Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1645

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-04-2020
Datum publicatie
28-04-2020
Zaaknummer
UTR - 19 _ 3687
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering verlof tot vervoer van een wapen van categorie III, vanwege het ontbreken van een redelijk belang (art. 24, aanhef en onder b, Wwm). Eiser heeft het vervoersverlof aangevraagd omdat hij met zijn wapen een workshop wil geven en zijn wapen daarvoor moet kunnen vervoeren. Verweerder beoordeelt het redelijk belang voor verlening van een vervoersverlof in het licht van het redelijk belang waarvoor een verlof tot het voorhanden hebben van een wapen is verleend. Eisers verlof voor het voorhanden hebben van zijn wapens is verleend voor het verzamelen van wapens en voor het maken van een studie van de verzameling (onderdeel B/3.1.1. Cwm), niet voor het geven van onderwijs. In het verlengde hiervan ontbreekt het redelijk belang om eiser verlof tot vervoer te geven voor het geven van een workshop. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/3687

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.P.K. Ruperti),

en

De Minister van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. J. den Ouden en mr. S. Azarkani).

Procesverloop

Bij besluit van 7 december 2018 (het primaire besluit) heeft de korpschef van de politie-eenheid Midden-Nederland eisers aanvraag voor een verlof tot vervoer van zijn enkelloops-kogelgeweer afgewezen.

Bij besluit van 1 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het administratief beroep van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2020. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Inleiding

1.1. Eiser heeft een verzameling wapens voor privédoeleinden, waarvoor hij een

verzamelverlof heeft. Met één van zijn wapens, een enkelloops-kogelgeweer (hierna: geweer), wilde hij op 11 december 2018 een workshop geven op het politiebureau van [woonplaats] . Omdat het op basis van zijn verzamelverlof niet is toegestaan om zijn geweer voor deze workshop te vervoeren van zijn huis naar het politiebureau, heeft eiser een aanvraag voor een verlof tot vervoer voor zijn geweer ingediend.

1.2. De korpschef van de politie-eenheid Midden-Nederland (de korpschef) heeft

deze aanvraag afgewezen, omdat het geven van workshops buiten het redelijk belang valt waarmee aan eiser een verzamelverlof is verleend. Het verlof is namelijk verleend voor privédoeleinden, niet voor onderwijsdoeleinden. Daarom ontbreekt ook het redelijk belang voor een verlof tot vervoer met als doel het geven van een workshop. De korpschef wijst eisers aanvraag af op grond van artikel 24, aanhef en onder b, van de Wet wapens en munitie (Wwm). In het bestreden besluit laat verweerder het besluit van de korpschef in stand en verklaart hij de bezwaren van eiser ongegrond.

1.3. De centrale vraag die de rechtbank in deze zaak moet beantwoorden is of

verweerder dit besluit in redelijkheid heeft kunnen nemen. De voor deze zaak relevante wetgeving is opgenomen in de bijlage.

Oordeel rechtbank

2.1. De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de afwijzing van eisers aanvraag voor een verlof tot vervoer van zijn geweer te handhaven. Dat betekent dat het beroep van eiser ongegrond is.

2.2. Hieronder licht de rechtbank toe hoe zij tot dit oordeel komt. Eerst zet de rechtbank de standpunten van partijen uiteen en vervolgens legt zij uit waarom zij verweerders uitleg van de beoordeling van het redelijk belang kan volgen.

