Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:833

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-02-2019
Datum publicatie
28-02-2019
Zaaknummer
7324904 UT VERZ 18-23641
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking op verzoek verwerping nalatenschap namens minderjarigen ex artikel 4:193 BW. De Europese Erfrechtverordening is van toepassing. Verzoekers worden in de gelegenheid gesteld om een document uit Polen te overleggen waaruit blijkt dat nalatenschap aldaar is verworpen door het/de kind(eren) erflater.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0071
JERF 2019/77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7324904 UT VERZ 18-23641

Beschikking d.d. 20 februari 2018

inzake het verzoek van

[verzoekster] en [verzoeker] ,

wonende aan de [adres] in [woonplaats] , gemeente De Ronde Venen,

verder te noemen verzoekers.

Het verzoek strekt tot machtiging betreffende het vermogen van de minderjarigen:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [2002] , en

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [2004] ,

beide wonende aan de [adres] in [woonplaats] , verder te noemen de minderjarigen.

Het verzoek heeft betrekking op de nalatenschap van:

[erflater] , geboren te [geboorteplaats] op [1966] , overleden te [woonplaats] op [2018] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.

Verzoekers hebben het verzoek gedaan in hun hoedanigheid van ouders.

1 De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoekschrift, ingekomen op 11 oktober 2018;

  • -

    de brieven van verzoekers, ingekomen op 29 november 2018 en 23 januari 2019.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 6 februari 2019. Hierbij zijn verzoekers verschenen.

2 De overwegingen van de kantonrechter

2.1.

Verzoekers vragen de kantonrechter op grond van artikel 4:193 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) machtiging om de nalatenschap van erflater namens de minderjarigen te mogen verwerpen.

Bevoegdheid en toepasselijk recht

2.2.

Allereerst moet worden beoordeeld of de kantonrechter bevoegd is om het verzoek te behandelen en welk recht van toepassing is. Uit de stukken blijkt namelijk dat erflater jarenlang in Polen heeft gewoond, maar dat hij ten tijde van zijn overlijden in Nederland woonde.

2.3.

Op 17 augustus 2015 is de Europese Erfrechtverordening (650/2012), verder te noemen de verordening, in werking getreden. Erflater is overleden op [2018] zodat de verordening van toepassing is. Op grond van artikel 4 van de verordening zijn de gerechten van de lidstaat van de gewone verblijfplaats van de overledene, bevoegd om uitspraak te doen over de erfopvolging in haar geheel. Daarom moet eerst worden vastgesteld waar erflater zijn gewone verblijfplaats had. Ter terechtzitting hebben verzoekers hierover desgevraagd te kennen gegeven dat erflater ruim 20 jaar in Polen heeft gewoond en gewerkt. De goederen van de nalatenschap waaronder twee onroerende zaken en een onderneming bevinden zich ook in Polen. Erflater was van plan om zich te vestigen in Nederland, onder meer omdat hij ernstig ziek was, aldus verzoekers ter terechtzitting. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat erflater met ingang van [2018] is ingeschreven in Nederland ( [woonplaats] ). Kort daarna, namelijk op [2018] , is hij overleden. De kantonrechter is gelet op voormelde omstandigheden waarbij erflater meer dan 20 jaar in Polen heeft gewoond en aldaar de goederen van de nalatenschap zich bevinden van oordeel dat de gewone verblijfplaats van erflater Polen is. Dit betekent dat in de onderhavige zaak het Poolse gerecht bevoegd is. Op basis van artikel 21 lid 1 van de verordening is op de erfopvolging in het geheel Pools erfrecht van toepassing is.

2.4.

