Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:951

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
C/16/474203 / FL RK 19-134 en C/16/474199 / FL RK 19-132
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing machtiging voortgezet verblijf omdat betrokkene niet langer in een gesloten kader verblijft. De voorwaardelijke machtiging wordt daarom toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Lelystad


zaak/rekestnr.: C/16/474203 / FL RK 19-134 en C/16/474199 / FL RK 19-132

datum uitspraak: 18 februari 2019

Voorwaardelijke machtiging en machtiging tot voortgezet verblijf


Op de verzoeken van de officier van justitie van 23 januari 2019 tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging dan wel een machtiging tot voortgezet verblijf met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1994,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

thans verblijvende te [naam organisatie] locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de bij het verzoek overgelegde stukken, waaronder de op 18 januari 2019 ondertekende en met redenen omklede verklaring als bedoeld in artikel 14a, vierde lid van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) alsmede het behandelingsplan als bedoeld in artikel 14a, vijfde lid van de Wet BOPZ.

De rechtbank heeft gehoord:

- de betrokkene;

- mr. J.D. van der Heijden, advocaat van betrokkene;

- mevrouw [A] , behandelend arts,

- mevrouw [B] , verpleegkundige.

Door het horen van de hierboven genoemde personen, in samenhang met de overgelegde stukken, acht de rechtbank zich in voldoende mate voorgelicht.

De standpunten

De advocaat van betrokkene heeft ter zitting geconcludeerd tot afwijzing van de machtiging strekkende tot voortgezet verblijf. Er zijn geen gronden om deze machtiging toe te wijzen. Betrokkene verblijft al geruime tijd op een open afdeling. Het gaat beter met betrokkene. Hij veroorzaakt geen gevaar en neemt zijn medicatie in. Hij begrijpt dat het in zijn belang is om in de kliniek te verblijven. Een machtiging tot voortgezet verblijf is een uiterste middel waarbij iemand zijn vrijheid kan worden ontnomen. Dat is bij betrokkene niet nodig. Betrokkene is het eens met de verzochte voorwaardelijke machtiging. De advocaat verzoekt om deze machtiging toe te wijzen voor de duur van vijf maanden, gelet op de datum waarop het verzoekschrift is ingediend.

De arts heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Sinds het gesprek dat vorige week met betrokkene heeft plaatsgevonden ziet de arts een positieve verandering. Betrokkene verblijft op de open afdeling. Als het beter gaat met betrokkene zal hij doorstromen naar een zelfstandig appartement op het terrein van de kliniek. Betrokkene doet niet mee met de dagbehandeling en heeft geen structuur in zijn leven. Betrokkene kwam in het begin van de opname op de kliniek pas in de middag uit bed. De arts vraagt zich af of dat zo is door onmacht of onwil. Onmacht is een negatief symptoom dat behandeld kan worden met medicatie. Van de toekomstplannen van betrokkene en de plannen in het kader van de behandeling komt nog weinig terecht. Het gevaar dat betrokkene veroorzaakt is gebaseerd op de situatie zoals die was bij opname. Als betrokkene stopt met zijn behandeling kan opnieuw sprake zijn van agressie-incidenten. Het doel is om betrokkene te bewegen tot het aanhouden van een normaal leefpatroon. De arts verzoekt subsidiair om toewijzing van de voorwaardelijke machtiging.

De verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene de afgelopen week eerder uit bed komt. Het is bij de start van de opname in de kliniek niet goed gegaan. Betrokkene werd vaak boos als hij werd gewekt en heeft ook met een deur geslagen. Hij was lastig te motiveren voor het dagprogramma. Op dit moment is betrokkene nog niet aanwezig bij het groepsontbijt. Wel is hij vaker aanwezig bij het dagprogramma.

De beoordeling

De rechtbank overweegt, ten aanzien van de verzochte machtiging tot voortgezet verblijf, als volgt. Een machtiging voortgezet verblijf kan, ingevolge artikel 15 Wet BOPZ, slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter:
a. de stoornis van de geestvermogens van betrokkene ook na afloop van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en deze stoornis betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken, en
b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis kan worden afgewend.
Betrokkene verblijft inmiddels al geruime tijd op de open afdeling van [naam locatie] . Ten aanzien van betrokkene zijn geen dwangmaatregelen opgelegd. Betrokkene neemt de voorgeschreven medicatie in en de verwachting is dat hij, wanneer sprake blijft van een positieve ontwikkeling, snel kan doorstromen naar een zelfstandig appartement op het terrein van [naam locatie] . De rechtbank kan, uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, afleiden dat betrokkene niet dusdanig gevaar veroorzaakt dat een gedwongen opname noodzakelijk is. Een voortgezette machtiging is een dwangmaatregel waar uiterst zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Door oplegging van deze maatregel kan iemand tegen zijn wil in worden opgenomen op een gesloten afdeling van een psychiatrische kliniek. Van een opname in een gesloten kader is bij betrokkene echter al geruime tijd geen sprake meer. De rechtbank zal het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf dan ook afwijzen. Ten aanzien van de verzochte voorwaardelijke machtiging overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de door haar gehouden verhoren en verkregen inlichtingen tot de overtuiging gekomen dat betrokkene is gestoord in zijn geestvermogens en dat de stoornis van de geestvermogens, met name te weten overige (incl. ongespecificeerde) psychotische stoornissen, de betrokkene gevaar doet veroorzaken. De rechtbank is van oordeel dat het gevaar, met name het gevaar dat betrokkene maatschappelijk ten onder gaat, buiten een psychiatrisch ziekenhuis slechts door het stellen en naleven van voorwaarden kan worden afgewend.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het behandelingsplan is opgesteld door de behandelaar na overleg met betrokkene en dat betrokkene zich onder behandeling stelt van de behandelaar, overeenkomstig het behandelingsplan en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden.

Betrokkene heeft zich bereid verklaard tot naleving van de voorwaarden. Redelijkerwijs is aan te nemen dat betrokkene de voorwaarden zal naleven, dit blijkt uit hetgeen ter zitting is besproken en door de ondertekening van het behandelplan.

In de stukken wordt mededeling gedaan van het psychiatrisch ziekenhuis dat bereid is betrokkene op te nemen als deze de voorwaarden niet naleeft of het gevaar niet langer buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend door de naleving van de voorwaarden. De rechtbank zal het verzoek tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging dan ook toewijzen. Anders dan de advocaat van betrokkene ter zitting heeft betoogd, ziet de rechtbank geen aanleiding om de duur van de voorwaardelijke machtiging te beperken.

De beslissing

De rechtbank:

verleent een voorwaardelijke machtiging voor de duur van 6 maanden, tot en met 18 augustus 2019;

bepaalt dat voor betrokkene de voorwaarde geldt dat hij zich onder behandeling stelt van de behandelaar overeenkomstig het behandelingsplan d.d. 24 december 2018 en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden;

- betrokkene neemt de medicatie volgens voorschrift in;

- betrokkene werkt mee aan laboratoriumcontroles;

- betrokkene komt, als hij weer thuis woont, afspraken zoals huisbezoeken met zijn ambulante behandelaren na;

wijst het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is op 18 februari 2019 mondeling gegeven door mr. P.A.M. Wijffels, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van D. van Garderen als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op