Overwegingen

Standpunten van partijen

3.1. Eiser voert aan dat hij wel een redelijk belang heeft dat de verlening van het vervoersverlof rechtvaardigt op basis van artikel 24, aanhef en onder b van de Wwm. Hij is vanwege zijn wapenexpertise door een operationeel specialist bij het Team Internationale Misdrijven van de Landelijke Eenheid van de Politie uitgenodigd om een workshop ‘vreemde wapens’ te komen geven op het politiebureau in Woerden, met onder andere het geweer uit zijn privéverzameling. Omdat eiser weet dat het op basis van zijn verzamelplan niet is toegestaan om dit geweer van zijn huis naar de workshoplocatie te vervoeren, heeft hij het vervoersverlof aangevraagd. Hij begrijpt niet dat dit wordt afgewezen vanwege het ontbreken van redelijk belang. In zijn verzamelplan heeft hij immers duidelijk vermeld dat zijn belang bij zijn wapenverzameling mede gelegen is in het geven van voorlichting en instructies op het gebied van omgang met vreemde wapens aan diverse overheidsinstanties. Nu in dit verzamelplan het redelijk belang is vastgelegd en op basis hiervan aan eiser zijn verzamelverlof is verleend, is het verzamelverlof volgens eiser ook afgegeven voor het geven van instructies. Het geven van de workshop sluit hierop naadloos aan, zodat eiser stelt wel een redelijk belang bij verlening van het vervoersverlof te hebben. Dit wordt volgens eiser bevestigd door artikel 3 van het Besluit wapens en munitie, waarop hij op de zitting heeft gewezen.

3.2. Verweerder heeft op de zitting toegelicht hoe de korpschef en hij beoordelen of sprake is van een redelijk belang. Hiertoe is van belang dat het geweer waarvoor eiser vervoersverlof heeft aangevraagd een wapen van categorie III is en dat het verzamelverlof dat eiser verleend heeft gekregen een individuele uitzondering betreft op het algemene verbod om wapens van categorie III voorhanden te hebben. Zo’n verlof wordt alleen verleend als hiervoor een redelijk belang is, in het geval van eiser is dat het verzamelen van wapens voor privédoeleinden. Dat betekent dat eiser de wapens thuis mag hebben, maar aan het vervoer van de wapens zijn strikte beperkingen verbonden, die opgenomen zijn in onderdeel B/3.1.5. van de Circulaire wapens en munitie 2018 (Cwm). Verweerder heeft verduidelijkt dat deze vervoersbeperkingen te allen tijde moeten worden gelezen in het licht van het doel waarvoor het verzamelverlof is afgegeven, in dit geval het verzamelen van wapens. Dit heeft tot gevolg dat eiser wel workshops mag geven met zijn eigen wapens, zoals hij in zijn verzamelplan heeft aangegeven te willen doen, maar dat dit alleen mag zolang hij dit thuis doet. Het willen geven van een workshop op een externe locatie vormt geen redelijk belang dat verweerder noopt om af te wijken van de vervoersbeperkingen, zodat eisers aanvraag voor vervoersverlof dient te worden afgewezen.

Beoordeling redelijk belang

4.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het redelijk belang in redelijkheid op deze wijze heeft kunnen beoordelen, gelet op de regelgeving die is opgesteld voor het verlenen van verloven. Hiertoe overweegt zij als volgt.

4.2. In onderdeel A/1.4.4. van de Cwm staat dat een verlof een individuele uitzondering is op het wettelijk verbod om wapens van (meestal) categorie III voorhanden te hebben, te vervoeren en/of te dragen, en dat dit verlof ingevolge artikel 28, tweede lid onder a, van de Wwm wordt verleend indien een redelijk belang de verlening van het verlof vordert. Vervolgens wordt toegelicht dat in de onderdelen B/2 tot en met B/6 van de Cwm is geregeld in welke gevallen en onder welke voorwaarden er sprake is van een ‘redelijk belang’ als bedoeld in artikel 28 van de Wwm.

4.3. De rechtbank stelt vast dat eiser een verlof voor verzamelen van wapens voor privédoeleinden verleend heeft gekregen. Eiser valt daarom onder onderdeel B/3 van de Cwm, te weten ‘verzamelaars’. In onderdeel B/3.1.1. is te lezen dat het redelijk belang waarvoor eiser een verzamelverlof verleend heeft gekregen het houden van een verzameling vuurwapens is, om hiermee in georganiseerd verband een serieuze studie te kunnen maken van de historische, culturele of technische ontwikkeling van vuurwapens. Het verzamelplan dat eiser heeft opgesteld heeft er mede toe gediend om aan te tonen dat dit redelijk belang, zoals gespecificeerd in onderdeel B/3.1.1. onder e en B/3.1.3 van de Cwm, aanwezig is. Zoals de rechtbank ook afleidt uit de door verweerder op de zitting gegeven uitleg, is het redelijk belang waarvoor het verzamelverlof is verleend dus primair het houden van een verzameling om verschillende mogelijke redenen (historische, culturele of technische studie).

4.4. Aan het aan eiser verstrekte verzamelverlof zijn strikte vervoersbeperkingen verbonden, zoals voorgeschreven in onderdeel B/3.1.5., onder beperkingen, nummer 3 van de Cwm. Verweerder heeft op de zitting verduidelijkt dat de in deze beperkingen omschreven toegestane vervoersbewegingen alleen dan zijn toegestaan, wanneer het vervoer plaatsvindt in het redelijk belang waarvoor het verlof is afgegeven. In dit geval is dat het verzamelen van wapens. Zo mogen vuurwapens wel worden vervoerd naar een plaats waar door de verzamelaarsvereniging een georganiseerde bijeenkomst van vuurwapenverzamelaars wordt gehouden (waaronder begrepen lezingen, demonstraties en praktijkonderzoek), een politiebureau, het museum waar de wapens van de verzamelaar blijkens de goedkeuring van de korpschef tentoon zullen worden gesteld of de erkende wapenhandelaar. Voorwaarde is wel dat het vervoer plaatsvindt langs de weg en binnen het tijdsbestek dat daar redelijkerwijs voor is geboden. De rechtbank begrijpt uit de door verweerder op de zitting gegeven toelichting dat vervoer naar het politiebureau bovendien alleen is toegestaan ten behoeve van activiteiten die verband houden met het in stand houden van de verzameling, zoals controle van de wapens of uitbreiding of keuring van het verzamelverlof. Voornoemde vervoersbewegingen zijn dus alleen toegestaan in het licht van het verzamelen, niet voor andere doeleinden. Het vervoer van een wapen voor het geven van een workshop, zoals eiser dat wil, is op basis van eisers verzamelverlof dus niet toegestaan.

4.5. De rechtbank kan de uitleg van verweerder volgen dat het redelijk belang voor verlening van een vervoersverlof voor een categorie III-wapen, wordt beoordeeld in het licht van het redelijk belang waarvoor het verlof tot voorhanden hebben van dit wapen is verleend. Eisers verlof voor het voorhanden hebben van zijn vuurwapens is verleend voor het verzamelen en voor het maken van een studie van de verzameling, niet voor het geven van onderwijs. In het verlengde hiervan ontbreekt ook het redelijk belang om eiser verlof tot vervoer te verlenen ten behoeve van het geven van een workshop, omdat dit niet valt binnen de grenzen van zijn verzamelverlof. Zou dit niet zo zijn, dan zou het in de praktijk mogelijk worden om het redelijk belang waarvoor het verlof tot het voorhanden hebben van een wapen is verleend, op te rekken met een vervoersverlof.

4.6. Eiser heeft weliswaar aangevoerd dat hij in zijn verzamelplan heeft opgenomen dat hij workshops met zijn wapens wil geven, maar dit betekent niet dat het redelijk belang waarvoor zijn verzamelverlof is verleend (mede) het geven van workshops is. Verweerder heeft toegelicht dat eiser op basis van zijn verzamelverlof wel een workshop met zijn geweer kan geven, maar alleen op de plek waar het hem op grond van zijn verlof toegestaan is zijn wapens te houden, zoals thuis of op een plaats waar door de verzamelaarsvereniging een bijeenkomst van vuurwapenverzamelaars wordt georganiseerd. Een politiebureau valt daar niet onder, omdat eiser zijn geweer hiernaartoe alleen mag vervoeren ter controle of om zijn verlof aan te passen, zoals in rechtsoverweging 4.4. is genoemd. Dit blijkt weliswaar niet ondubbelzinnig uit de regelgeving, maar de rechtbank is van oordeel dat deze beperking begrijpelijk is in het licht van de doelstelling van de Wwm om de openbare orde en veiligheid te waarborgen door legaal wapenbezit zoveel mogelijk te beheersen.

