Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:6465

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-08-2019
Datum publicatie
13-03-2020
Zaaknummer
7879841 AE VERZ 19-38
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Einde van de arbeidsovereenkomst. Niet voldaan aan de aanzeggingsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0305
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 7879841 AE VERZ 19-38 CS/30362

Beschikking van 21 augustus 2019

inzake

[verzoekster] ,

wonend in [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verzoekster] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: DAS,

tegen:

de besloten vennootschap

[verweerster] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [verweerster] ,

verwerende partij,

niet verschenen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Hoe deze procedure is verlopen, blijkt uit het volgende:

- het verzoekschrift van [verzoekster] , dat door de rechtbank is ontvangen op 28 juni 2019;

- de oproepingsbrief die door de rechtbank is gestuurd aan de advocaat mr. [A] , die eerder optrad voor [verweerster] ;

- de brief van mr. [A] , waarin hij de rechtbank meedeelt dat hij in deze procedure niet voor [verweerster] optreedt.

1.2.

Op 6 augustus 2019 is de zaak op een zitting met de rechter besproken. [verzoekster] is verschenen met haar gemachtigde P. Sium. [verweerster] was niet aanwezig. Van de zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

De rechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.

2 De beoordeling

2.1.

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1981, is op 1 mei 2018 in dienst getreden bij [verweerster] in de functie van Backoffice manager voor een loon van € 2.800,-- bruto per maand. De overeenkomst (voor bepaalde tijd) is geëindigd op 1 mei 2019.

2.2.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter [verweerster] te veroordelen tot betaling van een aanzegvergoeding van € 2.706,67 bruto, met rente en kosten. Op grond van artikel 7:668 lid 1 BW moest [verweerster] [verzoekster] schriftelijk uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege zou eindigen informeren:
a. over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst; en
b. bij voortzetting, over de voorwaarden waaronder zij de arbeidsovereenkomst wilde voortzetten. [verzoekster] heeft vóór 31 maart 2019 hierover niets vernomen van [verweerster] en maakt daarom aanspraak op de in lid 3 van dit wetsartikel genoemde vergoeding.

2.3.

[verweerster] heeft door niet te verschijnen geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid te reageren op het verzoek van [verzoekster] . Op de zitting heeft [verzoekster] aan de rechter een aangetekende brief getoond, waarbij zij de oproepingsbrief van de rechtbank en het verzoekschrift ook aan [verweerster] heeft gestuurd. De rechtbank stelt op basis daarvan vast dat [verweerster] op de hoogte was van de zitting, maar desondanks niet is verschenen. Uit de brief van mr. [A] kan verder worden afgeleid dat [verweerster] eerder aan [verzoekster] heeft toegezegd dat het in deze procedure verzochte bedrag zou worden betaald.

2.4.

Het verzoek tot betaling van de vergoeding van artikel 7:668 lid 3 BW komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Het verzoek wordt daarom toegewezen, met daarover de wettelijke rente zoals [verzoekster] dat heeft verzocht.

2.5.

[verweerster] zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kantonrechter stelt de proceskosten aan de zijde van [verzoekster] vast op € 651,-- (€ 231,- aan griffierecht en € 420,- (2 punten x € 210,-) aan salaris voor de gemachtigde).

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [verweerster] aan [verzoekster] te betalen € 2.706,67 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling;

3.2.

veroordeelt [verweerster] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van [verzoekster] vastgesteld op 651,--;
3.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.M.G. de Weerd en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 augustus 2019.