Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:6607

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-02-2019
Datum publicatie
01-05-2020
Zaaknummer
C/16/417103 / HL ZA 16-169
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/417103 / HL ZA 16-169

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/417103 / HL ZA 16-169

Vonnis van 6 februari 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente Sint Anthonis,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente Sint Anthonis,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. de rechtspersoon naar buitenlands recht

[eiseres sub 4] LTD,

gevestigd te [vestigingsplaats] , Prince Edward Island (Canada),

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. N. Robijn-Meijer te Middelharnis,

tegen

1 de heer [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de heer [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] , Prince Edward Island (Canada),

gedaagden in conventie,

verzoekers in reconventie

advocaat mr. W. van Dijk te Barneveld.

Eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, zullen hierna los van elkaar [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] , [eiseres sub 3] en [eiseres sub 4] Ltd. worden genoemd. [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiseres sub 3] gezamenlijk zullen hierna worden aangeduid als de Investeerders. Als alle eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, gezamenlijk worden bedoeld, zal hierna ook wel worden gesproken van [eiseressen c.s.]

Gedaagden in conventie, verzoekers in reconventie, zullen hierna worden aangeduid als [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Zij zullen in combinatie met [bedrijf 1] Projecten B.V. (hierna: [bedrijf 1] ) ook wel worden aangeduid als de Ontwikkelaars.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 maart 2018;

  • -

    de akte bewijslevering en uitlaten met producties, genummerd 20 tot en met 23;

  • -

    de akte houdende bewijslevering met producties, genummerd 18 tot en met 35;

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor gehouden op 10 juli 2018;

  • -

    de conclusie na enquête, tevens antwoordakte met producties, genummerd 24 tot en met 34;

  • -

    de antwoordconclusie na enquête tevens houdende akte uitlaten producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

Hoe heeft de rechtbank in het tussenvonnis geoordeeld?

2.1.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank over de vraag of en op welke wijze verrekend moet worden als volgt geoordeeld. Het uitgangspunt is dat tussen partijen bij de beëindiging van de overeenkomst verrekend moet worden. Deze verrekening vindt plaats aan de hand van de artikelen 5, 6 en 7 van de overeenkomst. Dat betekent dat alle gedane investeringen door de Investeerders en alle uren van de Ontwikkelaars in die verrekening moeten worden betrokken. Dit geldt voor de uren en investeringen die zijn gemaakt/gedaan vanaf 1 augustus 2008. Partijen zijn het niet eens over welke uren de Ontwikkelaars in de verrekening mogen betrekken. De rechtbank heeft over de diverse posten - de uren waar partijen het niet over eens zijn - in het tussenvonnis een oordeel gegeven. Samengevat komt het oordeel op het volgende neer.

De uren die wel meegenomen mogen worden in de verrekening zijn:

- de uren van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] die betrekking hebben op de totstandkoming van de Landleaseovereenkomsten;

- de uren die zijn besteed aan overleg met derde partij [derde-partij] .

De uren die niet meegenomen mogen worden in de verrekening zijn:

  • -

    de uren die betrekking hebben op vergaderingen en (skype-)overleg;

  • -

    de uren die door de Ontwikkelaars zijn besteed aan (het overleg over) een mogelijke overdracht van hun aandelen aan de Investeerders.

Voor de uren waarover nog geen beslissing kon worden genomen, heeft de rechtbank een bewijsopdracht geformuleerd. De twee bewijsopdrachten zien op het leveren van bewijs:

  • -

    door de Investeerders van de stelling dat zij hebben gereclameerd over de nu gestelde onjuistheden in het overzicht (van de Ontwikkelaars) en wanneer zij dat hebben gedaan;

  • -

    door de Ontwikkelaars van feiten en omstandigheden die het oordeel rechtvaardigen dat zij erop mochten vertrouwen dat de Investeerders de kosten van het project [project] betaalden onder (dezelfde voorwaarden als golden voor) het samenwerkingsverband tussen partijen.

Getuigenverhoor en inbreng schriftelijke bewijsstukken

2.2.

