Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1267

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
02-04-2020
Zaaknummer
C/16/498998
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

''voortzetting crisismaatregel'' ''Wvggz''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/498998 / FA RK 20-1773

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 16 maart 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [1971] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

verblijvende te Fivoor, locatie [locatie] te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. C. Lamphen.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 11 maart 2020 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 11 maart 2020;

  • -

    de medische verklaring d.d. 11 maart 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2020 te Fivoor, locatie De [locatie] te [woonplaats] .

1.3.

Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de betrokkene,

- de advocaat,

- de heer T. Benschop, psychiater,

- de zus van betrokkene (telefonisch).

1.4.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.

1.5.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz, opgenomen:

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

2.2.

Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het zijn wens is om weer naar huis te gaan. Het gaat op dit moment goed met hem en hij neemt elke dag trouw zijn medicatie in. Hij licht toe dat hij nog een of twee dagen vrijwillig in de accommodatie wil verblijven, maar daarna terug naar huis wil. De advocaat van betrokkene heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Dat betrokkene nog opgenomen moet blijven is vooral omdat de zorg met de woonplek waar betrokkene verblijft moet worden afgestemd. Nu betrokkene een of twee dagen vrijwillig wil verblijven stelt zij dat de voortzetting van de crisismaatregel niet meer nodig is. Indien het verzoek wel wordt toegewezen, stelt de advocaat dat gelet op het voorgaande de duur van de maatregel maximaal voor een week moet worden verleend.

2.3.

De psychiater heeft verklaard dat betrokkene de afgelopen tijd vaker opgenomen is geweest. Ook bij Reynaerde waar betrokkene woont waren er zorgen om betrokkene. Betrokkene liep zomaar weg en stopte met zijn medicatie. Het gaat nu beter met betrokkene en hij neemt zijn medicatie vrijwillig in. Voordat hij terug kan naar zijn woonplek moeten er afspraken worden gemaakt met Reynaerde. De psychiater kan ermee instemmen als de duur van de maatregel wordt verkort.

2.4.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel naast de verzochte vormen van verplichte zorg ook ‘het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’, noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Deze laatste vorm is weliswaar niet ‘aangekruist’ in de medische verklaring, maar deze zorgvorm wordt nadrukkelijk wel genoemd in de verklaring bij de toelichting van maatregelen ter afwending van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Daar is verwoord dat betrokkene expliciet de noodzakelijke medicamenteuze behandeling met antipsychotica weigert. Daar komt bij dat de psychiater bij de mondelinge behandeling heeft verklaard dat de verplichte zorg in de vorm van ‘het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ voor betrokkene nodig is.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Aangezien het beter gaat met betrokkene, hij zijn medicatie weer inneemt en hij binnenkort terug naar huis kan, verleent de rechtbank de machtiging slechts voor één week.

2.7.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van een week na heden, en geldt aldus tot en met 23 maart 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [1971] te [geboorteplaats] , met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:

- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 maart 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 16 maart 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. van den Boogaard, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 25 maart 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.