Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1692

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-04-2020
Datum publicatie
08-05-2020
Zaaknummer
499886
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Artikel 37 Wet zorg en dwang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JGz 2020/65 met annotatie van Frederiks, B.J.M.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/499886 / FA RK 20-2090

Beschikking van 2 april 2020, naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [1946] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. W.J. de Vries-Mulder.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 31 maart 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beschikking van de burgemeester d.d. 30 maart 2020;

- de medische verklaring d.d. 30 maart 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft vanwege de coronacrisis telefonisch plaatsgevonden op 2 april 2020.

1.3.

Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene,

- de advocaat,

- mevrouw [A] , waarnemend AVG-arts,

- mevrouw [B] , gedragsdeskundige.

1.4.

De rechtbank heeft mondeling uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak per e-mail verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

Betrokkene heeft ter zitting gezegd het prima te vinden om zes weken te moeten blijven in de instelling. De advocaat heeft daaraan toegevoegd dat betrokkene tegen haar heeft gezegd niet te willen blijven. Zij heeft aan de advocaat laten weten dat zij graag naar buiten wil en dat anderen zich daar niet mee moeten bemoeien. De advocaat pleit daarom voor afwijzing van het verzoek.

De gedragsdeskundige heeft ter zitting verteld dat het de bedoeling is dat betrokkene uiteindelijk weer terug gaat naar haar normale woonplek in [woonplaats] zodra de coronamaatregelen over zijn. De woonplek in [woonplaats] betreft een open locatie en het is daar niet mogelijk betrokkene te dwingen zich aan de maatregelen te houden. Betrokkene gaat graag naar buiten, dus de verwachting is dan ook dat zij zich zal gaan verzetten tegen de regels. Dit blijkt ook al uit de bewoordingen van de advocaat.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er

sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van (een combinatie van) haar verstandelijke handicap en een daarmee gepaard gaande psychische stoornis, dit ernstig nadeel veroorzaakt.

2.3.

Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in ernstige verwaarlozing, de situatie dat betrokkene met haar hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar komt.

2.4.

Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is

voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.5.

De betrokkene verzet zich tegen een voortzetting van haar verblijf in de accommodatie. Dit blijkt uit het dossier en hetgeen zij aan haar advocaat heeft gezegd.

2.6.

De rechtbank is toch van oordeel dat betrokkene opgenomen moet blijven, omdat de gedragsdeskundige heeft verklaard dat het op de woonplek van betrokkene niet mogelijk is haar te dwingen zich te houden aan de coronamaatregelen.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken, en geldt aldus tot en met 14 mei 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van

[betrokkene] , geboren op [1946] te [geboorteplaats] ;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 mei 2020.

Deze beschikking is op 2 april 2020 mondeling gegeven door mr. J.P.M. Schwillens, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en op 14 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.