Vervolgens is een getuigenverhoor gehouden en zijn schriftelijke stukken overgelegd. Hieruit trekt de rechtbank de volgende conclusies.

Bewijswaardering

Hebben de Investeerders gereclameerd over de vermeende onjuistheden in het overzicht van de Ontwikkelaars? Zo ja, wanneer hebben de Investeerders dat gedaan?

2.3.

De vraag is of Investeerders tijdig hebben gereclameerd over de door hen gestelde onjuistheden in de door de Ontwikkelaars verstrekte overzichten. [eiseressen c.s.] stelt dat de Investeerders regelmatig zijn aangesproken op de aangevoerde uren maar dat zij daar destijds geen halszaak van heeft gemaakt. [eiseressen c.s.] stelt dat zij van haar recht om de opgevoerde uren alsnog te betwisten geen afstand heeft gedaan. Aan [eiseressen c.s.] is opgedragen te bewijzen dat en wanneer zou zijn gereclameerd. [eiseressen c.s.] stelt dat zij door het indienen van schriftelijke stukken en het horen van getuigen aan de bewijsopdracht heeft voldaan. [gedaagden c.s.] heeft schriftelijke stukken in het geding gebracht. Vervolgens is door beide partijen nog een akte genomen.

2.4.

[eiseressen c.s.] merkt terecht op dat de rechtbank in het tussenvonnis van de onjuiste veronderstelling is uitgegaan dat de Ontwikkelaars maandelijks urenstaten hebben ingediend. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk dat weliswaar overzichten zijn verstrekt, maar dat dit niet op maandelijkse basis is gebeurd zoals is afgesproken. De rechtbank overweegt dat het feit dat de urenstaten onregelmatig werden toegezonden - zonder nadere stellingname van [eiseressen c.s.] - geen consequenties heeft voor de inhoud en/of uitkomst van de bewijsopdracht. Immers, feit is dat de urenoverzichten wel zijn verstrekt. De vraag is daarom nog steeds of [eiseressen c.s.] (tijdig) heeft gereclameerd. De rechtbank zal hieronder de bewijsmiddelen bespreken.

2.5.

Uit de producties 20 tot en met 23 die door [eiseressen c.s.] in het geding zijn gebracht, blijkt - kort gezegd - dat de Ontwikkelaars urenoverzichten hebben ingediend bij de Investeerders en wanneer. Dat over de uren is geklaagd, blijkt volgens de Investeerders onder meer uit het volgende:

- in juli 2008 zijn de Investeerders gestopt met het vergoeden van de ingediende uren. De rechtbank overweegt dat in de overeenkomst van 2 juni 2009 is afgesproken de uren vanaf

1 augustus 2008 bij beëindiging of financial closing te verrekenen. Voor de uren tot

1 augustus 2008 is een regeling getroffen. Daar komt bij dat pas in juli 2009 door de Ontwikkelaars een volgend urenoverzicht is toegezonden. Dat is gestopt met het vergoeden van uren ondersteunt - zonder nadere toelichting - op zichzelf niet de stelling dat is geklaagd.

  • -

    in het e-mailbericht van 22 december 2008 van [A] aan [B] en [gedaagde sub 2] worden vragen gesteld over de facturering. De rechtbank overweegt dat echter uit deze vragen - zonder nadere onderbouwing - niet valt af te leiden dat de discussie gaat om uren die niet zien op ontwikkeling zoals door [eiseressen c.s.] is betoogd.

  • -

    [eiseressen c.s.] wijst op het e-mailbericht van 21 september 2009 van [gedaagde sub 1] aan [A] , [eiseres sub 4] Ltd., [C] , [E] , [B] en [D] waarin de agenda voor 23 september 2009 bekend wordt gemaakt. Agendapunt 4 is genaamd ‘uren en onkostenregistratie’. Volgens [eiseressen c.s.] wilden de Investeerders tijdens de bespreking van dat punt de urenoverzichten ter discussie stellen. Over welke specifieke punten/uren de discussie dan precies zou gaan, blijft onduidelijk. De bewoordingen bij agendapunt 3 zijn daarvoor te vaag en een nadere onderbouwing met bijvoorbeeld een verslag van de vergadering ontbreekt. De stelling van [eiseressen c.s.] dat uit het agendapunt de conclusie moet worden getrokken dat bezwaar is gemaakt, volgt de rechtbank dan ook niet.

