Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:809

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
26-02-2019
Zaaknummer
16/652688-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 24-jarige man uit Roemenië is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor het stelen van zonnepanelen. In september vorig jaar heeft hij 180 zonnepanelen uit een zonnepanelenpark in Emmeloord gestolen.

In de vroege ochtend van maandag 17 september merkte een getuige een bestelbus op. Hij werd wakker van zijn wekker en zag op dat moment de bestelbus van het terrein van het zonnepanelenpark wegrijden. Het viel hem op dat het hek van het terrein openstond, terwijl hij zeker wist dat de avond daarvoor het terrein nog afgesloten was. Een uur later zag de getuige dezelfde bestelbus, met een Bulgaars kenteken, bij een tankstation langs de A6 staan. Hij zag dat er meerdere mannen rondom het voertuig stonden en besloot om de bestelbus te volgen. De gealarmeerde politie heeft het voertuig laten stoppen en vond in de laadruimte van de bestelbus 180 zonnepanelen.

Er is aangifte gedaan van diefstal van 180 zonnepanelen van het zonnepark. Alleen het feit dat de bestuurder met 180 zonnepanelen staande is gehouden, is niet voldoende om hem te veroordelen voor de diefstal. De man heeft aan de andere kant geen geloofwaardige verklaring kunnen geven voor het bezit van dat aantal zonnepanelen. In combinatie met het feit dat zijn bestelbus die nacht is gezien bij het zonnepanelenpark en het relatief geringe tijdverloop tot zijn aanhouding, stelt de rechtbank vast dat de zonnepanelen in de bestelbus de gestolen panelen uit Emmeloord zijn en dat de bestuurder deze heeft weggenomen. Hoewel de man tijdens zijn aanhouding alleen in de bestelbus zat, stelt de rechtbank vast dat hij de diefstal in vereniging gepleegd heeft. De zonnepanelen zijn heel secuur gedemonteerd en zijn onbeschadigd gebleven. Dit kan in de korte tijd die men op het terrein was niet door één persoon gedaan zijn. Daarnaast heeft de getuige bij het tankstation meerdere personen rondom de bestelbus gezien.

De verdachte, en zijn mededaders, zijn secuur en goed voorbereid te werk gegaan. De rechtbank gaat er vanuit dat de diefstal geen impulsieve actie was. Het gaat om een gerichte, goed voorbereide, actie. Door het plegen van dit feit heeft verdachte laten zien geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van een ander. De rechtbank rekent dit de verdachte aan. De zonnepanelen waren onbeschadigd en zijn na de diefstal weer teruggeplaatst in het park.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/652688-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 26 februari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1994] te [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 18 december 2018 en 12 februari 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Zijlstra en van hetgeen de raadsvrouw mr. A. Petrescu, advocaat te Amsterdam, namens verdachte, alsmede hetgeen de heer [A] namens de benadeelde partij naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair

op 17 september 2018 te Emmeloord samen met anderen 180 zonnepanelen toebehorende aan [bedrijf] B.V. en/of [A] heeft gestolen door middel van braak of verbreking;

subsidiair

op 17 september 2018 te Emmeloord 180 zonnepanelen in het bezit heeft gehad waarvan hij wist dat deze goederen door een misdrijf waren verkregen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Aangever [A] heeft namens [bedrijf] B.V. aangifte gedaan van diefstal van 180 zonnepanelen op 17 september 2018 aan de [adres] te [vestigingsplaats] .2 Hij heeft de lege plekken geteld en mist 180 zonnepanelen.3

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij aan de [adres] te [vestigingsplaats] woont in de nabijheid van het zonnepanelenpark.4 Op maandag 17 september 2018 werd hij om 03.30 uur wakker van de wekker. Op een gegeven moment hoorde hij een auto afremmen. Hij zag een grote Iveco bus vanaf zijn erf komen. Op dat moment zag hij dat de lichten van de Iveco bus aangingen. Hij zag dat het hek van het zonnepanelenpark openstond. Gisteravond had hij nog gezien dat het hek dicht was. Even later reed hij over de A6 in de richting van Amsterdam en zag hij bij het tankstation op de A6 net voor Urk diezelfde Iveco bus staan, die hij van zijn erf had zien rijden. De getuige weet dat 100 procent zeker. Hij zag dat er meerdere mannen rondom die Iveco bus stonden. Toen de Iveco bus daar wegreed is hij erachteraan gereden. De getuige zag dat de Iveco bus zwaar beladen was. Ondertussen had de getuige de politie gebeld, want hij had het vermoeden dat de inzittende(n) van de Iveco bus zonnepanelen had(den) gestolen bij het zonnepanelenpark achter zijn woning. Hij is achter de bus aan blijven rijden totdat de politie de Iveco bus aan de kant zette. Hij zag dat er een persoon uit de bus stapte.

