Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:856

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
12-03-2019
Zaaknummer
C/16/448986 / HA ZA 17-767
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

inbreuk auteursrecht, verwijzing naar de schadestaatprocedure afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/448986 / HA ZA 17-767

Vonnis van 27 februari 2019

in de zaak van

de stichting

STICHTING VAM, OPLEIDINGSINSTITUUT VOOR HET MOTORVOERTUIG-, TWEEWIELER EN AANVERWANT BEDRIJF,

gevestigd te Nieuwegein,

eiseres,

advocaat mr. I.I.L. Jansen te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BIKEFLEX B.V.,

gevestigd te Zeist,

gedaagde,

advocaat mr. J.B.A. Jansen te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna Innovam en Bikeflex genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 24 januari 2018,

  • -

    de akte van Innovam betreffende overlegging van de producties 17 tot en met 19,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 mei 2018,

  • -

    de akte van Innovam betreffende een nadere conclusie na dataseparatie, wijziging van eis en overlegging van de producties 20 tot en met 25,

  • -

    de akte van Bikeflex betreffende een nadere conclusie van antwoord na dataseparatie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Innovam is actief als opleider in de mobiliteitsbranche en geeft advies en verzorgt trainingen op het gebied van (bedrijfs)auto- en tweewielertechniek, aftersales, management en HRM. Onder de naam Tweewieler Academy verzorgt zij opleidingen op het gebied van tweewielertechniek. Zij heeft eigen opleidingsmodules ontwikkeld voor de opleiding tot fietstechnicus.

2.2.

Bikeflex is actief als opleider en begeleider van fietstechnici en als intermediair voor personeel in de tweewielerbranche. Onder de naam Bikeflex Academy verzorgt zij onder meer opleidingen tot basis fietstechnicus. Bikeflex is onderdeel van Maintec B.V.

2.3.

Eind 2013 hebben Innovam en Maintec/Bikeflex een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de duur van een jaar betreffende de instroom en begeleiding van BBL-leerlingen. Hun samenwerking was erop gericht leerlingen te werven, op te leiden tot fietstechnicus en te plaatsen bij leerbedrijven. Onderdeel van de afspraken was dat de leerlingen na het volgen van een intern trainingsprogramma bij (leermeesters van) Bikeflex een aantal opleidingsdagen volgden bij (leermeesters van) de Tweewieler Academy van Innovam, waarna zij examen konden doen. De leermeesters van Innovam verstrekten in dit kader lesmateriaal aan de leermeesters van Bikeflex en leidden hen ook op. Bikeflex betaalde maandelijks per leerling een bedrag aan Innovam voor het gegeven onderwijs en lesmateriaal. Bikeflex schafte zelf Innovam lesboeken aan. Maintec betaalde maandelijks aan Innovam een instroomvergoeding voor geplaatste leerlingen.

2.4.

Na afloop van de overeenkomst hebben partijen hun samenwerking voortgezet. Bikeflex maakte na verloop van tijd steeds minder gebruik van de leermeesters van Innovam, omdat de leermeesters van Bikeflex de leerlingen zelf konden begeleiden. Bikeflex werkt inmiddels samen met een andere partij.

2.5.

Innovam heeft in mei 2017 naar aanleiding van een e-mail van een oud cursist van Bikeflex die daarvan melding maakte, geconstateerd dat Bikeflex delen van lesmateriaal van Innovam aan haar cursisten ter beschikking stelde, waaronder sheets/hand-outs, hoofdstukken uit Innovam lesboeken en werkopdrachten. Innovam heeft daarop conservatoir bewijsbeslag gelegd onder Bikeflex. Innovam heeft inzage gekregen in het fysiek aangetroffen materiaal (twee exemplaren van het Innovam lesboek en een pakket papieren kopieën) en - na selectie door de deurwaarder - ook in een selectie van (kopieën van) de beslagen digitale bestanden.

2.6.

Bikeflex heeft na sommatie het gebruik van (kopieën van) lesmateriaal van Innovam gestaakt onder voorbehoud van rechten. Zij heeft geen onthoudingsverklaring getekend.

3 Het geschil

3.1.