  • -

    Uit de notulen van de vergadering van 12 januari 2011 blijkt dat het besluit is genomen om de uren opgevoerd voor de periode 1 augustus 2008 tot 19 november 2010 niet te accepteren en aan de Ontwikkelaars hierover een nadere uitleg te vragen op volgende vergadering. De Ontwikkelaars hebben daarop urenoverzichten verstrekt voor de periode december 2009 tot en met december 2010. De vergadering, die een week later zou plaatsvinden, is niet gehouden. Wel hebben de Investeerders een (niet geaccepteerd) voorstel aan de Ontwikkelaars verzonden dat deels bestond uit een ‘oplossing voor de uren’. Uit het voorstel blijkt volgens [eiseressen c.s.] dat te veel onterechte uren in rekening zijn gebracht. Ook hiervoor geldt dat onduidelijk is wat wordt bedoeld met ‘onterechte uren’.

  • -

    In het financieel overzicht behorende bij het e-mailbericht van 24 december 2009 van [A] aan onder meer de Ontwikkelaars staan drie bedragen in een rode kleur aangegeven. Deze bedragen worden op de uren van de Ontwikkelaars in mindering gebracht, omdat zij volgens [eiseressen c.s.] zien op te veel in rekening gebrachte uren. Een nadere uitleg volgt echter niet.

2.6.

Uit de getuigenverklaringen die de stellingen van [eiseressen c.s.] over de vraag of is gereclameerd (nader) moeten onderbouwen, blijkt het volgende:

  • -

    [A] verklaart dat de urenoverzichten een terugkerend onderwerp van bespreking waren. Bij elk overzicht is volgens hem schriftelijk gereclameerd omdat de overzichten niet zouden kloppen. Uit de verklaring van [A] blijkt verder dat de omvang van de gemaakte uren niet is bestreden maar dat wel ter discussie stond waaraan de uren werden besteed. [A] verklaart dat de urenoverzichten niet kloppen, omdat er uren werden gedeclareerd die niet met ontwikkeling te maken hadden, zoals de uren die besteed zijn aan correspondentie, skype-overleggen, vergaderingen, telefoongesprekken en gezamenlijke bijeenkomsten. De betwiste uren zijn volgens [A] geconcretiseerd en die opgave is verzonden aan de Ontwikkelaars. Tegelijkertijd verklaart [A] dat er zoveel hiaten in de informatievoorziening aanwezig waren dat niet kon worden gereclameerd.

  • -

    [C] verklaart dat tijdens vergaderingen regelmatig is geklaagd over urenoverzichten. Op de overzichten stonden namelijk ook niet-declarabele uren. Het is volgens hem niet duidelijk waar alle opgevoerde uren aan zijn besteed. Tussen 2011 en 2015 zijn geen ontwikkelwerkzaamheden meer verricht. De uren die over die periode zijn opgevoerd, betreffen interne uren die niet voor vergoeding in aanmerking komen. In zijn algemeenheid verklaart [C] dat 75% van de uren volgens hem niet declarabel is en dat dat regelmatig is besproken.

  • -

    [E] verklaart dat de inhoudelijke uren die werden gedeclareerd, niet ten bate kwamen van het project. Volgens hem was het ‘niet akkoord zijn met de urenoverzichten’ regelmatig onderwerp van gesprek. De vraag was waar de uren aan besteed waren, omdat er niet werd ontwikkeld. Dit was ook de reden voor het indienen van een motie van wantrouwen. Het bestuur was meer bezig met het contract dan met ontwikkelen. [E] verklaart dat tijdens de gesprekken werd besloten dat op de kwestie van de uren teruggekomen zou worden danwel een nader overzicht zou worden verschaft of zou worden volstaan met een andere uitleg. Partijen zijn met meningsverschillen uit elkaar gegaan.

