Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4757

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-10-2019
Datum publicatie
16-10-2019
Zaaknummer
C/16/483766 HA RK 19/187
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Wijziging testamentaire last op grond van artikel 4:134 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2019/339
ERF-Updates.nl 2019-0248
RN 2019/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Team Toezicht

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/483766 HA RK 19/187

Beschikking van 4 oktober 2019

op het verzoek van:

Stichting De Opbouw,

kantoorhoudende te Utrecht,

hierna te noemen: verzoeker,

advocaat: mr. D.R.M. Linders, werkzaam bij Axius Advocaten & Mediators te Veenendaal.

Het verzoek heeft betrekking op de nalatenschap van:

[A] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1932, overleden te [plaatsnaam 1] op

[overlijdensdatum] 2018, laatst gewoond hebbende te [plaatsnaam 2] , hierna te noemen: erflaatster.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1 Nierstichting Nederland,

kantoorhoudende te Bussum,

hierna te noemen: belanghebbende 1;

2 Nederlandse Hartstichting,

kantoorhoudende te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: belanghebbende 2,

3 Stichting ReumaNederland,

kantoorhoudende te Amsterdam,

hierna te noemen: belanghebbende 3;

4 [belanghebbende 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: belanghebbende 4.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 2 juli 2019;

- de brief van Goede Doelen Nederland namens belanghebbenden 1 en 2, ter griffie ingekomen op 9 augustus 2019, waarin zij aangeven niet aanwezig te zullen zijn bij de mondelinge behandeling van het verzoek en verwijzen naar de schriftelijke overeenkomst die is aangegaan betreffende de wijziging van de last (productie 8 bij het verzoek);

- de brief van belanghebbende 3, ter griffie ingekomen op 13 augustus 2019, waarin zij aangeeft niet aanwezig te zullen zijn bij de mondelinge behandeling van het verzoek en verwijzen naar de schriftelijke overeenkomst die is aangegaan betreffende de wijziging van de last (productie 8 bij het verzoek).

1.2.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 15 augustus 2019. Verschenen zijn:

- mr. D.R.M. Linders;

- mr. C. Schimmel, kantoorgenoot van mr. D.R.M. Linders;

- mr. [B] , notaris.

Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen bijgehouden.

2 De feiten

2.1

Erflaatster was ten tijde van haar overlijden niet gehuwd en niet geregistreerd als partner in de zin van het geregistreerd partnerschap. Erflaatster had geen kinderen.

2.2.

Volgens opgave van het Centraal Testamentenregister heeft erflaatster bij testament van 17 september 2008 voor het laatst over haar nalatenschap beschikt. In dit testament heeft zij belanghebbenden 1, 2 en 3 tot enig erfgenamen benoemd, onder bezwaar van een aantal legaten, waaronder een legaat aan verzoeker. Belanghebbende 4 is tot executeur benoemd. Hij heeft deze benoeming volgens de verklaring van executele van

14 maart 2018 aanvaard. Hij heeft eveneens verklaard dat de nalatenschap ruimschoots toereikend is als bedoeld in artikel 4:202 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.3.

Belanghebbenden 1, 2 en 3 hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard.

2.4.

In voormeld testament heeft erflaatster het volgende bepaald met betrekking tot het legaat aan verzoeker:

‘Ik legateer, af te geven binnen zes (6) maanden na mijn overlijden, aan de te Utrecht gevestigde stichting: Stichting De Opbouw, kantoorhoudende te [postcode 1] [plaatsnaam 3] , [adres 1] , ingeschreven in het handelsregister onder nummer [nummeraanduiding 1] , mijn woonhuis, met erf, tuin, ondergrond en verdere aan- en toebehoren, staande en gelegen te [postcode 2] [plaatsnaam 2] , [adres 2] , kadastraal bekend gemeente [plaatsnaam 2] , sectie [sectie-aanduiding] , nummer [nummeraanduiding 2] , ter grootte van twee are en zeventig centiare (2.70),

onder de verplichting genoemde woning aan de [adres 2] te [plaatsnaam 2] blijvend ter beschikking te stellen aan een onderdeel van genoemde stichting, te weten: Zorginstelling [instelling 1] , gevestigd te [plaatsnaam 2] en onder de verplichting om de eventueel op voormeld registergoed rustende hypothecaire geldlening(en) voor haar rekening te nemen en als eigen schuld(en) te voldoen.