Innovam vordert na eiswijzigingen, waartegen Bikeflex geen bezwaar heeft gemaakt - samengevat - dat de rechtbank:

1. voor recht verklaart dat Bikeflex inbreuk maakt dan wel heeft gemaakt op door Innovam ontwikkelde lesmaterialen, onder meer door het ‘Bikeflex lesboek’ te verhandelen en anderszins openbaar te maken, en dat Bikeflex aansprakelijk is voor de daardoor door Innovam geleden en nog te lijden schade en deze aan haar dient te vergoeden,

2. Bikeflex gebiedt iedere inbreuk op de door Innovam ontwikkelde lesmaterialen te staken en gestaakt te houden, waaronder de verhandeling, de verkoop en/of het in gebruik geven aan cursisten of anderszins gebruiken van het ‘Bikeflex lesboek’,

3. Bikeflex gebiedt aan de advocaat van Innovam te doen toekomen een door een onafhankelijke accountant dan wel gediplomeerde administrateur gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van:

  1. het aantal (delen van) inbreukmakende werken, waaronder het ‘Bikeflex lesboek’ dat Bikeflex heeft verhandeld, in gebruik heeft gegeven en/of anderszins heeft gebruikt of verkocht,

  2. de identiteit van de professionele afnemers daarvan, onder overlegging van kopieën van de betreffende facturen en mededeling van de bedrijfsgegevens,

  3. de daarmee behaalde omzet en winst,

4. Bikeflex veroordeelt tot vergoeding van de door Innovam als gevolg van de inbreuk geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat, of - ter keuze van Innovam - vast te stellen op de door Bikeflex behaalde winst dan wel op de door Innovam becijferde schade ad € 156.549,24 voor zover dit bedrag hoger is dan die winst, te vermeerderen met de wettelijke rente,

5. Bikeflex gebiedt op de homepage van haar website de volgende rectificatie te plaatsen: “Geachte relatie,

In het Bikeflex lesboek dat door ons is aangeboden en verhandeld in het kader van de door ons aangeboden opleiding tot fietstechnicus zijn zonder de toestemming van Innovam diverse onderdelen van lesmateriaal van Innovam opgenomen. De rechter heeft bij vonnis van [vermelden datum vonnis] bepaald dat dit gebruik van het lesmateriaal van Innovam door Bikeflex onrechtmatig is en inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van Innovam.

Wij zullen het Bikeflex lesboek voor de opleiding tot fietstechnicus in de huidige vorm dan ook niet meer aanbieden en leveren. Eventuele orders zullen derhalve als niet-geplaatst worden beschouwd. Wij bieden onze excuses aan voor het ongemak.

Directie Bikeflex B.V.”

6. Bikeflex veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag of deel daarvan dat zij een of meer van de onder 2 tot en met 5 gevorderde bevelen niet (geheel) nakomt,

7. Bikeflex veroordeelt in de proceskosten ex 1019h Rv, waaronder begrepen de kosten van beslaglegging en gerechtelijke bewaring, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Innovam legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Bikeflex, zonder toestemming en zonder betaling van enige vergoeding, stukken tekst uit door Innovam ontwikkeld lesmateriaal heeft overgenomen in haar eigen lesmateriaal en dit openbaar heeft gemaakt door het op grote schaal voor haar eigen opleiding te gebruiken en te vermarkten. Daardoor heeft Bikeflex inbreuk gemaakt op de aan Innovam toekomende auteurs- en persoonlijkheidsrechten op het door haar ontwikkelde lesmateriaal en onrechtmatig jegens Innovam gehandeld, omdat Bikeflex als concurrent op ongeoorloofde wijze voordeel heeft genoten uit het gebruik van lesmateriaal van Innovam. Innovam lijdt hierdoor schade, bestaande uit onder meer (dreigende) reputatieschade en vermogensschade en die schade moet Bikeflex aan haar vergoeden.

3.3.

Bikeflex voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Innovam in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Innovam in de proceskosten ex 1019h Rv, waaronder begrepen de beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.4.

Bikeflex betwist het gestelde inbreukmakende en onrechtmatige handelen. Zij voert aan dat zij slechts op beperkte schaal gebruik heeft gemaakt van lesmateriaal van Innovam voor haar opleiding en dat dat materiaal in het kader van de overeengekomen samenwerking voor dat doel door leermeesters van Innovam aan leermeesters van Bikeflex ter beschikking is gesteld, zodat sprake was van toestemming van Innovam voor dat gebruik. Verder maakt Bikeflex al geruime tijd geen gebruik meer van (het verouderde) lesmateriaal van Innovam en heeft zij dat ook nooit commercieel verhandeld. Bikeflex betwist ook het bestaan en de omvang van de door Innovam gestelde schade.

3.5.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter beoordeling ligt voor of Bikeflex jegens Innovam schadeplichtig is op grond van een aan Bikeflex toe te rekenen inbreuk op auteursrechten van Innovam.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat aan het lesmateriaal van Innovam auteursrechtelijke bescherming toekomt en dat Innovam de auteursrechthebbende daarop is.

4.3.

