Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:509

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
12-02-2019
Zaaknummer
16/706290-18 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2019:9333
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 37-jarige man en zijn 31-jarige vriendin, beiden uit IJmuiden, hebben in de zomer van 2018 een woningoverval gepleegd in Lelystad. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Zijn partner krijg een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.

De man kwam met het idee om zijn vader, met wie hij naar eigen zeggen al jaren een moeizame relatie had, te overvallen. In de dagen voorafgaand aan de overval heeft hij samen met zijn vriendin enkele voorbereidingen getroffen, zoals het kopen van tie-wraps. Op 11 juli, de dag van de overval, heeft de vrouw geholpen bij de vermomming van de man. Zij zijn samen naar de woning van het slachtoffer gereden. De man, die zichzelf vermomd had en een bos bloemen bij zich had, belde aan terwijl zijn vriendin in de auto bleef wachten. Toen zijn vader open deed werd hij direct op de grond geduwd, vastgebonden en op een stoel gezet. Daarbij heeft hij onder andere gezegd ‘i kill you’. Het slachtoffer herkende direct de stem van zijn oudste zoon. Bij de overval zijn sleutels, een auto en portemonnee met inhoud meegenomen. Het plan om de paslimiet te verhogen en een bedrag te pinnen is mislukt. Van het geld dat in de portemonnee zat hebben zij samen drugs gekocht.

De man heeft zich ook nog schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak bij zijn voormalig werkgever. Zijn partner was medeplichtig aan die inbraak. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen in vergelijkbare zaken en de rolverdeling tussen de man en de vrouw. De man had een grotere rol bij de planning en uitvoering van de overval. Bovendien is hij het geweest die geweld heeft gebruikt. Hij en zijn partner hebben puur uit eigen financieel gewin gehandeld en lijken zich op geen enkel moment te hebben afgevraagd wat voor impact hun handelen zou hebben op hun slachtoffer. De rechtbank rekent dit hen zwaar aan. Juist de eigen woning moet een plek zijn waar je je veilig moet voelen. Verder stelt de rechtbank vast dat er bij de vrouw sprake is van een persoonlijkheidsstoornis en forse verslavingsproblematiek. Daarom moet zij na haar gevangenisstraf onder meer een klinische behandeling ondergaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/706290-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 februari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1981] te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Nieuwegein te Nieuwegein.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 november 2018 en 29 januari 2019. Op laatstgenoemde datum vond de inhoudelijke behandeling plaats.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.J. Starrenburg en van hetgeen verdachte en diens raadsman mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.

op 11 juli 2018 in [woonplaats] samen met een ander [slachtoffer] met geweld in zijn woning heeft overvallen;

2.

in de periode van 11 juli 2018 tot en met 12 juli 2018 in [woonplaats] samen met een ander

[slachtoffer] wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd;

3.

in de periode van 11 juli 2018 tot en met 12 juli 2018 in Lelystad samen met een ander heeft geprobeerd met een gestolen pinpas geld op te nemen;

4.

in de periode van 24 juli 2018 tot en met 25 juli 2018 in De Rijp samen met een ander een bedrijfsinbraak heeft gepleegd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met dien verstande dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde alleen heeft gepleegd, zodat hij van het medeplegen moet worden vrijgesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bepleit dat tussen verdachte en medeverdachte geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat verdachte van het medeplegen moet worden vrijgesproken. Tevens heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van feit 1 moet worden vrijgesproken van het eerste gedachtestreepje, het vierde gedachtestreepje en het woord (bivak)muts bij het tweede gedachtestreepje. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1, 2 en 3

Bewijsmiddelen 1

Aangever [slachtoffer] heeft onder meer het volgende verklaard: Op 11 juli 2018 omstreeks 21:00 uur was ik in mijn woning aan de [adres] te [woonplaats] . Ik hoorde de deurbel gaan. Ik heb de voordeur open gedaan.2 Ik zag een persoon staan met een zonnebril en een zwart petje. De persoon duwde met veel kracht mijn voordeur open. Hij gooide mij met grof geweld op de grond. Ik voelde dat hij met kracht achterop mijn schouders duwde. Vervolgens voelde ik de persoon met veel geweld en kracht aan mijn hoofd trekken. Ik hoorde dat de persoon aan mij vroeg: “ik moet de kluis hebben”. Hij heeft dit continue herhaald. Ik herkende de stem van de persoon gelijk. Ik wist gelijk dat dit mijn oudste zoon betrof: [verdachte] .

