Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:5134

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-11-2019
Datum publicatie
15-11-2019
Zaaknummer
C/16/487373 / KG ZA 19-578
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

kort geding, op merkrecht en auteursrechten gebaseerde vorderingen afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/487373 / KG ZA 19-578

Vonnis in kort geding van 1 november 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANTROPIA B.V.,

gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,

hierna Antropia,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. B. Brouwer te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] (Gld),

hierna [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] (Gld),

hierna [gedaagde sub 2] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

hierna samen [gedaagde sub 1] c.s.,

advocaat mr. H. Maatjes te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 september 2019,

  • -

    de akte overlegging producties 1 tot en met 26 van Antropia,

  • -

    de nagekomen producties 27 tot en met 43 van Antropia,

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 21,

  • -

    de nagekomen producties 22 en 23 van [gedaagde sub 1] c.s.,

  • -

    de mondelinge behandeling van 17 oktober 2019,

  • -

    de pleitnota van Antropia,

  • -

    de pleitnota van [gedaagde sub 1] c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

[gedaagde sub 2] is ontwerper en brand & business development manager. Hij houdt zich via zijn holdingmaatschappij [gedaagde sub 1] onder meer bezig met het ontwikkelen van (bedrijfs)concepten en producten.

2.2.

[gedaagde sub 2] was via [gedaagde sub 1] één van de oprichters, aandeelhouders en bestuurders van Abel’s Kitchen B.V. Deze onderneming hield zich onder meer bezig met detailhandel in food en non-food en het ontwikkelen en exploiteren van horeca-activiteiten.

2.3.

[gedaagde sub 2] heeft de volgende logo’s gemaakt:

2.4.

Via Albert Hein zijn vanaf 30 april 2018 onder meer deze “Abel’s Deli”-maaltijdpotten verkocht:

2.5.

Abel’s Kitchen B.V. is op 30 oktober 2018 failliet verklaard. Antropia heeft activa uit de boedel van Abel’s Kitchen B.V. gekocht.

2.6.

Antropia heeft op 26 november 2018 deze twee merken gedeponeerd bij het Merkenregister van het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP) voor waren en/of diensten in de klassen 29, 30 en 35:

2.7.

Antropia is vervolgens via Spar onder andere de volgende “159 Kitchen”-maaltijdpotten gaan verkopen:

Deze potten zijn qua vormgeving identiek aan de hiervoor onder 2.4. weergegeven potten en in de binnenkant van de bodem en in het deksel is ook de naam Abel’s Deli zichtbaar. Alleen het etiket en de inhoud van de potten is anders.

2.8.

In juli 2019 heeft mr. Maatjes namens [gedaagde sub 1] Antropia en Spar gesommeerd de verkoop van de “159 Kitchen”- maaltijdpotten te staken, omdat daarmee inbreuk wordt gemaakt op intellectuele eigendomsrechten van [gedaagde sub 1] .

2.9.

In reactie daarop heeft mr. Brouwer namens Antropia [gedaagde sub 1] gesommeerd geen inbreuk te maken op de intellectuele eigendomsrechten van Antropia op het Abel’s Deli-logo/beeldmerk, de Abel’s Deli-maaltijdpot en de Abel’s Deli huisstijl, en om de sommatie aan Spar in te trekken en zulke sommaties aan afnemers van Antropia te staken.

3 Het geschil

3.1.

Antropia vordert in conventie - samengevat - veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s.:

a. om iedere inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Antropia, waaronder het merk ABEL’S DELI en het auteursrecht op de Abel’s Deli-maaltijdpot te staken, op straffe van een dwangsom,

b. om ieder onrechtmatig handelen jegens Antropia te staken dat bestaat uit het sturen van berichten of het doen van mondelinge mededelingen aan zakelijke relaties, waaronder (potentiële) afnemers van Antropia, waarin ten onrechte aanspraak wordt gemaakt op intellectuele eigendomsrechten betreffende het merk of logo ABEL’S DELI, het ontwerp van de Abel’s Deli-maaltijdpot en/of andere ontwerpen van het Abel’s Deli bedrijfsconcept die door Antropia uit de boedel van Abel’s Kitchen B.V. zijn overgenomen, op straffe van een dwangsom,

c. opgave te doen van alle mededelingen als bedoeld onder b, die al zijn gedaan, onder verstrekking van een kopie van de schriftelijke mededelingen, op straffe van een dwangsom,

d. tot vergoeding van de volledige proceskosten ex 1019h Rv.

