Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1144

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-03-2020
Datum publicatie
06-04-2020
Zaaknummer
C/16/497026 / FA RK 20-1052
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

''Machtiging tot verlenen van verplichte zorg'' ''Wvggz"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/497026 / FA RK 20-1052

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 2 maart 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] (Marokko),

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

verblijvende te [naam instelling] , locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. S. Spans.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.


Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring d.d. 29 januari 2020;

- de zorgkaart inclusief bijlagen, welke niet is ingevuld;

- het zorgplan inclusief bijlagen;

- de bevindingen van de geneesheer directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 maart 2020 te [naam instelling] , locatie [naam locatie] te [woonplaats] .

1.3.

Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de betrokkene,

- de advocaat,

- de heer [A] , psychiater.

1.4.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.

1.5.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen. Het gaat dan om:

- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychotische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- opnemen in een accommodatie.

2.2.

De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene ziet het anders dan de behandelaren. Naar zijn idee is hij trouw aan de medicatie en probeert zo goed mogelijk mee te werken. Zijn wens is om naar huis te gaan. Hij wil geen bemoeienis.

2.3.

De psychiater heeft geconcludeerd voor toewijzing van het verzoek. Ten tijde van het voorbereiden van de zorgmachtiging was betrokkene nog thuis, maar de lopende voorwaardelijke machtiging is recent geconverteerd. Er wordt gestreefd om de zorg zo veel mogelijk vrijwillig te kunnen verlenen. Betrokkene is opgenomen omdat de familie zich zorgen maakte en de ambulante behandelaren zagen ook dat het minder goed ging met betrokkene en de psychose terugkwam. Ook nam hij de medicatie niet. Eerder is betrokkene ook opgenomen doordat hij zijn medicatie niet innam en het daardoor slechter met hem ging. Toen hij zijn medicatie weer innam ging het beter met betrokkene en kon hij weer naar huis. De hoop en verwachting is dat dit nu ook zo zal gaan en betrokkene zo snel mogelijk met ontslag naar huis kan en hij daar ambulante zorg krijgt. Voor nu is opname echter noodzakelijk. Ten aanzien van de verzochte vormen van zorg stelt de psychiater dat het toedienen van vocht en voeding, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene en het onderzoek aan kleding en lichaam niet nodig zijn.

2.4.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.

2.5.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige financiƫle schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

2.6.

Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te stabiliseren zodat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.

2.7.

Gebleken is dat er nog geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Dit was anders ten tijde van de voorbereiding van de zorgmachtiging, maar door de recente opname en de huidige situatie is dat veranderd. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van verplichte zorg met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene en het onderzoek aan kleding en lichaam.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.8.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 2 september 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] (Marokko), voor de volgende vormen van verplichte zorg:

- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychotische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 september 2019;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 2 maart 2020 mondeling gegeven door mr. M.E.A. Braeken, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt op 17 maart 2020 en in afwezigheid van mr. M.E.A. Braeken, ondertekend door mr. A.C. Schroten, rechter.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.