Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:957

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-03-2019
Datum publicatie
14-03-2019
Zaaknummer
7145547 UC EXPL 18-9213
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kabelschade. Ook al is de Klic-melding niet verplicht bij handmatig slaan van grondpotten, toch kan het zijn dat men onrechtmatig handelt door die melding achterwege te laten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7145547 UC EXPL 18-9213 nig/1449

Vonnis van 6 maart 2019

inzake

de besloten vennootschap

KPN B.V.,

gevestigd in Den Haag,

verder ook te noemen KPN,

eisende partij,

rolgemachtigde AGIN Timmermans; procesgemachtigde mr. J.K.J. Vuijk,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

vertegenwoordigd door haar directeur ing. [A] .

1 Wat is er aan de hand?

1.1.

Op 9 januari 2015 heeft zich in Nieuwkoop een telefoonstoring voorgedaan. Bij onderzoek bleek dat een telefoonkabel van KPN, die langs de [straatnaam] in de grond lag, was beschadigd door een grondpot voor een tijdelijk verkeersbord. Op het verkeersbord stond de naam van [gedaagde] . KPN heeft de kabel eerst provisorisch en enkele weken later definitief gerepareerd.

1.2.

KPN vordert nu van [gedaagde] vergoeding van de reparatiekosten: € 6.449,14 met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Volgens haar heeft [gedaagde] onzorgvuldig gehandeld door een grondpot in de grond te slaan zonder eerst te onderzoeken of daar misschien kabels lagen. Het verweer van [gedaagde] komt erop neer dat de kabel niet diep genoeg lag.

1.3.

In het dossier zitten de volgende stukken:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

2 Wat vindt de kantonrechter ervan?

2.1.

De bodem in Nederland ligt vol met kabels en leidingen. Beschadiging daarvan kan leiden tot allerlei onprettige gevolgen, van gasexplosies tot korte of langdurige afsluiting van gas, water, elektriciteit of telefoon, voor weinig of heel veel mensen, met alle mogelijke vervolgschade. Om over de risico’s voor de gravers zelf nog maar niet te spreken. Kabels en leidingen liggen vaak op strategische plaatsen zoals langs wegen, waar ook anderen in de grond willen graven. Graafschades zijn dus een serieus probleem. De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (de Wion; sinds kort vervangen door de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken) heeft tot doel dergelijke schades te voorkomen. De CROW-Richtlijn Zorgvuldig Graafproces geeft daarvoor praktische regels.

2.2.

Deze zaak begint echter bij een andere wetsbepaling, namelijk artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW):

1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

2 Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

3 Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Als [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade van KPN, dan is dat op grond van deze bepaling.

2.3.

Deze bepaling geeft een algemene norm, die in dit geval wordt ingevuld door de Wion en de Richtlijn. Wie handelt in strijd met de Wion, handelt in strijd met een wettelijke plicht, en dus onrechtmatig. Als iemand naar de letter van de wet niet onder de Wion valt, zodat die wettelijke plichten voor hem niet gelden, kan het zijn dat hij toch onrechtmatig handelt als hij zich niet aan die regels houdt, omdat hij dan handelt in strijd met ‘hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt’. Hetzelfde geldt voor de Richtlijn. Deze is vastgesteld door een breed samengesteld, technisch geschoold gezelschap waarin opdrachtgevers, grondroerders en beheerders vertegenwoordigd waren, en vormt daarmee de weerslag van de binnen de beroepsgroep geldende opvattingen over zorgvuldig handelen (Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:772).

2.4.

[gedaagde] plaatst tijdelijke verkeersborden met behulp van grondpotten, die tot 45 cm diepte in de grond gebracht worden. Dat gebeurt niet machinaal, maar kennelijk wel met zodanige kracht dat het mogelijk is om daarmee kabels te beschadigen, zelfs zonder dat men het doorheeft. Dan kan [gedaagde] zich er niet op beroepen dat zij naar de letter van de wet niet onder de Wion valt. Zij moet passende maatregelen nemen om te voorkomen dat zij kabels beschadigt. Voor die passende maatregelen kan worden aangesloten bij de Wion.

2.5.

De procedure van de Wion houdt in dat degene die wil graven dat tijdig meldt bij het Kadaster. Dat heet een Klic-melding (Klic staat voor Kabels en Leidingen Informatie Centrum). De netwerkbeheerders melden dan de aanwezigheid van kabels of leidingen op die plaats. Als de kabels volgens hun kaarten minder dan anderhalve meter van de insteek liggen, moeten ze door handmatig gegraven proefsleuven gelokaliseerd worden. Men mag dan pas met graafmachines aan de slag nadat de kabels gevonden zijn. Deze regeling geldt ongeacht de diepte. In bepaalde situaties (artikel 8 lid 3 en 9 lid 1 Wion) is men bij graven op geringe diepte vrijgesteld van de Klic-procedure, maar alleen als de grond in eigendom of beheer is bij de graver. Als men wil graven in andermans grond, moet men dus altijd een graafmelding doen, ook als men niet diep graaft.

2.6.

Dat wordt ook niet anders door het feit dat de provincie Zuid-Holland voorschrijft dat kabels 60 centimeter diep gelegd moeten worden. Dat is geen garantie, omdat die diepte niet altijd mogelijk zal zijn (bijvoorbeeld vanwege boomwortels, die in de weg liggen). Bovendien wijst de ervaring uit dat kabels na verloop van tijd vaak, door allerlei oorzaken, niet meer liggen waar ze ooit gelegd zijn. De norm van de Wion is dat kabels en leidingen op de kaart binnen een meter nauwkeurig moeten worden aangegeven, en zelfs daarop mag men niet zonder meer vertrouwen. Het verschil tussen de diepte van de grondpot en de voorgeschreven diepte van de kabels is maar 15 cm, en dus aanzienlijk minder dan een meter. Ook als de kabels diep genoeg gelegd zijn, moet men dus rekening houden met de mogelijkheid dat ze nu zo dicht bij het oppervlak liggen dat men ze met een grondpot kan raken.

2.7.

Volgens [gedaagde] is de KLIC-procedure voor haar buiten proportie belastend, zodat dat van haar niet gevergd kan worden. Dat het voor haar belastend is als zij die procedure moet volgen, neemt de kantonrechter zonder meer aan. Maar daarmee staat niet vast dat die extra belasting buiten proportie is, dat wil zeggen dat zij niet in verhouding staat tot de overlast die gebruikers ervaren bij beschadiging van het netwerk, of tot de belasting voor netwerkbeheerders als zij moeten garanderen dat hun netwerk overal dieper ligt dan een grondpot lang is. Of iets onevenredig belastend is, moet altijd van twee kanten bekeken worden, en dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Daarom gaat dat argument niet op.

2.8.

In deze zaak staat vast dat er een grondpot geplaatst is zonder KLIC-melding vooraf. Op het bord staat de naam van [gedaagde] . Het verweer van [gedaagde] dat zij dat bord niet geplaatst heeft, is niet voldoende onderbouwd. [gedaagde] stelt wel dat zij ook borden verhuurt, maar zij erkent dat zij daar zelf ook gewerkt heeft. Dan zou zij toch moeten kunnen vertellen welke borden zij zelf geplaatst heeft en welke niet, en waarom zij aanneemt dat zij juist dit bord niet zelf geplaatst heeft. Dit verweer is dus onvoldoende concreet. Daarom hoeft KPN de stelling dat [gedaagde] het bord geplaatst heeft, niet verder te bewijzen.

2.9.

[gedaagde] heeft dus onzorgvuldig gehandeld door een verkeersbord te plaatsen in een grondpot van 45 cm zonder vooraf onderzoek te doen naar kabels en leidingen, wetend dat zij daarmee het risico nam die kabels of leidingen te beschadigen. Die onzorgvuldigheid kan aan [gedaagde] worden toegerekend. Dat de schade aan de telefoonkabel daardoor veroorzaakt is, kan ook worden aangenomen. [gedaagde] heeft onvoldoende weersproken dat bij de beschadigde kabel die grondpot is aangetroffen. De monteur heeft in zijn rapport de term ‘geschraapt’ gebruikt en ook de omschrijving ‘plaatsen borden wegomlegging punt door kabel geslagen’. Kennelijk heeft de grondpot de kabel aan de zijkant geraakt en beschadigd. De kantonrechter ziet geen aanwijzingen voor een andere oorzaak van de telefoonstoring dan deze beschadiging.

2.10.

De financiële schade wordt bepaald door de kosten van het lokaliseren van de schade, van het tijdelijk herstel en van definitief herstel. KPN heeft die kosten toegelicht. [gedaagde] vindt ze aan de hoge kant, maar dat is een te algemeen verweer. Bij dupliek is dat enigszins geconcretiseerd, maar daarop heeft KPN niet meer kunnen reageren. Daarmee is de hoogte van het schadebedrag onvoldoende weersproken.

2.11.

De conclusie is dat KPN gelijk heeft. [gedaagde] is er ten onrechte van uitgegaan dat zij zonder meer grondpotten mag slaan zonder op kabels te letten, omdat die dieper horen te liggen dan 45 cm. Dat is niet altijd zo, en daar moet zij rekening mee houden. De vordering kan daarom worden toegewezen. Ook de wettelijke rente zal worden toegewezen. Omdat in de hoofdsom al € 396,74 aan rente tot 9 augustus 2018 is meegevorderd, zal de verdere rente worden toegewezen vanaf die datum.

2.12.

KPN vordert een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 697,46. Zij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De hoogte van het gevorderde bedrag is in overeenstemming met de tarieven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Dat bedrag wordt als redelijk beschouwd. Deze vordering is daarom toewijsbaar.

2.13.

Omdat KPN gelijk krijgt, zal [gedaagde] in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van KPN worden begroot op:

- dagvaarding € 85,79

- griffierecht € 476,00

- salaris gemachtigde € 600,00 (2 punten x tarief € 300,00)

Totaal € 1.161,79

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan KPN tegen bewijs van kwijting te betalen € 6.449,14 aan hoofdsom, € 697,46 aan rente tot 9 augustus 2018, € 697,46 aan buitengerechtelijke incassokosten, en de wettelijke rente over € 6.449,14 vanaf 9 augustus 2018 tot de voldoening;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van KPN, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.161,79, waarin begrepen € 600,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Penders, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2019.