3.2.

[gedaagde sub 1] c.s. vordert in reconventie samengevat - veroordeling van Antropia:

1. om iedere inbreuk op de auteursrechten van [gedaagde sub 1] c.s., waaronder op het ontwerp van de Abel’s Deli-maaltijdpot en het Abel’s Deli logo, te staken, op straffe van een dwangsom,

2. tot vergoeding van de volledige proceskosten ex 1019h Rv.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

kern van het geschil

4.1.

De vorderingen van partijen zijn zo nauw verweven dat de voorzieningenrechter deze gezamenlijk zal behandelen. Kort gezegd stellen beide partijen dat zij intellectuele eigendomsrechten hebben op het Abel’s Deli logo en de Abel’s Deli-maaltijdpot en dat de andere partij daar inbreuk op maakt. De voorzieningenrechter zal hierna beoordelen of deze claims opgaan en wat dat betekent voor de ingestelde vorderingen.

merkrecht(inbreuk)?

4.2.

Antropia roept de bescherming in voor het in 2.6. weergegeven Benelux woord-/ beeldmerk ABEL’S DELI, waarvan zij houdster is. Ter zitting is gebleken dat tegen dit merkdepot geen blijvende oppositie is gevoerd. Verder heeft [gedaagde sub 1] c.s. geen beroep gedaan op de nietigheid van de inschrijving van dit merk (en kennelijk ook geen vordering tot nietigverklaring ingesteld). In deze procedure kan er daarom vanuit worden gegaan dat Antropia rechthebbende is op het woord-/beeldmerk ABEL’S DELI.

4.3.

Antropia stelt dat inbreuk wordt gemaakt op haar merkrecht in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a en/of sub b BVIE, omdat [gedaagde sub 2] zonder haar toestemming gebruik maakt van het teken ABEL’S DELI op zijn portfoliowebsite, waarbij hij het teken gebruikt voor een maaltijdconcept en dit presenteert als één van de door hem ontwikkelde concepten. De voorzieningenrechter volgt Antropia hierin niet, omdat er geen sprake is van gebruik van een identiek dan wel een met het merk overeenstemmend teken voor dezelfde dan wel soortgelijke waren of diensten. Het merk ABEL’S DELI is namelijk ingeschreven voor waren en/of diensten in de klassen 29, 30 en 35 betreffende - kort gezegd - allerlei soorten etenswaren, maaltijden en detailhandelsdiensten op het gebied van voedingsmiddelen. [gedaagde sub 2] maakt op zijn portfoliowebsite melding van projecten en producten die hij in het verleden heeft ontwikkeld en meldt als voorbeeld daarvan het concept ABEL’S DELI. Voor zover hij op die website zijn waren of diensten aanbiedt, doet hij dat niet (voldoende duidelijk) onder de naam ABEL’S DELI, maar op eigen naam. Bovendien is niet voldoende gebleken dat die waren of diensten (het ontwikkelen van projecten en producten) gelijk zijn aan of soortgelijk zijn aan de waren of diensten waarvoor Antropia haar merk heeft ingeschreven.

4.4.

Antropia stelt ook nog dat er sprake is van een dreigende inbreuk op haar merkrecht in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a en/of sub b BVIE, omdat [gedaagde sub 1] c.s. voornemens is dit teken te gaan gebruiken voor het aanbieden van dezelfde of soortgelijke waren en diensten. Concrete aanwijzingen daarvoor zijn echter niet gesteld of gebleken en ter zitting heeft [gedaagde sub 2] verklaard dit vooralsnog niet te zullen doen, in ieder geval niet zolang Antropia de maaltijdpotten aanbiedt. Gelet daarop is onvoldoende aannemelijk geworden dat er sprake van een dreigende inbreuk die rechtvaardigt dat de gevraagde voorlopige voorziening wordt gegeven.

4.5.

De vorderingen van Antropia die zijn gebaseerd op (dreigende) merkinbreuk zullen dan ook worden afgewezen.

auteursrecht(inbreuk) op de logo’s?

4.6.

