Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:604

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-02-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
C/16/473587 / KG ZA 19-22
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Contactverbod. Kort geding. Voorzieningenrechter legt contact- en locatieverbod op aan huurder voor de duur van 1 jaar vanwege ontoelaatbaar agressief gedrag tegenover verhuurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/473587 / KG ZA 19-22

Vonnis in kort geding van 15 februari 2019

in de zaak van

de stichting

1. STICHTING EEMLAND WONEN,

gevestigd te Baarn,

2. [eiser sub 2] ,

wonend te [woonplaats] ,

3. [eiser sub 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisers

advocaat mr. S.D. Arnold te Bussum,

tegen

[gedaagde] ,

zonder bekende woon-of verblijfplaats,

gedaagde,

advocaat mr. L.J.H. Kortz te Utrecht.

Eisers zullen hierna gezamenlijk Eemland Wonen worden genoemd en gedaagde [gedaagde] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de mondelinge behandeling,

  • -

    de pleitnota van Eemland Wonen,

  • -

    de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 januari 2019. Namens Eemland Wonen waren daar aanwezig mevrouw [eiser sub 2] , sociaal beheerder, de heer [eiser sub 3] , teamleider verhuur- en bewonerzaken, en mevrouw [A] , manager wonen. Zij werden bijgestaan door de advocaat. [gedaagde] is niet verschenen. Zijn advocaat was wel aanwezig. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op de vragen van de voorzieningenrechter. Partijen hebbenop elkaar kunnen reageren. Van het verhandelde ter zetting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurde tot voor kort een woning van Eemland Wonen. Op 3 oktober 2018 heeft de kantonrechter de huurovereenkomst ontbonden vanwege een huurachterstand.

2.2.

Op 22 november 2018 is [gedaagde] naar het kantoor van Eemland Wonen gegaan. Hij heeft zich daar agressief gedragen. Hij heeft geschreeuwd, hij heeft een medewerker van Eemland Wonen opzij geduwd en is een werkruimte binnengedrongen en heeft haar en collega [eiser sub 3] beledigd en bedreigd.

2.3.

Dit was de tweede keer dat [gedaagde] zich agressief heeft gedragen tegenover medewerkers van Eemland Wonen. Op 11 oktober 2017 heeft hij dat ook al eens gedaan. Eemland Wonen heeft hem toen een kantoorverbod opgelegd van een jaar. Zij heeft hem nu permanent de toegang tot het kantoor ontzegd.

2.4.

[eiser sub 2] en [eiser sub 3] hebben beiden aangifte gedaan van het voorval op 22 november 2018. [gedaagde] is vervolgens aangehouden en op 22 en 23 november 2018 verhoord. Dit heeft geleid tot een strafrechtelijke procedure. [gedaagde] is inmiddels opgeroepen voor een zitting in die procedure.

3 Het geschil

3.1.

Eemland Wonen vordert dat het [gedaagde] voor onbepaalde tijd wordt verboden om het kantoor en de parkeerplaats van Eemland Wonen aan de Geerenweg 4 in Baarn te betreden, op straffe van een dwangsom van € 1000,- voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod overtreedt. Verder vordert Eemland Wonen dat het [gedaagde] voor onbepaalde tijd wordt verboden om contact op te nemen (op welke manier dan ook) met medewerkers van Eemland Wonen en met name met mevrouw [eiser sub 2] en de heer [eiser sub 3] , op straffe van een dwangsom van € 1000,- voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod overtreedt. Eemland Wonen vordert veroordeling van [gedaagde] in de (na)kosten van deze procedure en de wettelijke rente daarover

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het is aan Eemland Wonen als eigenaar om te bepalen wie zij al dan niet toegang geeft tot haar gebouwen en omliggende terreinen en om ongewenste gasten weg te sturen. Een locatie- en contactverbod zoals door Eemland Wonen is gevorderd, heeft een ingrijpende invloed op iemands persoonlijke vrijheid. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen. De toetsing daarvan vindt plaats aan de hand van de beginselen van proportionaliteit (is er een redelijke verhouding tussen het een en ander) en subsidiariteit (kan er met een minder ingrijpende maatregel worden volstaan).

4.2.

Op grond van de processtukken en de toelichting ter zitting staat vast dat er in een periode van iets meer dan een jaar twee incidenten hebben plaatsgevonden, waarbij [gedaagde] zich agressief heeft gedragen tegenover medewerkers van Eemland Wonen. Het laatste incident heeft een grote impact gehad op [eiser sub 2] en [eiser sub 3] en heeft geleid tot aanpassing in de bedrijfsvoering van Eemland Wonen. Zo houdt Eemland Wonen sindsdien haar voordeur gesloten en gaat zij camera’s plaatsen. Dat druist in tegen haar wens om toegankelijkheid uit te stralen en is niet de manier waarop zij met haar huurders wil omgaan. [eiser sub 2] en [eiser sub 3] , die toch jarenlange ervaring hebben met problematische situaties en emotionele uitbarstingen van huurders en die ook getraind zijn om daarmee om te gaan, zijn na het voorval met [gedaagde] angstiger geworden en herbeleven het incident nog dagelijks. Zij voelen zich persoonlijk door hem bedreigd en zijn bang dat hij hen iets aan zal doen. Eemland Wonen verwacht verder dat [gedaagde] zich weer zal gaan misdragen op het moment dat zij een deurwaarder moet inschakelen om de huurachterstand te innen.