Op grond van artikel 13 van de verordening is naast het gerecht dat bevoegd is (in casu het Poolse gerecht) ook bevoegd het gerecht van de gewone verblijfplaats van degene die een verklaring tot aanvaarding of verwerping van een nalatenschap wil afleggen (in casu het Nederlandse gerecht). Dat artikel bepaalt namelijk:

“ Naast het gerecht dat overeenkomstig deze verordening bevoegd is om uitspraak over de erfopvolging te doen, zijn de gerechten in de lidstaat van de gewone verblijfplaats van eenieder die krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht voor een gerecht een verklaring kan afleggen betreffende de aanvaarding of verwerping van een nalatenschap, een legaat of een wettelijk erfdeel, of een verklaring mag afleggen die als doel heeft zijn aansprakelijkheid te beperken ten aanzien van de schulden van de nalatenschap, bevoegd om dergelijke verklaringen in ontvangst te nemen, indien deze verklaringen volgens het recht van die lidstaat in rechte mogen worden afgelegd.”

In de preambule van de verordening onder randnummer 32 is hierover het volgende toegelicht:

“ Wie gebruik wil maken van de mogelijkheid verklaringen af te leggen in de lidstaat van de gewone verblijfplaats, moet het gerecht of de autoriteit die de erfopvolging behandelt, binnen de termijn die in het op de erfopvolging toepasselijke recht is bepaald, ervan in kennis stellen dat dergelijke verklaringen bestaan”

In de preambule van de verordening onder randnummer 33 staat vervolgens:

“Het dient niet mogelijk te zijn dat een persoon, die zijn aansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap wil beperken, dit kan doen door middel van een gewone verklaring die wordt afgelegd voor de gerechten of de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van zijn gewone verblijfplaats, indien hij volgens het op de erfopvolging toepasselijke recht bij het bevoegde gerecht een specifieke procedure, bijvoorbeeld een „inventarisprocedure”, moet inleiden. Derhalve mag in dat geval een verklaring die door iemand in de lidstaat van zijn gewone verblijfplaats in de aldaar voorgeschreven vorm wordt afgelegd, niet als formeel geldig voor de toepassing van deze verordening worden beschouwd. Ook mogen de stukken die het geding inleiden niet worden beschouwd als verklaringen voor de toepassing van deze verordening”

2.5.

De kantonrechter overweegt dat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen Nederland ( [woonplaats] ) is zodat zij bevoegd is om het voorliggende verzoek tot verwerping te behandelen. Ter terechtzitting is gebleken dat verzoekers geen stappen hebben ondernomen om de nalatenschap (namens de minderjarigen) in Polen te verwerpen. Een verklaring dat het Poolse gerecht op de hoogte is van deze procedure zoals genoemd in de preambule van de verordening onder randnummer 32 is derhalve niet overgelegd. Dat betekent dat de situatie zich kan voordoen zoals omschreven in de preambule van de verordening onder randnummer 33, namelijk dat verzoekers met machtiging van de kantonrechter de nalatenschap namens de minderjarigen verwerpen maar dat dit niet als formeel geldig wordt beschouwd in Polen. Dit heeft de kantonrechter verzoekers ter terechtzitting voorgehouden.

2.6.

De kantonrechter ziet onder gegeven omstandigheden en met inachtneming van de doelstelling van de verordening, namelijk het vergemakkelijken van erfrechtprocedures met een Europees karakter, aanleiding om het voorliggende verzoek te behandelen zonder dat het Poolse gerecht hiervan op de hoogte is. Het Nederlandse recht zal hierop worden toegepast. Artikel 13 van de verordening bepaalt namelijk dat een erfgenaam de verklaring voor zijn keuze kan afleggen bij het gerecht van zijn gewone verblijfplaats indien deze verklaringen volgens het recht van die lidstaat in rechte mogen worden afgelegd. Volgens het recht van deze lidstaat (Nederland) kunnen verzoekers de nalatenschap namens de minderjarigen met machtiging van de kantonrechter verwerpen.

Verwerping nalatenschap

2.7.

Dat betekent dat de kantonrechter moet beoordelen of het in het belang van de minderjarigen is om de nalatenschap van erflater te verwerpen. Verwerping wordt in het belang van de minderjarigen geacht indien voldoende is onderbouwd dat de nalatenschap negatief is.

