Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:538

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-02-2019
Datum publicatie
06-03-2019
Zaaknummer
C/16/463115 / FO RK 18-1056
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 1:27 BW. De ABS heeft de erkenning van de kinderen door de man geweigerd, omdat de identiteit van de man niet vast zou staan. Tussenbeschikking. De ABS zal de documenten van de man op echtheid laten onderzoeken door Bureau Documenten van de IND. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2019:3531)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5172
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/463115 / FO RK 18-1056

artikel 1:27 van het Burgerlijk Wetboek

Tussenbeschikking van 14 februari 2019

in de zaak van:

[verzoekster 1] ,

hierna te noemen: de vrouw,

- en -

[verzoeker 2] ,

hierna te noemen: de man,

beiden wonende te [woonplaats] ,

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

advocaat mr. E.C. Weijsenfeld,

tegen

de ambtenaar van de burgerlijke stand,

gemeente [gemeente] ,

hierna te noemen: de ABS,

met als belanghebbende

mr. H. Hooijer,

kantoorhoudende te Utrecht,

in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarigen

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3].

1 Verloop van de procedure

1.1.

Verzoekers hebben op 5 juli 2018 een verzoekschrift, met bijlagen, ingediend.

1.2.

De ABS heeft op 10 augustus 2018 een verweerschrift ingediend.

1.3.

Bij beschikking van 23 augustus 2018 van deze rechtbank is mr. H. Hooijer benoemd tot bijzondere curator over [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] .

1.4.

Nadien heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    het advies van de bijzondere curator, ingediend op 8 oktober 2018, met bijlage,

  • -

    het verzoekschrift van de bijzondere curator, ingediend op 8 oktober 2018, met bijlagen.

1.5.

De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren van 10 januari 2019. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    verzoekers met hun advocaat,

  • -

    mr. [A] , namens de gemeente [gemeente] ,

  • -

    de bijzondere curator,

  • -

    de heer M. Gezelde, als tolk.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Verzoekers hebben een relatie.

2.2.

De kinderen van de vrouw zijn:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .

2.3.

De kinderen zijn niet erkend.

2.4.

De vrouw is van rechtswege belast met het gezag over de kinderen.

2.5.

Bij besluit van 24 mei 2018 heeft de ABS geweigerd om een akte van erkenning op te maken van [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] door de man, op grond van artikel 18 lid 3 jo. 18c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.6.

De vrouw en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. De nationaliteit van de man is onbekend.

3 Beoordeling van het verzochte

3.1.

Verzoekers hebben de rechtbank primair verzocht om het besluit van 24 mei 2018 van de ABS te vernietigen en de ABS te gelasten alsnog een akte van erkenning op te maken en een latere vermelding betreffende erkenning door de man toe te voegen aan de geboorteaktes van [voornaam van minderjarige 1] , [voornaam van minderjarige 2] en [voornaam van minderjarige 3] .

Subsidiair hebben verzoekers verzocht om het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen, ten aanzien van [voornaam van minderjarige 1] , [voornaam van minderjarige 2] en [voornaam van minderjarige 3] .

3.2.

Ter onderbouwing van hun verzoek stellen verzoekers het volgende. Verzoekers hebben al tien jaar een relatie. Uit deze relatie zijn de kinderen geboren en zij verzorgen de kinderen samen. Verzoekers zijn in 2017 gehuwd voor de kerk. Een burgerlijk huwelijk is nog niet mogelijk, aangezien de man geen verblijfsstatus heeft in Nederland en hij niet over de benodigde documenten beschikt. De vrouw en de kinderen zijn genaturaliseerd. Verzoekers willen dat de man de kinderen erkent en zij willen dat de kinderen de naam van de man gaan dragen. De ABS weigert mee te werken aan de erkenning, omdat de identiteit van de man niet vast zou staan. Volgens de man blijken zijn persoonsgegevens uit zijn Eritrese identiteitsbewijs. Verzoekers stellen dat de man een afgeleid verblijfsrecht heeft, gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Het is in strijd met artikel 8 EVRM en artikel 7 IVRK, indien het juridisch vaderschap van de man niet kan worden geregistreerd, aldus verzoekers.

3.3.

Volgens de ABS bestaat er ernstige twijfel over de identiteit van de man, aangezien hij met drie verschillende identiteiten bekend is in Nederland. De man beschikt over een (verouderd) origineel Eritrees binnenlands paspoort en over een kopie van een Italiaans verblijfsdocument uit 2010. De persoonsgegevens op deze documenten zijn afwijkend en de foto’s tonen weinig gelijkenis. Gelet hierop kan de ABS de identiteit van de man niet vaststellen. Dit is de reden dat de erkenning is geweigerd.

3.4.

De bijzondere curator heeft een DNA-onderzoek geadviseerd, zodat het biologische vaderschap van de man vast komt te staan. Indien de man de biologische vader van de kinderen blijkt te zijn, dan acht de bijzondere curator het van groot belang voor de kinderen dat de man ook hun juridische vader wordt. Nu de vrouw wellicht niet ontvankelijk zal zijn in haar (subsidiaire) verzoek, heeft de bijzondere curator het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap overgenomen.

3.5.

De rechtbank overweegt dat eerst het primaire verzoek op grond van artikel 1:27 BW wordt beoordeeld. Daarom ziet de rechtbank op dit moment nog geen aanleiding voor het gelasten van een DNA-onderzoek. Dat zal aan de orde komen wanneer het primaire verzoek wordt afgewezen en het subsidiaire verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt beoordeeld.

3.6.

Naar aanleiding van een besluit van een ambtenaar van de burgerlijke stand om op grond van artikel 18c of 20c te weigeren een akte van de burgerlijke stand op te maken, een latere vermelding aan een akte toe te voegen of, buiten het geval van stuiting van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap en dat van afgifte van een afschrift of een uittreksel, aan een verrichting mee te werken, kunnen belanghebbende partijen binnen zes weken na de verzending van dat besluit een verzoek indienen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de standplaats van de ambtenaar van de burgerlijke stand is gelegen (artikel 1:27 BW).

Deze rechtbank is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, aangezien het in deze zaak gaat om een besluit van de ABS van de gemeente [gemeente] . Verzoekers hebben hun verzoek binnen de wettelijke termijn van zes weken bij de rechtbank ingediend, zodat zij ontvankelijk zijn in hun verzoek.

3.7.

Gebleken is dat de documenten van de man uit Eritrea en Italië nog niet op echtheid zijn onderzocht door Bureau Documenten van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst). Ter zitting heeft de ABS aangeboden om de documenten van de man te laten onderzoeken op echtheid door Bureau Documenten en om fotovergelijkend onderzoek te laten verrichten.

Gelet hierop zijn ter zitting de volgende afspraken gemaakt.

  • -

    De man zal zo spoedig mogelijk zijn identiteitsdocumenten uit Eritrea en Italië bij de ABS afgeven voor het onderzoek door Bureau Documenten. Als de man nog andere documenten van vroeger heeft met daarop zijn naam en foto, dan zal de man die documenten ook afgeven bij de ABS;

  • -

    De ABS zal de rechtbank informeren over de uitkomst van het onderzoek door Bureau Documenten en het fotovergelijkend onderzoek, waarna de advocaat van verzoekers en de bijzondere curator hierop kunnen reageren;

  • -

    De ABS en de advocaat van verzoekers zullen de rechtbank nader informeren over het toepasselijke namenrecht en de (on)mogelijkheid dat de kinderen de naam van de man verkrijgen, zowel voor de situatie dat de kinderen worden erkend door de man, als voor de situatie dat het vaderschap van de man gerechtelijk wordt vastgesteld;

3.8.

De rechtbank zal de behandeling van de zaak aanhouden. Nadat de uitkomst van het onderzoek door Bureau Documenten is ontvangen, zal een nieuwe zittingsdatum worden bepaald.

3.9.

De bijzondere curator heeft in haar advies ook de minderjarige [voornaam van minderjarige 3] betrokken, maar zij is formeel nog niet benoemd tot bijzondere curator ten aanzien van [voornaam van minderjarige 3] . De rechtbank zal daarom de bijzondere curator ook ten aanzien van [voornaam van minderjarige 3] benoemen.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

benoemt tot bijzondere curator tegen wie het verzoek strekkende tot erkenning van de minderjarige [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , mede zal moeten worden gericht:

mr. H. Hooijer, [adres] , [postcode] Utrecht ,

4.2.

houdt de behandeling van het verzoek pro forma aan tot 22 maart 2019, met het in overweging 3.7. genoemde doel,

met verzoek aan de belanghebbenden om voor die datum hun verhinderdata door te geven.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Verouden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2019.

..