem, verdachte, heeft doen pijpen en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij, verdachte, het huis van die [slachtoffer] in de fik zou steken als zij dit/het niet zou doen en/of

- ( vervolgens) (nadat die [slachtoffer] heeft gezegd: “dat kan niet, dat ding is vies, donder op man”) zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) meermalen (in het gezicht) heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer] op haar knieën heeft gebracht/gedwongen en/of (vervolgens) zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat die [slachtoffer] zijn, verdachtes, hond was en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] onder de douche heeft getrokken en/of heeft laten bukken (met haar hoofd tegen de wastafel en/of een deur aan) en/of (terwijl die [slachtoffer] huilde) zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of

- die [slachtoffer] meermalen (op haar hoofd en/of haar rug, althans op haar lichaam) heeft gebeten en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] op bed lag) over die [slachtoffer] heen heeft geplast en/of (daarbij/daaraan voorafgaand) heeft gezegd: “blijf liggen al moet ik hier drie uur staan, het komt” en/of

- whisky over die [slachtoffer] heeft heen gegooid/gegoten en/of

- ( aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 maart 2018, genummerd PL0900-2017213153, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 182 en zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte van aangeefster [slachtoffer] van 18 juli 2017, p. 31.

3 Het proces-verbaal van aangifte van aangeefster [slachtoffer] van 18 juli 2017, p. 30.

4 Het proces-verbaal van aangifte van aangeefster [slachtoffer] van 18 juli 2017, p. 32.

5 Het proces-verbaal van aangifte van aangeefster [slachtoffer] van 18 juli 2017, p. 33.

6 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] van 18 juli 2017, p. 34.

7 Een geschrift, inhoudende de foto’s van een WhatsApp-gesprek, als bijlage bij de aangifte, p. 36.

8 Een geschrift, inhoudende de foto’s van een WhatsApp-gesprek, als bijlage bij de aangifte, p. 37.

9 Een geschrift, inhoudende de foto’s van een WhatsApp-gesprek, als bijlage bij de aangifte, p. 39.

10 Een geschrift, inhoudende de foto’s van een WhatsApp-gesprek, als bijlage bij de aangifte, p. 42.

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] op 3 augustus 2017, p. 53.

12 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] op 3 augustus 2017, p. 54.

13 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris op 9 september 2019 (afzonderlijk genummerd), p. 3.

14 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris op 9 september 2019 (afzonderlijk genummerd), p. 4.

15 Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres] , [woonplaats] ) d.d. 11 juli 2017, met de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , p. 1

16 Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres] , [woonplaats] ) d.d. 11 juli 2017, met de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , p. 2.

17 Een geschrift, inhoudende een Pro Justitia-rapport van deskundige L.B.G.M. Tinsel, tandarts, forensisch odontoloog van 31 mei 2019, ongenummerd.