Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1067

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
23-03-2020
Zaaknummer
8178231 / MC EXPL 19-10262
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Treintje rijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Almere

Vonnis van 4 maart 2020

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 8178231 / MC EXPL 19-10262 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eiseres, hierna ook te noemen: Q-Park,
gemachtigde mr. C.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde] ,
verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Q-Park exploiteert - onder meer - parkeergarage Maagjesbolwerk te Zwolle.

2.2.

Op 15 mei 2019 was de Seat Cordoba-Vario voorzien van kenteken [kenteken] op naam gesteld van [gedaagde] .

2.3.

In de door Q-Park gehanteerde algemene voorwaarden staat onder meer opgenomen:

“(…)

5.9

De parkeerder en zijn voertuig dienen de parkeerfaciliteit uitsluitend te verlaten met gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel. Het zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel verlaten van de parkeerfaciliteit is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit éénmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief), vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.

6. Parkeergeld en betaling

6.1

Voor het gebruik van de parkeerfaciliteit is de parkeerder parkeergeld verschuldigd. (…)

6.3

Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje rijden” waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan.

De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit éénmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief), vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”.”

2.4.

Het dagtarief voor parkeergarage Maagjesbolwerk is € 16,50.

2.5.

Voor de slagboom is een bord geplaatst waarop te lezen is:

“ WELKOM

Q-PARK MAAGJESBOLWERK

OPENINGSTIJDEN

24 UUR PER DAG – 7 DAGEN PER WEEK

TARIEVEN

20 minuten of een gedeelte hiervan € 1,00

Maximaal dagtarief € 16,50

(…)

ALGEMENE VOORWAARDEN

(…)”

3 Het geschil

3.1.

Q-Park heeft gevorderd de veroordeling van [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, om aan haar te betalen € 316,50, vermeerderd met € 47,48 aan buitengerechtelijke kosten en met de wettelijke rente over € 363,98 vanaf de datum van pleging, althans verzuim tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2.

Aan haar vordering heeft Q-Park ten grondslag gelegd dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de parkeerovereenkomst door zonder te betalen de parkeeraccommodatie te verlaten. [gedaagde] heeft zich schuldig gemaakt aan het zogenaamde treintje rijden, d.w.z. door vlak achter zijn voorganger onder de slagboom die is geopend voor zijn voorganger, door te rijden. [gedaagde] houdt aldus plekken bezet volgens het “PRIS”-systeem en Q-Park loopt inkomsten mis. Op grond van de op de overeenkomst van kracht zijnde algemene voorwaarden is [gedaagde] het tarief voor een verloren kaart van € 16,50 verschuldigd alsmede een bedrag van € 300,00 ter zake aanvullende schadevergoeding.

3.3.

Volgens Q-Park wordt [gedaagde] als kentekenhouder vermoed de bestuurder te zijn geweest. Q-Park heeft camerabeelden in het geding gebracht waaruit volgens haar blijkt dat het treintje rijden met de auto op naam van [gedaagde] heeft plaatsgevonden. Door het binnenrijden gaat de parkeerder akkoord met de algemene voorwaarden. Voor het binnenrijden wordt de bestuurder door een informatiebord op de algemene voorwaarden gewezen. Tussen Q-Park en [gedaagde] is een parkeerovereenkomst tot stand gekomen en [gedaagde] is akkoord gegaan met de algemene voorwaarden. [gedaagde] was op de hoogte van de aanvullende schadevergoeding en de gevolgen van het treintje rijden. De aanvullende schadevergoeding is opgebouwd uit kosten voortvloeiende uit investeringen in dure camerasystemen technische en administratieve aanpassingen om [gedaagde] te kunnen traceren en vervolgen en medewerkers die nodig zijn om aan de hand van meldingen de beelden op te zoeken. Het “treintje rijden” is maatschappelijk ontoelaatbaar gedrag en levert onveilige situaties op. Verder veroorzaakt het kopieergedrag. Volgens Q-Park heeft [gedaagde] het verschuldigde parkeergeld niet voldaan. Voor het geval vast komt te staan dat het parkeergeld wel is voldaan, heeft Q-Park haar vordering verminderd met het tarief voor een verloren kaart.

3.4.

[gedaagde] heeft erkend dat hij de bestuurder is geweest van onderhavige auto. Volgens [gedaagde] heeft hij wel betaald voor het parkeerkaartje. Hij heeft het kaartje niet voor de paal gehouden. De slagboom is opgegaan door kentekenherkenning. [gedaagde] heeft erkend dat hij vrij snel achter iemand aan de parkeergarage heeft verlaten. Hij had haast. [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de gevorderde schadevergoeding. [gedaagde] kan de vordering niet in eens betalen. Q-Park heeft geweigerd om een betalingsregeling af te spreken.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Q-Park heeft, bij repliek, een dvd in het geding gebracht waaruit kan worden opgemaakt dat de auto met kenteken [kenteken] op 15 mei 2019 vlak achter een voorgaande auto de parkeergarage heeft verlaten. Niet blijkt dat de bestuurder een parkeerticket in de uitritterminal heeft gedaan om de slagboom te openen. Nu [gedaagde] de dvd niet heeft betwist, kan niet anders worden geoordeeld dan dat de bestuurder van de auto met kenteken [kenteken] op 15 mei 2019 de parkeergarage heeft verlaten door direct achter een voorganger aan te rijden.

4.2.

[gedaagde] heeft niet betwist dat hij de bestuurder was van de onderhavige auto. Dit betekent dat [gedaagde] als bestuurder van de auto wordt aangemerkt die op de door Q-Park genoemde datum heeft geparkeerd in de parkeergarage en zodoende een (parkeer)overeenkomst is aangegaan met Q-Park.

4.3.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij het parkeerkaartje contant heeft voldaan. Q-Park heeft betwist dat [gedaagde] het verschuldigde bedrag heeft voldaan. Gelet op de betwisting van Q-Park had het op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn stelling dienaangaande nader te onderbouwen bijvoorbeeld door het overleggen van een betalingsbewijs. Nu [gedaagde] dat niet heeft gedaan, moet zijn verweer als onvoldoende onderbouwd worden verworpen en is in dit geding niet komen vast te staan dat [gedaagde] heeft betaald. Dat de slagboom open bleef staan voor [gedaagde] vanwege kentekenregistratie blijkt niet uit de door Q-Park overgelegde DVD. Integendeel; uit de DVD kan niet anders worden opgemaakt dan dat de voorganger van [gedaagde] een parkeerticket in de uitritterminal heeft gedaan en nadat dat de slagboom opent uitrijdt. [gedaagde] gaat vervolgens direct achter zijn voorganger door de slagboom. Het verweer van [gedaagde] dienaangaande wordt dan ook eveneens verworpen.

4.4.

Door de parkeergarage te verlaten zonder te betalen is [gedaagde] zijn verplichting die volgt uit de door haar met Q-Park gesloten overeenkomst niet nagekomen. Daarmee is [gedaagde] tekort geschoten in zijn nakomingsverplichtingen.

4.5.

Gelet op al hetgeen door Q-Park is gesteld over de aard en de achtergrond van het

boetebeding en in aanmerking genomen dat [gedaagde] door ‘treintje te rijden’ doelbewust schade heeft berokkend met alle gevaarzettingen van dien, is de kantonrechter van oordeel dat de in het geding zijnde boete in een redelijke verhouding staat tot de (te verwachten) schade door de gedragingen waarop de boete is gesteld. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat, gezien de toelichting van Q-Park en in aanmerking genomen dat [gedaagde] zich heeft schuldig gemaakt aan ‘treintje rijden’, de boete als ‘prikkel tot nakoming’ in een redelijke verhouding staat tot het belang voor Q-Park dat met nakoming van de verplichting is gediend, te weten het voorkomen van verkeersonveilige gedragingen door het financieel onaantrekkelijk maken van ‘treintje rijden’.

4.6.

In navolging van de kantonrechter van deze rechtbank in zijn uitspraak van

4 mei 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:2625) wordt ook in het onderhavige geval

geconcludeerd dat het boetebeding in de algemene voorwaarden van Q-Park niet is aan te

merken als een oneerlijk beding.

4.7.

Gelet op het vorenstaande komt de door Q-Park gevorderde boete en parkeervergoeding voor een bedrag van € 316,50 voor toewijzing in aanmerking. De gevorderde wettelijke rente komt eveneens voor toewijzing in aanmerking, met dien verstande dat deze zal worden toegewezen over de bij dagvaarding gevorderde hoofdsom.

4.8.

Q-Park maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en komt eveneens voor toewijzing in aanmerking.

4.9.

[gedaagde] heeft zich nog beroepen op betalingsonmacht. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] financieel in moeilijke omstandigheden verkeert, doch die omstandigheden, hoe betreurenswaardig ook, zijn geen grond om de vordering van Q-Park af te wijzen, noch maken deze dat Q-Park verplicht is met [gedaagde] een betalingsregeling overeen te komen.

Opgemerkt wordt dat het opleggen van een betalingsregeling niet aan de kantonrechter is. Indien [gedaagde] een betalingsregeling wenst, dient hij in overleg te treden met Q-Park.

4.10.

[gedaagde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de proceskosten.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan Q-Park te betalen een bedrag van € 363,98, vermeerderd met de wettelijke rente over € 316,50 vanaf 15 mei 2019 tot de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van

Q-Park begroot op:

 € 144,00 voor salaris gemachtigde

 € 83,52 voor explootkosten

 € 121,00 voor griffierecht;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2020.