Ik voelde dat [verdachte] mijn armen hardhandig beetpakte en mijn polsen vastmaakte met

tie-wraps. Ze zaten zo stak dat mijn polsen afgekneld werden en het deed erg pijn. Vervolgens waren mijn handen aan mijn broeksriem vastgebonden. [verdachte] deed een blinddoek voor mijn ogen. [verdachte] pakte mij vast onder mijn oksels en tilde mij op. Hij droeg mij naar de woonkamer. Hij zette mij op mijn stoel. Ik voelde dat er tape op mijn mond werd geplakt. Daarna voelde ik dat hij mijn armen naar beneden langs de leuning van mijn stoel trok en deze via de onderkant van mijn stoel vastmaakte.3 Ik kon op dat moment geen kant op. Ik hoorde [verdachte] de woning verlaten. Ik ben blijven zitten, ik kon niet anders. Omstreeks 23:15 uur ben ik begonnen met roepen om hulp.4 Toen ik bevrijd was zag ik dat [verdachte] mijn portemonnee had meegenomen. Er zat een bedrag van ongeveer € 340,00 aan briefgeld in de portemonnee. Mijn bankpas was weg. Mijn autosleutel en mijn bos huissleutels lagen niet meer op de televisiekast. [verdachte] heeft mijn auto met kenteken [kenteken] , een witte Citroen C3, weggenomen.5

Op 11 juli 2018 kregen verbalisanten melding dat een persoon met een bivakmuts gepind zou hebben bij de ABN AMRO pinautomaat naast de Domino’s Pizza. De persoon was in een witte Citroen C3 gestapt voorzien van kenteken [kenteken] .6

Op 12 juli 2018 omstreeks 00:24 uur zijn verbalisanten de woning aan de [adres] binnengegaan en troffen zij het slachtoffer vastgebonden op een stoel aan.7

Verdachte heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard. Ik heb een plan bedacht om mijn vader zijn pinpas te bemachtigen. Ik wilde zijn pinlimiet verhogen.8 Ik vertelde [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] ) dat ik haar hulp nodig had om de limiet te verhogen. Zij is daar mee ingestemd.9 Een dag voor de overval zijn we al een keer naar Lelystad gereden.10 De e-dentifier hadden we zelf meegenomen. De ABN AMRO app is geïnstalleerd op de telefoon van mijn vriendin.11 Ik reed naar Lelystad. [medeverdachte] zat naast mij. [medeverdachte] is blijven wachten in de auto.12 Ik heb mij vermomd en aangebeld. Ik had een muts op en iets voor mijn mond. Ik had een zonnebril op. Ik had bloemen bij mij. Ik belde aan en hij deed open. Ik pakte hem vast. Er vond een worsteling plaats. Ik heb gezegd dat hij mee moest werken en dat er niets zou gebeuren. Ik zei dit in het Engels. Ik heb gezegd dat hij stil moest zijn en rustig moest blijven en gezegd i kill you. Ik heb hem in een stoel gezet en ik heb wat voor zijn ogen gedaan. Ik heb de handen met tie-wraps aan poten van de stoel gemaakt.13 Ik heb de pas uit zijn portemonnee gehaald. Ik heb contact gemaakt met mijn vriendin. Ik heb gezegd dat ze de pas kon halen. De pinpas en de code zaten in de portemonnee. Ik heb de portemonnee naar beneden gegooid. Zij is weggegaan en heeft geprobeerd de limiet te verhogen. Ze liet me weten dat de limiet verhoogd was. Ik heb de pinpas in de straat van mijn vriendin gekregen. Zij is naar huis gegaan. Ik ben naar het Lelycentrum gereden en ben naast de Domino’s gaan pinnen. Ik had een bivakmuts op. Het werkte niet. In Enkhuizen heb ik nog een keer geprobeerd te pinnen. Ik heb mijn vriendin gebeld en die heeft mij opgehaald. Ik ben samen met mijn vriendin naar huis gegaan.14 Van de € 300,00 in de portemonnee hebben we drugs gekocht.15

Medeverdachte [medeverdachte] heeft onder meer het volgende verklaard:

[verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) kwam met het idee. [verdachte] zou naar binnen gaan en had mij gevraagd of ik de limiet wilde verhogen.16 [verdachte] had kleding mee die hij na de overval aan zou doen.17 [verdachte] had make up op om er anders uit te zien. Ik heb deze make up bij hem opgedaan. Hij had een pet op met extension erin. [verdachte] is naar de bouwmarkt gegaan. Hij zou dingen kopen voor de overval.18 [verdachte] had de portemonnee in het gras gegooid en die heb ik gepakt. Ik zou het limiet verhogen. Ik heb de pas aan [verdachte] gegeven. Ik ben toen weggereden. Toen heb ik telefonisch contact gehad met [verdachte] en heb ik hem opgehaald in Enkhuizen. Daarna zijn wij naar huis gereden.19

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de samenwerking tussen verdachte en medeverdachte het volgende af. Verdachte heeft het plan bedacht om zijn vader te overvallen en heeft medeverdachte van zijn plan op de hoogte gesteld. Verdachte heeft medeverdachte verteld dat hij haar hulp nodig had voor het verhogen van de limiet en zij heeft met het plan ingestemd. Er was aldus vooraf een onderlinge taakverdeling afgesproken. Verdachte en medeverdachte zijn de dag voor de overval al eens samen naar Lelystad gereden. Op de dag van de overval heeft medeverdachte bij verdachte een vermomming aangebracht. Verdachte en medeverdachte zijn samen naar de overval gereden. Op weg naar de overval zijn zij bij een bouwmarkt gestopt, waar verdachte spullen voor de overval heeft gekocht. Medeverdachte was daarvan op de hoogte. Verdachte en medeverdachte hadden een eigen e-dentifier meegenomen en medeverdachte had de ABN AMRO-app op haar telefoon geïnstalleerd. Tijdens de overval heeft verdachte telefonisch contact onderhouden met medeverdachte. Hij heeft de portemonnee van het slachtoffer naar beneden gegooid, waardoor medeverdachte de paslimiet van de bankrekening heeft kunnen verhogen. Medeverdachte heeft de bankpas daarna aan verdachte gegeven, zodat hij kon pinnen. Verdachte heeft geprobeerd te pinnen en toen dit niet lukte heeft hij medeverdachte gebeld. Medeverdachte heeft verdachte vervolgens opgehaald en zij zijn samen naar huis gereden. Van het geld dat in de portemonnee zat hebben zij samen drugs gekocht.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering van hetgeen zich in de woning heeft afgespeeld, is de bijdrage van medeverdachte aan het tenlastegelegde naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Ten aanzien van feit 4

Bewijsmiddelen 20

[aangever] heeft aangifte gedaan van diefstal gepleegd in de periode van 24 juli 2018 tot en met 25 juli 2018 bij LMW Nederland gevestigd aan [adres] in [woonplaats] .21 Hierbij werden de volgende goederen weggenomen: een bestelauto (merk Ford Transit, kenteken [kenteken] ) een pons- en knipmachine (merk Geka) en een aggregaat (merk Vromac).22

Verdachte heeft onder meer het volgende verklaard. Het idee is ontstaan om een machine te stelen.23 [medeverdachte] heeft mij afgezet in de buurt van het bedrijf. Ik heb de krik onder de deur gezet. Ik ben gaan draaien en toen ging hij van het slot. Hierdoor kreeg ik het rolluik open. Er stond een Ford Transit met open laadbak. Met behulp van de heftruck heb ik de pons machine op de Ford transit gezet.24 Ik heb ook een magneetboormachine, krik, compressor, schuurmachine in een koffer en een tom-tom meegenomen.25

