Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:6639

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-05-2019
Datum publicatie
13-07-2022
Zaaknummer
16/652721-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling mishandeling (met de fiets rijden op een ander) en belediging en verbalisanten. Gev straf cf voorlopige hechtenis en een taakstraf opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/652721-18; 16/196946-18 (ter terechtzitting gevoegd); 08/191718-17 (vordering na voorwaardelijke veroordeling); 08/197696-17 (vordering na voorwaardelijke veroordeling); 16/231242-17 (vordering na voorwaardelijke veroordeling) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 mei 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren [1982] te [geboorteplaats]

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 mei 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M.M. Lemstra en van hetgeen mr. M.C. van Megen, advocaat te Amsterdam, namens verdachte, naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

parketnummer 16/652721-18

op 6 oktober 2018 in Amersfoort [slachtoffer] heeft mishandeld door opzettelijk met zijn fiets tegen de fiets van die [slachtoffer] te rijden, waardoor die [slachtoffer] is gevallen;

parketnummer 16/196946-18

op 4 oktober 2018 in Amersfoort opzettelijk de politieambtenaren [politieambtenaar 1] , [politieambtenaar 2] en de buitengewoon opsporingsambtenaren [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] en [buitengewoon opsporingsambtenaar 2] heeft beledigd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder de parketnummers 16/652721-18 en 16/196946-18 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 16/652721-18 ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte met opzet tegen de aangeefster aan is gereden. Getuige [getuige 1] en [getuige 2] hebben verdachte horen roepen dat zijn remmen niet werkten. Onderzoek aan de fiets van verdachte heeft bevestigd dat de remmen inderdaad niet werkten. Niet uit te sluiten is dat verdachte per ongeluk tegen aangeefster is aangereden omdat hij haar iets wilde zeggen en te veel vaart had om te remmen.

Het onder parketnummer 16/196946-18 ten laste gelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen parketnummer 16/652721-18 1

[slachtoffer] stond op 6 oktober 2018 met haar fiets voor het stoplicht op de kruising Wilhelminalaan/B. Wuytierslaan in Amersfoort. Zij zag dat een man haar over het fietspad tegemoet kwam fietsen, de man reed door rood. Zij zei tegen haar man: “Die man is levensmoe”. Zij zag dat de man haar passeerde.2 Zij hoorde de man vloeken en tieren en zeggen: “Had je het tegen mij?”. De man kwam met een boog over de stoep in haar richting gefietst. De man beukte met het voorwiel van zijn fiets doelbewust en hard tegen haar fiets. Zij kwam daardoor ten val en voelde hevige pijn aan haar linker elleboog, onderrug en linker knie en scheenbeen. De man bleef vloeken en tieren. Hij werd door omstanders tegen de grond gedrukt totdat de politie kwam.3

[getuige 1] zag op 6 oktober 2018 in Amersfoort dat een man het trottoir op fietste en een bocht maakte in de richting van de vrouw die voor haar stond. Zij zag dat die man geen vaart minderde en tegen het achterwiel van de vrouw fietste. De man probeerde ook niet te remmen met zijn voeten.4

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 6 oktober 2018 in Amersfoort met best wel een snelheid en een flinke klap tegen een vrouw was aangebotst.5

Bewijsoverweging

Opzet

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met opzet hard tegen de fiets van aangeefster is aangereden.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verdachte is, nadat hij door rood was gereden en aangeefster daarover een opmerking had gemaakt, al vloekend en tierend omgedraaid en over de stoep met een vaart in de richting van aangeefster gefietst. Vervolgens is hij hard tegen aangeefster aangereden. Uit de verklaring van getuige [getuige 1] volgt dat verdachte niet, ook niet met zijn voeten, heeft geprobeerd om te remmen. Deze verklaring vindt steun in de verklaring van getuige [getuige 3] .

Verdachte heeft aangeefster voor de aanrijding op geen enkel moment gewaarschuwd. Dat zijn remmen niet werkten heeft verdachte pas geroepen, nadat hij tegen aangeefster was aangereden en hij door omstanders in bedwang werd gehouden.

Het risico dat hij daarbij mogelijk zelf ten val zou kunnen komen heeft verdachte kennelijk op de koop toegenomen. De rechtbank merkt daarbij op dat verdachte voorbereid was op een botsing met aangeefster, die -in tegenstelling tot verdachte- hier niet op voorbereid was.

De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, het onder parketnummer 16/652721-18 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen parketnummer 16/196946-18 6

Verbalisant [buitengewoon opsporingsambtenaar 2] zag op 4 oktober 2018 in Amersfoort een man het park in lopen. Hij zag de man in de bosjes staan. Hij vroeg de man wat hij aan het doen was. Hij hoorde de man diverse keren roepen: “Zie je dat niet kankerlijer, ik sta te pissen. Laat me gaan anders stomp ik je op je bek. Je bent een kankerlijer”. Hij had de man een proces-verbaal aangezegd en gelet op zijn agressieve houding contact met collega’s gezocht, die ter plaatse kwamen.7

Verbalisant [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] zag dat [verdachte] verbalisant [buitengewoon opsporingsambtenaar 2] aankeek en schreeuwde. Hij zag dat [verdachte] vervolgens zijn kant op keek en met luide stem diverse woorden roepen met het woord “kanker”.8

Verbalisant [politieambtenaar 1] nam met collega [politieambtenaar 2] de aangehouden verdachte [verdachte] over van zijn collega’s. Verdachte werd in de auto geplaatst. In de auto hoorde verbalisant dat verdachte schreeuwde: “Kankerlijers, kanker wouten. Jij moet je kankerbek houden.”.9

Verbalisant [politieambtenaar 2] zat naast verdachte [verdachte] achterin de auto. Hij hoorde verdachte meermalen onder andere schreeuwen: “Jullie moeten je kankerkoppen houden, vuile kankerlijers, vuile kankerwouten.”. Ondanks waarschuwingen bleef verdachte hiermee doorgaan.10

Verbalisanten zagen een man uit de struiken stromen in de richting van collega [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] stormen en riep “Kankerlijer”.11

Bewijsoverweging

De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, het onder parketnummer 16/196946-18 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

parketnummer 16/652721-18

op 6 oktober 2018 te Amersfoort [slachtoffer] heeft mishandeld door met zijn, verdachte's, fiets (met snelheid en met kracht) in te rijden op/tegen de fiets van die [slachtoffer] , ten gevolge waarvan die [slachtoffer] op de grond is gevallen;

parketnummer 16/196946-18

op 4 oktober 2018 te Amersfoort opzettelijk de politieambtenaren, te weten [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] , en de buitengewoon opsporingsambtenaren [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] en [buitengewoon opsporingsambtenaar 2] allen gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen:

(tegen die [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] meermalen): "jullie moeten je kankerkoppen houden, vuile kankerlijers, vuile kankerwouten!" en (tegen die [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] en [buitengewoon opsporingsambtenaar 2] ) "Kankerlijer".

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen parketnummers 16/652721-18 en 16/196946-18 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

parketnummer 16/652721-18

Mishandeling.

parketnummer 16/196946-18

Eenvoudige belediging, terwijl die belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte:

- aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op te leggen voor de duur van 2 jaren, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte geen voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen, maar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Het gaat sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis beter met verdachte. Verder is er een aanzienlijk tijdsverloop tussen het tenlastegelegde en de terechtzitting. Een voorwaardelijke ISD of een gevangenisstraf zal er voor zorgen dat verdachte, gelet op zijn persoon, in paniek raakt en gekke dingen gaat doen, waardoor het risico bestaat dat hij zijn woning zal verliezen en hetgeen tot nu toe is bereikt teniet zal worden gedaan.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft [slachtoffer] mishandeld door, zonder dat daarvoor enige (redelijke) aanleiding was, opzettelijk met zijn fiets tegen haar fiets te rijden, waardoor zij ten val is gekomen. Verdachte heeft daarmee pijn teweeggebracht bij [slachtoffer] en een inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij een willekeurige vrouw die op haar fiets bij het stoplicht stond te wachten met opzet heeft aangereden. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van een viertal ambtenaren in functie. Dit is zeer hinderlijk en respectloos gedrag tegenover ambtenaren die bezig zijn hun werk te doen. Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 22 maart 2019 volgt dat hij meerdere keren is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een reclasseringsadvies van 29 april 2019, uitgebracht door Inforsa;

- voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever van 19 april 2019, uitgebracht door IRISzorg.

Uit het verslag van IRISzorg volgt dat verdachte een man is met een licht verstandelijke beperking die moeite heeft met het behouden van overzicht, met het regelen van zijn zaken en zich aan afspraken te houden. Verdachte maakt de indruk dat hij alles zo goed mogelijk wil doen om zijn huisvesting te behouden en niet meer met de politie in aanraking te komen.

Verdachte komt zijn meldplicht na en stelt zich begeleidbaar op. Nu verdachte eigen huisvesting heeft lijkt het recidiverisico gedaald en lijkt zijn alcoholgebruik onder controle te zijn. Intensief contact tussen reclassering, bewindvoerder, hulpverleners en de inzet van verdachte kan er aan bijdragen dat verdachte stabiel gaat worden en zijn gedrag wijzigt.

Uit het advies van Inforsa volgt dat verdachte inmiddels is verhuisd naar een andere gemeente en minder contacten heeft met zijn negatieve netwerk. Verder heeft verdachte een eerder opgelegde taakstraf positief afgerond. Er wordt nu gerichter ingezet op de basisbehoeften, wat nu al zijn vruchten lijkt af te werpen binnen de lopende toezichten. Verdachte laat nu een positieve en meewerkende houding zien en laat motivatie zien om een rustiger leven te leiden. Verdachte heeft nog een lange weg te gaan en de kans op recidive is nog hoog. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou kunnen betekenen dat hij zijn woning, een beschermende factor, kwijt kan raken. De reclassering adviseert verdachte een voorwaardelijke ISD maatregel op te leggen en de bijzondere voorwaarden zoals deze eerder zijn opgelegd, te weten een meldplicht en een (ambulante) behandelverplichting, te handhaven of met een nieuw toezicht op te leggen.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf er rekening mee dat verdachte na het plegen van het bewezenverklaarde op 4 december 2018 door de politierechter is veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.

De rechtbank overweegt dat de rechter-commissaris verdachte een laatste kans heeft gegeven en de voorlopige hechtenis op 9 oktober 2018 heeft geschorst. Verdachte heeft deze kans kennelijk aangegrepen; het gaat nu beter met verdachte. Verdachte heeft inmiddels eigen woonruimte en hij heeft sinds zijn schorsing geen nieuwe politiecontacten meer gehad. Verdachte heeft een eerder opgelegde taakstraf inmiddels positief afgerond.

Verdachte voldoet aan de voorwaarden voor het opleggen van een, al dan niet voorwaardelijke, ISD-maatregel. Echter gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en het tijdsverloop tussen de bewezenverklaarde feiten en de zitting van 3 mei 2019, wijkt de rechtbank bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie.

De rechtbank merkt daarbij op dat verdachte tweemaal eerder een ISD maatregel opgelegd heeft gekregen en dat deze maatregelen geen blijvend effect op het (delict)gedrag van verdachte hebben gehad. Daarentegen lijkt het feit dat verdachte nu voor het eerst sinds lange tijd beschikt over eigen woonruimte ertoe te leiden dat verdachte er alles aan gelegen is om die woonruimte te behouden en is er een positieve ontwikkeling in gang gezet. Gelet op deze voorzichtige positieve lijn zal de rechtbank thans geen voorwaardelijke ISD maatregel opleggen.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 4 dagen, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank verdachte een taakstraf van 90 uren opleggen, indien deze taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht te vervangen door 45 dagen hechtenis.

De noodzakelijke begeleiding en behandeling van verdachte blijft gewaarborgd nu de rechtbank de proeftijd van de voorwaardelijke gevangenisstraf waaraan deze voorwaarden zijn verbonden, zoals bij vonnis van de politierechter van 16 januari 2018 opgelegd, zal verlengen met één jaar.

Verdachte dient zich zeer goed te realiseren dat dit zijn laatste kans is om te laten zien dat hij zijn leven een andere wending wil geven.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 450,97. Dit bedrag bestaat uit € 150,97 aan materiële schade en € 300,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder parketnummer 16/652721-18 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen, waarbij de post arbeidsverlies eventueel gematigd wordt, met daarbij de gevorderde wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren, dan wel de vordering af te wijzen.

Subsidiair heeft de verdediging bepleit de immateriële schade, gelet op vergelijkbare zaken, te matigen tot € 150,00. Ten aanzien van de post arbeidsverlies dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard. De vordering vormt voor dit deel een onevenredige belasting van het strafproces omdat de directe schade ten gevolge van het incident niet eenvoudig is vast te stellen, nu er voor en na het incident al sprake was van ziekte. Voor het overige heeft de verdediging de vordering niet betwist.

De verdediging heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel niet toe te passen, omdat verdachte geen financiële ruimte heeft en dit in zijn geval zal leiden tot detentie.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De schade voor zover die betrekking heeft op de schadeposten reiskosten (€ 32,24) en herstelkosten fiets (€ 39,27) ter hoogte van in totaal € 71,51 komt voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van de post verlies arbeidsvermogen (€ 79,46) overweegt de rechtbank dat niet exact vastgesteld kan worden hoeveel dagen/uren M. [slachtoffer] ten gevolge van het bewezenverklaarde niet heeft kunnen werken. [slachtoffer] was immers vóór het incident ten gevolge van klachten die los staan van onderhavig feit arbeidsongeschikt en stond op het punt te gaan werken. Op het moment dat zij na het incident weer aan het werk zou gaan, kwam haar vader te overlijden en is zij enkele dagen later begonnen.

Vast staat dat [slachtoffer] ten gevolge van het ongeval letsel heeft opgelopen en daardoor enige tijd arbeidsongeschikt is geweest. De rechtbank schat dit verlies aan arbeidsvermogen op € 50,00.

De rechtbank acht de gevorderde immateriële schade van € 300,00 redelijk en passend gelet op de aard en omstandigheden van het feit. Verdachte is met opzet tegen de fiets van [slachtoffer] aangereden waardoor zij ten val is gekomen en daarbij pijn en letsel heeft opgelopen.

De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 421,51 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 6 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

De rechtbank zal in het belang van de benadeelde partij als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opleggen, omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die het bewezen geachte feit heeft toegebracht. Gelet op de persoon en financiële situatie van verdachte zal de rechtbank de vervangende hechtenis op 1 dag stellen.

10 VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de gehele tenuitvoerlegging van de onder de parketnummers

08/191718-17, 08/197696-17 en 16/231242-17 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen gevorderd en deze straffen om te zetten naar taakstraffen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de vorderingen onder de parketnummers 08/197696-17 en 16/231242-17 zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. Ten aanzien van de vordering onder parketnummer 08/191718-17 heeft de verdediging verzocht de proeftijd te verlengen, dit gelet op het belang van verdachte bij het voortduren van het verplichte reclasseringstoezicht en de bijbehorende voorwaarden.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

parketnummer 16/231242-17

Bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 2 februari 2018 is verdachte 1 week gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.

parketnummer 08/197696-17

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 31 augustus 2018 is verdachte 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal ook deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.

Uit hetgeen ter terechtzitting is besproken volgt dat verdachte bij een detentie het risico loopt zijn woonruimte kwijt te raken. Het kwijtraken van zijn woonruimte zal de voorzichtige positieve lijn die bij verdachte zichtbaar is doorkruisen en tenietdoen.

De rechtbank zal daarom in plaats van voornoemde gevangenisstraffen taakstraffen gelasten van respectievelijk:

parketnummer 16/231242-17

- een taakstraf van 30 uren gelasten, indien deze niet of niet naar behoren wordt verricht te vervangen door 7 dagen hechtenis.

parketnummer 08/197696-17

- een taakstraf van 60 uren gelasten, indien deze niet of niet naar behoren wordt verricht te vervangen door 14 dagen hechtenis.

parketnummer 08/191718-17

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 16 januari 2018 is verdachte een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk opgelegd, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal de eerder vastgestelde proeftijd met één jaar verlengen. Bij die beslissing is rekening gehouden met de persoon en/of omstandigheden van de veroordeelde.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 266, 267 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder de parketnummers 16/652721-18 en 16/196946-18 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder de parketnummers 16/652721-18 en 16/196946-18 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder de parketnummers 16/652721-18 en 16/196946-18 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot:

- een gevangenisstraf van 4 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- een taakstraf van 90 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 45 dagen hechtenis;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis onder parketnummer 16/652721-18;

Benadeelde partij parketnummer 16/652721-18

- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 421,51, bestaande uit

€ 121,51 aan materiële schade en € 300,00 aan immateriële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 421,51 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag hechtenis, met dien verstande dat dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/231242-17

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de politierechter in deze rechtbank bij vonnis van 2 februari 2018 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf toe, te weten 1 week gevangenisstraf;

- gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 30 uren;

- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 7 dagen hechtenis;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 08/197696-17

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de rechtbank Overijssel bij vonnis van 31 augustus 2018 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf toe, te weten 2 weken gevangenisstraf;

- gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 60 uren;

- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 14 dagen hechtenis;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 08/191718-17

- verlengt de bij vonnis van 16 januari 2018 door de politierechter in de rechtbank Overijssel aan de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf verbonden proeftijd met één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Leijten, voorzitter, mrs. A.R. Creutzberg en

J.W. Veenendaal, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 mei 2019.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

16/652721-18

hij op of omstreeks 6 oktober 2018 te Amersfoort [slachtoffer] heeft mishandeld door met zijn, verdachte's, fiets (met snelheid en met kracht) in te rijden op/tegen de fiets van die [slachtoffer] , tengevolge waarvan die [slachtoffer] op de grond is gevallen;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

16/196946-18

hij op of omstreeks 4 oktober 2018 te Amersfoort opzettelijk de politieambtenaren,te weten [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] , en de buitengewoon opsporingsambtenaren [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] en [buitengewoon opsporingsambtenaar 2] allen gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen:

(tegen die [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] meermalen: "jullie moeten je kankerkoppen houden, vuile kankerlijers, vuile kankerwouten!" (tegen die [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] en [buitengewoon opsporingsambtenaar 2] ) "Kankerlijer",

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 oktober 2018, genummerd PL0900-2018287811, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 37. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , pagina 3.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , pagina 4.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , pagina 7.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 34.

6 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 10 oktober 2018, genummerd PL0900-2018286768, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 32. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

7 Proces-verbaal van bevindingen [buitengewoon opsporingsambtenaar 2] , pagina 6.

8 Proces-verbaal van bevindingen [buitengewoon opsporingsambtenaar 1] , pagina 10.

9 Proces-verbaal van bevindingen [politieambtenaar 1] , pagina 14.

10 Proces-verbaal van bevindingen [politieambtenaar 2] , pagina 18.

11 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 20.