4.7. Tot slot komt aan artikel 3 van het Besluit wapens en munitie (Bwm) niet de betekenis toe die eiser eraan toedicht, namelijk dat het redelijk belang voor het verzamelverlof mede het geven van instructies omvat. Dit artikel ziet juist op de erkenning als verzamelaar en benoemt dat het verzamelplan ertoe dient om vast te stellen ofsprake is van verzamelen en het houden van een verzameling. Dat eiser in zijn verzamelplan heeft opgenomen dat hij instructies wil geven, betekent ook op grond van dit artikel niet dat het redelijk belang waarvoor zijn verzamelverlof is afgegeven ook het geven van instructies omvat. Dat in het eerste lid van artikel 3 van het Bwm is benoemd dat de verzameling educatieve doeleinden kan hebben maakt dit niet anders. Verzamelen voor educatieve doeleinden is immers niet hetzelfde als het zelf geven van educatie (door middel van bijvoorbeeld een workshop) met een van de verzamelde wapens.

Conclusie

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de afwijzing van eisers aanvraag om een verlof tot vervoer in redelijkheid heeft kunnen handhaven vanwege het ontbreken van een redelijk belang. Dit betekent dat het beroep ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. E.H.W. Schierbeek, griffier, op 23 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bijlage: relevante wetgeving

Wet wapens en munitie

§ 5. Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III

Artikel 22

1.Het is verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III te vervoeren zonder vergunning tot vervoer, als bedoeld in artikel 9, vierde lid, dan wel verlof tot vervoer, als bedoeld in artikel 24.

2.Onze Minister kan bij regeling vrijstelling van het verbod van het eerste lid verlenen met betrekking tot sportschutters en jagers, die gerechtigd zijn tot het voorhanden hebben van wapens of munitie, alsmede personen die in de uitoefening van een beroep of bedrijf of als werknemer van de houder van een erkenning als bedoeld in artikel 9, derde lid, wapens of munitie vervoeren.

Artikel 24

Een verlof tot vervoer wordt, uitsluitend voor wapens en munitie van categorie III, verleend door de korpschef indien:

a.de aanvrager gerechtigd is het wapen of de munitie voorhanden te hebben;
b. een redelijk belang de verlening van het verlof vordert.

§ 6. Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV

Artikel 26

1.Het is verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III voorhanden te hebben.

2.Het eerste lid is niet van toepassing op personen die houder zijn van:

a.een verlof als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet, voor zover dit verlof reikt; of

b.een jachtakte als bedoeld in de Wet natuurbescherming, voor wat betreft voor de jacht en beheer en schadebestrijding bestemde wapens en munitie van categorie III, die in de jachtakte zijn omschreven.

3.Onze Minister kan bij regeling vrijstelling van het verbod van het eerste lid voor wapens of munitie van categorie III verlenen met betrekking tot jagers en sportschutters, die hun vaste woon- of verblijfplaats buiten Nederland hebben.

4.Onze Minister kan ten aanzien van de personen bedoeld in het tweede lid regels vaststellen met betrekking tot:

a.de medische geschiktheid en vaardigheid in het omgaan met wapens;

b.de vereiste kennis op het terrein van wapens; en

c.het aantal wapens dat zij ten hoogste voorhanden mogen hebben.

5.Het is personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt verboden een wapen van categorie IV voorhanden te hebben.

6.Onze Minister kan bij regeling vrijstelling van het verbod van het vijfde lid verlenen in het kader van in verenigingsverband beoefende sporten of door Onze Minister aangewezen recreatieve activiteiten in daartoe gevestigde bedrijven waarin wapens worden gedragen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie IV, onderdeel 4° en onderdeel 5° met betrekking tot kruisbogen.

