Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1701

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-04-2020
Datum publicatie
11-05-2020
Zaaknummer
499195
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf. Artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/499195 / FA RK 20-1823

rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikking van 2 april 2020, naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

advocaat: mr. M. van Harskamp.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 maart 2020.

Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd:

- het indicatiebesluit d.d. 27 februari 2020;

- de medische verklaring d.d. 25 februari 2020;

- de aanvraag d.d. 26 februari 2020;

- het machtigingsformulier d.d. 26 februari 2020.

1.2

De mondelinge behandeling heeft vanwege de coronacrisis telefonisch plaatsgevonden op 2 april 2020.

1.3

Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de betrokkene,

- de advocaat,

- mevrouw [A] , casemanager dementie,

- de heer [B] , zoon van betrokkene.

1.4

De rechtbank heeft mondeling uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak per e-mail verstrekt.

2 Beoordeling

2.1

Betrokkene heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat zij thuis wil blijven wonen en het onzin vindt dat er een verzoek ligt tot opname en verblijf. De advocaat van betrokkene heeft daarom gepleit voor afwijzing van het verzoek. De zoon van betrokkene heeft gezegd dat wat in de stukken staat ook zijn bevindingen zijn. De casemanager heeft op de mondelinge behandeling verteld dat er niet alleen zorgen zijn over de diabetes en nierfunctiestoornissen van betrokkene nu zij slecht eet en drinkt, maar door de verslechterde toestand van betrokkeneer is er ook sprake van valrisico en heeft zij last van wondjes in haar mond.

2.2

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.

2.3

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

2.4

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.5

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.6

Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Dit blijkt uit de stukken en hetgeen op de mondelinge behandeling is besproken.

2.7

Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.

2.8

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, te weten tot en met 2 oktober 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats] ;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 2 oktober 2020.

Deze beschikking is op 2 april 2020 mondeling gegeven door mr. J.P.M. Schwillens, rechter, bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 14 april 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.