Indien genoemde woning aan de [adres 2] te [plaatsnaam 2] ten tijde van mijn overlijden niet langer mijn juridische en/of economische eigendom is vervalt dit legaat en wordt Stichting De Opbouw mijn vierde (4e) erfgenaam zoals hierna bepaald onder het kopje Erfstelling.’

Aan de erfstelling heeft erflaatster de volgende last verbonden:

onder de verplichting dit erfdeel aan te wenden ten behoeve van Zorginstelling [instelling 1] .’

2.5.

Zorginstelling [instelling 1] is van naam gewijzigd en heet thans Zorginstelling [instelling 2] . Zorginstelling [instelling 2] is een vestiging van verzoeker.

2.6.

Verzoeker is een landelijke stichting die gericht is op het verlenen van zorg aan kwetsbare mensen.

2.7.

Uit het Kadaster blijkt dat erflaatster ten tijde van haar overlijden volle eigenaar was van de in het legaat aan verzoeker vermelde woning aan de [adres 2] te [plaatsnaam 2] en dat op deze woning geen hypothecaire geldlening rust.

2.8.

Verzoeker heeft het legaat aanvaard.

2.9.

Verzoeker en belanghebbenden 1, 2, 3 en 4 zijn op 10 mei 2019 een schriftelijke overeenkomst met elkaar aangegaan, waarin zij overeenkomen dat zij de nalatenschap van erflaatster willen afwikkelen op de manier die in voormeld testament is bepaald indien de woning aan de [adres 2] te [plaatsnaam 2] juridisch en/of economisch niet tot de nalatenschap van erflaatster had behoord, ook al is dat wel het geval.

3 De beoordeling

3.1.

Verzoeker vraagt de rechtbank om op grond van artikel 4:134 lid 1 aanhef en onder a BW de aan het legaat verbonden last als volgt te wijzigen:

‘onder de verplichting dit erfdeel casu quo de waarde van het legaat aan te wenden ten behoeve van Zorginstelling [instelling 2] .’

Verzoeker heeft ter zitting zijn verzoek aangevuld met het verzoek om oftewel de last te wijzigen in de last die van toepassing was geweest indien de woning aan de [adres 2] ( [postcode 2] ) te [plaatsnaam 2] niet tot de nalatenschap van erflaatster had behoord en in welk geval Stichting De Opbouw erfgenaam was geweest. Verzoeker beoogt met die aanvulling beter aan te sluiten bij de tekst van de verplichting die zou geleden als verzoeker vierde erfgenaam zou zijn en bij de in 2.9. genoemde overeenkomst.

Verzoeker acht de ongewijzigde instandhouding van de last bezwaarlijk en in wezen onmogelijk uitvoerbaar. Daartoe voert hij het volgende aan:

  • -

    de gelegateerd woning staat op een helling en er bestaat kans dat dit (val)gevaar voor bewoners met zich mee zal brengen;

  • -

    de gelegateerde woning door maximaal vier personen die gebruik maken van de diensten van verzoeker gebruikt kan worden, terwijl verzoeker tenminste zeven personen in een woning dient te laten verblijven om het kostendekkend te laten zijn;

  • -

    verzoeker meer voor de personen die gebruik maken van de diensten van verzoeker kan betekenen als hetgeen verkregen wordt uit de nalatenschap (gelden) wordt aangewend ten behoeve van Zorginstelling [instelling 2] .

3.2.

In artikel 4:134 lid 1 aanhef en onder a BW is bepaald dat de rechter op verzoek van degene op wie de last rust of van het openbaar ministerie de last kan wijzigen of geheel of gedeeltelijk opheffen op grond van na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden welke van dien aard zijn dat de ongewijzigde instandhouding van de last uit een oogpunt van de daarbij betrokken persoonlijke en maatschappelijke belangen ongerechtvaardigd zou zijn. Op grond van artikel 4:134 lid 2 BW dient de rechter daarbij zoveel mogelijk de bedoeling van de erflater in acht te nemen. Niet vereist is dat de wijziging van omstandigheden niet door de erflater was voorzien.

3.3.

Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 4:134 BW en de jurisprudentie volgt dat het bij de beantwoording van de vraag of een testamentaire last gewijzigd of opgeheven dient te worden niet zo zeer aankomt op wat redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen. Het artikel geeft veeleer een voorziening met het oog op testamentaire lasten die door na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden hun zin verloren hebben, niet meer met de bedoeling van de erflater overeenstemmen of aanpassing behoeven aan hun maatschappelijke strekking of aan het algemeen belang. Een testamentaire last mag niet lichtvaardig worden gewijzigd of opgeheven en bij wijziging dient te worden gezocht naar een oplossing die zoveel mogelijk recht doet aan de bedoeling van de erflater met die last.

3.4.

Verzoeker stelt dat er sprake is van na het overlijden van de erflaatster ingetreden omstandigheden, nu hij pas na het overlijden van erflaatster bekend is geworden met het testament. Doordat erflaatster in haar bescheidenheid de goede doelen, waaronder verzoeker, niet wilde informeren over hun plek in het testament, heeft er niet vooraf overleg plaatsgevonden. Volgens verzoeker heeft de testamentaire last zijn zin verloren, nu na het overlijden van erflaatster blijkt dat de woning door, naar de rechtbank begrijpt, huidige economische en veiligheidsaspecten niet bruikbaar is voor verzoeker. Hierdoor heeft verzoeker geen profijt van het legaat, terwijl dat juist de bedoeling was van erflaatster. Verzoeker heeft met het sluiten van de overeenkomst met de erfgenamen (belanghebbenden 1, 2 en 3) de wil van erflaatster zo veel als mogelijk willen respecteren.

3.5.

De rechtbank is van oordeel dat de ongewijzigde instandhouding van de last in dit geval uit het oogpunt van de bij deze specifieke last betrokken persoonlijke en maatschappelijke belangen ongerechtvaardigd is. Zij overweegt daartoe het volgende.

3.6.

Mr. [B] , notaris, heeft ter zitting toegelicht dat het broertje van erflaatster bij de voorganger van Zorginstelling [instelling 2] woonde en dat daar goed voor hem gezorgd is. Erflaatster vond het daarom fijn om haar huis beschikbaar te kunnen stellen. Haar huis ging haar aan het hart. Er is door erflaatster de keuze gemaakt om bij het opstellen van het testament geen contact op te nemen met verzoeker en/of Zorginstelling [instelling 2] . Dat erflaatster in ieder geval de bedoeling heeft gehad om een deel van haar nalatenschap ten goede te laten komen aan Zorginstelling [instelling 2] blijkt ook uit de erfstelling die zij in haar testament heeft gemaakt, indien zij haar woning niet meer in juridische en/of economische eigendom zou hebben. In dat geval benoemt erflaatster verzoeker tot vierde erfgenaam, onder de verplichting het erfdeel aan te wenden ten behoeve van Zorginstelling [instelling 1] , nu Zorginstelling [instelling 2] . Kennelijk heeft erflaatster een verrassingseffect beoogd, maar pakt dit anders uit, nu er wel rekening is gehouden met de situatie dat zij de woning niet meer in eigendom zou hebben, maar niet met de situatie dat de woning niet bruikbaar zou zijn.

3.7.

Instandhouding van de last zal betekenen dat de bedoeling van erflaatster niet in acht kan worden genomen. De woning is vanwege de door verzoeker genoemde redenen niet bruikbaar voor het kennelijk door erflaatster beoogde doel (woonplek voor cliënten van Zorginstelling [instelling 2] ). Ook is het niet mogelijk om de woning te verkopen en de opbrengst voor Zorginstelling [instelling 2] te gebruiken, nu belanghebbenden in dat geval zouden kunnen stellen dat het legaat komt te vervallen, omdat de last niet wordt nagekomen. De na te noemen wijziging, doet naar het oordeel van de rechtbank zoveel mogelijk recht aan de bedoeling van erflaatster met de last. Met die oplossing zullen er gelden uit de nalatenschap van erflaatster beschikbaar komen voor Zorginstelling [instelling 2] . De Centrale Cliënten Raad van Zorginstelling [instelling 2] heeft bevestigd dat zij genoeg ideeën hebben ten aanzien van de besteding van de gelden. De belanghebbenden hebben geen bezwaar, mits verzoeker bij de afwikkeling handelt in lijn met de overeenkomst. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de last wijzigen als hierna wordt beslist.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijzigt de door erflaatster in haar testament aan het legaat van verzoeker verbonden last aldus dat deze komt te luiden:

‘onder de verplichting de waarde van het legaat aan te wenden ten behoeve van Zorginstelling [instelling 2] ’;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Smit, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2019, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.