Verdachte heeft een deel van de spullen ingeleverd bij Used-products.26 Het navigatiesysteem dat verdachte had ingeleverd bij Used-products werd in beslag genomen en was van het merk Jabra.27

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte niet is komen vast te staan. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de bijdrage van medeverdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op of omstreeks 11 juli 2018 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander

- een portemonnee en

- een geldbedrag van ongeveer 340 euro en

- een bankpas en

- een sleutelbos en autosleutel en

- een auto (merk Citroën C3 met kenteken [kenteken] ),

dat toebehoorde aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door

- zich naar de woning van genoemde [slachtoffer] gelegen aan de [adres] te begeven en

- zich daarbij te vermommen met een sjaal en een zonnebril en een zwart petje en met een bos bloemen en

- vervolgens, toen die [slachtoffer] op aanbellen zijn voordeur had geopend, voornoemde deur met kracht open te duwen en

- vervolgens met kracht te duwen tegen de schouders van die [slachtoffer] , althans hem met grof geweld op de grond te gooien en binnen te dringen in voornoemde woning en

- vervolgens met kracht te trekken aan het hoofd van die [slachtoffer] en

- vervolgens meermalen in het Nederlands en Engels te zeggen "Ik moet de kluis hebben" en "stil zijn" en "rustig blijven" en "als je meewerkt zal er niks gebeuren" en "I kill you" en

- vervolgens de armen van die [slachtoffer] hardhandig vast te pakken en

- vervolgens de polsen van die [slachtoffer] met tie-wraps strak vast te maken en

-vervolgens beide handen van die [slachtoffer] vast te maken aan zijn broekriem en

- vervolgens die [slachtoffer] te blinddoeken en

- vervolgens die [slachtoffer] bij zijn oksels vast te pakken en die [slachtoffer] op te tillen en naar de woonkamer te verplaatsen en

- vervolgens die [slachtoffer] op een stoel neer te zetten en

- vervolgens de mond van die [slachtoffer] dicht te tapen en

- vervolgens de armen van die [slachtoffer] aan de onderkant voornoemde stoel vast te maken;

2.

in de periode van 11 juli 2018 tot en met 12 juli 2018 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

- zich naar de woning van genoemde [slachtoffer] gelegen aan de [adres] te begeven en

- zich daarbij te vermommen met een sjaal en een zonnebril en een zwart petje en met een bos bloemen en

- vervolgens, toen die [slachtoffer] op aanbellen zijn voordeur had geopend, voornoemde deur met kracht open te duwen en

- vervolgens met kracht te duwen tegen de schouders van die [slachtoffer] , althans hem met grof geweld op de grond te gooien en binnen te dringen in voornoemde woning en

- vervolgens met kracht te trekken aan het hoofd van die [slachtoffer] en

- vervolgens meermalen in het Nederlands en Engels te zeggen "Ik moet de kluis hebben" en "stil zijn" en "rustig blijven" en "als je meewerkt zal er niks gebeuren" en "I kill you" en

- vervolgens de armen van die [slachtoffer] hardhandig vast te pakken en

- vervolgens de polsen van die [slachtoffer] met tie-wraps strak vast te maken en

-vervolgens beide handen van die [slachtoffer] vast te maken aan zijn broekriem en

- vervolgens die [slachtoffer] te blinddoeken en

- vervolgens die [slachtoffer] bij zijn oksels vast te pakken en die [slachtoffer] op te tillen en naar de woonkamer te verplaatsen en

- vervolgens die [slachtoffer] op een stoel neer te zetten en

- vervolgens de mond van die [slachtoffer] dicht te tapen en

- vervolgens de armen van die [slachtoffer] aan de onderkant voornoemde stoel vast te maken;

- vervolgens voornoemde woning te verlaten en die [slachtoffer] daar vastgebonden aan een stoel, geblinddoekt en met tape over zijn mond achter te laten en aldus die [slachtoffer] tegen zijn wil vast te houden en te belemmeren om weg te gaan, althans te verhinderen zich te verwijderen van de plaats waar hij, die [slachtoffer] , zich bevond;

3.