2.8.

Verzoekers stellen dat de nalatenschap van erflater negatief is. Ter onderbouwing daarvan overleggen zij Poolse documenten en correspondentie met de meerderjarige zoon van erflater ( [zoon 1] ) die in Polen woont en de moeder van de minderjarige zoon ( [zoon 2] ) die eveneens in Polen woont. Daaruit zou blijken dat de nalatenschap onder meer bestaat uit twee onroerende zaken met waarden die lager zijn dan de waarden van de hypothecaire geldleningen waarmee deze zijn belast. Er zou een restschuld zijn van omgerekend

€ 116.418,--. Voorts blijkt uit een bankafschrift dat het saldo op de bankrekening van het bedrijf van erflater minus € 16.018,-- bedraagt, aldus verzoekers. [zoon 1] heeft verzoekers kenbaar gemaakt dat hij de nalatenschap van erflater zal verwerpen in Polen omdat deze negatief is. Een verklaring dat [zoon 1] de nalatenschap daadwerkelijk heeft verworpen ontbreekt vooralsnog. De moeder van [zoon 2] heeft verzoekers bericht dat zij de nalatenschap namens [zoon 2] inmiddels heeft verworpen in Polen. Reden voor verwerping is eveneens dat de nalatenschap negatief is. Bij brief van 21 januari 2019 sturen verzoekers de eerste pagina van een kopie van een Pools document toe, waaruit de verwerping door [zoon 2] zou moeten blijken. Ter terechtzitting hebben verzoekers de tweede en laatste pagina van dit document overgelegd. Indien de nalatenschap van erflater is verworpen door zijn kinderen en vervolgens door zijn moeder en zussen (verzoekster is de zus van erflaatster), zou de nalatenschap via plaatsvervulling toekomen aan de minderjarigen, aldus verzoekers.

2.9.

De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de toegestuurde Poolse documenten over de waarde van de nalatenschap is de kantonrechter niet gebleken dat de nalatenschap negatief is. In de correspondentie wordt wel gesteld dat de nalatenschap negatief is en worden bedragen genoemd, maar dit wordt niet onderbouwd met de toegestuurde Poolse documenten. In twee documenten, mogelijk over de twee onroerende zaken, staat de naam van erflater maar de betekenis van de documenten is onduidelijk en de genoemde bedragen zijn hieruit niet te herleiden. Voorts lijkt er een bankafschrift te zijn overgelegd op naam van “ [naam] ” met een negatief saldo. Dat dit de onderneming van erflater is zoals verzoekers stellen wordt niet onderbouwd met stukken.

2.10.

Evenwel zou er voor de kantonrechter aanleiding kunnen zijn om aan te nemen dat de nalatenschap negatief is als zou blijken dat de kinderen van erflater de nalatenschap hebben verworpen. Een dergelijke verwerping zou kunnen betekenen dat de nalatenschap door plaatsvervulling aan de minderjarigen toekomt. Verzoekers stellen dat zij de akte van verwerping van [zoon 2] hebben toegestuurd. Bij nadere bestudering van het betreffende Poolse document blijkt echter dat dit een geboorteakte is. Derhalve staat niet vast dat (één van) de kinderen van erflater zijn nalatenschap heeft verworpen. De kantonrechter zal verzoekers in de gelegenheid stellen om hun verzoek binnen drie maanden aan te vullen met een (vertaald) stuk waaruit blijkt dat de nalatenschap van erflater is verworpen door (één van) zijn kinderen. De beslissing op het verzoek zal worden aangehouden in afwachting van deze stukken.

3 De beslissing

De kantonrechter:

stelt verzoekers tot 20 mei 2019 in de gelegenheid om hun verzoek aan te vullen met een (vertaald) stuk waaruit blijkt dat de nalatenschap van erflater is verworpen door (één van) zijn kinderen;

houdt iedere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2019, in tegenwoordigheid van mr. R.H.M. den Ouden, de griffier.

.