Artikel 28

1.Verlof tot het voorhanden hebben van een wapen en munitie wordt, uitsluitend voor wapens en munitie behorend tot categorie III, verleend door de korpschef.

2.Een verlof wordt verleend indien:

a.een redelijk belang de verlening van het verlof vordert;

b.de aanvrager geen gevaar voor zichzelf, de openbare orde of veiligheid kan vormen;

c.de aanvrager tenminste de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, behoudens afwijking voor leden van een schietvereniging.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen sprake is van een redelijk belang, als bedoeld in onderdeel a.

3.Het belang met het oog waarop het verlof is verleend, wordt in het verlof omschreven.

4.Een verlof heeft een geldigheid van ten hoogste een jaar en kan worden verlengd, indien aan de vereisten voor de verlening daarvan nog wordt voldaan.

5.Indien de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ingezetene is van een van de andere lid-staten van de Europese Gemeenschappen, doet Onze Minister mededeling aan die lid-staat van de verlening van een verlof als bedoeld in het eerste lid, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens of munitie ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een vergunning is onderworpen.

6In afwijking van het eerste lid wordt een verlof niet verstrekt voor een vuurwapen als bedoeld in Categorie A, onderdeel 8, in bijlage I van de Richtlijn.

Circulaire wapens en munitie 2018

A. 1.4.4. Verloven

Een verlof is een individuele uitzondering op het wettelijke verbod om wapens van (meestal) categorie III voorhanden te hebben, te vervoeren en/of te dragen. In artikel 28, tweede lid, van de WWM is bepaald dat een verlof wordt verleend indien:

a.een redelijk belang de verlening van het verlof vordert;

(…)

Ad. a.

In de onderdelen B 2 t/m B 6 van deze Circulaire is geregeld in welke gevallen en onder welke voorwaarden er sprake is van een ‘redelijk belang’ als bedoeld in artikel 28 van de WWM. Daarnaast kan het voorkomen dat een verlof wordt gevraagd terwijl er geen sprake is van één van de genoemde gevallen. De beoordeling van dergelijke aanvragen is zo zeer afhankelijk van de omstandigheden van het geval dat hiervoor geen algemene regels zijn te geven. Deze aanvragen staan ter beoordeling van de korpschef die – met name als de aanvraag betrekking heeft op vuurwapens – ter zake een restrictief beleid zal moeten voeren. Zo nodig kan met het Ministerie van Justitie en Veiligheid overlegd worden.

(…)

B. 3. Verzamelaars - 3.1. Verzamelaars van vuurwapens

3.1.1. Categorie III vuurwapens

Met betrekking tot het verzamelen van vuurwapens die niet onder de vrijstellingsregeling van artikel 18 van de Regeling wapens en munitie vallen, geldt het volgende: Het houden van een verzameling vuurwapens kan worden aangemerkt als een redelijk belang dat de verlening van een verzamelverlof rechtvaardigt, indien het gaat om:

(…)

b.verzamelingen gehouden door individuele wapenverzamelaars, die in georganiseerd verband een serieuze studie maken van de historische, culturele of technische ontwikkeling van vuurwapens. Slechts personen die lid zijn van een door de Minister van Justitie en Veiligheid erkende vereniging van wapenverzamelaars, zoals de ‘Nederlandse Vereniging ter Bevordering en Instandhouding van Wapenverzamelingen, Edouard de Beaumont’, komen hiervoor in aanmerking.

(…)

Ad. b.