4.3.

Namens [gedaagde] is betoogd dat een kantoor- en contactverbod niet nodig zijn, omdat hij Eemland Wonen en haar medewerkers niet meer zal benaderen. Ook zal hij zijn huurachterstand vrijwillig betalen. [gedaagde] is echter niet op de zitting verschenen om dat zelf te vertellen. Het is dan ook moeilijk om een inschatting te maken van de oprechtheid van deze toezegging. Het feit dat [gedaagde] zich kort na afloop van het kantoorverbod weer agressief heeft gedragen tegenover medewerkers van Eemland Wonen, en dit keer zelfs de achter de centrale hal liggende werkruimte is binnendrongen en heeft geprobeerd [eiser sub 2] daar vast te houden, maakt deze toezegging op zijn minst twijfelachtig. Verder acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat [gedaagde] [eiser sub 2] achterna is gerend nadat zij de spreekkamer via de vluchtdeur had verlaten. Zij heeft dit namelijk tegenover de politie verklaard, welke verklaring wordt bevestigd door de getuigenverklaring van [getuige] , de collega die in de deuropening stond toen [gedaagde] de spreekkamer binnendrong (productie 11). Tegenover de politie heeft [gedaagde] een en ander weliswaar ontkend, maar hij heeft niet verklaard wat er volgens hem dan wél is gebeurd en heeft volstaan met de reactie: “Bekijk de camerabeelden!” Verder acht de kantonrechter van belang dat [gedaagde] zonder geldige reden en zonder dat vooraf te melden niet op de zitting is verschenen en dus zelfs niet de moeite heeft genomen om zijn versie van het gebeuren toe te lichten. Bovendien heeft hij hiermee de kantonrechter en de wederpartij de mogelijkheid ontnomen hem over zijn versie van het gebeuren te bevragen. Hieruit maakt de voorzieningenrechter op dat [gedaagde] de gebeurtenissen bagatelliseert en niet inziet dat zijn gedrag ontoelaatbaar is. Deze omstandigheid maakt de kans op herhaling van dat ontoelaatbare gedrag aannemelijk en doet afbreuk aan de toezegging die de advocaat van [gedaagde] namens hem heeft gedaan.

4.4.

Gelet hierop en gelet op de ernst van de incidenten en de gevolgen die dat voor Eemland Wonen, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] heeft gehad, acht de voorzieningenrechter een kantoor- en contactverbod op zijn plaats. Dat [gedaagde] zich heeft gehouden aan het op 11 oktober 2017 door Eemland Wonen opgelegde kantoorverbod betekent niet dat de nu gevorderde verboden niet nodig zijn. Dat kantoorverbod was immers niet voldoende om ervoor te zorgen dat [gedaagde] zich in de toekomst niet meer zou misdragen tegenover Eemland Wonen en haar medewerkers. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om na afloop van het verbod het kantoor binnen te dringen en medewerkers te bedreigen. Kennelijk heeft [gedaagde] een stevigere maatregel en/of stok achter de deur nodig om hem van dergelijk gedrag te weerhouden. Reden om ook een dwangsom aan de vordering te verbinden.

4.5.

Het gebied en de personen waarvoor het locatie-en contactverbod is gevorderd, is voldoende concreet en ingeperkt en kan daarom worden toegewezen als gevorderd. Voor de duur van de gevorderde verboden geldt dat die in verband met de eisen van proportionaliteit zal worden beperkt en zal worden opgelegd voor een periode van twaalf maanden. De dwangsom wordt toegekend als gevorderd, met dien verstande dat daar een maximum van € 10.000,00 wordt gekoppeld.

4.6.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eemland Wonen worden begroot op:

- dagvaarding € 101,05

- griffierecht 639,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.556,05

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verbiedt [gedaagde] gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het kantoor van Eemland Wonen en de daarbij behorende parkeerplaats,

5.2.

verbiedt [gedaagde] gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met medewerkers van Eemland Wonen en in het bijzonder met [eiser sub 2] en [eiser sub 3] ,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan Eemland Wonen een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 5.1 en 5.2 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Eemland Wonen tot op heden begroot op € 1.556,05, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening, en als er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2019.1

1 type: GD (4243) coll: