Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:552

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
14-02-2019
Zaaknummer
C/16/472478 / KG ZA 18-797
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Twee bedrijfspanden aan de Utrechtseweg in Zeist, die worden gekraakt, mogen worden ontruimd. Dat heeft de voorzieningenrechter in Utrecht bepaald naar aanleiding van twee kort gedingen die werden aangespannen door de krakers.

De panden, eigendom van Mooi Zeist B.V., worden gekraakt sinds 6 november en 29 december 2018. De eigenaar van de panden deed in beide gevallen aangifte bij de politie. De officier van justitie besloot beide panden te ontruimen uiterlijk op 6 februari en 6 maart van dit jaar. Tegen deze besluiten spanden twee krakers, ieder kraker van een ander pand, een kort geding aan tegen de Staat. De rechter besloot de zaken vanwege de overeenkomsten tegelijk te behandelen.

De krakers deden een beroep op het huisrecht, en vinden dat een ontruiming hen ernstig aantast in dit recht. Kraken is volgens de wet strafbaar. Mooi Zeist heeft geen toestemming aan de krakers verleend om de ruimtes te mogen gebruiken. Door hun aanwezigheid is het niet mogelijk om de geplande verbouwing voort te zetten. Daarnaast hebben een aantal van de gekraakte panden al een bestemming: er is een overeenkomst tot flexibele huur aan arbeidsmigranten. De krakers hebben geen bijzondere omstandigheden aangevoerd. Daarom mag de Staat in dit geval overgaan tot ontruiming van de gekraakte panden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/472478 / KG ZA 18-797

Vonnis in kort geding van 13 februari 2019

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende in [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. M.F. van Hulst in Utrecht,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelend in Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. S.J.M. Bouwman in 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Staat genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;
    - de conclusie van antwoord;
    - de brief van mr. Bouwman van 23 januari 2019 met de producties 1 tot en met 14;
    - de brief van mr. Bouwman van 28 januari 2019 met productie 15;

  • -

    de mondelinge behandeling op 29 januari 2019, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;

  • -

    de pleitnota van [eiseres] ;

  • -

    de pleitnota van de Staat.

1.2.

De mondelinge behandeling van dit kort geding heeft vanwege de samenhang gelijktijdig plaatsgevonden met die van het kort geding met zaaknummer C/16/473647 / KG ZA 19/28. Ten slotte is vonnis bepaald. In beide kort gedingen wordt apart vonnis gewezen.

2 De feiten

2.1.

Op 15 oktober 2018 is Mooi Zeist B.V. (Mooi Zeist) eigenaar geworden van de panden [pand 1] , [pand 2] , [pand 3] , [pand 4] en [pand 5] op het terrein gelegen aan de [adres ] in [woonplaats] . Deze panden zijn weergegeven op de plattegrond die als bijlage is toegevoegd aan de aankondigingsbrief van 9 januari 2019 (zie hierna onder 2.8.).

2.2.

Op 6 november 2018 is het pand [pand 3] in gebruik genomen door (een groep) krakers, onder wie [eiseres] . Op 7 november 2018 heeft Mooi Zeist aangifte gedaan van huisvredebreuk, dan wel kraken en vernieling.

2.3.

Op 23 november 2018 heeft Mooi Zeist een tijdelijke beheerovereenkomst gesloten met leegstandsbeheerder Camelot Europe (Camelot) voor het tijdelijk beheer van haar panden op (onder meer) de locatie [adres ] in [woonplaats] .

2.4.

Bij brief van 12 december 2018 heeft de officier van justitie van het arrondissementsparket Utrecht de strafrechtelijke ontruiming van pand [pand 3] aangezegd. Daarbij heeft de officier van justitie in de brief opgemerkt dat de ontruiming zal plaatsvinden uiterlijk op 6 februari 2019 en dat de krakers in de gelegenheid worden gesteld om de rechtmatigheid van de voorgenomen ontruiming ter beoordeling voor te leggen aan de voorzieningenrechter. Indien de dagvaarding voor 20 december 2018 is uitgebracht, zal niet worden aangevangen met de ontruiming totdat vonnis is gewezen.

2.5.

Bij dagvaarding van 20 december 2018 heeft [eiseres] de Staat gedagvaard in kort geding en een verbod tot ontruiming gevorderd.

2.6.

Op 21 december 2018 heeft Camelot een tijdelijke bruikleenovereenkomst met een huurder gesloten voor de panden [pand 1] en [pand 2] .

2.7.