Om als individuele wapenverzamelaar in aanmerking te komen voor de verlening van een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens van categorie III voor verzameldoeleinden dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:

a.de leeftijd van de aanvrager is tenminste 18 jaar;

b.ten aanzien van de aanvrager mag geen ‘vrees voor misbruik’ bestaan (zie B 1.);

c.de aanvrager dient lid te zijn van een door de Minister van Justitie en Veiligheid erkende vereniging van wapenverzamelaars, zoals de ‘Nederlandse Vereniging ter Bevordering en Instandhouding van Wapenverzamelingen, Edouard de Beaumont’;

d.de aanvrager dient een positief luidend (schriftelijk en ondertekend) advies te overleggen van het bestuur van de erkende vereniging van wapenverzamelaars waarvan de aanvrager lid is;

e.de aanvrager dient, bij een eerste aanvraag dan wel bij een wijziging in het verzamelgebied, een verzamelplan te overleggen dat voldoet aan de in onderdeel B 3.1.3 gestelde eisen en waarop het bij ‘d’ genoemde advies is gebaseerd;

3.1.3. Verzamelplan

Het houden van een verzameling van vuurwapens wordt slechts toegestaan aan individuele wapenverzamelaars indien zij in georganiseerd verband een serieuze studie maken van de historische, culturele of technische ontwikkeling van vuurwapens, die gericht is op het verkrijgen en vastleggen van informatie die relevant is voor een bredere kring van personen (zoals andere wapendeskundigen, overheidsfunctionarissen, wetenschappers, historici e.d.). Daarnaast kan ook het behouden (conserveren) van bijzondere wapen(s) (collecties) voor het nageslacht bijdragen aan de conclusie dat een individuele verzamelaar een redelijk belang heeft voor de verkrijging van een daartoe strekkend verlof en/of ontheffing.

Omdat in de praktijk gebleken is dat het erg lastig is om te beoordelen of er sprake is van een redelijk belang voor de verlening van een verlof en/of ontheffing ten behoeve van verzameldoeleinden is in overleg met de ‘Nederlandse Vereniging ter Bevordering en Instandhouding van Wapenverzamelingen, Edouard de Beaumont’ besloten om op dit punt een belangrijker rol en verantwoordelijkheid toe te kennen aan het bestuur van deze vereniging. Dit heeft onder meer geleid tot de oprichting van een adviescommissie die aan de hand van een door het aspirant-lid in te dienen verzamelplan het bestuur adviseert over het al dan niet uitbrengen van een positief advies.

Om aan te kunnen tonen dat er sprake is van een redelijk belang dient de aanvrager een verzamelplan te overleggen waarin minimaal aan de volgende elementen (uitvoerig) aandacht moet zijn besteed:

a.Het onderwerp, het verzamelgebied c.q. de specialisatie van de verzameling1;

b.Het belang van de beoogde verzameling;

c.In hoeverre de beoogde verzameling bijdraagt aan de vermeerdering van de totale kennis in Nederland op het gebied van wapens;

d.Hoe de verzameling opgebouwd zal worden;

e.Of binnen de specialisatie ook wapens van categorie II vallen en zo ja, bij benadering hoeveel;

f.Welke activiteiten de aanvrager op het gebied van zijn specialisatie heeft ontplooid (indien mogelijk met bijgevoegde kopieën van eventueel geschreven tekstmateriaal);

g.Drie referenties, waarvan tenminste één van binnen en één van buiten de vereniging;

h.Een verklaring van de mentor die de aanvrager heeft begeleid;

i.De wijze waarop de wapens opgeslagen zullen worden en hoe de beveiliging is geregeld. De bergplaats of bergruimte dient te voldoen aan hetgeen gesteld is in onderdeel B 9 of aan de specifieke beveiligingseisen die eventueel zijn overeengekomen met de korpschef2.

3.1.5. Voorschriften en beperkingen

Aan het verlof c.q. de ontheffing dienen de volgende beperkingen en voorschriften te worden verbonden, die hieronder worden opgesomd. Er kunnen door de korpschef geen beperkingen worden gesteld aan het aantal wapens dat de verzameling omvat, Overige beperkingen vloeien vooruit uit het in 3.1.3 genoemde verzamelplan, zoals vastgesteld door de erkende vereniging van wapenverzamelaars.

BEPERKINGEN:

1.De verzameling mag uitsluitend voor studiedoeleinden worden aangelegd en onderhouden (geldt niet voor musea e.d.);

2.De verlof- c.q. ontheffinghouder dient zich in zijn verzameling te specialiseren (geldt niet voor musea e.d.). De specialisatie wordt verwoord in het verzamelplan waarbij de specialisatie van de verzameling aan minimaal twee van de hieronder genoemde criteria moet voldoen. Hiervan kan slechts met nadrukkelijke schriftelijke instemming van het bestuur van de erkende vereniging van wapenverzamelaars, worden afgeweken. De volgende criteria zijn van toepassing:

− het land of de regio van herkomst van de wapens;

− de periode waarin de wapens werden ontworpen, vervaardigd of gebruikt;

− het soort wapen;

− het merk wapen.

3.Het verlof c.q. de ontheffing tot vervoer, voor zover verleend, is beperkt tot het vervoeren van de vuurwapens tussen de plaats waar de wapens normaliter voorhanden worden gehouden en de plaats waar het gebruik ingevolge de bestemming is toegestaan. Dit is uitsluitend een plaats waar door de verzamelaarsvereniging een georganiseerde bijeenkomst van vuurwapenverzamelaars wordt gehouden (waaronder begrepen lezingen, demonstraties en praktijkonderzoek), een politiebureau, het museum waar de wapens van de verzamelaar blijkens de goedkeuring van de korpschef als genoemd onder 3.5.2 tentoon zullen worden gesteld en de erkende wapenhandelaar. Het vervoer dient plaats te vinden langs de weg en binnen het tijdsbestek welke daar redelijkerwijze voor zijn geboden. De verlofhouder dient te kunnen aantonen naar een dergelijke bestemming op weg te zijn dan wel daar vandaan te komen.

VOORSCHRIFTEN:

1. De verlof- c.q. ontheffing houder dient de bepalingen, bij of krachtens de Wet wapens en munitie en de Wet milieubeheer gesteld, stipt na te leven;

2. Bij een bezoek aan buitenlandse beurzen e.d. dient het vervoer van de verzameling gedekt te zijn door een consent;

3.Geen munitie, vuurwapens en wezenlijke onderdelen daarvan mogen worden afgeleverd-, of afgestaan aan-, of geruild met onbevoegden;

4.De verzameling dient nauwkeurig en op overzichtelijke wijze te worden gecatalogiseerd en beschreven.

5.De verlof- c.q. ontheffing houder dient bij het omgaan met vuurwapens zodanige voorzichtigheid en zorg te betrachten, dat gevaar voor hemzelf en derden uitgesloten moet worden geacht.

Besluit wapens en munitie 3

Artikel 3 Erkenning als verzamelaar

1.Onze Minister erkent een verzamelaar in de zin van artikel 4, derde lid, van de wet slechts indien de aanvrager zich bezighoudt met het verzamelen van wapens, essentiële onderdelen of munitie voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische of educatieve doeleinden of uit erfgoedoverwegingen.

2.Dat sprake is van verzamelen voor de in het eerste lid genoemde doeleinden blijkt uit een verzamelplan dat is goedgekeurd door een vereniging van wapenverzamelaars die door Onze Minister is erkend als een vereniging die tot statutair doel heeft de doeleinden, als bedoeld in het eerste lid, te dienen.

3.De erkenning, bedoeld in het eerste lid, heeft een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. 4. De erkende verzamelaar die een verzameling houdt waarin vuurwapens als bedoeld in categorie A in bijlage I van de Richtlijn zijn opgenomen, houdt hiervan een register bij dat hij overlegt aan de korpschef. De verzamelaar geeft een wijziging in het register onverwijld door aan de korpschef.

1 Meervoudige specialisatie is in sommige gevallen mogelijk maar vereist wel een nadere motivering.

2 Om veiligheidsredenen mag de informatie over de beveiliging van de verzameling middels een aparte verklaring worden aangeleverd. Deze verklaring wordt door de vereniging niet gearchiveerd.

3 Besluit van 15 juli 2019 ter implementatie van de Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22).