Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:5899

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-12-2019
Datum publicatie
13-12-2019
Zaaknummer
7949833 UC EXPL 19-8231 nig/1449
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Loonbeslag. Werkgever moet 'verklaring doen', ook als er al een eerder beslag ligt.Hoofdelijkheid in klare taal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1313
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7949833 UC EXPL 19-8231 nig/1449

Vonnis van 4 december 2019

in de zaak van

de naamloze vennootschap

[eiseres] N.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [eiseres] ,

eisende partij,

gemachtigde: Ph.A.C.M. van den Broek (GGN Gerechtsdeurwaarders Utrecht),

tegen:

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

en haar vennoten:

2. [gedaagde sub 2] ,

wonend in [woonplaats 1] , en

3. [gedaagde sub 3] ,

wonend in [woonplaats 2] ,

samen verder te noemen [gedaagde sub 1] ,

gedaagde partij,

vertegenwoordigd door [gedaagde sub 2] .

1 Waar gaat de zaak over?

1.1.

[eiseres] heeft een vordering op [A] , die in dienst is bij [gedaagde sub 1] . [A] had een betalingsachterstand bij [eiseres] . Zij is in een arbitraal vonnis van stichting E‑Court veroordeeld om die achterstand te betalen, en de voorzieningenrechter in Almelo heeft [eiseres] verlof tot tenuitvoerlegging verleend. [eiseres] heeft executoriaal beslag gelegd op het loon van [A] . Zij heeft [gedaagde sub 1] gevraagd om de ‘derdenverklaring’ in te vullen, maar dat heeft [gedaagde sub 1] niet gedaan.

1.2.

[eiseres] vordert nu van [gedaagde sub 1] betaling van de schuld van [A] , dat is € 811,61 met rente en kosten.

1.3.

[gedaagde sub 1] heeft op de rolzitting mondeling verweer gevoerd. [eiseres] heeft daarop schriftelijk gereageerd. [gedaagde sub 1] heeft de gelegenheid gekregen om daarop nog eens te reageren, maar dat heeft zij niet gedaan. Het vonnis is vervolgens door omstandigheden eenmaal uitgesteld.

2 Wat vindt de kantonrechter ervan?

2.1.

Als iemand niet uit zichzelf zijn schulden betaalt, dan regelt de wet manieren om die betaling af te dwingen. Eén van die manieren is loonbeslag. De schuldeiser legt dan beslag op het loon dat iemand van zijn werkgever moet krijgen. Daardoor wordt de werkgever dus betrokken bij de schulden van de werknemer: hij moet de schuldeiser betalen uit het loon dat de werknemer tegoed heeft. Dat begint met informatie geven. De werkgever moet binnen vier weken na de beslaglegging ‘verklaring doen’ aan de schuldeiser. Daarbij moet hij opgeven wat hij aan zijn werknemer schuldig is (het loon), maar ook bijvoorbeeld of er meer beslagen gelegd zijn en door wie dan. De precieze regeling staat in artikel 476a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Als de werkgever die informatie niet geeft, kan hij zelf veroordeeld worden om de schuld van zijn werknemer te betalen (artikel 477a Rv).

2.2.

De deurwaarder die voor [eiseres] optrad heeft [gedaagde sub 1] gevraagd om die informatie. [gedaagde sub 1] heeft die niet gegeven, omdat de Belastingdienst al eerder beslag gelegd had op het loon van [A] . Volgens [gedaagde sub 1] kan er dan niet nog eens beslag gelegd worden. Dat klopt niet. Het is wel zo dat de werkgever het geld maar eenmaal hoeft af te dragen; de verschillende schuldeisers moeten dat dan onderling verdelen. Als er een tweede beslag gelegd wordt, moet de werkgever daarvoor opgeven wie er al eerder beslag gelegd hebben. Dat is dus juist geen reden om de informatie niet te hoeven geven.

2.3.

[gedaagde sub 1] heeft de informatie dus ten onrechte niet gegeven. Daarom zal [gedaagde sub 1] zelf de schuld van [A] moeten betalen, waarvoor het beslag gelegd is.

2.4.

[eiseres] heeft beslag gelegd voor € 817,02. Van [gedaagde sub 1] vordert zij nu € 811,61. Het verschil zit in de rente (€ 1,57 meer) en de incassokosten (€ 6,98 minder). Het gevorderde bedrag is minder dan waarvoor beslag gelegd is, en de hoogte van het bedrag wordt niet betwist. Daarom kan het worden toegewezen, met de wettelijke rente.

2.5.

Bij een vennootschap onder firma zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Daarom zullen de vennootschap, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk veroordeeld worden. Dat wil zeggen dat [eiseres] ieder van hen voor het hele bedrag mag aanspreken, maar ook dat iedere betaling van één van hen geldt als een betaling van alle drie. Als één van hen een deel betaalt, vermindert de schuld dus voor alle drie.

2.6.

Omdat [gedaagde sub 1] ongelijk krijgt, wordt zij ook in de kosten veroordeeld. De kosten aan de kant van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 104,42

- griffierecht € 486,00

- salaris gemachtigde € 240,00 (2 punten x tarief € 120,00)

Totaal € 830,42

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde sub 1] (dat wil zeggen: de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] ) hoofdelijk om aan [eiseres] € 811,61 te betalen met de wettelijke rente over € 157,74 vanaf 22 juli 2019 tot de voldoening;

veroordeelt [gedaagde sub 1] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten aan de kant van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 830,42, waarin begrepen € 240,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 december 2019.