2.7.

De rechtbank komt, na afweging van de bewijsmiddelen, tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat [eiseressen c.s.] heeft gereclameerd over de door haar gestelde onjuistheden in het overzicht. Weliswaar staat wel vast dat de urenoverzichten (sporadisch) werden verstrekt en dat het onderwerp ‘uren’ als agendapunt was opgenomen, maar wat [eiseressen c.s.] in dat kader heeft ondernomen, is niet of in ieder geval niet voldoende duidelijk geworden. Alle getuigen verklaren dat de Ontwikkelaars zijn aangesproken over de door hen ingediende urenoverzichten. Maar uit geen van de verklaringen blijkt precies waarom de overzichten niet kloppen en hoe dat dan ter sprake is gekomen tijdens - onder meer - de vergaderingen. Deze verklaringen worden bovendien niet ondersteund door de schriftelijke bewijsmiddelen, zoals uiteengezet in 2.5. Tot slot is de verklaring van [A] dat het niet mogelijk was te reclameren omdat er veel hiaten in informatievoorziening aanwezig waren, strijdig met het verweer van [gedaagden c.s.] dat zij alle uren in de bijlagen bij de overzichten uitvoerig heeft gespecificeerd. Waar die hiaten - die wel zijn geconstateerd - op zagen, is echter niet duidelijk. Of afdoende gespecificeerd is zodat ook goed gereclameerd kon worden, valt overigens niet te controleren omdat de urenoverzichten behorende bij de e-mailberichten met de totaaloverzichten niet zijn overgelegd. [eiseressen c.s.] biedt aan dat alsnog te doen als dat nodig blijkt te zijn. De rechtbank overweegt dat het aan [eiseressen c.s.] is om te besluiten deze overzichten in het kader van haar bewijsopdracht al dan niet in het geding te brengen. Zij heeft ervoor gekozen dat niet te doen. Dat betekent dat niet is komen vast te staan dat [gedaagden c.s.] niet de urenoverzichten heeft gespecificeerd. Dit gelet op het verweer van [gedaagden c.s.] en het feit dat er bijlagen bij de e-mailberichten zijn gevoegd waarvan slechts is gesteld dat deze te omvangrijk zijn om in dit stadium in te brengen zonder uit te leggen wat erin staat. Mede gelet daarop lag het op de weg van [eiseressen c.s.] om een nadere uitleg te geven over waarom de uren niet juist waren. Al helemaal nu [eiseressen c.s.] kennelijk wel van mening is dat een korting van 50% moet worden toegepast. Waarop dat percentage is gebaseerd, is evenmin duidelijk.

2.8.

Op grond van al het bovenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat [eiseressen c.s.] niet heeft voldaan aan de bewijsopdracht. Nu zij daarin niet is geslaagd zal bij de verrekening worden uitgegaan van het door [gedaagden c.s.] opgegeven urenoverzicht.

Hebben de Ontwikkelaars voldoende feiten en omstandigheden naar voren gebracht die het oordeel rechtvaardigen dat zij er op mochten vertrouwen dat de Investeerders de kosten van het project [project] betaalden onder (dezelfde voorwaarden als golden voor) het samenwerkingsverband tussen partijen?

2.9.

Allereerst zal de rechtbank een procesbeslissing nemen. [gedaagden c.s.] heeft namelijk bezwaar gemaakt tegen de door [eiseressen c.s.] ingediende producties 24 tot en met 27 alsmede de daarbij horende toelichting. [gedaagden c.s.] is in haar akte uitlaten producties zekerheidshalve wel inhoudelijk ingegaan op die producties. Zij heeft aldus verweer gevoerd en verder niet gesteld dat zij door de ingediende producties in een ongelijke positie kwam te verkeren danwel dat zij tot het indienen van die producties niet bekend was met die producties. De rechtbank is daarom van oordeel dat, alhoewel het indienen van de producties niet conform de afspraak was, niet is gebleken dat [gedaagden c.s.] geen verweer heeft kunnen voeren en de goede procesorde is geschaad. De producties blijven daarom onderdeel uitmaken van het procesdossier.

