Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1731

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
498102
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg. Artikel 6:4 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Ambulante verplichte zorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: C/16/498102 FA RK 20-1450

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 10 maart 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. H.S.K. Jap-A-Joe.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring d.d. 13 februari 2020;

- de zorgkaart inclusief bijlagen;

- het zorgplan inclusief bijlagen;

- de bevindingen van de geneesheer directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 maart 2020, in het gerechtsgebouw in Utrecht.

1.3.

Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de advocaat,

- de heer [A] , psychiater.

1.4.

Betrokkene heeft via zijn advocaat aan de rechtbank laten weten dat hij niet bij de

mondelinge behandeling aanwezig zal zijn. Hij verwacht dat de rechtbank de zorgmachtiging

toch zal toewijzen, zoals voorheen ook altijd is gebeurd.

1.5.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de

mondelinge behandeling te verschijnen.

1.6.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder een kennisgeving mondelinge uitspraak verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen. Het gaat dan om:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychotische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

j. opnemen in een accommodatie.

De officier verzoekt deze vormen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden.

De vertegenwoordiger van de zorgaanbieder heeft verklaard dat de verplichte zorg in de vorm van toedienen van vocht en voeding niet nodig zijn.

2.2.

De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat het in het belang van betrokkene is dat hij zo veel mogelijk thuis behandeld kan worden. Betrokkene heeft echter aan de advocaat laten weten dat hij de medicatie vrijwillig inneemt en niet begrijpt waarom daar een zorgmachtiging voor nodig is.

De vertegenwoordiger van de zorgaanbieder heeft daarop gezegd dat betrokkene de zorgmachtiging nodig heeft als stok achter de deur. Anders is de kans groot dat betrokkene de medicatie niet volgens het voorschrift zal innemen. Als hij de medicatie niet inneemt zal hij in een psychose terechtkomen. Dit is schadelijk voor hemzelf en vanuit de psychose bestaat ook de kans dat hij schade aan zijn sociale omgeving zal aanrichten. De vertegenwoordiger staat open voor een gesprek met betrokkene om te kijken of het anders kan, hiervoor staat betrokkene echter niet open.

2.3.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.

Deze stoornis leidt bij betrokkene tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Om dat nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en dusdanig te herstellen zodat betrokkene zo veel mogelijk zijn autonomie herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat de betrokkene zoveel mogelijk ambulant zal worden behandeld. In de thuissituatie zullen geen vormen van verplichte zorg worden verleend. Uit het zorgplan blijkt ook niet dat voldaan is aan de veiligheidsvereisten voor ambulant verplichte zorg uit artikel 2:2 Bvggz. Verplichte zorg in de vorm van opname zal zo kort mogelijk worden toegepast. In het verleden is gebleken dat betrokkene met opname als stok achter de deur, thuis kan functioneren. Daarbij is het wel van belang dat betrokkene zich houdt aan de essentiƫle voorwaarden uit het zorgplan van 23 januari 2020.

2.5.

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat opname, en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg, ultimum remedium behoren te zijn.

Een zorgmachtiging voor de situatie waarbij zoveel als mogelijk vrijwillig ambulant zorg wordt verleend en waar verplichte zorg uitsluitend zal worden toegepast als die ambulante behandeling het ernstig nadeel niet langer kan wegnemen, voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan het uitgangspunt van de wet. Er zijn in dit geval geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.

2.6.

Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

2.8.

De zorgmachtiging met de gevraagde vormen van verplichte zorg zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, met uitsluiting van het toedienen van vocht en voeding. Daarmee is het mogelijk om betrokkene gedurende deze gehele periode te stimuleren om zich te houden aan de afspraken in het zorgplan en hem binnen de duur van de maatregel zo kort mogelijk op te nemen. De verplichte zorg die de rechtbank zal toewijzen kan dus uitsluitend na opname in een accommodatie worden toegepast. De zorgmachtiging geldt aldus tot en met 10 september 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen), voor de volgende vormen van verplichte zorg:

a. toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychotische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

j. opnemen in een accommodatie;
uitsluitend voor de situatie dat het ernstig nadeel niet overeenkomstig het zorgplan ambulant kan worden afgewend;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 september 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 10 maart 2020 mondeling gegeven door mr. V.M.M. van Amstel, rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 25 maart 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.