Op 29 december 2018 zijn de geschakelde panden [pand 1] en [pand 2] in gebruik genomen door (een groep) krakers, waaronder [B] ( [B] ). Diezelfde dag heeft Mooi Zeist aangifte gedaan van huisvredebreuk.

2.8.

Bij brief van 9 januari 2019 heeft de officier van justitie van het arrondissementsparket Utrecht de strafrechtelijke ontruiming van de panden [pand 1] en [pand 2] aangezegd. Daarbij heeft de officier van justitie in de brief opgemerkt dat de ontruiming zal plaatsvinden uiterlijk op 6 maart 2019 en dat de krakers in de gelegenheid worden gesteld om de rechtmatigheid van de voorgenomen ontruiming ter beoordeling voor te leggen aan de voorzieningenrechter. Als voor 17 januari 2019 een dagvaarding is uitgebracht met daarin een datum en tijd van behandeling die gelegen is uiterlijk op 29 januari 2019 (de datum van de mondelinge behandeling van het kort geding over de ontruiming van pand [pand 3] ), zal niet worden aangevangen met de ontruiming van de panden [pand 1] en [pand 2] totdat vonnis is gewezen.

2.9.

Op 11 januari 2019 heeft Mooi Zeist een overeenkomst voor flexibele verhuur gesloten met Cervo Facilitair (Cervo) voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten.

2.10.

Bij dagvaarding van 17 januari 2019 heeft [B] de Staat gedagvaard in kort geding en een verbod tot ontruiming gevorderd.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat – de Staat te verbieden over te gaan tot strafrechtelijke ontruiming van de woning aan de [adres ] in [woonplaats] , waaronder begrepen het verlenen van medewerking aan de overhandiging van het pand aan derden dan wel het niet optreden tegen huisvredebreuk jegens [eiseres] gedurende haar afwezigheid, totdat eventueel in hoogste instantie door de strafrechter bewezen is verklaard dat haar verblijf wederrechtelijk is.

3.2.

[eiseres] heeft daartoe gesteld, kort gezegd, dat geen feit of omstandigheid naar voren is gebracht waaruit de wederrechtelijkheid van het vertoeven van de bewoners voor het OM valt af te leiden. Indien die wederrechtelijkheid wel komt vast te staan, is geen sprake van een deugdelijke en kenbare belangenafweging. [eiseres] komt als bewoner van het pand een huisrecht toe als bedoeld in artikel 8 van het Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Een ontruiming is een ernstige aantasting van dit recht. Een legitiem doel voor het inbreuk makend handelen van de overheid ontbreekt. De gestelde verharding van de krakerswereld kan niet bewezen worden, waarmee de legitimiteit van dit gestelde doel ontvalt. De bescherming van het eigendomsrecht is reeds bij wet voorzien. Dit betreft immers slechts een relatief lichte inbreuk, omdat de mogelijkheden en bevoegdheden van de eigenaar met het pand slechts beperkt worden belemmerd nu hij in een civiele ontruimingsprocedure krakers gemakkelijk uit het pand kan krijgen. Het daar tegenover staande “loss of home” is de meest zware inbreuk die op het huisrecht gemaakt kan worden. Daar komt bij dat in het pand op korte termijn geen gebruik of werkzaamheden zullen plaatsvinden, waardoor het belang van Mooi Zeist bij de ontruiming zeer beperkt is. Dit terwijl het belang van de bewoners bij voortzetting van hun bewoning evident is. Indien [eiseres] de woning moet verlaten, dreigt voor haar dakloosheid. Zij komt binnen een redelijke termijn ook niet voor een betaalbare huurwoning in aanmerking. Bovendien zijn de vergunningen voor het toekomstige bouwproject nog niet rond. Mooi Zeist wil de gebouwen op lange termijn transformeren naar woningen, maar onduidelijk is hoeveel tijd dit zal kosten. Stichting onderdak zou het Thomashuis volgens de Staat hebben willen huren, maar dit plan is op 19 november definitief ingetrokken. Daar komt bij dat de bruikleenleenovereenkomst met Camelot niet is ondertekend en niet (goed) is gedateerd. De overeenkomst zit nog in de conceptfase, zodat er niet vanuit kan worden gegaan dat dit plan wordt voortgezet. De verhuur aan Cervo ziet bovendien niet op het pand waarin [eiseres] verblijft (pand [pand 3] ). Verder staat de in artikel 14.7b met Cervo overeengekomen boete bij opzegging binnen de eerste drie jaar op gespannen voet met de lange termijn plannen van Mooi Zeist en is de huisvesting van arbeidsmigranten in strijd met de gemeentelijke regelgeving. Ook de aanneemovereenkomst roept veel vragen op. Om deze redenen moet de belangenafweging volgens [eiseres] dan ook in het voordeel van de bewoners worden beslist.

3.3.

De Staat voert als verweer dat de enkele verdenking van een misdrijf ingevolge de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) voldoende is om op grond van artikel 551a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) tot (de aanzegging van) ontruiming over te gaan. Mooi Zeist heeft aan [eiseres] geen toestemming verleend (de ruimtes in) het pand te gebruiken en heeft ook haar bezwaar geuit tegen dit gebruik door aangifte te doen. Daarmee is de bevoegdheid om tot strafrechtelijke ontruiming van het pand over te gaan, gegeven. De Staat voert verder aan dat toepassing van de proportionaliteitstoets op basis van het door de Hoge Raad in het arrest van 28 oktober 2011 geïntroduceerde criterium meebrengt dat een belangenafweging enkel kan plaatsvinden indien de kraker feiten of omstandigheden aanvoert en aannemelijk maakt die in het concrete geval tot een andere dan de door de wetgever gemaakte afweging nopen. Het niet kunnen beschikken over woonruimte levert in elk geval niet een dergelijke bijzondere omstandigheid op. Dit is immers een omstandigheid die de wetgever heeft meegewogen in zijn beslissing kraken als ongeoorloofde eigenrichting in alle gevallen als misdrijf strafbaar te stellen. Evenmin heeft [eiseres] feitelijk en/of met stukken onderbouwd dat zij economisch dan wel maatschappelijk aan de regio is gebonden. Volgens de Staat heeft [eiseres] geen bijzondere omstandigheden aangevoerd of aannemelijk gemaakt, die ertoe leiden dat het in beginsel prevalerende belang van de Staat bij ontruiming in dit geval moet wijken. Mooi Zeist heeft bovendien voldoende concrete plannen met het pand. Zij heeft een overeenkomst gesloten om aanzienlijke werkzaamheden aan de panden te laten verrichten. Voorbereidende werkzaamheden waren op het moment van de kraak al gaande. Ook heeft Mooi Zeist de panden met potentiële huurders bezichtigd. Zij heeft een leegstandbeheerovereenkomst met Camelot gesloten en een overeenkomst voor flexibele verhuur aan arbeidsmigranten met Cervo. Na de ontruiming zullen de gekraakte panden in tijdelijk beheer worden genomen door Camelot, parallel aan de renovatie van de overgebleven panden. Daarna zullen ook deze panden door Cervo in gebruik worden genomen. Tegelijk aan deze plannen op korte termijn wil Mooi Zeist in samenwerking met een projectgroep van de gemeente Zeist de mogelijkheid van herontwikkeling van de panden onderzoeken. Nu de panden binnen een maand na de aankoop zijn gekraakt, heeft Mooi Zeist haar plannen nog niet verder kunnen uitvoeren. Daar komt bij dat de panden vanwege de kraak vanaf heden niet meer verzekerd zijn tegen schade bij brand.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij beoordeling van haar vordering, omdat is aangekondigd dat de strafrechtelijke ontruiming die zij wil voorkomen uiterlijk op 6 februari 2019 zal plaatsvinden.

4.2.

Vooropgesteld wordt dat kraken strafbaar is gesteld in de artikelen 138, 138a en 139 Sr. In geval van een verdenking van overtreding van deze wetsartikelen kan in beginsel op de voet van artikel 551a Sv tot ontruiming worden overgegaan (zie Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9880).

4.3.

Nu [eiseres] heeft erkend dat zij het pand heeft gekraakt, bestaat er op goede grond een verdenking van overtreding van voornoemde verbodsbepalingen en kan de Staat in beginsel overgaan tot (aanzegging van de) strafrechtelijke ontruiming, temeer nu er blijkens de aangiften van Mooi Zeist bezwaar bestaat tegen het gebruik van het pand door [eiseres] en de medekrakers.

4.4.

Ingevolge artikel 8, lid 1, EVRM komt [eiseres] echter een huisrecht toe op grond waarvan zij het voorgenomen besluit tot ontruiming in kort geding ter toetsing aan onderstaande criteria kan voorleggen.

4.5.

