Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1529

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-04-2020
Datum publicatie
20-04-2020
Zaaknummer
F.16/17/386
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beschikking rechter-commissaris in faillissement. In verband met de corona-crisis wordt de curator in dit geval verboden een woning te ontruimen tot 1 juli 2020.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2020-0143
RI 2020/75
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raaf Advocaten

t.a.v. de heer mr. F. Arts

per e-mail: [e-mail]

datum

17 april 2020

van

afdeling Toezicht

ons kenmerk

F.16/17/386

uw kenmerk

[nummer]

cc

curator

onderwerp

[bedrijf] B.V. / faillissement

Hiermee bericht ik u naar aanleiding van uw verzoek op grond van artikel 69 Faillissementswet (“Fw”) van 8 april 2020, namens de heer [A] . De curator heeft op 16 april 2020 op uw verzoek gereageerd. Mijn beslissing luidt als volgt.

Op grond van artikel 69 Fw kunnen de in dat artikel genoemde belanghebbenden zich wenden tot de rechter-commissaris om zodoende aan hen invloed toe te kennen op het beheer over de boedel en om eventuele fouten bij dat beheer te doen herstellen of voorkomen.

De rechtbank heeft op 3 april 2020 uw cliënt veroordeeld tot betaling van het tekort in het faillissement van [bedrijf] . Er werd een voorschot op deze schadevergoeding toegekend ten bedrage van € 150.000. Aan de hand van de voorlopige lijsten van schuldeisers, stel ik vast dat het UWV en de Belastingdienst preferente vorderingen in het faillissement hebben voor een totaalbedrag van ruim € 210.000. De stelling dat uw cliënt zelf het grootste slachtoffer van het faillissement is, is daarmee in financieel opzicht onjuist. Dit betekent dat de boedel belang heeft bij het innen van de toegekende schadevergoeding.

Uw verzoek wordt derhalve afgewezen.

De andere stellingen in het verzoek hebben uitsluitend betrekking op het eigen belang van uw cliënt. Artikel 69 Fw is echter niet geschreven om aan uw cliënt de mogelijkheid te geven op een eenvoudige wijze een aan hen mogelijk toekomend persoonlijk recht tegenover de boedel geldend te maken. Uit het vonnis van de rechtbank van 3 april 2020 maak ik op dat uw cliënt een beroep op matiging heeft gedaan. De rechtbank heeft desondanks geoordeeld dat toekenning van het genoemde voorschot redelijk is. Op dit punt kunt u niet nogmaals een beslissing van de rechter-commissaris vragen. Dit betekent dat ik uw cliënt voor het overige niet-ontvankelijk verklaar in zijn verzoek.

Als rechter-commissaris ben ik voorts belast met het houden van toezicht op het beheer en de vereffening van de boedel. In verband met hetgeen u schrijft, ben ik nagegaan op welke wijze de curator omgaat met de executie van het vonnis. De curator heeft onder meer beslag gelegd op de woning van uw cliënt. Op 7 april 2020 zijn banken en verzekeraars met de rijksoverheid overeengekomen dat er wegens achterstallige betalingen geen gedwongen woningverkopen zullen plaatsvinden. Onder de huidige buitengewone omstandigheden heeft een curator, net als hypotheekverstrekkers, een maatschappelijke verantwoordelijkheid om gedwongen verkopen zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat ik de curator tot ten minste 1 juli 2020 zal verbieden om de woning van uw cliënt gedwongen te verkopen. Deze periode kan, als de duur van de crisis daar aanleiding toe geeft, worden verlengd. Onder dit verbod valt uitdrukkelijk niet het recht van de curator om voorbereidende procedures voor een gedwongen verkoop van de woning in gang te zetten. Uit de reactie van de curator maak ik op dat hij bijvoorbeeld eerst de hypotheekhouder de gelegenheid wil geven de executie van de woning te organiseren.

Tegen deze beslissing is gedurende vijf dagen te rekenen vanaf de dag waarop mijn beslissing zal worden gegeven, uitsluitend via een advocaat hoger beroep bij de rechtbank mogelijk.

P.J. Neijt

rechter-commissaris

(Deze brief werd niet ondertekend in verband met de sluiting van de rechtbank als gevolg van de corona-maatregelen.)