Op grond van artikel 1 Auteurswet (Aw) heeft Innovam als auteursrechthebbende het uitsluitend recht om dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dit in beginsel alleen met voorafgaande toestemming van Innovam, tenzij zij zich op een beperking van de Auteurswet kunnen beroepen. Dat laatste is in dit geval niet gesteld of gebleken. Verder komt Innovam als auteursrechthebbende op grond van artikel 25 lid 1 Aw in beginsel het recht toe om zich te verzetten tegen openbaarmaking van het werk zonder vermelding van haar naam of onder een andere naam en tegen wijziging, verminking en/of andere aantasting van het werk.

4.4.

Vast staat dat leermeesters van Innovam in het kader van de met Maintec/Bikeflex gesloten samenwerkingsovereenkomst aan leermeesters van Bikeflex lesmateriaal hebben verstrekt in de vorm van sheets en hand-outs en dat Bikeflex per leerling een vergoeding heeft betaald aan Innovam voor dit lesmateriaal in combinatie met het gegeven onderwijs. Verder heeft Bikeflex zelf tien fysieke lesboeken van Innovam aangeschaft. Op grond van de samenwerkingsovereenkomst had Bikeflex toestemming om het door Innovam verstrekte materiaal te gebruiken in het kader van haar opleiding. Naar het oordeel van de rechtbank had Bikeflex geen toestemming om dit materiaal na het einde van de samenwerking verder te blijven gebruiken. Dit blijkt niet uit de samenwerkingsovereenkomst zelf en ook niet uit de wijze waarop daaraan uitvoering werd gegeven. Er werd immers per cursist afgerekend en dat impliceert niet dat er na betaling voor onbepaalde tijd vrij gebruik van het materiaal mocht worden gemaakt. Om die reden heeft Bikeflex ook niet mogen veronderstellen dat die toestemming er wel was. Ook had Bikeflex van Innovam geen toestemming gekregen om (delen van) het lesboek van Innovam in te scannen, op te slaan en te verspreiden, zoals door haar ook is erkend.

4.5.

Gebleken is dat Bikeflex de inhoud van het lesboek van Innovam (twee mappen met in totaal circa 1.000 pagina’s), sheets en hand-outs heeft ingescand en op haar T-schijf heeft opgeslagen en bewaard. Bikeflex heeft haar leerlingen de mogelijkheid geboden om dit materiaal op een USB-stick te zetten voor thuisgebruik en van die mogelijkheid is gebruik gemaakt. Dit materiaal was ten tijde van de beslaglegging ook aanwezig op de cursuslocatie. Verder heeft Bikeflex onderdelen uit het digitaal gemaakte lesboek van Innovam opgenomen in een bestand op haar T-schijf met de naam ‘lesboek compleet’ (door Innovam ‘Bikeflex lesboek’ genoemd). Dit document bestaat uit 46 pagina’s. Op circa 17 pagina’s daarvan is tekst aangetroffen die vrijwel letterlijk is overgenomen uit het Innovam lesboek. Door zo te handelen heeft Bikeflex het lesmateriaal van Innovam ruimer gebruikt dan haar was toegestaan en zodoende het auteursrecht van Innovam op het lesmateriaal geschonden en onrechtmatig jegens Innovam gehandeld op grond waarvan zij schadeplichtig is. Nu Bikeflex haar inbreukmakende handelen niet heeft erkend, heeft Innovam belang bij de onder 1. gevorderde verklaring voor recht op dit punt en het onder 2. gevorderde verbod tot het staken van dat handelen. Die vorderingen zijn in zoverre toewijsbaar. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd.

4.6.

Innovam vordert om Bikeflex te veroordelen de schade te vergoeden die Innovam als gevolg van het inbreukmakende handelen heeft geleden en nog zal lijden, nader op te maken bij staat dan wel vast te stellen op de door Bikeflex met de verhandeling van het ‘Bikeflex lesboek’ behaalde winst of op het door Innovam becijferde bedrag van

€ 156.549,24 ter vergoeding van door haar gederfde winst op haar lesboeken en gemiste licentievergoeding voor het gebruik van het ondersteunende lesmateriaal. Deze vordering komt niet voor toewijzing in aanmerking om de volgende redenen.

4.7.

De rechtbank is van oordeel dat Innovam onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld en onderbouwd op grond waarvan kan worden aangenomen dat zij als gevolg van de geconstateerde inbreuk de door haar gestelde schade heeft geleden. Uit niets blijkt dat Bikeflex na het einde van de samenwerking met Innovam lesmateriaal van Innovam op grote schaal voor haar opleiding heeft gebruikt en/of heeft vermarkt dan wel in haar eigen cursusmateriaal heeft overgenomen, zoals Innovam stelt en Bikeflex betwist. Het in 4.5. genoemde inbreukmakende materiaal is alleen aangetroffen op de T-schijf van Bikeflex en - met uitzondering van het ‘Bikeflex lesboek’ - ook op een USB-stick van een cursist die in april 2016 de opleiding tot fietstechnicus bij Bikeflex heeft gevolgd en in het leslokaal van Bikeflex. Volgens Bikeflex werd het ‘Bikeflex lesboek’ alleen door de leermeesters gebruikt als naslagwerk in de zin van leidraad voor de lesmethode en lesvolgorde. Het aangetroffen materiaal behoorde niet standaard tot het lesmateriaal van de opleiding van Bikeflex en werd door haar ook niet meer gebruikt, omdat het verouderd materiaal betreft, de opleiding steeds meer is gericht op moderne en elektrische fietsen, waar het materiaal niet op ziet, en Bikeflex is gaan samenwerken met een andere partij, die actuele lesboeken voor haar samenstelt. Verder is het materiaal slechts aan enkele leerlingen op USB-stick verstrekt en door hen niet tot nauwelijks gebruikt. Dit alles is door Innovam niet dan wel onvoldoende weersproken. Bewijs waaruit blijkt dat Bikeflex het zogenoemde ‘lesboek compleet’ al dan niet tegen betaling met derden heeft gedeeld, is er niet. Bewijs waaruit blijkt dat Bikeflex aan al haar leerlingen lesmateriaal van Innovam op USB-stick heeft verstrekt is er evenmin. Daar komt bij dat Bikeflex ter zitting heeft verklaard dat haar cursisten nauwelijks gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om het lesboek van Innovam in te zien en dat zij dat lesboek ook nooit zelf zouden hebben gekocht. Dit, omdat het gaat om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en met beperkte financiële middelen, die vooral met hun handen leren en doorgaans ook niet voor de opleiding betalen. Bikeflex ontvangt pas na hun detachering een vergoeding. Dit is door Innovam niet weersproken.

4.8.

Gelet op het voorgaande valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat alle cursisten van Bikeflex het lesboek van Innovam zouden hebben aangeschaft als het inbreukmakende handelen van Bikeflex niet had plaatsgehad. Uit de overgelegde stukken blijkt ook niet dat er voor cursisten van Bikeflex een verplichting bestond om zelf het lesboek van Innovam aan te schaffen. Evenmin valt in te zien dat Bikeflex winst heeft genoten uit verhandeling, verstrekking, verkoop en/of licentiering of anderszins gebruik van materiaal van Innovam dan wel dat Innovam ter zake enige omzet heeft gederfd. Innovam kan daarom niet worden gevolgd in haar betoog dat Bikeflex gehouden is tot vergoeding van door haar geleden schade, vast te stellen op de door Bikeflex ter zake behaalde winst dan wel op het door Innovam aan de hand van haar omzet per lesboek becijferde bedrag van

€ 156.549,24. Het onder 4. gevorderde moet in zoverre worden afgewezen. Nu Innovam ook de mogelijkheid dat door haar schade is geleden of zal worden geleden niet aannemelijk heeft weten te maken, moet de onder 4. gevorderde veroordeling tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat eveneens worden afgewezen.

4.9.

Verder geldt dat bij deze stand van zaken de onder 3. gevorderde veroordeling tot het afleggen van rekening en verantwoording en de onder 5. gevorderde veroordeling tot het plaatsen van een rectificatie bij gebrek aan belang moeten worden afgewezen.

4.10.

Het is op zichzelf begrijpelijk dat Innovam gealarmeerd was na de e-mail van de oud-cursist van Bikeflex waarin werd gemeld dat lesmateriaal van Innovam aan cursisten van Bikeflex werd verstrekt. Mede gelet op de eerdere samenwerking tussen partijen had het echter op de weg van Innovam gelegen om eerst contact daarover op te nemen met Bikeflex en om nader feitenonderzoek te doen alvorens over te gaan tot het leggen van bewijsbewijs ten laste van Bikeflex met alle impact en kosten van dien. Van het vermoedde verdienmodel van Bikeflex met het lesmateriaal van Innovam is in werkelijkheid niets gebleken.

4.11.

Nu partijen - na vergelijking van de door Innovam ingestelde vorderingen met hetgeen bij dit vonnis wordt toegewezen - als over en weer deels in het ongelijk gesteld moeten worden aangemerkt, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat Bikeflex inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Innovam op het door haar ontwikkelde lesmateriaal voor de opleiding tot fietstechnicus en dat Bikeflex ter zake schadeplichtig is jegens Innovam,

5.2.

gebiedt Bikeflex onmiddellijk na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten van Innovam op het door haar ontwikkelde lesmateriaal voor de opleiding tot fietstechnicus te staken en gestaakt te houden,

5.3.

veroordeelt Bikeflex om aan Innovam een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.2. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2019.1

1 type: ID/4198