Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1026

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-03-2020
Datum publicatie
20-03-2020
Zaaknummer
8351743 / LV EXPL 20-7 van
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming. Volgens verhuurder veroorzaakt huurder overlast voor omwonenden door de wijze waarop hij pedofilie propageert. Onder omstandigheden kan een vordering tot ontruiming op deze grond worden toegewezen. In deze zaak heeft de verhuurder de gestelde tekortkoming onvoldoende aannemelijk gemaakt om vooruit te kunnen lopen op een mogelijke ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure. Verhuurder heeft ook onvoldoende aannemelijk gemaakt zich te hebben ingespannen voor een alternatieve oplossing. Vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Lelystad

Vonnis in kort geding van 20 maart 2020

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 8351743 / LV EXPL 20-7 van

de stichting

[eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde mr. T. Mulder,

tegen

[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende in de PI Zuid West-De Dordtse Poorten, te Dordrecht,
verweerder, hierna ook te noemen: de huurder,
gemachtigde mr. S.H.R. van Heeks.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met daarbij veertien producties

  • -

    de brief van 10 maart 2020 van de zijde van de huurder met vier producties

  • -

    de mondelinge behandeling op 12 maart 2020

  • -

    de spreekaantekeningen van de zijde van de huurder.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben met elkaar op 23 november 2015 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een appartement aan [adres] te [woonplaats] (hierna de woning). Op deze huurovereenkomst is het huurreglement van [eiseres] van toepassing verklaard.

2.2.

Art. 6.6. van het huurreglement bepaalt dat huurder zal zorgdragen dat aan omwonenden geen hinder of overlast van welke aard ook wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich vanwege huurder in het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.

2.3.

Op [2020] is op NPO een aflevering van ‘ [programma] ’ uitgezonden waar de huurder zijn medewerking aan heeft verleend. Het onderwerp van de uitzending was ‘pedo-activisme’. De huurder heeft zich voor dit programma in de woning laten interviewen en tijdens dat interview onder andere controversiële uitspraken gedaan over seksuele omgang met (jonge) kinderen.

2.4.

Na afloop van de uitzending is bij het appartementencomplex waarin de woning zich bevindt een protestactie geweest van mensen tegen de huurder. De politie heeft hieraan een eind gemaakt, waarna het verder rustig is gebleven.

2.5.

Op 17 februari 2020 heeft [eiseres] in een eerste reactie na de uitzending op vragen vanuit de media verklaard dat een huurovereenkomst niet enkel ontbonden kan worden op grond van de denkbeelden die een persoon heeft en dat de huurder voor hen geen slechte huurder is.

2.6.

Op 18 februari 2020 is de huurder aangehouden op verdenking van bezit van kinderporno. Hij is tot op heden nog gedetineerd.

2.7.

Bij brief van 20 februari 2020 heeft (de advocaat van) [eiseres] de huurder gesommeerd om de huurovereenkomst vrijwillig te beëindigen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, kort gezegd, dat de huurder wordt veroordeeld binnen drie dagen zijn woning te ontruimen met afgifte van de sleutels aan [eiseres] .

3.2.

De huurder voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt voorop dat de gevraagde voorziening tot ontruiming een dermate ingrijpende en naar haar aard definitieve voorziening is dat terughoudendheid op zijn plaats is. Beoordeeld moet worden of met voldoende mate van zekerheid vooruit kan worden gelopen op het oordeel van een rechter oordelend in een bodemprocedure, waarbij vervolgens ook de belangen van partijen tegen elkaar moeten worden afgewogen.

4.2.

