Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1519

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-04-2020
Datum publicatie
17-04-2020
Zaaknummer
19/5530
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk; geen griffierecht; geen besluit; geen machtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/5530

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2020 in de zaak tussen

[eiser(es)] , te [woonplaats] , eiser(es),

(gemachtigde: dhr. M.F. Rupert),

en

onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser(es) heeft ingediend op 25 december 2019 tegen een onbekend besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser(es) heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 47,-.

3. Als het griffierecht niet wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser(es) niets aan kan doen.

4. De rechtbank heeft aan eiser(es) op 31 januari 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser(es) het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.

5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser(es) heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Dat betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is (artikel 8:54 van de Awb).

6. De rechtbank stelt verder vast dat eiser(es) ook geen kopie van het besluit op bezwaar heeft ingediend of een beschrijving daarvan. Dat moet wel. Dat staat in artikel 6:5 van de Awb. Daarnaast heeft eiser(es) een gemachtigde, wie voor hem/haar optreedt en namens hem/haar beroep heeft ingesteld. Eiser(es) moet een machtiging ondertekenen waarmee hij/zij toestemming geeft aan de gemachtigde om voor hem/haar op te treden als eiser(es). Dit staat in artikel 8:24 lid 2 van de Awb, in samenhang met artikel 6:6 van de Awb.

7. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser(es) op 31 januari 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken deze gebreken kan herstellen.

8. Gemachtigde van eiser(es) heeft niet gereageerd op deze brief. Ook om die reden is het beroep van eiser(es) kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen.

9. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van

O. Asafiati, griffier, op 17 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

de griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.