Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4983

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-11-2019
Datum publicatie
18-11-2019
Zaaknummer
C/16/488144 / KG ZA 19-605
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nakoming omgangsregeling, dwangsommen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/488144 / KG ZA 19-605

Vonnis in kort geding van 1 november 2019

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] , gemeente De Bilt,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. D. van de Lockant-Geschiere te Utrecht,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.J. Kwaaitaal-Robbers te Haarlem.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van de man

  • -

    de pleitnota van de vrouw

  • -

    de eis in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit, de man de Italiaanse. Partijen hebben elkaar in 2014 in Zanzibar leren kennen alwaar de man samen met een compagnon een […] heeft. Zij zijn op [trouwdatum] 2016 gehuwd in [plaatsnaam] , Italië en hebben na hun huwelijk eerst in Bologna en later in Sardinië gewoond.

2.2.

Partijen zijn de ouders van [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] . Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [naam minderjarige] . Na de verbreking van de relatie is de vrouw met [voornaam van minderjarige] naar Nederland verhuisd.

2.3.

Bij beschikking van [echtscheidingsdatum] 2019 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Het tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan van 5 december 2018 maakt deel uit van deze beschikking. In dit ouderschapsplan is vastgelegd dat [voornaam van minderjarige] in Nederland zal opgroeien en dat beide ouders hun woonplaats zullen hebben in Nederland bij elkaar in de buurt. Tevens is in dit ouderschapsplan afgesproken dat de man voor maximaal 6 weken per jaar in Zanzibar zal zijn en niet langer dan 2 weken achter elkaar. Ten aanzien van de zorgregeling zijn partijen in dit plan overeengekomen dat [voornaam van minderjarige] drie dagen en nachten bij de man zal zijn en vier dagen en nachten bij de vrouw en dat de vakanties bij helfte zullen worden gedeeld.

2.4.

Op 4 februari 2019 zijn partijen een nieuw tijdelijk ouderschapsplan overeengekomen, geldig voor één jaar. De zorgregeling is in dit ouderschapsplan gewijzigd, in die zin dat [voornaam van minderjarige] op woensdag, vrijdag en zondag bij zijn vader zal zijn en gedurende één nacht per maand bij hem zal slapen. In dit plan is opgenomen dat na dat jaar partijen het plan zullen evalueren en een nieuw plan zullen formuleren. Mochten zij niet tot overeenstemming komen over een nieuw plan dan zal het op 5 december 2018 getekende ouderschapsplan weer gelden.

2.5.

De vrouw heeft de zorgregeling zoals overeen was gekomen in het tijdelijk ouderschapsplan beëindigd. De man heeft [voornaam van minderjarige] sinds 15 september 2019 niet meer gezien.

2.6.

De vrouw heeft op 16 oktober 2019 een verzoek ingediend om eenhoofdig gezag en wijziging van de zorgregeling in die zin dat [voornaam van minderjarige] nog slechts drie uur per twee weken bij de man verblijft.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

De man vordert samengevat – nakoming van de zorgregeling primair conform het ouderschapsplan van 5 december 2018, subsidiair conform het tijdelijke ouderschapsplan van 4 februari 2019 en meer subsidiair conform een door de voorzieningenrechter te bepalen regeling, alles inclusief de verdeling (bij helfte) van de vakantiedagen en op straffe van een dwangsom.

3.2.

De vrouw voert verweer en vordert in reconventie dat de voorzieningenrechter haar vervangende toestemming verleent om met uitsluiting van de man alle medische beslissingen te nemen over [voornaam van minderjarige] en te bepalen dat, zo lang de bodemprocedure over de zorgregeling en het gezag loopt er uitvoering wordt gegeven aan een tijdelijke zorgregeling waarbij [voornaam van minderjarige] om de week drie uur bij de man verblijft van 11.00 uur tot 14.00 uur.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

De voorzieningenrechter zal de subsidiaire vordering in conventie toewijzen zoals in het dictum van dit vonnis is vermeld en de vorderingen van de man en de vrouw voor het overige afwijzen. In het hierna volgende zal de voorzieningenrechter uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen.

4.2.

Partijen hebben gezamenlijk gezag over [voornaam van minderjarige] . Dit betekent dat ieder van partijen het recht en de plicht heeft voor [voornaam van minderjarige] te zorgen en dat zij gezamenlijk beslissingen moeten nemen over [voornaam van minderjarige] . Geen van partijen heeft hierin meer recht of belang dan de ander. Partijen zijn een zorgregeling overeengekomen vastgelegd in een ouderschapsplan dat door de rechtbank is bekrachtigd. Nadien zijn zij een tijdelijk ouderschapsplan overeengekomen, dat expireert op 4 februari 2020. Ouders dienen de afspraken in een ouderschapsplan onverkort na te komen en het is niet toegestaan dat een van partijen eenzijdig wijziging aanbrengt in de zorgregeling of daar voorwaarden aan stelt die niet zijn overeengekomen.

4.3.

Partijen verschillen van mening over de wijze waarop het tijdelijke ouderschapsplan tot stand is gekomen. De man stelt dat dit onder druk van de vrouw is gebeurd en de vrouw stelt dat dit op initiatief van de man is geweest. Voor de voorzieningenrechter is niet duidelijk wie hier het gelijk aan zijn of haar zijde heeft, maar vooralsnog acht de voorzieningenrechter ongeoorloofde dwang die zou leiden tot nietigheid van het tijdelijke ouderschapsplan niet aannemelijk geworden. Dit betekent dat tot 4 februari 2020 het tijdelijke ouderschapsplan geldt en dat nadien wordt teruggevallen op het oorspronkelijke ouderschapsplan, tenzij partijen anders overeenkomen of de bodemrechter anders beslist.

4.4.

Het vorenstaande is slechts dan anders als de voorzieningenrechter onverkorte nakoming niet in het belang van de minderjarige zou achten. Dat is hier niet het geval. Integendeel. De voorzieningenrechter acht het, mede gezien de zeer jeugdige leeftijd van [voornaam van minderjarige] , in zijn belang dat hij op regelmatige basis, frequent en in substantiële mate contact heeft met zijn beide ouders en dus ook met zijn vader.

4.5.

In de medische situatie van [voornaam van minderjarige] ziet de voorzieningenrechter daarvoor geen belemmeringen. Ook een kind met gezondheidsklachten, sterker nog juist een kind met gezondheidsklachten, heeft recht op en behoefte aan zorg van beide ouders, dus ook van de vader. [voornaam van minderjarige] is een jongetje van 2,5 jaar oud dat ernstige gezondheidsklachten heeft gehad, die voortkwamen uit complicaties na een ernstige keel- en oorinfectie. Daarnaast meldt de vrouw dat bij [voornaam van minderjarige] sprake is geweest van ondervoeding, eetproblemen, poep- en plasproblemen en traumatische ervaringen tijdens een ziekenhuisopname, waarvoor EMDR-therapie nodig zou zijn. Een deel van deze problemen lijkt een psychische oorzaak te hebben. Op dit moment gaat het echter gelukkig, behoudens een aanhoudende oorontsteking, goed met [voornaam van minderjarige] , zoals de vrouw ter zitting heeft verklaard. Hij is weer op gewicht, houdt zijn plas niet meer op, heeft geen paniekaanvallen meer en is rustig en vrolijk, alhoewel hij nog wel kwetsbaar is. De voorzieningenrechter acht niet aannemelijk dat de vader in deze situatie, maar ook als het onverhoopt toch weer slechter met hem gaat, niet voor [voornaam van minderjarige] zou kunnen zorgen. Daarvoor liggen in de persoon van de man geen redenen. De man heeft zich met het oog op de zorg voor [voornaam van minderjarige] in Nederland gevestigd en heeft hier werk gevonden dat hij met de zorg voor [voornaam van minderjarige] kan combineren. Verder heeft de man een manager aangesteld voor het […] in Zanzibar, waardoor hij de tijd die hij voor werk in Zanzibar hoeft door te brengen aanzienlijk heeft kunnen verminderen. Dit illustreert een sterke betrokkenheid van de vader. Overigens is de voorzieningenrechter van oordeel dat het feit dat de vader van tijd tot tijd naar Zanzibar moet afreizen geen contra-indicatie is voor een goede zorgregeling. Het komt in wel meer gezinnen voor dat de man af en toe in het buitenland moet verblijven vanwege zijn werk. Daar is met enige goede wil altijd wel een mouw aan te passen, zeker nu de vrouw niet werkt.