Aan haar vordering tot ontruiming heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat de huurder door zijn handelwijze ernstige hinder en overlast veroorzaakt voor zijn omwonenden en een onveilige situatie in het leven heeft geroepen voor hemzelf en omwonenden. [eiseres] verwijt de huurder dat hij herkenbaar en onder zijn echte naam vanuit de woning doelbewust de publiciteit heeft opgezocht met zijn omstreden denkbeelden over seks met (jonge) kinderen. Hij had kunnen en moeten weten dat deze publiciteit heftige gevoelens zou oproepen in de maatschappij en tot gerichte en ongerichte acties zou kunnen leiden jegens hem, waarbij ook omwonenden gevaar zouden kunnen lopen. Bovendien heeft het handelen van de huurder bij de omwonenden voor veel onrust en onveiligheid gezorgd. Nu zij bekend zijn met de visies van de huurder vrezen zij voor de veiligheid van de in het appartementencomplex wonende jonge kinderen, aldus [eiseres] . De huurder toont geen enkel begrip voor de ontstane gevoelens en is, met een beroep op zijn vrijheid van meningsuiting, niet bereid zijn toon te matigen. Integendeel, waar hij voorheen nog gebruik maakte van een pseudoniem, treedt hij inmiddels openlijk naar buiten bij het propageren van pedofilie. De huurder laat zich niets gelegen liggen aan de waarschuwingen van bijvoorbeeld de burgemeester over de wijze waarop hij zich profileert. Volgens [eiseres] is er sprake van een volledig geëscaleerde situatie en dient voorkomen te worden dat de huurder nog terugkeert in de woning.

4.3.

In de stellingen van [eiseres] zou, indien deze voldoende aannemelijk zijn gemaakt, aanleiding kunnen worden gevonden om een vordering tot ontruiming toe te wijzen. De door [eiseres] geschetste situatie is begrijpelijk en invoelbaar. De opvattingen van de huurder zijn, voorzichtig uitgedrukt, maatschappelijk omstreden en kunnen heftige gevoelens oproepen. De huurder dient zich bij de wijze waarop hij naar buiten treedt, de redelijke belangen van omwonenden, zoals hun veiligheid, aan te trekken en daar lijkt de huurder zich onvoldoende van bewust. Onder omstandigheden kan daarom geoordeeld worden dat sprake is van het veroorzaken van (psychische) overlast. Daarmee handelt de huurder in strijd met zijn verplichtingen en zou op die grond van een tekortkoming ontbinding van de overeenkomst kunnen volgen. Het gaat nu in deze procedure niet om de vraag wat de huurder precies gezegd heeft, maar of daardoor een situatie ontstaan is die een spoedmaatregel rechtvaardigt.

4.4.

Maar dat daadwerkelijk sprake is van een totaal geëscaleerde situatie, dat sprake is van omwonenden die onder psychische spanning staan en dat een concreet gevaar bestaat voor de veiligheid van de omwonenden, heeft [eiseres] onvoldoende aannemelijk gemaakt. Er heeft, direct na de uitzending, één spontane protestactie van een kleine groep mensen bij het complex plaatsgevonden. Die actie lijkt te zijn ingegeven door een oproep via social media. In hoeverre buurtbewoners hierbij betrokken waren is niet bekend. De oproep kwam van een buitenstaander. Deze protestactie heeft niet tot incidenten geleid en niet is gebleken dat er daarna incidenten zijn geweest bij het appartementencomplex. Desgevraagd heeft [eiseres] verklaard dat één naaste buur van de huurder bij haar heeft geïnformeerd naar verhuismogelijkheden vanwege de huurder. Bij andere omwonenden zou ook een verhuiswens leven, maar die informatie heeft [eiseres] enkel van horen zeggen. In het dossier bevindt zich geen enkele verklaring van een omwonende. Door [eiseres] wordt verwezen naar een petitie onder buurtbewoners die 360 keer zou zijn ondertekend, maar die is niet in het geding gebracht. In samenhang met de onbetwiste stelling van de huurder dat hij bij ontruiming nergens terecht zou kunnen en dat hij zich dan zou wenden tot de crisisopvang 500 meter verderop, is de kantonrechter van oordeel dat op dit moment onvoldoende aanleiding bestaat om de verstrekkende gevolgen van een gedwongen ontruiming te rechtvaardigen en is onvoldoende duidelijk gemaakt dat een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Wat daarbij ook meeweegt is dat [eiseres] ook niet heeft kunnen aantonen dat zij zich heeft ingespannen om tot een andere oplossing te komen. [eiseres] heeft volstaan met de stelling dat zij dat intern heeft onderzocht en dat het niet mogelijk is. Dat is niet voldoende.

4.5.

De vordering zal worden afgewezen. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de huurder worden begroot op:

- griffierecht: 83,00
- salaris gemachtigde: 480,00
Totaal: € 563,00

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de huurder tot vandaag vastgesteld op € 563,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond en bij diens afwezigheid in het openbaar uitgesproken door mr. R.M. Berendsen op 20 maart 2020.