2.10.

[gedaagden c.s.] heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de kosten van het project [project] (ook) door de Investeerders zouden worden betaald, het volgende naar voren gebracht. Partijen moesten een oplossing bedenken om overmatige stroom van Prince Edward Island te exporteren. Gebleken is dat dit kan via [project] . Uit de producties blijkt volgens [gedaagden c.s.] dat partijen gezamenlijk optrokken in het project [project] en dat alle werkzaamheden in overleg met en met akkoord van de Investeerders gebeurden. Daarom mochten de Ontwikkelaars erop vertrouwen dat de Investeerders de kosten van het project [project] betaalden door verrekening onder dezelfde voorwaarden als golden voor het samenwerkingsverband tussen partijen.

Verder betwist [gedaagden c.s.] de hoogte van het door de Investeerders genoemde bedrag van € 80.485,83 nu dit bedrag niet is gemotiveerd of onderbouwd. Als de rechtbank van oordeel is dat door de Investeerders wel is geïnvesteerd en die investering wel moet worden meegenomen in de verrekening, dan geldt dat de Ontwikkelaars slechts aansprakelijk zijn voor 2/3e van het totaal, zijnde € 53.657,22.

2.11.

[eiseressen c.s.] stelt samengevat dat het project [project] niet valt binnen het [eiseres sub 4] -project en daarom niet meegenomen moet worden in de verrekening, maar aan haar moet worden terugbetaald.

2.12.

Om te voldoen aan haar bewijsopdracht heeft [gedaagden c.s.] - voor zover relevant - de volgende correspondentie in het geding gebracht:

  • -

    het e-mailbericht van [gedaagde sub 1] aan [eiseres sub 4] Ltd., [B] , [F] , [A] , [C] , [E] en [D] van 11 augustus 2009 waarin, voor zover relevant, staat: “Wij denken dat dit voor ons wel eens het breekijzer kan zijn om een doorbraak in NB (rb: lees [project] ) te forceren voor het transport van onze [eiseres sub 4] projecten. Als we hun daar helpen, kunnen ze ons mooi met onze stroom helpen.”

  • -

    het e-mailbericht van [C] aan [eiseres sub 4] Ltd., [B] , [gedaagde sub 1] , [F] , [D] , [A] en [E] van 11 augustus 2009 waarin, voor zover relevant, staat: “We kunnen dan de presentatie van [B] tbv [project] bekijken en bepreken en eventueel aanpassen naar aanleiding van de laatste mails doorvoeren en afstemmen op de presentatie van [G] . (…) Afwikkeling oprichting Ltd en nieuwe Ltd op [project] .”

  • -

    het e-mailbericht van [eiseres sub 4] Ltd. aan [B] , [gedaagde sub 1] , [F] , [D] , [A] , [C] en [E] van 26 augustus 2009 waarin, voor zover relevant, staat: “To bring everyone up to speed we currently have a lease hold on (..) Northern [project] , (…) Due to our latest developments in [naam] , we needed to set up a company there. this is a must for the application using NB Crown Lands for wind farm development , we need to be registered with Corporate Affairs , and provide a copy of their Certificate of Incorporation. I need everyone approval as soon as possible , the NB company name being proposed and searched is ( [bedrijf 3] Ltd) (…). I propose that we all get together before [B] and [gedaagde sub 1] ’s trip to [eiseres sub 4] to discuss these new events and the importance of the upcoming meeting on Sept 8 2009 with the Government of [naam] .”

  • -

    de e-mailwisseling waaruit blijkt dat [C] zich heeft bemoeid met de inhoud van de presentatie genaamd “Wind Development in [project] ”. De eerste slide van de presentatie gaat over de betrokkenen bij [bedrijf 3] Ltd. ( [bedrijf 3] ). In dat kader worden genoemd: [bedrijf 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 1] , [eiseres sub 3] BV en [bedrijf 2] . In de presentatie komen de namen van [A] , [C] en [E] naar voren in het kader van het voorstellen van de betrokkenen bij het project.

  • -

    het e-mailbericht van [gedaagde sub 1] aan [C] , [E] , [A] [eiseres sub 4] Ltd., [D] , [F] en [B] van 21 september 2009 waarin, voor zover relevant, staat: “Ik heb even geprobeerd om voor ons allen duidelijk te maken met wie we te maken hebben in [project] .” In de bijlage staat, onder meer, achter I.E.P. Canada: “ [G] heeft opdracht gekregen om uit te zoeken hoe we de stroom door NB Krijgen naar de VS.” Deze informatie sluit aan bij agendapunt 7 van de vergadering van 23 september 2009: ‘Wie is wie en wat doet hij voor ons? (NB)’ en agendapunt 6: ‘ [project] Project, [naam] ’.

  • -

    het e-mailbericht van 28 oktober 2009 waarin [A] met de woorden “Mooi zo [gedaagde sub 2] . Nu kunnen we aan het werk. We moeten snel bij elkaar komen om een goed voorstel weg te leggen. Inmiddels al iets vernomen vanuit [project] ?” reageert op een e-mailbericht van de Government of Prince Edward Island. In dat bericht wordt een ‘Request For Proposal’ voor 130 MW windenergie aangekondigd.

  • -

    een e-mailbericht van 5 november 2009 waarin door [A] wordt aangegeven dat op de vergadering van de volgende dag onder meer aan de orde moet komen de situatie op [project] . Dit bericht is onder meer gericht aan [E] en [C] en [D] .

  • -

    de e-mailberichten van 22 december 2009 waarin ter sprake komt het versturen van een brief (als bijlage gevoegd bij het e-mailbericht) aan NB Gen, waarin het gaat om het transport door [project] van de op Prince Edward Island opgewekte stroom. Uit een van de berichten blijkt dat in ieder geval [A] akkoord is met de brief.

  • -

    het e-mailbericht van [C] aan onder meer [eiseres sub 4] Ltd., [gedaagde sub 1] , [A] en [E] van 1 februari 2010 waarin, voor zover relevant, staat: “Probeer via [G] , er achter te komen voor welke prijzen is ingeschreven in [project] .”

  • -

    het e-mailbericht van [A] aan de Ontwikkelaars van 15 februari 2010 waarin, voor zover relevant, staat: “But [G] had to know that and because we are a young companie with a smal wallet, he had to say to us “Guys I quit wich it and I come back if you start wich export or in [project] ”.”

  • -

    een bericht in het kader van de betaling voor de registratie van de naam [bedrijf 3] Ltd. en bijbehorend Business Number (BN) Account Number waarin [gedaagde sub 2] zowel de Ontwikkelaars als de Investeerders benadert.

2.13.

[eiseressen c.s.] verweert zich door onder meer e-mailberichten in het geding te brengen waaruit volgens haar blijkt dat het project [project] juist gescheiden was van het [eiseres sub 4] -project. Hieronder, voor zover relevant, citaten uit die stukken:

  • -

    het voorstel behorende bij het e-mailbericht van 8 februari 2011 van [A] , [C] en [E] aan de Ontwikkelaars waarin staat: “Geen discussie meer over ontwikkelingskosten gemaakt voor [project] . Deze horen niet bij [eiseres sub 4] en hiervoor zou [eiseres sub 4] nog een rekening moeten versturen naar de partijen”

  • -

    de ‘Visie op de discussie aandeelhoudersovereenkomst’: “- Aandeelhouders B inmiddels begonnen zijn in [project] een windpark te ontwikkelen, waar ik niet op tegen ben, maar niet zonder hierover overeenstemming te hebben.”

  • -

    de bijlage behorende bij het e-mailbericht van 22 december 2009 van [A] aan [gedaagden c.s.] en [C] en [E] waarin staat: “, ook de kosten die op [project] gemaakt zijn voor [bedrijf 3] moeten uit deze berekening gehaald worden en apart worden besproken en betaald worden door diegene die op NB deelnemen.”

  • -

    de wijziging van de aandeelhouders overeenkomst van 2 juni 2009 waarin staat: “Er vindt een splitsing plaats tussen projecten [project] en [eiseres sub 4] .”

  • -

    het e-mailbericht van 5 mei 2010 van [A] aan [gedaagden c.s.] , [D] en [E] waarin staat: “Alleen Coleson Cove/ [project] moet uit deze lijst nog verwijderd worden. Het heeft niets met [eiseres sub 4] te maken en we moeten hier onderling nog nadere afspraken overmaken.”

2.14.

De rechtbank is van oordeel dat uit de overgelegde e-mailberichten blijkt dat [eiseressen c.s.] niet alleen op de hoogte werd gehouden van de ontwikkelingen aangaande het project [project] , maar dat zij daarin ook actief was. In die zin dat zij meedacht, initiatief nam, voorstellen deed, e.d. Ook blijkt afdoende, ondanks de stukken die [eiseressen c.s.] in het geding heeft gebracht (2.13.), dat het project [project] onlosmakelijk verbonden is met het [eiseres sub 4] project. Daarvoor is redengevend dat [project] nodig was om de opgewekte energie te transporteren. Ook was [project] interessant omdat het een nieuwe afzetmarkt zou kunnen zijn. In elk geval is, bij gebrek aan een gemotiveerde weerlegging, komen vast te staan dat [eiseressen c.s.] wist van het project, zij ermee bezig was en voldoende is komen vast te staan dat het project [project] ook noodzakelijk was om het [eiseres sub 4] project doorgang te kunnen laten vinden. De rechtbank is van oordeel dat [eiseressen c.s.] door zich op te stellen op de wijze zoals zij dat heeft gedaan, daarmee het vertrouwen bij [gedaagden c.s.] heeft gewekt dat [eiseressen c.s.] de kosten van het project [project] betaalde onder (dezelfde voorwaarden als golden voor) het samenwerkingsverband tussen partijen. De citaten uit 2.13. leggen onvoldoende gewicht in de schaal om het overige gewisselde e-mailverkeer en het vertrouwen wat daaruit blijkt teniet te doen.

Dat betekent dat die uren niet los staan van de overeenkomst en meegenomen moeten worden in de verrekening. Tegen de 2/3e verdeling heeft [eiseressen c.s.] geen verweer gevoerd, zodat van die verdeling zal worden uitgegaan. Tegen het totaalbedrag heeft [gedaagden c.s.] in haar akte houdende bewijslevering wel verweer gevoerd. De hoogte van het bedrag is volgens haar niet onderbouwd danwel gemotiveerd. Het ontbreekt bijvoorbeeld aan een specificatie. Ook voert [gedaagden c.s.] aan dat niet duidelijk is of de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Omdat echter het verweer van [gedaagden c.s.] niet is gemotiveerd en in het tussenvonnis is overwogen dat het bedrag is betaald en ten goede is gekomen aan het project [project] en daarmee aan de Ontwikkelaars, passeert de rechtbank dit verweer.

Conclusie

2.15.

Uit de bovenstaande overwegingen en het tussenvonnis volgt dat nu vaststaat welke posten voor verrekening in aanmerking komen. Het is echter onvoldoende duidelijk van welke bedragen moet worden uitgegaan bij de verrekening. De producties geven hierover geen helder beeld. De rechtbank stelt partijen daarom in de gelegenheid - nu zij weten welke posten verrekend moeten worden - de hoogte van de te verrekenen posten nader te onderbouwen.

in conventie en in reconventie

2.16.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

stelt partijen tegelijkertijd in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over hetgeen is verwoord in rechtsoverweging 2.15. en verwijst de zaak daartoe naar de rol van 6 maart 2019,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2019.1

1 type: IL /4303 coll: