Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1606

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-04-2020
Datum publicatie
28-04-2020
Zaaknummer
UTR 19/2989 en UTR 19/3773
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft terecht de AOW-uitkering van eisers herzien naar de norm voor gehuwden. Er is geen sprake van duurzaam gescheiden leven. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Lelystad

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 19/2989 en UTR 19/3773

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats 1] , eiseres

(gemachtigde: [eiser] ),

en

[eiser] , te [woonplaats 2] , eiser

samen te noemen: eisers

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), verweerder

(gemachtigde: mr. S. Pinar).

Inleiding

Op [trouwdatum] 1960 zijn eiser en eiseres met elkaar getrouwd. Per 1 februari 1997 heeft eiser recht op pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Per 1 maart 2001 heeft eiseres recht op AOW. Tot juni 2008 werd de AOW aan eisers uitbetaald naar de norm voor gehuwden. Met ingang van juni 2008 woont eiseres in [woonplaats 1] en woont eiser in [woonplaats 2] . Naar aanleiding van een melding van eisers over hun leefsituatie heeft verweerder de AOW per juni 2008 uitbetaald naar de norm voor alleenstaanden.

In maart 2019 heeft verweerder onderzoek gedaan naar de leefsituatie van eisers in het kader van het project ‘duurzaam gescheiden leven’. Verweerder heeft zowel eiser als eiseres in hun eigen huis bezocht. De onderzoeksbevindingen zijn vastgelegd in het handhavingsrapport van 15 maart 2019. De formulieren ‘Onderzoek DGL’ van zowel eiser als eiseres zijn als bijlage bij het handhavingsrapport gevoegd.

Op 25 maart 2019 heeft verweerder ten aanzien van eisers afzonderlijk vastgesteld dat zij per 1 april 2019 in aanmerking komen voor AOW-pensioen naar de norm voor gehuwden omdat zij niet meer als duurzaam gescheiden levend worden beschouwd.

Eisers zijn het daar niet mee eens en hebben bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 25 maart 2019. De bezwaren zijn op 11 juli 2019 ongegrond verklaard. Daarna hebben eisers afzonderlijk beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De beroepen zijn op de zitting van 28 januari 2020 gelijktijdig behandeld. Eiser is verschenen. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat is het standpunt van de SVB?

1. Volgens de SVB blijkt uit het onderzoek dat eisers niet een leven leiden alsof zij niet

gehuwd zijn. De SVB baseert zich voor deze conclusie op de volgende omstandigheden:

  • -

    Eisers bellen 3x per dag met elkaar;

  • -

    Eiser verblijft eenmaal per 2 á 3 weken bij zijn vrouw en blijft daar dan ook slapen;

  • -

    Eiser brengt eiseres naar het ziekenhuis, onderzoekscentra en de tandarts indien nodig;

  • -

    Eiser ziet zichzelf als mantelzorger voor eiseres;

  • -

    Eisers presenteren zich naar buiten toe als gehuwd stel;

  • -

    Eiseres doet jaarlijks de aangifte inkomstenbelasting voor eiser;

  • -

    Eiser doet af en toe klusjes voor eiseres;

  • -

    Beiden hebben een testament op de langstlevende;

  • -

    Eiser draagt bij aan verblijfskosten als hij bij eiseres verblijft;

  • -

    Eiser bezoekt eiseres als de kinderen daar komen of als hij hulp gaat verlenen bij zijn familie in Almere.

Verweerder wijst er op dat hij wel gekeken heeft naar de door eiser gemaakte nuancering ten aanzien van het aantal contactmomenten tussen eisers onderling, maar dat hij een doorslaggevende betekenis geeft aan de ingevulde en ondertekende formulieren tijdens het huisbezoek.

Wat voeren eisers aan in beroep?