[gedaagde sub 1] c.s. roept auteursrechtelijke bescherming in voor de in 2.3. weergegeven logo’s. [gedaagde sub 1] c.s. stelt dat de logo’s door [gedaagde sub 2] via [gedaagde sub 1] , bij welke vennootschap hij in dienst is, zijn ontworpen en door [gedaagde sub 1] voor het eerst openbaar zijn gemaakt, zodat [gedaagde sub 1] de rechthebbende daarop is geworden. Deze auteursrechten heeft [gedaagde sub 1] nooit overgedragen of ingebracht in een andere rechtspersoon, zodat zij altijd de rechthebbende is gebleven. Antropia stelt dat als er auteursrechten rusten op de logo’s, deze rechten aan haar toekomen. Dit omdat de logo’s voor Abel’s Kitchen B.V. zijn gemaakt en ook op haar naam voor het eerst openbaar zijn gemaakt, zodat Abel’s Kitchen B.V. op grond van artikel 8 Aw als de (fictieve) maker en rechthebbende daarop moet worden aangemerkt. Antropia is vervolgens door overname van de intellectuele eigendomsrechten uit de boedel van Abel’s Kitchen B.V. de auteursrechthebbende daarop geworden.

4.7.

De voorzieningenrechter vindt dat er onvoldoende is gesteld om aan te kunnen nemen dat aan de logo’s auteursrechtelijke bescherming toekomt en zal dit toelichten.

4.8.

Naar vaste rechtspraak is voor auteursrechtelijke bescherming vereist dat het werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Dit betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard dan ook valt aan te wijzen. De keuzes van de maker mogen bovendien niet louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze. Verder geldt dat ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen een (oorspronkelijk) werk in de zin van de Auteurswet kan opleveren, mits die selectie het persoonlijk stempel van de maker draagt.

4.9.

[gedaagde sub 1] c.s. stelt dat de logo’s Abel’s Kitchen en Abel’s Deli auteursrechtelijk beschermde werken zijn vanwege onder meer de creatieve keuzes die zijn gemaakt ten aanzien van de afstand tussen de letters, de dikte van de letters en de dikte van de lijnen. Het lettertype zelf is een bestaand lettertype, waarvoor een licentie is afgenomen. Ter toelichting heeft [gedaagde sub 1] c.s. verwezen naar de producties 1 en 6, zie onderstaande afbeeldingen, waaruit blijkt dat het gaat om respectievelijk de volgende keuzes:

1. stem / x hoogte (de hoogte van elke letter): elke letter aangepast met 10%, 5PTS,

2. leading / kerning (verticale ruimte tussen elke letter): aangepast bij de A, B, L, S, C, E, N,

3. counter / aperture (de ruimte in gesloten letters (A,B,D etc.)): aangepast bij de A en B om leesbaarheid te vergroten,

4. dikte van de letter: de letter is met 35% verdikt om de leesbaarheid op langere afstand te vergroten,

5. ascender height en descender line: uitgelijnd met strepen, 7,5% over de gehele breedte,

6. dikte van de lijnen: aangepast naar de dikte van de letter (stroke is 2,34),

7. kleur van het logo: #292F33 C76%M65%Y59%K60% (zwart is #231F20),

8. officiële toevoeging bij het logo: ‘GREENWICH NYC’ (logo wordt niet los gebruikt).

1. stem / x hoogte (de hoogte van elke letter): elke letter aangepast met 7%,

2. leading / kerning (verticale ruimte tussen elke letter): aangepast bij elke letter (zie 2 voor de creatieve keuzes),

3. counter / aperture (de ruimte in gesloten letters (A,B,D etc.)): aangepast bij de A, B en D om leesbaarheid te vergroten,

4. dikte van de letter: de letter is met 20% en 40% verdikt om de leesbaarheid op langere afstand te vergroten,

5. ascender height en descender line: uitgelijnd met strepen, 2% over de gehele breedte,

6. dikte van de lijnen: aangepast naar de dikte van de letter (stroke is 1,75),

7. kleur van het logo: #0C0C0C C74%M67%Y65%K85% (zwart is #231F20),

8. officiële toevoeging bij het logo: ABELSDELI.COM OF THE ITALIAN FROM NEW YORK (zie ook facebook posts en website).

4.10.

Antropia betwist dat het om oorspronkelijke werken gaat, die het persoonlijk stempel van de maker dragen. Zij voert aan dat de logo’s uit niet meer bestaan dan de woorden Abel’s Kitchen en Abel’s Deli in een bestaand zwart lettertype met daar boven en onder een dunne horizontale zwarte streep. Gelet op deze minimalistische vormgeving kan van creatieve keuzes hooguit sprake zijn waar het gaat om afstand tussen de letters en de plaatsing van de horizontale strepen. Dit valt echter onder de noemer banaal of triviaal en is onvoldoende creatief voor auteursrechtelijke bescherming. Verder heeft [gedaagde sub 2] zijn inspiratie voor de logo’s ontleend aan onderstaand logo van het Taiwanese bedrijf RABBIT Softserve:

De stelling dat [gedaagde sub 2] zijn inspiratie aan dit logo heeft ontleend, is niet weersproken.

4.11.

De voorzieningenrechter stelt op grond van het voorgaande vast dat er sprake is van logo’s bestaande uit de woorden Abel’s Kitchen en Abel’s Deli tussen twee horizontale lijnen, uitgevoerd in een al bestaand lettertype en in het zwart en dat deze opzet is ontleend aan een al bestaand logo. Voor wat betreft de onder 1 tot en met 8 genoemde ontwerpkeuzes is onvoldoende toegelicht en onderbouwd dat deze creatief en oorspronkelijk zijn en bovendien niet (deels) technisch/functioneel bepaald. Ook is onvoldoende toegelicht en onderbouwd waarom deze elementen op zichzelf dan wel als combinatie in aanmerking komen voor auteursrechtelijke bescherming. Zonder deze nadere toelichting kan vooralsnog niet van die bescherming worden uitgegaan.

4.12.

De vorderingen van partijen die zijn gebaseerd op auteursrecht(inbreuk) op de logo’s zullen dan ook worden afgewezen.

auteursrecht(inbreuk) op de maaltijdpot?

4.13.

Beide partijen roepen auteursrechtelijke bescherming in voor de uiterlijke vormgeving van de maaltijdpot, zoals weergegeven in 2.4. [gedaagde sub 1] c.s. stelt ook ten aanzien van de maaltijdpot dat deze door [gedaagde sub 2] via [gedaagde sub 1] , bij welke vennootschap hij in dienst is, is ontworpen en door [gedaagde sub 1] voor het eerst openbaar is gemaakt, zodat [gedaagde sub 1] de rechthebbende daarop is geworden en dat deze auteursrechten nooit zijn overgedragen of ingebracht in een andere rechtspersoon. Antropia stelt dat het uiteindelijke ontwerp van de maaltijdpot door [bedrijfsnaam] B.V. in samenwerking met het creatieve team van Abel’s Kitchen B.V. is gemaakt voor Abel’s Kitchen B.V. en voor het eerst openbaar is gemaakt door Abel’s Kitchen B.V. Het auteursrecht kwam daarom op grond van artikel 8 Aw en artikel 3:8 lid 2 BVIE jo artikel 3:29 BVIE aan Abel’s Kitchen B.V. toe. Antropia is door overname van de intellectuele eigendomsrechten uit de boedel van Abel’s Kitchen B.V. de auteursrechthebbende daarop geworden.

4.14.

De voorzieningenrechter vindt dat er ook onvoldoende is gesteld om aan te kunnen nemen dat aan de uiterlijke vormgeving van de maaltijdpot auteursrechtelijke bescherming toekomt en zal dit toelichten.

4.15.

Antropia stelt alleen dat er auteursrecht rust op de maaltijdpot en dat dat aan haar toekomt, zonder toe te lichten waarop die auteursrechtelijke bescherming is gebaseerd. Dat had wel op haar weg gelegen.

4.16.

[gedaagde sub 1] c.s. stelt onder verwijzing naar de als productie 14 overgelegde ontwerptekeningen, zie afbeeldingen hieronder, dat het ontwerp van de maaltijdpot zich met name kenmerkt door de volgende elementen:

a. het moet een hoge pot zijn, zodat de ingrediënten goed zichtbaar zijn. Dit is een lastig element om vorm te geven, omdat een hogere pot sneller zal omvallen, maar dit is een belangrijk element juist omdat het product zich hiermee onderscheidt van andere producten,

b. de pot loopt hellend uit, waarbij deze smaller aan de onderzijde is en breder aan de bovenzijde,

c. het label is als een hallmark over de pot bevestigd,

d. het deksel heeft een afstekende zwarte kleur ten opzichte van de doorschijnende pot,

e. als de pot leeg is, dan verschijnt aan de onderzijde de naam met websitegegevens.

In productie 14 zijn als de belangrijkste creatieve keuzes vermeld:

I. ronding onderkant: voor optimaal draagcomfort (onderweg eten) een ronde onderkant waar je je handen net als een warme mok thee om heen kan leggen,

II. hellingshoek: de pot is oplopend wat voor een kenmerkende en iconische contour zorgt,

III. breedte/hoogte verhouding: deze is 2 op 1 wat voor een aantrekkelijke balans zorgt,

IV. 3/3/3/: het label is in verhouding tot de pot en is een verzegeling wat kwaliteit uitstraalt, net als een lakstempel bij een belangrijke brief,

V. ziel: de onderkant heeft net als een fles goede wijn een ziel, waarbinnen de afzender is gedrukt,

VI. drukdeksel: de pot is hersluitbaar voor optimaal eetcomfort onderweg.

4.17.

Volgens [gedaagde sub 1] c.s. heeft dit ontwerp een eigen persoonlijk karakter, dat het persoonlijk stempel van de maker draagt, en is het niet ontleend aan het werk van een ander. [gedaagde sub 1] c.s. stelt dat [bedrijfsnaam] B.V. geen creatieve bijdrage aan dit ontwerp heeft geleverd, maar er uitsluitend voor heeft gezorgd dat het ontwerp in een technische tekening werd omgezet. Ook door anderen zijn er geen creatieve wijzigingen aangebracht. Het uiteindelijke product vertoont hetzelfde uiterlijk als het ontwerp. De vormgeving en uitstraling zoals [gedaagde sub 2] die voor ogen had, zijn daarin behouden gebleven. [gedaagde sub 1] c.s. heeft als productie 15 de door [bedrijfsnaam] B.V. gemaakte tekeningen van het definitieve ontwerp overgelegd, waarvan er hieronder enkele zijn opgenomen.

4.18.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat alleen ter beoordeling voorligt of aan het uiteindelijke ontwerp van de pot auteursrechtelijke bescherming toekomt, omdat het beroep van beide partijen alleen op dat ontwerp ziet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voor wat betreft de genoemde ontwerpkeuzes door Antropia niet en door [gedaagde sub 1] c.s. onvoldoende is toegelicht en onderbouwd dat deze creatief en oorspronkelijk zijn en bovendien niet (deels) technisch/functioneel bepaald. Ook is onvoldoende toegelicht en onderbouwd waarom deze elementen op zichzelf dan wel als combinatie in aanmerking komen voor auteursrechtelijke bescherming. De voorzieningenrechter stelt bovendien na vergelijking van het ontwerp en het definitieve ontwerp vast dat het uiteindelijke ontwerp op meerdere in het oog springende punten afwijkt van het ontwerp van [gedaagde sub 2] , zoals ten aanzien van de helling (minder taps toelopend), de ronding aan de onderzijde (minder rond) en het deksel (geplaatst aan de binnenzijde van de bovenrand van de pot in plaats van er overheen). Wat [gedaagde sub 1] c.s. in zoverre als typerende elementen noemt, kan daarom niet dienen als onderbouwing van de gestelde auteursrechtelijke bescherming die aan het uiteindelijke ontwerp toekomt. Dit alles maakt dat onvoldoende is gesteld en onderbouwd om aan te kunnen nemen dat aan het uiteindelijke ontwerp van de maaltijdpot auteursrechtelijke bescherming toekomt.

4.19.

De vorderingen van partijen die zijn gebaseerd op auteursrecht(inbreuk) op de maaltijdpot zullen dan ook worden afgewezen.

conclusie

4.20.

Uit het voorgaande volgt dat de vordering van Antropia onder a. strekkende tot het staken van de inbreuk op het merk ABEL’S DELI en het auteursrecht op de Abel’s Deli-maaltijdpot niet toewijsbaar is. Het gevorderde is voor het overige ook niet toewijsbaar, omdat dat deel van de vordering te vaag is geformuleerd en verdere inbreuken niet zijn geconcretiseerd. De vordering van Antropia onder b. strekkende tot het staken van het wapperen met auteursrechten op het logo Abel’s Deli en op de Abel’s Deli-maaltijdpot kan ook niet worden toegewezen. Die vordering is immers gebaseerd op de stelling dat Antropia auteursrechthebbende is, wat in dit geding niet is komen vast te staan. Nu het gevorderde voor het overige vaag is geformuleerd en niet is geconcretiseerd op welke andere wijze er onrechtmatig wordt gehandeld, is dat deel van de vordering evenmin toewijsbaar. De vordering onder c. volgt het lot van de vordering onder b. De vordering van [gedaagde sub 1] c.s. onder 1. kan ook niet worden toegewezen.

de proceskosten

4.21.

Beide partijen vorderen op grond van artikel 1019h Rv veroordeling in de volledige proceskosten. De procedures zien op de handhaving en bescherming van intellectuele eigendomsrechten en dus is artikel 1019h Rv van toepassing. Op grond van dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten gaat de voorzieningenrechter uit van de door de rechtbank gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken. In dit geval neemt de rechtbank als uitgangpunt het (maximum) tarief behorend bij een normaal kort geding, te weten € 15.000,00, exclusief btw. Dit vanwege de omvang van het feitenonderzoek dat heeft plaatsgevonden, het feit dat de vorderingen op meerdere grondslagen zijn gebaseerd en er uitgebreid verweer is gevoerd. Het uitgangpunt is dat de procedure in conventie en de procedure in reconventie afzonderlijke procedures zijn. In deze zaak zijn de procedures echter zo nauw verbonden dat het toepasselijke tarief voor de conventie en reconventie samen geldt.

4.22.

In conventie zal Antropia als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [gedaagde sub 1] c.s. stelt onder verwijzing naar de als producties 21 en 23 overgelegde specificaties dat de gemaakte kosten in totaal € 11.451,89 bedragen, exclusief btw en diverse verschotten. Volgens [gedaagde sub 1] c.s. moet de helft daarvan aan de procedure in conventie worden toegerekend. Nu uit de overgelegde specificaties slechts blijkt van een totaalbedrag van € 11.086,50, exclusief btw en verschotten, gaat de voorzieningenrechter van dat lagere bedrag uit. Antropia heeft aangevoerd dat een deel van deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komt, waaronder kosten voor de sommatie aan Spar op 22 juli 2019 en kosten voor het opstellen van een dagvaarding op 6 augustus 2019, die door [gedaagde sub 2] nooit is uitgebracht, zodat in totaal minimaal 5 uur à € 285,00 per uur (€ 1.425,00) moet worden afgeboekt. [gedaagde sub 1] c.s. heeft dit niet weersproken, zodat de voorzieningenrechter uitgaat van de juistheid van die stellingen. Antropia heeft de verschuldigdheid en de redelijkheid van de opgevoerde kosten voor het overige niet betwist. Het aan [gedaagde sub 1] c.s. te vergoeden bedrag aan salaris advocaat bedraagt daarom de helft van (€ 11.086,50 minus € 1.425,00 =) € 9.661,50, oftewel € 4.830,75.

4.23.

De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] c.s. worden daarom begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 4.830,75

Totaal € 5.469,75

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de gevorderde begrote nakosten zullen worden toegewezen.

4.24.

In reconventie zal [gedaagde sub 1] c.s. als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Antropia stelt onder verwijzing naar de als productie 39 overgelegde specificatie dat de tot en met 14 oktober 2019 gemaakte kosten € 13.428,04 bedragen, exclusief btw. Nu uit de overgelegde specificatie slechts blijkt van een bedrag van € 12.650,00, exclusief btw, gaat de voorzieningenrechter daarvan uit. Antropia stelt onder verwijzing naar een in de pleitnota opgenomen overzicht/schatting dat de na 14 oktober 2019 nog gemaakte en te maken kosten circa € 4.400,00 zullen bedragen, exclusief btw. Volgens Antropia kan naar schatting een derde deel van de gemaakte kosten aan de procedure in reconventie worden toegerekend. [gedaagde sub 1] c.s. heeft aangevoerd dat de aanvullende kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat daarvan geen specificatie of factuur is overgelegd. [gedaagde sub 1] c.s. heeft de verschuldigdheid en de redelijkheid van de opgevoerde kosten voor het overige niet betwist. De voorzieningenrechter gaat aan het bezwaar van [gedaagde sub 1] c.s. voorbij, nu de aanvullende kosten in de pleitnota voldoende zijn gespecificeerd. Nu de opgevoerde kosten het maximale tarief van € 15.000,00 overschrijden en Antropia niet heeft onderbouwd waarom de door haar gevorderde hogere kosten eveneens voor vergoeding in aanmerking komen, gaat de voorzieningenrechter uit van het maximale tarief van € 15.000,00.

4.25.

De kosten aan de zijde van Antropia worden daarom begroot op € 5.000,00 (1/3 x

€ 15.000,00) aan salaris advocaat. De gevorderde hoofdelijke proceskostenveroordeling zal worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Antropia in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] c.s. tot op heden begroot op € 5.469,75, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Antropia, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [gedaagde sub 1] c.s. volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 131,00 aan salaris advocaat,
- te vermeerderen, indienbetekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af,

5.6.

veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Antropia tot op heden begroot op € 5.000,00,

5.7.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2019.1

1 type: ID/4198 coll: RS/4234