Het aan [eiseres] toekomende huisrecht is niet onbegrensd en in artikel 8, lid 2, EVRM zijn de voorwaarden neergelegd voor een gerechtvaardigde inbreuk op dit recht. In dat kader dient er een concrete belangenafweging te worden gemaakt tussen het belang van de Staat enerzijds en het belang van [eiseres] anderzijds aan de hand van de proportionaliteits- en het subsidiariteitstoets.

4.6.

In het kader van de proportionaliteitstoets dient te worden bezien of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang aan het belang van de openbare orde en de bescherming van de rechten van derden ook in de concrete omstandigheden van het geval voorgaan op het huisrecht van de kraker.

4.7.

Uitgangspunt is dat het aan de kraker is om die feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig aannemelijk te maken op grond waarvan de belangenafweging in het onderhavige geval anders dient uit te vallen, waarbij geldt dat een eigenaar het recht heeft om over zijn pand te beschikken zoals hij wil. Toetsing vindt plaats tegen de achtergrond van het bestaan van een huisrecht, de ernst van de inbreuk, de mate waarin door de voorgenomen maatregel legitieme belangen van derden worden beschermd, de rechtmatigheid of onrechtmatigheid van de vestiging in de woning en de potentiële onomkeerbaarheid van een beslissing (zie Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9880).

4.8.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Staat voldoende aannemelijk gemaakt dat Mooi Zeist concrete plannen heeft met het pand [pand 3] . Mooi Zeist heeft de panden sinds 15 oktober 2018 in bezit, maar al op 12 september 2018 heeft zij een overeenkomst van aanneming van werk gesloten met bouwbedrijf Osnabrugge B .V. voor het upgraden en renoveren van vier gebouwen aan de [adres ] in [woonplaats] . Het werk zou aanvangen op 1 november 2018 en worden opgeleverd op 15 maart 2019, maar door de kraak van de panden heeft deze verbouwing vertraging opgelopen. Voldoende aannemelijk is dan ook dat Mooi Zeist door de aanwezigheid van [eiseres] en de medekrakers in pand [pand 3] haar verbouwings- en/of ontwikkelplannen niet kan voortzetten. Daarmee is haar belang bij de ontruiming gegeven. Voorts is voldoende aannemelijk dat Mooi Zeist leegstand en (opnieuw) kraken van de panden tracht te voorkomen door het sluiten van de tijdelijke beheerovereenkomst met Camelot en de overeenkomst voor flexibele verhuur met Cervo. [eiseres] kan niet worden gevolgd in haar stelling dat slechts sprake is van een concept overeenkomst met Camelot, omdat de offerte op pagina 70 door beide partijen is ondertekend. Door ondertekening van de offerte heeft Mooi Zeist een volmacht aan Camelot gegeven om bruikleenovereenkomsten te sluiten voor de tijdelijk leegstaande panden. Bovendien bevat elke pagina van de offerte een paraaf van beide partijen. Dat de verhuur aan Cervo alleen ziet op andere gebouwen dan pand [pand 3] , zoals [eiseres] stelt, kan de voorzieningenrechter niet uit de overeenkomst voor flexibele verhuur met Cervo (en de als bijlage overgelegde kaarten) afleiden. Evenmin is gebleken dat en waarom de verhuur aan arbeidsmigranten in dit geval in strijd is met de gemeentelijke regelgeving. Onder deze omstandigheden is niet aannemelijk dat een vrees voor toekomstige leegstand van het gekraakte pand [pand 3] onder deze eigenaresse gerechtvaardigd is.

4.9.

[eiseres] heeft daarentegen geen ander belang gesteld dan haar belang bij het hebben van woonruimte, zodat er geen aanleiding bestaat van de door de wetgever gemaakte belangenafweging af te wijken. Het door [eiseres] gestelde belang is door de wetgever reeds meegewogen in het besluit tot strafbaarstelling van kraken.

4.10.

Ten aanzien van de subsidiariteitstoets worden overwogen dat het huisrecht in dit geval niet los kan worden gezien van het optreden tegen strafbare feiten. Het huisrecht van [eiseres] is immers ontstaan door het plegen van strafbare feiten. Er is daarom geen ander (minder verstrekkend) middel om aan dat strafbare feit een einde te maken dan door middel van strafrechtelijke ontruiming.

4.11.

Een en ander leidt tot de slotsom dat een disproportionele inbreuk op het huisrecht van [eiseres] niet aannemelijk is geworden, zodat de door haar gevraagde voorziening zal worden geweigerd.

4.12.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Staat worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorziening;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 1.619,00;

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2019.1

1 type: coll: