Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4766

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
15-10-2019
Zaaknummer
16/659702-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim drie jaar schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Hij heeft op twee momenten ook kinderpornografisch materiaal verspreid.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van dierenpornografisch beeldmateriaal. Voor de vervaardiging van dit beeldmateriaal zijn dieren misbruikt en geëxploiteerd ten behoeve van een onzedelijke behoeftebevrediging van personen.

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen; waarvan 364 dagen voorwaardelijk.

Ook legt de rechtbank verdachte een taakstraf op van 240 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Computerrecht 2020/9 met annotatie van J.J. Oerlemans
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659702-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 15 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1980] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 oktober 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en mr. M.M. Helmers, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

onder 1: in de periode van 20 december 2014 tot en met 28 februari 2018 in De Bilt en/of Bilthoven een gewoonte heeft gemaakt van onder meer het verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen;

onder 2: in de periode van 20 december 2014 tot en met 28 februari 2018 in De Bilt en/of Bilthoven dierenpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, in die zin dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden en in het bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen én dat verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Ook acht de officier van justitie het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw is ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde van mening dat bewezen kan worden dat verdachte kinderpornografisch materiaal in zijn bezit had, maar dat dat was vanaf 20 februari 2015 en niet vanaf 20 december 2014. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het verspreiden van kinderpornografisch materiaal slechts op twee momenten heeft plaatsgevonden en niet gedurende de gehele ten laste gelegde periode. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is de raadsvrouw van mening dat er geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet en dat verdachte dan ook van dit feit moet worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Verdachte heeft het onder 1 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 4 juli 2018, genummerd 20180625.1140.20308.VER2, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende de bekennende verklaring van verdachte, doorgenummerde pagina 33 e.v.;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal van 8 mei 2018, met bijlagen, genummerd 20180507.1400.10166.BEV, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende het relaas van de verbalisanten, doorgenummerde pagina 106 e.v.;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verdenking van 23 november 2017, met bijlagen, genummerd LERDE15010-50, opgemaakt door de dienst Landelijke Recherche van de Landelijke Eenheid, houdende het relaas van de verbalisant, doorgenummerde pagina 48 e.v..

Periode

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte niet gedurende de gehele ten laste gelegde periode kinderpornografisch materiaal in zijn bezit heeft gehad en verspreid en/of aangeboden. Verdachte heeft zich weliswaar geregistreerd bij [forum 1] op 20 december 2014, maar hij is pas vanaf 20 februari 2015 afbeeldingen gaan downloaden. Daarnaast heeft verdachte tweemaal in een online gesprek, een zogenoemde thread, een link verstrekt waarmee beeldmateriaal kon worden gedownload, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 20 december 2014 een account heeft aangemaakt op het besloten kinderpornoforum [forum 1] . Aldus heeft verdachte zich de toegang verschaft tot kinderpornografische afbeeldingen die vanaf dat moment op ieder moment voor hem beschikbaar waren. De exacte activiteiten van individuele [forum 1] -gebruikers kunnen alleen worden vastgesteld over de periode van 20 februari 2015 tot en met 5 maart 2015. Dat neemt niet weg dat de rechtbank het niet geloofwaardig acht dat verdachte pas vanaf dat moment is gaan downloaden. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat vast staat dat verdachte in ieder geval op 2, 8, 12 en 20 januari 2015 threads op het forum is gestart. De rechtbank maakt daaruit op dat verdachte reeds eerder dan 20 februari 2015 een actief gebruiker van het forum was, zodat het ervoor moet worden gehouden dat hij vanaf het moment van het aanmaken van zijn account afbeeldingen is gaan downloaden en toegang had tot kinderpornografisch materiaal. De rechtbank oordeelt daarom dat het bezit van danwel de toegang tot kinderporno bewezen kan worden verklaard voor de periode van 20 december 2014 tot en met 28 februari 2018 (de dag dat de politie de woning van verdachte betrad). Ten aanzien van het verspreiden/aanbieden van kinderpornografische afbeeldingen acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich daar op 8 januari 2015 en 12 januari 2015 aan heeft schuldig gemaakt doordat hij threads startte met kinderpornografisch materiaal.