in de periode van 11 juli 2018 tot en met 12 juli 2018 te Lelystad en Enkhuizen meermalen tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om geld dat toebehoorde aan [slachtoffer] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat weg te nemen goed onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door met een bij diefstal uit de woning van die [slachtoffer] weggenomen pinpas te trachten geld te pinnen en daarbij gebruik te maken van een bijbehorende pincode, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

in de periode van 24 juli 2018 tot en met 25 juli 2018 te [woonplaats]

- een bedrijfsauto (met laadbak) (merk Ford, model Transit met kenteken [kenteken] ) en

- een pons-/knipmachine (merk Geka) en

- een aggregaat/generator (merk Vromac) en

- gereedschap (magneetboormachine en krik en compressor en schuurmachine in een koffer) en

- een navigatiesysteem

dat toebehoorde aan LMW Nederland heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

1.
diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

2.

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden

3.

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd

4.

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij het bepalen van de straf rekening te houden met de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en heeft verzocht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf te matigen. Tevens moet rekening gehouden worden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich samen met zijn partner schuldig gemaakt aan een overval van zijn vader in diens woning. Bij de overval zijn sleutels, een auto en een portemonnee met inhoud weggenomen. Het slachtoffer [slachtoffer] is hardhandig geduwd, vastgebonden en gekneveld, terwijl daarbij bedreigende woorden werden geuit. Het slachtoffer werd vervolgens door verdachte vastgebonden aan een stoel, geblinddoekt en met tape over zijn mond achtergelaten, waar hij vervolgens uren heeft moeten wachten op zijn bevrijding. Dit alles heeft plaatsgevonden in de woning van het slachtoffer, bij uitstek de plek waar hij zich veilig moet kunnen voelen. Dat het slachtoffer de vader is van verdachte, maakt de overval naar het oordeel van de rechtbank extra kwalijk en pijnlijk. Verdachten hebben niet alleen zijn vertrouwen in hen ernstig geschonden, maar wisten ook dat het slachtoffer kampt met rugproblemen en een diabetespatiënt is, hetgeen hem een kwetsbaar slachtoffer maakt. Uit het dossier is voorts gebleken dat de overval niet in een opwelling is gepleegd, maar dat verdachte en medeverdachte in de dagen voorafgaand aan de overval gezamenlijk met de voorbereiding bezig zijn geweest. Verdachte en medeverdachte hebben daarbij puur uit financieel gewin gehandeld en lijken zich op geen enkel moment te hebben afgevraagd wat voor impact hun handelen zou hebben op hun slachtoffer. Dat verdachte naar zijn zeggen altijd een moeizame relatie met zijn vader heeft gehad en er in het verleden veel tussen hen is gebeurd wat pijnlijk is geweest voor verdachte rechtvaardigt deze gewelddadige overval naar het oordeel van de rechtbank niet.

De rechtbank houdt rekening met de rolverdeling tussen verdachte en zijn medeverdachte, met dien verstande dat verdachte naar het oordeel van de rechtbank een grotere rol heeft vervuld in de planning en de uitvoering van de overval dan zijn medeverdachte en dat

verdachte bovendien degene is geweest die de geweldshandelingen tegen zijn vader heeft verricht.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak bij zijn (voormalig) werkgever, waarbij hij diverse goederen heeft weggenomen. Ook bij dit feit was de benadeelde een bekende van verdachte hetgeen de inbraak extra kwalijk maakt, wegens de ernstige schending van het in verdachte gestelde vertrouwen . Bovendien heeft verdachte ook bij de bedrijfsinbraak volgens een vooropgezet plan gehandeld en heeft hij hierbij slechts gedacht aan zijn eigen financiële gewin.

Persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

  • -

    een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 18 december 2018 waaruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten;

  • -

    een psychologisch onderzoek pro Justitia van 6 december 2018, uitgebracht door H.E.W. Koornstra, psycholoog;

  • -

    een reclasseringsadvies van Inforsa van 7 december 2018, uitgebracht door

L. Scheffers reclasseringswerker.

Uit het psychologisch rapport van 6 december 2018 volgt dat verdachte weliswaar een problematisch verleden kent met betrekking tot middelengebruik, maar dat hij door diverse behandelingen een meer adequate wijze van omgaan met problemen heeft aangeleerd, waardoor hij zich goed weet staande te houden in de maatschappij. Tijdens het hem ten laste gelegde was verdachte niet verminderd in staat zijn handelen te overzien en te plannen en geadviseerd wordt aldus de hem ten laste gelegde feiten volledig toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over, maakt die tot de hare en is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten volledig aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Ook de reclassering is van mening dat verdachte over ruim voldoende vaardigheden beschikt om abstinent te blijven en dat hij goed de weg weet om bij problemen bij de hulpverlenende instanties aan de bel te trekken. Derhalve wordt door de reclassering geen meerwaarde gezien in interventies en een reclasseringstoezicht.

De straf

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur.

Het zwaartepunt van deze zaak ligt op de woningoverval en de rechtbank heeft daarom voor het bepalen van de duur van de gevangenisstraf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS ten aanzien van overval en beroving. De oriëntatiepunten gaan voor een woningoverval met licht geweld uit van een gevangenisstraf van drie jaar en voor een woningoverval met ander geweld van een gevangenisstraf van vijf jaar. De onderhavige zaak ziet naar het oordeel van de rechtbank op de tweede categorie, te weten ander geweld, waarbij zij opgemerkt dat de aard en de ernst van het letsel relatief beperkt gebleven is.

De rechtbank houdt voorts rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 5 jaren met aftrek van het voorarrest passend en geboden is.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 45, 47, 57, 282, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.G.W.P. Heijne, voorzitter, mrs. J.F. Haeck en

R.B. Eigeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.J. van Klompenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 februari 2019.

Mr. Heijne is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 11 juli 2018 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een portemonnee en/of

- een geldbedrag van ongeveer 340 euro en/of

- een of meer (bank)pasjes en/of

- een sleutelbos en/of autosleutel en/of

- een auto (merk Citroen C3 met kenteken [kenteken] ),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] ,

heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- zich naar de woning van genoemde [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) te begeven en/of

- zich (daarbij) te vermommen (met een (bivak)muts en/of een sjaal en/of een zonnebril en/of een zwart(e) pet(je), althans een hoofddeksel en/of met een bos bloemen (in zijn hand(en))) en/of

- ( vervolgens,) toen die [slachtoffer] (op aanbellen) zijn voordeur (een stukje) had geopend, voornoemde deur met kracht (verder) open te duwen en/of (vervolgens) (daarbij) die [slachtoffer] met kracht te duwen en/of die [slachtoffer] vast te pakken en/of met kracht te duwen tegen de schouders van die [slachtoffer] , althans hem met grof geweld op de grond te gooien en/of ten val te brengen en/of naar de grond te werken en/of (vervolgens) binnen te dringen in voornoemde woning en/of

- ( vervolgens) (daarbij) met kracht te trekken aan het hoofd van die [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) (daarbij) meermalen, althans eenmaal, in het Nederlands en/of Engels te zeggen "Ik moet de kluis hebben" en/of "stil zijn" en/of "rustig blijven" en/of "als je meewerkt zal er niks gebeuren" en/of "I kill you", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) (daarbij) de armen van die [slachtoffer] hardhandig vast te pakken en/of

- ( vervolgens) (daarbij) de polsen van die [slachtoffer] met tie-wraps (strak) (aan elkaar) vast te maken en/of (vervolgens) beide handen van die [slachtoffer] vast te maken aan zijn broekriem en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] te blinddoeken, althans iets voor zijn ogen te binden en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] bij zijn oksels vast te pakken en/of die [slachtoffer] (vervolgens) op te tillen en/of (vervolgens) naar de woonkamer te verplaatsen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] op een stoel neer te zetten en/of

- ( vervolgens) de mond van die [slachtoffer] dicht te tapen/plakken en/of

- ( vervolgens) de armen van die [slachtoffer] aan de onderkant/poten van voornoemde stoel vast te maken;

2.

hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2018 tot en met 12 juli 2018 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- zich naar de woning van genoemde [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) te begeven en/of

- zich (daarbij) te vermommen (met een (bivak)muts en/of een sjaal en/of een zonnebril en/of een zwart(e) pet(je), althans een hoofddeksel en/of met een bos bloemen (in zijn hand(en))) en/of

- ( vervolgens,) toen die [slachtoffer] (op aanbellen) zijn voordeur (een stukje) had geopend, voornoemde deur met kracht (verder) open te duwen en/of (vervolgens) (daarbij) die [slachtoffer] met kracht te duwen en/of die [slachtoffer] vast te pakken en/of met kracht te duwen tegen de schouders van die [slachtoffer] , althans hem met grof geweld op de grond te gooien en/of ten val te brengen en/of naar de grond te werken en/of (vervolgens) binnen te dringen in voornoemde woning en/of

- ( vervolgens) (daarbij) met kracht te trekken aan het hoofd van die [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) (daarbij) meermalen, althans eenmaal, in het Nederlands en/of Engels te zeggen "Ik moet de kluis hebben" en/of "stil zijn" en/of "rustig blijven" en/of "als je meewerkt zal er niks gebeuren" en/of "I kill you", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) (daarbij) de armen van die [slachtoffer] hardhandig vast te pakken en/of

- ( vervolgens) (daarbij) de polsen van die [slachtoffer] met tie-wraps (strak) (aan elkaar) vast te maken en/of (vervolgens) beide handen van die [slachtoffer] vast te maken aan zijn broekriem en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] te blinddoeken, althans iets voor zijn ogen te binden en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] bij zijn oksels vast te pakken en/of die [slachtoffer] (vervolgens) op te tillen en/of (vervolgens) naar de woonkamer te verplaatsen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] op een stoel neer te zetten en/of

- ( vervolgens) de mond van die [slachtoffer] dicht te tapen en/of

- ( vervolgens) de armen van die [slachtoffer] aan de onderkant/poten van voornoemde stoel vast te maken;

- ( vervolgens) voornoemde woning te verlaten en die [slachtoffer] daar vastgebonden aan een stoel, geblinddoekt en met tape over zijn mond achter te laten en (aldus) die [slachtoffer] (tegen zijn wil) vast te houden en/of te belemmeren om weg te gaan, althans te verhinderen zich te verwijderen van de plaats waar hij, die [slachtoffer] , zich bevond;

3.

hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2018 tot en met 12 juli 2018 te Lelystad en/of Enkhuizen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] ,

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door met een of meerdere bij diefstal uit de woning van die [slachtoffer] weggenomen pinpas(sen), te trachten geld te pinnen en/of daarbij gebruik te maken van een of meer bijbehorende pincode(s),

toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in of omstreeks de periode van 24 juli 2018 tot en met 25 juli 2018 te [woonplaats] , althans in de gemeente Alkmaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- een (bedrijfs)auto (met laadbak) (merk Ford, model Transit met kenteken [kenteken] ) en/of

- een pons-/knipmachine (merk Geka) en/of

- een aggregaat/generator (merk Fromac) en/of

- gereedschap (magneetboormachine en/of krik en/of compressor en/of schuurmachine in een koffer) en/of

- een TomTom, althans een navigatiesysteem,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan LMW Nederland,

heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, inklimming en/of een valse sleutel.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 3 september 2018, genummerd 2018200193 en 2018215639, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 5060. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 1012.

3 Pagina 1013.

4 Pagina 1013.

5 Pagina’s 1014 en 1016.

6 Pagina 1000.

7 Pagina 1007.

8 Pagina 114.

9 Pagina 118.

10 Pagina 119.

11 Pagina 120.

12 Pagina 1189.

13 Pagina 114.

14 Pagina 115.

15 Pagina 121.

16 Pagina 222.

17 Pagina 223.

18 Pagina 224.

19 Pagina 222.

20 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 3 september 2018, genummerd 2018200193 en 2018215639, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 5060. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

21 Pagina 2002.

22 Pagina 2005.

23 Pagina 110.

24 Pagina 122.

25 Pagina 110.

26 Pagina 110.

27 Pagina 2020.