2. Eisers vinden dat hun situatie voldoet aan de voorwaarden om als duurzaam gescheiden

levend te worden aangemerkt. Zij wijzen hierbij op de regels van de SVB zoals omschreven in SVB 1002. Eiseres kan niet als samenwonend beschouwd worden, omdat

- zij geen (telefonisch) contact zoekt met eiser: eiser belt haar drie keer per dag op

omdat zijn vrouw invalide is en hij moet nagaan of er niets ernstigs is gebeurd;

  • -

    zij het initiatief heeft genomen om 134 km bij eiser vandaan te gaan wonen;

  • -

    zij in 2008 een nieuw testament heeft laten opmaken waarbij een clausule is opgenomen dat bij haar overlijden alles naar de kinderen zal gaan;

  • -

    zij de verzekeringen zo heeft gewijzigd dat er niets meer gemeenschappelijk is;

  • -

    zij eiser nooit bezoekt en

  • -

    zij een XS4all aansluiting heeft en hij een Ziggo aansluiting.

Omdat voor de samenleving twee personen nodig zijn, volgt hieruit dat eiser ook niet als samenwonend gezien kan worden.

Daarnaast wordt aangevoerd dat de controleurs op 15 maart 2019 de door eiser beschikbaar gestelde gegevens beter hadden moeten bestuderen. Zij hadden niet zomaar op de verklaring van eiser mogen afgaan. Uit de gegevens blijkt namelijk dat de frequentie van de bezoeken lager is dat eiser op 15 maart 2019 heeft verklaard. Uit de agenda van 2019 blijkt dat eiser acht keer bij zijn vrouw is geweest. Hiervan waren er vier bezoeken ten behoeve van eisers zwager die in Almere woonde en twee keer een tandartsbezoek van eiseres. Hoewel eiser in het huis van zijn vrouw wel eens wat kleine klusjes doet, die hij tot een minimum beperkt, is hij geen mantelzorger; daar zou hij veel meer voor moeten doen. Eiser wijst er op dat er een wettelijke verplichting is om zijn vrouw hulp en bijstand te verlenen; door dat te doen kan het niet zo zijn dat hij meteen als samenwonend gezien moet worden. Ook blijkt uit de administratie hoeveel eiser uitgeeft in [woonplaats 1] als bijdrage voor zijn aanwezigheid aldaar. Ook presenteren eisers zich alleen in [woonplaats 1] als een gehuwd stel. Tot slot wijst eiser er op dat hij 38 jaar AOW-premie heeft betaald en zijn vrouw 30 jaar, waardoor ze in feite voor twee gezinnen premie hebben betaald.

Het oordeel van de rechtbank

3. De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat als iemand gehuwd is, diegene voor de AOW ook als gehuwd wordt aangemerkt en het pensioen naar die norm wordt uitbetaald. Daarop is een uitzondering mogelijk, namelijk als er sprake is van duurzaam gescheiden leven1.

4. In de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, de hoogste bestuursrechter in

zaken zoals deze) is bepaald dat sprake is van duurzaam gescheiden leven als - makkelijk gezegd - mensen die gehuwd zijn niet meer als gehuwden samenleven, omdat zij dat allebei niet meer willen of omdat één van hen dat niet meer wil. Zij leiden allebei apart hun eigen leven alsof ze niet met elkaar gehuwd zijn en in ieder geval één van hen ziet dat als een blijvende situatie. Een dergelijke situatie zal moeten blijken uit feitelijke omstandigheden2.

5. Het gegeven dat eisers hun hoofdverblijf niet in dezelfde woning hebben, is niet

voldoende om duurzaam gescheiden leven aan te nemen. De CRvB heeft eerder al overwogen dat echtelijke samenleving kan bestaan zonder dat sprake is van samenwonen3.

6.1

De rechtbank moet beoordelen of de SVB op basis van de onderzoeksresultaten

mocht concluderen dat eisers per april 2019 niet duurzaam gescheiden leven.

De rechtbank oordeelt van wel omdat uit de onderzoeksresultaten voldoende

concrete aanknopingspunten volgen voor de conclusie dat per april 2019 geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank zal hieronder uitleggen hoe zij tot die beslissing is gekomen.

6.2

Uit de stukken in het dossier, waaronder de onderzoeksresultaten, en op basis van wat op de zitting is verteld, is voldoende duidelijk dat eisers vanaf juni 2008, hoewel zij getrouwd zijn, niet meer als gehuwden samenleven omdat zij dat allebei niet meer willen of omdat één van hen dat niet meer wil, en dat deze situatie als blijvend is bedoeld. Het is alleen nog de vraag of eisers een eigen leven leiden alsof zij niet zijn gehuwd. De rechtbank oordeelt dat daar geen sprake van is, maar zij vindt dat verweerder niet alle omstandigheden (zoals hiervoor beschreven onder 2.) ten grondslag had mogen leggen aan het bestreden besluit.

Omstandigheden die verweerder niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen

6.3

Tijdens de zitting is over alle feiten en omstandigheden gesproken die verweerder ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit. Ook is gesproken over het overzicht van alle afspraken die eiser bijhoudt op zijn computer waarmee hij kan laten zien dat hij minder vaak bij zijn vrouw komt dan dat hij in zijn verklaring van maart 2019 heeft opgegeven. Verweerder heeft op de zitting herhaalt dat hij meer waarde hecht aan de ondertekende verklaring van 13 maart 2019 dan aan het overzicht van eiser.

6.4

Uit vaste rechtspraak4 volgt dat iemand, ook als hij later van een afgelegde verklaring

terugkomt, in het algemeen aan de aanvankelijk tegenover een sociaal rechercheur of handhavingsspecialist afgelegde en vervolgens zonder enig voorbehoud ondertekende verklaring mag worden gehouden. Een latere intrekking of ontkenning van die verklaring heeft weinig betekenis. In dit geval heeft eiser zijn verklaring echter niet willen intrekken of ontkennen maar heeft hij een nadere onderbouwing willen geven aan de hand van de door hem bijgehouden gegevens in zijn computer. Eiser heeft op de zitting uitgelegd dat hij al jaren dagelijks bijhoudt welke afspraken hij heeft (gehad), zoals wanneer de tuinman is langs geweest of wanneer de auto voor de APK-keuring is geweest. Dergelijke aantekeningen houdt hij (onder ander) ook bij voor zijn bezoeken aan zijn familie in Almere en zijn vrouw. Eiser heeft toegelicht dat hij alleen zijn vrouw bezoekt op haar verjaardag, als hij zelf op doorreis of de terugweg is naar/van andere familie of bijvoorbeeld als hijzelf naar de [naam ziekenhuis] in [plaatsnaam] is geweest of als hij zijn vrouw naar de tandarts of huisarts begeleidt. Hij blijft bij zijn vrouw slapen omdat de afstand naar zijn eigen huis dan te groot is. Als de afstand het toe zou laten, zou eiser niet bij zijn vrouw blijven slapen.

Hoewel verweerder tijdens de hoorzitting inzage heeft gehad in deze gegevens, heeft hij in het bestreden besluit en op de zitting niet kunnen uitleggen waarom hij in deze situatie meer waarde hecht aan de ondertekende verklaring. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de toelichting van eiser. Daarom oordeelt de rechtbank dat verweerder niet aan het bestreden besluit ten grondslag kon leggen dat eiser eenmaal per 2 à 3 weken bij zijn vrouw op bezoek gaat en dan van vrijdag tot en met maandag bij haar blijft slapen.

6.5

Ook oordeelt de rechtbank dat verweerder niet aan het bestreden besluit ten

grondslag mocht leggen dat eiser zichzelf ziet als mantelzorger voor zijn vrouw en dat hij af en toe klusjes voor haar doet. Uit de stukken in het dossier en uit hetgeen tijdens de zitting is besproken blijkt onvoldoende dat eiser kan worden aangemerkt als mantelzorger voor zijn vrouw. Ook de omstandigheid dat eiser af en toe een klusje verricht voor zijn vrouw, is te gering om te concluderen dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. Hetzelfde geldt voor de omstandigheden dat eisers zich naar buiten toe presenteren als gehuwd stel en dat eiser zou bijdragen aan de verblijfskosten als hij bij zijn vrouw verblijft. Eiser heeft onweersproken gesteld dat zijn vrouw bijvoorbeeld de verzekeringen en de internetcontracten zo heeft gewijzigd dat er niets meer gemeenschappelijk is. Uit het dossier blijkt niet dat verweerder daar verder onderzoek naar heeft gedaan. Hoewel eiser blijkens zijn verklaring op de vraag ‘Hoe presenteert u zich naar buiten toe’ heeft geantwoord ‘dat ik wel getrouwd ben maar dat m’n vrouw elders woonachtig is’, blijkt uit het dossier dat eiser daarmee heeft bedoeld dat hij zich in [woonplaats 1] als zijnde gehuwd presenteert. Dat ziet niet op de presentatie naar andere instanties toe zoals verweerder, gelet op de vraagstelling in het formulier ‘Onderzoek DGL’, voor ogen had.

