Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1726

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
498001
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot verlenen verplichte zorg (Wvggz). Beslissing aangehouden. Niemand aanwezig vanuit de instelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/498001 / FA RK 20-1405

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 10 maart 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

verblijvende te [verblijfplaats] te [plaatsnaam] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. I.L. Ortelee.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring d.d. 6 februari 2020;

- de zorgkaart inclusief bijlagen;

- het zorgplan inclusief bijlagen;

- de bevindingen van de geneesheer directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ

- strafvorderlijke en justitiegegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 maart 2020, in het gebouw van de rechtbank.

1.3.

Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de betrokkene,

- de advocaat.

1.4.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.

Vanuit de instelling is er niemand verschenen tijdens de mondelinge behandeling.

2 Beoordeling

2.1.

Betrokkene heeft verklaard niet langer bijstand van zijn advocaat te willen omdat hij haar heeft gebeld en zij niet terugbelt. De advocaat heeft verklaard dat zij betrokkene niet kan terugbellen, omdat hij vanuit de penitentiaire inrichting belt. De advocaat zegt dat zij de griffie zal verzoeken ontslagen te worden als zijn advocaat. De rechtbank zal zorgdragen voor het toevoegen van een andere advocaat aan betrokkene.

2.2.

Bij aanvang van de mondelinge behandeling bleek dat er niemand aanwezig was vanuit de instelling. De rechtbank vindt het belangrijk dat er iemand vanuit de instelling aanwezig is, om de bedoeling van het verzoek toe te lichten. Om deze reden zal de rechtbank de beslissing op het verzoek aanhouden. De mondelinge behandeling zal worden voortgezet op 17 maart 2020 om 11:00 uur. De mondelinge behandeling zal worden gehouden in het gerechtsgebouw te Utrecht, Vrouwe Justitiaplein 1.

3 Beslissing

De rechtbank:

houdt de beslissing op het verzoek aan tot de mondelinge behandeling van 17 maart 2020 om 11:00 uur.

Deze beschikking is gegeven op 10 maart 2020 door mr. V.M.M van Amstel, rechter, in bijzijn van mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 12 maart 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.