Gewoonte

In het door de politie in beslag genomen materiaal, bevonden zich in totaal 103.132 foto’s en 243 films/video’s. In een willekeurige selectie van ongeveer 25% daarvan zijn 16.453 foto’s en 172 films/video’s beoordeeld als kinderpornografisch. Verdachte heeft verklaard dat hij 2 à 3 keer per week kinderpornografische sites bezocht en dat als hij afbeeldingen ging downloaden, dat er tussen de 20 en 100 per keer waren. Gelet op het aantal aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen, alsmede de frequentie waarmee verdachte het kinderpornografisch materiaal heeft gedownload, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in het bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. Dat kan niet worden gezegd van het verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Verdachte heeft dat twee keer gedaan in een onderzochte periode van ruim drie jaar. Aldus zal verdachte partieel worden vrijgesproken van het een gewoonte maken van het verspreiden van kinderpornografisch materiaal.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Op de onder verdachte in beslag genomen gegevensdragers werden 3 foto’s aangetroffen die werden beoordeeld als dierenpornografisch.1

Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat er dierenpornografische afbeeldingen op een bij hem in beslag genomen dvd stonden, maar dat het kan dat dit een bijvangst is geweest bij het downloaden van ander materiaal. Zijn raadsvrouw heeft op grond hiervan gesteld dat verdachte geen opzet heeft gehad op het in bezit hebben van deze afbeeldingen. De rechtbank verwerpt dit verweer. Het aangetroffen dierenpornografisch materiaal stond op een dvd. Verdachte was de enige gebruiker van zijn computer en heeft de afbeeldingen zelf op de dvd gebrand. Bij deze stand van zaken moet het ervoor worden gehouden dat verdachte de betreffende afbeeldingen bij het opslaan op een dvd heeft gezien en dus wist dat deze op de gegevensdrager stonden.

De rechtbank is aldus van oordeel dat sprake is van opzet op het in bezit hebben van dierenpornografisch materiaal.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op één of meer tijdstippen in de periode van 20 december 2014 tot en met 28 februari 2018 te De Bilt en Bilthoven, meermalen, telkens gegevensdragers, te weten

een sd-kaart (goednummer 2149338) en

een sd-kaart (goednummer 2149337) en

3 DVD's (goednummer 2149358),

bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en op 8 januari 2015 en 12 januari 2015 heeft verspreid door het plaatsen op het forum [forum 1] ,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en/of vinger/hand en/of mond/tong oraal, vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de penis oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de vinger/hand en/of voorwerp vaginaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

- bijlage IV foto nr. 1 (omschrijving p. 121 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 4 (omschrijving p. 122 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 6 (omschrijving p. 122 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 11 (omschrijving p.124 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 13 (omschrijving p. 124 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 14 (omschrijving p. 124 proces-verbaal)

en

het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een vinger/hand en/of voorwerp betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel

- bijlage IV foto nr. 17 (omschrijving p. 125 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 23 (omschrijving p. 127 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 24 (omschrijving p. 127 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 28 (omschrijving p. 128 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 29 (omschrijving p. 129 proces-verbaal)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of door het camerastandpunt nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

- bijlage IV foto nr. 32 (omschrijving p. 129 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 37 (omschrijving p. 131 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 41 (omschrijving p. 132 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 44 (omschrijving p. 133 proces-verbaal)

en

het masturberen bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

- bijlage IV foto nr. 51 (omschrijving p. 135 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 53 (omschrijving p. 136 proces-verbaal)

en hij ten aanzien het bezit van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

in de periode van 20 december 2014 tot en met 28 februari 2018 te De Bilt en Bilthoven een gegevensdrager te weten een DVD (goednummer 2149358), bevattende 3 afbeeldingen van ontuchtige handelingen/seksuele gedragingen waarbij een mens en een dier

zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in het bezit heeft gehad, welke ontuchtige handelingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een dier (bij een meerderjarige) likken en/of betasten/aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen en/of het bij een dier (door een meerderjarige) likken van het geslachtsdeel

- bijlage IA en IVb foto nr. 1 (p. 115 proces-verbaal)

- bijlage IA en IVb foto nr. 2 (p. 115 proces-verbaal)

- bijlage IA en IVb foto nr. 3 (p. 115 proces-verbaal).

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

onder 1:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt,

en,

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, meermalen gepleegd;

onder 2:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat bij het opleggen van een straf rekening gehouden moet worden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft op de dag dat het beeldmateriaal bij hem werd aangetroffen direct hulp gezocht en is nu al anderhalf jaar in behandeling bij De Waag. Het is van belang dat deze behandeling niet wordt doorkruist door een detentie. Dit geldt te meer nu daders van een feit als het onderhavige in detentie onderaan de pikorde staan. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een taakstraf van 240 uur in combinatie met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Aan de eventueel op te leggen voorwaardelijke straf hoeven geen bijzondere voorwaarden te worden verbonden. Aangezien verdachte zelf hulp heeft gezocht en gemotiveerd is mee te werken aan de behandeling, ziet de reclassering geen rol in de begeleiding.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim drie jaar schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Hij heeft op twee momenten ook kinderpornografisch materiaal verspreid. Van het in het bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen heeft verdachte een gewoonte gemaakt. De strekking van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is het tegengaan van seksueel misbruik van jeugdigen en de exploitatie van dergelijk misbruik. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van het misbruik van kinderen voor de productie van deze afbeeldingen. Bij het maken van kinderporno wordt immers op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van de betrokken kinderen. Vaak zeer jonge kinderen worden door volwassenen gedwongen om zeer vergaande seksuele handelingen uit te voeren of te ondergaan. Dergelijk seksueel misbruik zal in de regel leiden tot ernstige lichamelijke en psychische schade bij de betrokken kinderen. Daarbij is het een gegeven dat kinderpornografisch materiaal op internet circuleert, hetgeen betekent dat de betrokken kinderen tot in lengte van jaren slachtoffer kunnen blijven. Verdachte heeft bij dit grove seksuele misbruik kennelijk niet of onvoldoende stilgestaan en zich slechts bekommerd om zijn eigen behoeftebevrediging.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van dierenpornografisch beeldmateriaal. Voor de vervaardiging van dit beeldmateriaal zijn dieren misbruikt en geëxploiteerd ten behoeve van een onzedelijke behoeftebevrediging van personen. Ook hiervoor geldt dat door de vraag naar dergelijke afbeeldingen de productie ervan en het misbruik waarmee dit gepaard gaat in stand wordt gehouden.

De persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 19 augustus 2019;

- een reclasseringsadvies van 20 december 2018, uitgebracht door E. Strasek, reclasseringswerker;

- een reclasseringsadvies van 23 mei 2019, uitgebracht door R.T.M. Holthuisen, reclasseringswerker;

- een e-mailbericht van 5 september 2019 van R. Holthuisen, reclasseringswerker.

Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

Uit het reclasseringsadvies van 20 december 2018 volgt dat verdachte al jaren te kampen heeft met (psychische) problematiek en dat de draaglast met betrekking tot de echtscheiding en het overlijden van meerdere familieleden de draagkracht te boven ging. Verder volgt uit dit advies dat verdachte in behandeling is gegaan en dat hij zich daarvoor goed inzet. Als beschermende factoren kunnen daarnaast worden genoemd dat verdachte zich gesteund voelt door zijn moeder, dat hij beschikt over stabiele huisvesting en over werk en inkomen, dat er geen sprake is van financiële problematiek, er sprake is van een sociaal netwerk en er geen aanwijzingen zijn voor (problematisch) middelengebruik. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich meldt bij de reclassering en een ambulante behandeling ondergaat.

Uit het reclasseringsadvies van 23 mei 2019 volgt dat verdachte sinds anderhalf jaar vrijwillig in behandeling is bij De Waag en dat verdachte hierin een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Een meldplicht en een behandelverplichting acht de reclassering niet meer noodzakelijk, nu verdachte al geruime tijd vrijwillig onder behandeling staat. De reclassering schat in dat verdachte intrinsiek gemotiveerd is om de behandeling ook zonder verplicht kader te continueren. Een voorwaardelijke straf kan hem hierbij wel ondersteunen.

In zijn e-mailbericht van 5 september 2019 heeft de reclasseringswerker verklaard dat een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf ten koste zal gaan van de reeds ingezette hulpverlening en dat verdachte gebaat is bij continuering van de behandeling bij De Waag.

Straf

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor een gewoonte maken van het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar. Het oriëntatiepunt voor het verspreiden van kinderpornografisch materiaal gaat eveneens uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar.

Bij de strafoplegging weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee de lange periode waarin verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van pornografisch materiaal, de grote hoeveelheid afbeeldingen die bij verdachte zijn aangetroffen en de (jonge) leeftijd van de minderjarigen die op de aangetroffen afbeeldingen stonden.

In het voordeel van verdachte weegt het volgende mee. Vanaf het moment dat de politie zijn woning betrad, heeft verdachte volledig meegewerkt met het politieonderzoek en heeft hij direct openheid van zaken gegeven. Verdachte heeft zich rekenschap gegeven van het verwerpelijke van zijn gedragingen. Niet alleen in woorden, maar ook in daden. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting uitgebreid spijt betuigd. Naar het oordeel van de rechtbank is hij daarin authentiek, hetgeen mede blijkt uit het feit dat hij direct hulp heeft gezocht, nu al anderhalf jaar in behandeling is en daarin volgens zijn behandelaren stappen maakt. Het recidiverisico wordt door de reclassering, op basis van gesprekken met zijn behandelaar, ingeschat als laag. Daarbij speelt een rol dat de schaamte voor zijn handelen bij verdachte heel ver gaat. Verdachte heeft ook verklaard dat hij zijn behandeling wenst voort te zetten, ongeacht de uitkomst van de onderhavige procedure.

In de persoon van verdachte, de reeds ingezette hulpverlening, het belang bij voortzetting daarvan, het blanco strafblad en de hiervoor genoemde omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding in het voordeel van verdachte af te wijken van de oriëntatiepunten voor straftoemeting.

De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ten aanzien van deze verdachte geen doel meer dient in het kader van speciale preventie. De rechtbank acht het van groot belang dat de reeds ingezette behandeling niet doorkruist zal worden door een detentie. Tegelijkertijd acht de rechtbank van belang dat de verwerpelijke handelingen van verdachte worden vergolden en dat van een straf een generaal preventieve werking uitgaat. Om die reden zal de rechtbank de maximale taakstraf opleggen en een forse voorwaardelijke gevangenisstraf. Aan deze voorwaardelijke straf zal de rechtbank als voorwaarde verbinden dat de behandeling wordt voortgezet en daarbij een proeftijd van 3 jaar vaststellen. Verdachte is weliswaar gemotiveerd de behandeling voort te zetten, maar de rechtbank acht het voortduren van deze behandeling en het voorkomen van een terugval bij verdachte van dusdanig groot belang dat zij een verplicht kader voor een periode van drie jaar noodzakelijk acht. Gelet op het bepaalde in artikel 22b Wetboek van Strafrecht zal eveneens een onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd van één dag.

De rechtbank wijkt bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie. Dit houdt deels verband met het feit dat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet komt tot bewezenverklaring van een gewoonte maken van het verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen. Voorts houdt de rechtbank in sterkere mate rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals hierboven weergegeven. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van de maximale duur van 240 uren en daarnaast een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 364 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar passend en geboden is. Naast de algemene voorwaarden, zal als bijzondere voorwaarde gelden dat verdachte zich onder behandeling zal blijven stellen van De Waag, op de tijden en plaatsen als door of namens de reclassering aan te geven, teneinde de reeds ingezette behandeling voort te zetten, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 240b en 254a van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 364 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen 4 werkdagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht en zich blijft melden zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich onder behandeling zal blijven stellen van De Waag, op de tijden en plaatsen als door of namens de reclassering aan te geven, teneinde de reeds ingezette behandeling voort te zetten, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, voorzitter, mrs. A.C. van den Boogaard en

H.F. Koenis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2019.

Mr. I.L. Gerrits is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij

op één of meer tijdstippen

in of omstreeks de periode van 20 december 2014 tot en met 28 februari 2018 te

De Bilt en/of Bilthoven, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

telkens

afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of films en/of gegevensdragers

bevattende afbeeldingen, te weten

een sd-kaart (goednummer 2149338) en/of

een sd-kaart (goednummer 2149337) en/of

3 DVD's (goednummer 2149358)

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

heeft

verspreid (door het plaatsen op het forum [forum 1] en/of het forum [forum 2]

),

aangeboden (door het plaatsen op het forum [forum 1] en/of het forum [forum 2]

),

openlijk tentoongesteld,

vervaardigd,

ingevoerd,

doorgevoerd,

uitgevoerd,

verworven,

bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong oraal,

vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong oraal,

vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het met de/een vinger/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal

penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaar nog niet had bereikt

- bijlage IV foto nr. 1 (omschrijving p. 121 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 4 (omschrijving p. 122 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 6 (omschrijving p. 122 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 11 (omschrijving p.124 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 13 (omschrijving p. 124 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 14 (omschrijving p. 124 proces-verbaal)

en/of

het met de/een mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het

geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een mond/tong en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het

geslachtdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger/hand en/of voorwerp betasten en/of aanraken van het

eigen geslachtsdeel

- bijlage IV foto nr. 16 (omschrijving p. 125 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 17 (omschrijving p. 125 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 23 (omschrijving p. 127 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 24 (omschrijving p. 127 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 28 (omschrijving p. 128 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 29 (omschrijving p. 129 proces-verbaal)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon

gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een

voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s)

nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze

persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

- bijlage IV foto nr. 32 (omschrijving p. 129 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 37 (omschrijving p. 131 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 41 (omschrijving p. 132 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 44 (omschrijving p. 133 proces-verbaal)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op

dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

- bijlage IV foto nr. 51 (omschrijving p. 135 proces-verbaal)

- bijlage IV foto nr. 53 (omschrijving p. 136 proces-verbaal)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat een toonmap met (een representatieve

collectie van) de afbeeldingen is samengesteld, die ter voorkoming van

strafbare feiten en verdere verspreiding, niet in het dossier is gevoegd en

ook niet in afschrift zal worden verstrekt. De officier van justitie zal deze

toonmap als stuk van overtuiging op de terechtzitting aanwezig hebben en aan

de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage in

genoemd materiaal verleend worden op afspraak met de officier van justitie.

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 december 2014 tot en met 28 februari

2018 te De Bilt en/of Bilthoven, althans in Nederland,

afbeeldingen, te weten 3 foto's en/of video's en/of films en/of

gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten 3 DVD's (goednummer

2149358),

van ontuchtige handelingen/seksuele gedragingen waarbij een mens en een dier

zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken

heeft

verspreid,

openlijk tentoongesteld,

vervaardigd,

ingevoerd,

doorgevoerd,

uitgevoerd,

in het bezit heeft gehad,

welke ontuchtige handelingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het door een dier (bij een meerderjarige) likken en/of betasten/aanraken van

het geslachtsdeel en/of de billen en/of

het bij een dier (door een meerderjarige) likken van het geslachtsdeel

- bijlage IA en IVb foto nr. 1 (p. 115 en p. 140 proces-verbaal)

- bijlage IA en IVb foto nr. 2 (p. 115 en p. 140 proces-verbaal)

- bijlage IA en IVb foto nr. 3 (p. 115 en p. 140 proces-verbaal);

art 254a lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal van 8 mei 2018, met bijlagen, genummerd 20180507.1400.10166.BEV, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende het relaas van de verbalisanten, doorgenummerde pagina 106 e.v..