4.6.

Wat wel problematisch is, is het feit dat de vrouw geen vertrouwen heeft in de man als vader en mogelijk vanwege persoonlijke problematiek van mening is dat zij de ouder bij uitstek is die goed voor [voornaam van minderjarige] kan zorgen. Dit is een grotere bedreiging voor de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] dan de klachten die de vrouw over de man uit. De voorzieningenrechter adviseert de ouders dan ook hulp te zoeken om te leren het vertrouwen in elkaar te herstellen en samen op constructieve wijze samen te werken in het belang van [voornaam van minderjarige] .

4.7.

De voorzieningenrechter ziet ook in de stelling van de vrouw dat de man geen of nauwelijks Nederlands beheerst en [voornaam van minderjarige] geen of nauwelijks Italiaans evenmin een beletsel voor onverkorte handhaving van de zorgregeling. Integendeel, [voornaam van minderjarige] is nog erg jong en kan in zeer korte tijd zijn kennis van een taal verliezen maar ook weer ophalen. Hij is half Italiaans en zal familie hebben in Italië. Het is van groot belang dat hij ook later met hen en ook met zijn vader goed kan communiceren.

4.8.

Tenslotte acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de man dwars ligt bij beslissingen over medische behandelingen die voor [voornaam van minderjarige] nodig zijn. De man wil terecht wel goed geïnformeerd worden over de noodzaak daarvan, zoals voor een EMDR-therapie voor een tweejarige. Ook bij het nemen van beslissingen over medische zaken dienen de ouders constructief met elkaar te overleggen. Niet is gebleken dat het contact op dit moment zo slecht is dat dit niet zou kunnen.

4.9.

De voorzieningenrechter is, gelet op het vorenstaande van oordeel dat het contact tussen de vader en [voornaam van minderjarige] snel hersteld en genormaliseerd moet worden en vooral niet mag worden geproblematiseerd. In dit laatste geval bestaat namelijk de kans dat zich een selffulfilling prophecy voltrekt die maakt dat uiteindelijk, vele jaren, onderzoeken, hulptrajecten en moeizame pogingen tot herstel verder, de conclusie moet worden getrokken dat er geen ruimte is voor contact. De voorzieningenrechter zal om die reden, nu de schade nog te overzien is, dwangsommen verbinden aan nakoming van de zorgregeling tot 4 februari 2020 conform de tijdelijke regeling en vanaf dat moment weer gewoon volgens het oorspronkelijke ouderschapsplan.

4.10.

Partijen zijn ex-echtgenoten. Op dit moment ziet de voorzieningenrechter nog geen reden om af te wijken van het uitgangspunt dat de proceskosten in familiezaken worden gecompenseerd in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

In conventie en in reconventie

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt de vrouw tot nakoming van de tussen partijen geldende zorgregeling, conform het tijdelijke ouderschapsplan van 4 februari 2019, waarbij [voornaam van minderjarige] in november 2019 iedere week op woensdag, vrijdag en zondag van 9.00 uur tot 19.00 uur, bij zijn vader is en daarna tot 4 februari 2020 iedere week op woensdag en zondag van 9.00 uur tot 19.00 uur bij zijn vader is en op vrijdag van 12.00 uur tot 17.00 uur en de vakanties en feestdagen in overleg te bepalen,

5.2.

veroordeelt de vrouw vanaf 4 februari 2020 tot nakoming van de zorgregeling conform het oorspronkelijke ouderschapsplan van 5 december 2018, waarbij [voornaam van minderjarige] drie dagen per week en wel op woensdag, vrijdag en zondag vanaf 9.00 uur en de daarop volgende nachten tot 9.00 uur bij zijn vader is en de vakanties en feestdagen, bij helften in onderling overleg te bepalen,

5.3.

bepaalt dat de vrouw een dwangsom verbeurt van € 250,- per dag dan wel per dagdeel dat de vrouw geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft de veroordelingen vermeld in 5.1. en 5.2 na te komen,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde,

5.6.

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2019, in tegenwoordigheid van mr. C. Bosma-van ’t Hof, griffier.1

1 type: coll: