Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:593

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
27-02-2019
Zaaknummer
C/16/474736 / JE RK 19-196
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten jeugdhulp. Minderjarige met onbekende feitelijke verblijfplaats. Gezien het ontbreken van de instemmingsverklaring en gelet op de door de GI geschetste zorgen, vat de kinderrechter het verzoek op als een verzoek spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

zaakgegevens: C/16/475402 / JE RK 19- 263 (spoed machtiging gesloten jeugdhulp)

C/16/474736 / JE RK 19-196 (aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp)

datum uitspraak: 12 februari 2019

beschikking spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te [vestigingsplaats] ,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    het verzoek van de GI van 23 januari 2019, met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 31 januari 2019;

  • -

    het faxbericht van de GI van 11 februari 2019;

  • -

    het gewijzigd verzoek van de GI, ingekomen bij de griffie op 12 februari 2019.

Op 12 februari 2019 heeft de kinderrechter de zaak met betrekking het verzoek van de GI van 23 januari 2019 behandeld. Gehoord zijn:

- mr. P.S. Wibbelink, advocaat van [voornaam van minderjarige] ;

- mevrouw [A] , een vertegenwoordigster van de GI.

De minderjarige [voornaam van minderjarige] is niet ter zitting verschenen. Mr. P.S. Wibbelink heeft ter zitting verklaard dat [voornaam van minderjarige] op de hoogte is van de zitting, zij heeft [voornaam van minderjarige] niet inhoudelijk kunnen spreken over het verzoek van de GI.

De feiten

Bij beschikking van 18 oktober 2011 is [voornaam van minderjarige] onder voogdij gesteld van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering.

[voornaam van minderjarige] woont bij [naam instelling] te [vestigingsplaats] .

Het verzoek

De GI heeft in het verzoek van 23 januari 2019 verzocht een machtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam van minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden. De GI heeft bij dit verzoek geen instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper kunnen overleggen, omdat het onbekend is waar [voornaam van minderjarige] feitelijk verblijft.

Gezien het ontbreken van de instemmingsverklaring, die vereist is voor het afgeven van een reguliere machtiging gesloten jeugdzorg, zal de kinderrechter, gelet op de door de GI geschetste zorgen, het verzoek van 23 januari 2019 opvatten als een verzoek om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.

Na afloop van de zitting heeft de GI schriftelijk het verzoek gewijzigd. In het gewijzigde verzoek van 12 februari 2019 heeft de GI verzocht een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam van minderjarige] te verlenen voor de duur van vier weken. Ook heeft de GI een aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp verzocht voor de duur van drie maanden.


De beoordeling

De GI heeft – verkort weergegeven – de volgende informatie aan het verzoek ten grondslag gelegd.

Op 12 december 2018 is [voornaam van minderjarige] weggelopen van de open leefgroep van [naam instelling] . Sinds

13 december 2018 staat zij op de telex. [voornaam van minderjarige] is eerder weggelopen en er wordt een patroon bij haar gezien. Wanneer zij iets spannend vindt, loopt zij weg. De GI heeft af en toe via meerdere telefoonnummers en via e-mail contact met [voornaam van minderjarige] . Het vermoeden bestaat dat [voornaam van minderjarige] zich in een onveilig netwerk begeeft, waar zij mogelijk seksuele contacten heeft. Zij is gemakkelijk slachtoffer van personen met verkeerde bedoelingen. Zij overziet de mate van onveiligheid en de nadelige gevolgen voor de langere termijn niet. Er zijn dan ook grote zorgen over haar nu zij al zolang vermist is. De GI heeft verschillende pogingen ondernomen om [voornaam van minderjarige] terug op de groep te krijgen. Om de urgentie bij de politie te verhogen en ervoor te zorgen dat zij pro-actief naar [voornaam van minderjarige] gaan zoeken is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk. Ook is een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk om in een gesloten setting de veiligheid van [voornaam van minderjarige] te waarborgen.

De raadsvrouw van [voornaam van minderjarige] heeft – verkort weergegeven – naar voren gebracht, dat het verzoek zou moeten afgewezen, omdat er geen instemmingsverklaring is. Omdat zij [voornaam van minderjarige] niet gesproken heeft weet ze niet wat [voornaam van minderjarige] er zelf van vindt. Ze kan zich echter de zorgen om haar voorstellen.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet, dient onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk te zijn in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van de jeugdige die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient een uithuisplaatsing noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

Bij het verzoek ontbreekt een verklaring van een gedragswetenschapper. De kinderrechter kan een spoedmachtiging slechts verlenen indien uit de beschikbare informatie voldoende blijkt dat de situatie, bedoeld in het hiervoor aangehaalde artikel 6.1.3., tweede lid, Jeugdwet zich voordoet en dat met het oog daarop een onmiddellijke opname en verblijf van de jeugdige in een gesloten accommodatie noodzakelijk is, ondanks dat een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper ontbreekt. De kinderrechter dient na te gaan dat een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper niet kan worden verkregen, omdat persoonlijk onderzoek van de jeugdige, dan wel ander onderzoek feitelijk onmogelijk is geweest.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de kinderrechter voldoende gebleken dat er sprake is van een situatie als hiervoor bedoeld die het verlenen van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk maakt. Al geruime tijd onttrekt [voornaam van minderjarige] zich, of wordt door anderen onttrokken, aan de jeugdhulp die zij dringend nodig heeft en bevindt zij zich mogelijk in een voor haar zeer onveilige omgeving.

Ter zitting is afgesproken dat, zodra [voornaam van minderjarige] terecht is en zij in een gesloten setting is geplaatst, zij zo spoedig mogelijk door een onafhankelijke gedragswetenschapper wordt gezien voor een instemmingsverklaring. Zodra [voornaam van minderjarige] terecht is zal de rechtbank worden geïnformeerd en wordt er binnen één week een nadere zitting gepland zodat de verzoeker, [voornaam van minderjarige] en mr. P.S. Wibbelink in de gelegenheid worden gesteld om hun mening kenbaar te maken.

In afwachting van deze zitting zal de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de bovengenoemde zitting heeft plaatsgevonden.

Uiterlijk op een nader te bepalen zittingsdatum dienen de volgende stukken te worden overgelegd:

  • -

    een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper;

  • -

    een (actuele) bepaling jeugdhulp.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 12 februari 2019 voor de duur van vier weken betreffende de minderjarige [voornaam van minderjarige] ;

houdt de beslissing op het verzoek voor het overige aan;

bepaalt dat de verzoeker, [voornaam van minderjarige] en mr. P.S. Wibbelink op een nader te bepalen zittingsdatum zullen worden gehoord in het gerechtsgebouw te Utrecht, Vrouwe Justitiaplein 1.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2019 door mr. P.J.G. van Osta, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. Hendriks als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 februari 2019.