Op 17 september 2018 hebben verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar aanleiding van een melding van diefstal van zonnepanelen, omstreeks 04:40 uur, een Iveco bus met Bulgaars kenteken staande gehouden.5 De bestuurder is gevraagd uit te stappen en de achterdeuren van zijn bus te openen. Verbalisanten zagen vervolgens dat er in de bus een grote hoeveelheid zonnepanelen stond opgesteld. Hierop hebben zij de verdachte aangehouden. Verdachte bleek te zijn: [verdachte] , geboren [1994] te Roemenië.

Verdachte heeft op 17 september 2018 tegenover de politie verklaard dat hij sinds gisteravond in Nederland was.6 Hij heeft de bus van een vriend gehuurd. Verdachte heeft verklaard dat hij er als enige in heeft gereden sinds hij de bus heeft gehuurd.7

Bewijsoverwegingen

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 17 september 2018 omstreeks 03.30 uur aan de [adres] te [vestigingsplaats] 180 zonnepanelen zijn gestolen en dat verdachte is aangetroffen met 180 zonnepanelen in de laadruimte van zijn bus. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze diefstal in vereniging.

Diefstal

De rechtbank overweegt dat aan het enkele voorhanden hebben van de zonnepanelen nog niet de conclusie kan worden verbonden dat verdachte ook degene is geweest die de zonnepanelen heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang.8 Daarbij is het relevant of verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het voorhanden hebben van de gestolen goederen. De omstandigheid dat hij weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden, kan op zichzelf niet tot het bewijs bijdragen. Echter mag de rechter wel in zijn overwegingen betrekken dat de verdachte voor het voorhanden hebben van de goederen - welke omstandigheid op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen redengevend kan zijn voor het bewijs - geen aannemelijke, de redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven.9 Tevens is relevant het tijdsverloop tussen het moment van de diefstal en het aantreffen van verdachte met de gestolen goederen.

Verdachte heeft verklaard dat hij de bus van een vriend heeft gehuurd, in ieder geval een week geleden. Hij heeft daarmee vanuit Duitsland meubels vervoerd naar Roemenië.

Hij zou niet in de laadruimte van de bus hebben gekeken en was er dus niet van op de hoogte wat zich in de laadruimte bevond. Verder heeft hij verklaard dat hij de enige was die in de bus heeft gereden sinds hij de bus had gehuurd. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij er niet van op de hoogte was wat zich in de laadruimte van zijn bus bevond, niet geloofwaardig. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met deze verklaring geen ontzenuwende verklaring heeft afgelegd voor het bezit van de 180 gestolen zonnepanelen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat tussen het moment dat getuige [getuige] de bus van het zonnepanelenpark heeft zien rijden, te weten om omstreeks 03:30 uur en het moment waarop hij de melding bij de politie maakt dat hij de bus, die hij voor 100% herkent als de bus die hij kort daarvoor bij het zonnepanelenpark had gezien, weer ziet rijden, om 04.40 uur, slechts ruim een uur tijdverloop zit. Uit vaste jurisprudentie volgt dat dit tijdsverloop kan worden aangemerkt als kort tijdverloop. Daarbij komt dat het aantal bij verdachte aangetroffen zonnepanelen exact hetzelfde aantal is als dat is weggenomen bij het zonnepaneelpark. Ter zitting is namens de benadeelde partij bovendien ook aangegeven dat de aangetroffen panelen onbeschadigd en naadloos teruggeplaatst konden worden bij aangever. In combinatie met de overige reeds genoemde omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de bij verdachte aangetroffen zonnepanelen de weggenomen zonnepanelen betreffen en dat verdachte deze heeft weggenomen

In vereniging

De heer [A] heeft namens de benadeelde partij ter terechtzitting verklaard dat de zonnepanelen die [bedrijf] B.V. heeft terug gekregen niet waren beschadigd. Dit geldt ook voor de aansluitingen op het zonnepanelenpark. De heer [A] heeft voorts aangegeven dat vier werknemers van [bedrijf] B.V. een hele dag (in totaal dus 32 manuren) bezig zijn geweest om alle 180 zonnepanelen weer terug te plaatsen. De rechtbank leidt hieruit af dat het wegnemen van de panelen heel secuur is gebeurd en dat dit de nodige tijd in beslag moet hebben genomen. Gelet op het voorgaande, alsmede op de grote hoeveelheid zonnepanelen en de afmeting en het gewicht daarvan, die in de nacht van 17 september 2018 zijn weggenomen, stelt de rechtbank vast dat deze niet door één persoon kunnen zijn weggenomen. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat getuige [getuige] bij het tankstation een groep mannen rondom de bus heeft zien staan.

Gelet op genoemde omstandigheden, in samenhang bezien, staat voor de rechtbank buiten redelijke twijfel vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de 180 zonnepanelen in vereniging.

Braak, verbreking en/of inklimming

De tenlastelegging noemt als strafverzwarende omstandigheid dat de weggenomen zonnepanelen onder het bereik van de daders zijn gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming. De rechtbank vindt in het procesdossier geen ondersteuning voor dit deel van de tenlastelegging. Het wegnemen van de zonnepanelen vond – zoals hierboven reeds werd overwogen – op secure wijze plaats, ze waren onbeschadigd en konden naadloos worden teruggeplaatst bij aangever. Om die reden zal de rechtbank verdachte van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 17 september 2018 te Emmeloord, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 180 zonnepanelen, toebehorende aan [bedrijf] B.V.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt rekening dient te worden houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en aan hem een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Eventueel kan de rechtbank daar nog een voorwaardelijke straf aan toevoegen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging van 180 zonnepanelen. Gelet op het feit dat zowel de zonnepanelen als de aansluitingen niet zijn beschadigd volgt dat verdachte en zijn mededaders secuur en goed voorbereid (met het voor deze diefstal benodigde gereedschap) te werk zijn gegaan . Hieruit kan worden afgeleid dat het geen impulsieve actie betrof, maar een gerichte goed voorbereide actie, waarbij verdachte en zijn mededaders naar het zonnepanelenpark zijn gereden met als doel om een aanzienlijk aantal zonnepanelen weg te nemen. Diefstal is een hinderlijk feit en leidt tot financiële schade bij betrokkenen. Door het plegen van dit feit heeft verdachte laten zien geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het binnen de organisatie van de Rechtspraak bestaande Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht geven geen oriëntatiepunten voor een soortgelijke diefstal als de onderhavige. De rechtbank heeft om die reden acht geslagen op de oriëntatiepunten voor de verschillende soorten van inbraak. De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde kan worden geschaard onder inbraak vanaf een bedrijventerrein. De rechtbank heeft bij haar beslissing tevens acht geslagen op het feit dat verdachte een blanco justitiële documentatie heeft in Nederland.

Alles overwegende acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van de tijd dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht passend en geboden.

9 BENADEELDE PARTIJ

[bedrijf] B.V. heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.389,10 ter zake immateriële schade (de rechtbank begrijpt dat zij bedoelt materiële schade), ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met aftrek van de kosten die de directeur heeft gemaakt. Daarbij vordert de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. De benadeelde partij heeft slechts een opsomming gegeven van bedragen en daarmee is haar vordering onvoldoende onderbouwd.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij heeft volstaan met het geven van een opsomming van de schade die het bedrijf heeft geleden, bestaande uit 65 uren die door diverse werknemers zijn gespendeerd aan de aangifte van de diefstal en het ophalen en terugplaatsen van de zonnepanelen alsmede kosten van gereden kilometers. De rechtbank is van oordeel dat het voorgaande onvoldoende is onderbouwd om de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de vordering niet op de door de wet voorgeschreven wijze is ingediend. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen de kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op het artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals het artikel luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij

  • -

    verklaart [bedrijf] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. N.V.M. Gehlen, voorzitter, mrs. R.B. Eigeman en

M.J.A.L. Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.S. Salet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 februari 2019.

Mr. M.J.A.L. Beljaars is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 17 september 2018 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 180 zonnepanelen, althans een (grote) hoeveelheid zonnepanelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] B.V. en/of [A] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen zonnepanelen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair

hij op of omstreeks 17 september 2018 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, althans in het arrondissement Midden-Nederland, 180 zonnepanelen, althans een (grote) hoeveelheid zonnepanelen, in elk geval enig goed, heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 19 september 2018, genummerd 2018268698, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd I tot en met 110. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 27.

3 Pagina 28.

4 Pagina 34.

5 Pagina 37.

6 Pagina 24.

7 Pagina 25.

8 Hoge Raad 19 januari 2010, NJ 2010/475.

9 Hoge Raad 3 juni 1997, NJ 1997/584.