Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:6701

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-07-2019
Datum publicatie
29-01-2021
Zaaknummer
C/16/466846 / FA RK 18-5098
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

echtscheiding met nevenvoorzieningen

Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummers:

C/16/466846 / FA RK 18-5098 (echtscheiding met nevenvoorzieningen)

C/16/471165 / FA RK 18-6733 (verdeling gemeenschap)

Beschikking van 18 juli 2019

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. K.L.M. Kremer,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. M.R. Rauwerda.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

  • -

    het verzoekschrift van de man ingekomen bij de griffie op 7 september 2018;

  • -

    het verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken, van de vrouw;

  • -

    het verweerschrift van de man op de zelfstandige verzoeken van de man;

  • -

    het ouderschapsplan;

  • -

    de brief van 1 juli 2019 getekend door beide advocaten.

1.2.

De hierna te noemen minderjarige [voornaam van kind 1] is door de rechtbank bij brief van 20 juni 2019 in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hiervan heeft hij geen gebruik gemaakt.

1.3.

De behandeling van de zaak op de zitting van 4 juli 2019 heeft geen doorgang gevonden.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Partijen zijn op [trouwdatum] 1993 te [plaatsnaam] in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.

2.2.

Hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

2.3.

Zij hebben de Nederlandse nationaliteit.

2.4.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

  • -

    [kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [geboorteplaats 1] ;

  • -

    [kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats 1] ;

  • -

    [kind 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2010 te [geboorteplaats 1] .

Tevens hebben partijen twee meerderjarige kinderen:

  • -

    [kind 4] , geboren op [geboortedatum 4] 1996 te [geboorteplaats 2] ;

  • -

    [kind 5] , geboren op [geboortedatum 5] 1998 te [geboorteplaats 3] .

3 Beoordeling van het verzochte

Echtscheiding

3.1.

Partijen verzoeken de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De rechtbank zal dit verzoek op grond van de vaststaande feiten toewijzen.

Ouderschapsplan

3.2.

De rechtbank zal het ouderschapsplan hechten aan deze beschikking, zoals verzocht door partijen.

Kinderalimentatie

3.3.

Partijen zijn overeengekomen dat de man met ingang van 27 mei 2019 € 210,- per kind per maand zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen. De rechtbank zal beslissen zoals partijen dat zijn overeengekomen.

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap

3.4.

Partijen hebben overeenstemming bereikt over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Zij verzoeken de rechtbank:

“4. de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen, meer specifiek:

  • -

    te bepalen dat de kleding en lijfgoederen tussen partijen zijn verdeeld;

  • -

    te bepalen dat de inboedel tussen partijen is verdeeld, met uitzondering van de ladder die de vrouw nog aan de man dient af te geven. De man zal de ladder binnen 2 weken na heden bij de vrouw ophalen;

  • -

    te bepalen dat de (waarde van de) beleggingsverzekering bij [onderneming 1] ( [.] ) bij helfte tussen partijen wordt verdeeld;

  • -

    te bepalen dat de auto van het merk Volvo V50, met het kenteken [kenteken 1] , aan de man wordt toebedeeld, zonder verdere verrekening;

  • -

    te bepalen dat de auto van het merk Dacia Sandero, met het kenteken [kenteken 2] , aan de vrouw wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening.

  • -

    te bepalen dat de camper van het merk Renault Master, met het kenteken [kenteken 3] , aan de man wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening;

  • -

    aan de man zonder nadere verrekening toe te delen (het saldo van) de bankrekeningen bij de RegioBank (Plus betalen), rekeningnummer [rekeningnummer 1] , ten name van de man, en de RegioBank (Spaar-op-maat), rekeningnummer [rekeningnummer 2] en bij de Rabobank (DirektRekening), rekeningnummer [rekeningnummer 3] ;

  • -

    vast te stellen dat de Regenboogrekeningen bij de Rabobank, ten behoeve van [voornaam van kind 1] , [voornaam van kind 2] en [voornaam van kind 3] , rekeningnummers [rekeningnummer 4] , [rekeningnummer 5] en [rekeningnummer 6] buiten de gemeenschap vallen en toekomen aan de kinderen zodra zij 18 jaar oud zijn;

  • -

    aan de vrouw zonder verdere verrekening toe te delen (het saldo van) de bankrekeningen bij de ABN AMRO bank, rekeningnummer [rekeningnummer 7] en [rekeningnummer 8] ;

  • -

    de bankrekening bij de Rabobank, rekeningnummer [rekeningnummer 9] , ten name van partijen, binnen 2 weken na heden door de vrouw, met medewerking van de man, wordt opgeheven en de vrouw zonder verdere verrekening het saldo toekomt;

  • -

    te bepalen dat de man toekomt een bedrag ad € 672,81 terzake het door [onderneming 2] in het kader van de verkoop van de voormalige echtelijke woning teruggestorte bedrag. Partijen hebben afgesproken dat de man voormeld bedrag zal verrekenen met de kinderalimentatie van juni en juli 2019;

  • -

    te bepalen dat eventuele belastingschulden of -teruggaven over de periode tot 5 september 2018 tussen partijen bij helfte worden gedragen en/of verdeeld.

Het anders of meer door partijen verzochte wordt hierbij ingetrokken.”

3.5.

De rechtbank zal beslissen conform de overeenstemming van partijen, voor zover de gemaakte afspraken zich lenen voor opname in het dictum. Dit laat onverlet dat bovenstaande afspraken partijen onderling binden.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen;

4.2.

bepaalt dat de regeling, zoals tussen partijen is overeengekomen in het aan deze beschikking gehechte en door de rechtbank gewaarmerkte ouderschapsplan, deel uitmaakt van deze beschikking;

4.3.

bepaalt het bedrag dat de man aan de vrouw zal verstrekken tot verzorging en opvoeding van [kind 1], geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [geboorteplaats 1] , [kind 2], geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats 1] , en [kind 3], geboren op [geboortedatum 3] 2010 te [geboorteplaats 1] , op € 210,- per kind per maand, met ingang van 27 mei 2019 en telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

4.4.

stelt de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap als volgt vast:

4.4.1.

aan de man wordt toegedeeld:

  • -

    de ladder, die de man binnen 2 weken na heden bij de vrouw zal ophalen;

  • -

    de helft van de waarde van de beleggingsverzekering bij [onderneming 1] ( [.] );

  • -

    de auto van het merk Volvo V50, met het kenteken [kenteken 1] , zonder verdere verrekening;

  • -

    de camper van het merk Renault Master, met het kenteken [kenteken 3] , zonder nadere verrekening;

  • -

    de saldi van de rekeningen bij de RegioBank onder de nummers [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2] en bij de Rabobank onder de nummer [rekeningnummer 3] , zonder nadere verrekening;

4.4.2.

aan de vrouw wordt toegedeeld:

  • -

    de auto van het merk Dacia Sandero, met het kenteken [kenteken 2] , zonder nadere verrekening.

  • -

    de saldi van de rekeningen bij de ABN AMRO bank onder de nummers [rekeningnummer 7] en [rekeningnummer 8] ;

  • -

    de saldi van de rekening bij de Rabobank onder de nummer [rekeningnummer 9] , zonder nadere verrekening, waarbij de vrouw met medewerking van de man de rekening binnen 2 weken na heden zal laten opheffen;

4.4.3.

partijen dienen eventuele belastingschulden of belastingteruggaven over de periode tot 5 september 2018 bij helfte te dragen of te verdelen;

4.5.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, behoudens het gedeelte onder 4.1.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Gaertman, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. Ö. Duran als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2019.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.