Over zijn bijdrage aan de verblijfskosten als eiser bij zijn vrouw verblijft heeft hij op de zitting de uitgebreide toelichting gegeven dat hij alle producten die hij voor zijn verblijf in [woonplaats 1] nodig heeft zelf meeneemt van huis en wat er over is ook weer mee terug neemt. Er wordt nagenoeg niets samen gedeeld. Ieder doet zijn eigen boodschappen zonder daarbij rekening te houden met de ander. Uit het dossier blijkt niet waar verweerders standpunt op is gebaseerd dat eiser bijdraagt aan de verblijfskosten als hij bij zijn vrouw verblijft, zodat ook deze omstandigheid niet ten grondslag kan worden gelegd aan de conclusie dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.

Omstandigheden die verweerder wel aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen

6.6

Toch oordeelt de rechtbank dat verweerder wel tot de conclusie kon komen dat

geen sprake is van duurzaam gescheiden leven, omdat er sprake is van een mate van onderlinge zorg. De rechtbank heeft daarbij het volgende betrokken. Eiser belt zijn vrouw driemaal per dag om te na te vragen hoe het met haar gaat en om te kijken of zij hulp nodig heeft. Ook begeleidt hij haar een aantal keer per jaar naar de tandarts. Eiser stelt dat hij dat doet omdat hij getrouwd is en daardoor de verplichting heeft om voor zijn vrouw te zorgen. Dit conflicteert echter met de invulling van het begrip ‘duurzaam gescheiden leven’. Daarmee wordt immers beoogd niets meer met elkaar te maken te hebben, behalve een juridische band.

Uit het dossier volgt dat eiser in het Onderzoek DGL heeft aangekruist dat hij zijn echtgenote heeft vernoemd in zijn testament. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat hij de wettelijke regels van het standaard erfrecht volgt. Ook heeft eiser op de zitting een kopie van het testament van 18 december 2006 van eiseres overgelegd. De rechtbank stelt vast dat hierin onder meer het volgende is bepaald. Eiser is benoemd tot erfgenaam voor één honderdste gedeelte en krijgt het vruchtgebruik van alle tot de nalatenschap van eiseres behorende goederen krijgt. De aan de afstammelingen onder meer toegedeelde vorderingen in contanten zijn binnen drie maanden na het overlijden opeisbaar. Ook is eiser benoemd tot executeur Anders dan verweerder, stelt de rechtbank vast dat het testament van eiseres is aan te merken als een zogenaamde ouderlijke boedelverdeling. Uit het voorgaande volgt dat eisers elkaar hebben begunstigd in hun testament.

Ook het feit dat eisers gezamenlijk aangifte doen voor de inkomstenbelasting voor box 3 duidt op een zekere mate van onderlinge zorg. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat hij dat doet omdat eiseres daarop staat en dat als hij daar niet mee instemt, zij van hem zal scheiden. De reden waarom eisers gezamenlijk aangifte doen is echter niet van belang. Voor de beoordeling van ‘duurzaam gescheiden leven’ moet gekeken worden naar de feiten en de omstandigheden, en het feit dat eisers gezamenlijk aangifte doen is zo’n feit.

Conclusie

7. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de onderzoeksresultaten voldoende onderbouwing bieden voor de conclusie dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. Dat betekent dat verweerder terecht eisers AOW-pensioenen naar de norm voor gehuwden heeft herzien omdat zij niet als duurzaam gescheiden levend worden beschouwd.

8. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. Buys, rechter, in aanwezigheid van mr. T. van Ekris, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 3 april 2020.

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

De griffier is verhinderd de De rechter is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

1 Artikel 1, derde lid, aanhef en onder b van de Algemene Ouderdomswet.

2 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3017.

3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 10 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4120.

4 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 26 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1871.