Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4756

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-09-2019
Datum publicatie
16-10-2019
Zaaknummer
C/16/487047 / JL RK 19-512
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

artikel 1:265i BW / verplaatsing van een pleegkind dat minstens één jaar in hetzelfde pleeggezin opgroeit / onrechtmatig door GI maar wel noodzakelijk en op verzoek van pleegouders

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2019-0264
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Lelystad

Zaakgegevens : C/16/487047 / JL RK 19-512

datum uitspraak: 6 september 2019

beschikking toestemming wijziging verblijfplaats

in de zaak van

Samen Veilig Midden-Nederland, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,

[belanghebbende 2] en [belanghebbende 3], hierna te noemen de pleegouders, wonende te [woonplaats 2] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft op 29 augustus 2019 met spoed toestemming gegeven aan de GI om het verblijf van [voornaam van minderjarige] te wijzigingen naar een verblijf in accommodatie zorgaanbieder 24 uurs voor de duur van twee weken. De beslissing voor het meer of anders gevraagde is aangehouden.

De kinderrechter heeft naderhand kennisgenomen van een verweerschrift met zelfstandige verzoeken van moeder van 6 september 2019.

Op 6 september 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door mr. J.T. van Loenen,

- mr. J.D. Nijenhuis, advocaat van pleegouders,

- mevrouw [A] en mevrouw [B] namens de GI.

Pleegouders zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen ter zitting.

Feiten

Voor de vaststaande feiten wordt verwezen naar de in de zaak gegeven beschikking van 29 augustus 2019 en de gegeven beschikking van 29 augustus 2019 met zaaknummer

C/16/485284 / JL RK 19-434.

Verzoek

De GI heeft met spoed een verzoek gedaan om [voornaam van minderjarige] over te plaatsen naar een accommodatie zorgaanbieder 24 uurs en hierbij het volgende aangevoerd. Er zijn vanaf januari 2019 zorgelijke signalen over het verblijf van [voornaam van minderjarige] bij pleegouders. [voornaam van minderjarige] wordt snel extreem boos, lijkt niet langer (aan) te sturen en wil niet luisteren naar pleegouders. Regels en afspraken van het pleeggezin worden niet nageleefd door [voornaam van minderjarige] en zij wil niet in gesprek over conflicten die hebben plaatsgevonden. Pleegouders kunnen [voornaam van minderjarige] niet langer bereiken en niet de juiste zorg meer bieden. De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat er hulpverlening is ingezet in de vorm van pleegzorgbegeleiding bij pleegouders. Verdere inzet van hulpverlening bij pleegouders voor [voornaam van minderjarige] is geprobeerd maar lastig gebleken door de weerstand van moeder. [voornaam van minderjarige] heeft professionele opvoeders nodig die haar kunnen sturen en begeleiden in haar dagelijkse routine. [voornaam van minderjarige] heeft door haar verstandelijke beperking een duidelijke en gestructureerde aansturing nodig. De GI heeft in overleg met pleegzorg vastgesteld dat een gezinshuis het beste aansluit bij de problemen van [voornaam van minderjarige] . Nu een verblijf bij pleegouders niet langer mogelijk was en er niet direct een passende plek voor [voornaam van minderjarige] beschikbaar is, is een plaatsing op een crisisplek in een gezinshuis noodzakelijk. Het verzoek van moeder tot vervanging van de GI zal alleen maar zorgen voor meer verwarring en onnodige vertraging.

Standpunten belanghebbenden

De advocaat van moeder heeft kort voor de zitting namens moeder schriftelijk verweer gevoerd. De advocaat verzoekt in het petitum van het verweerschrift:

I de beschikking van 29 augustus 2019 te vernietigen/te herroepen en de GI niet ontvankelijk te verklaren, dan wel het verzoek af te wijzen;

II (dan wel) het verzoek – voor de overige duur – van de GI af te wijzen ter wijziging van de machtiging niet-ontvankelijk te verklaren in hun (spoed) verzoek, dan wel te ontzeggen als zijn ongegrond en/of niet bewezen, dan wel in strijd met de redelijkheid;

III de huidige machtiging ten aanzien van [voornaam van minderjarige] te vernietigen en de GI te gelasten binnen 24 uur, dan wel binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, na de beslissing terug/thuis te plaatsen bij moeder;

IV de GI met spoed te vervangen door een andere GI die de opdracht krijgt om met spoed de casus op te pakken en de noodzakelijke hulpverlening in te zetten;

V dan wel de GI te gelasten om binnen 24 uur, dan wel binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, [voornaam van minderjarige] bij moeder thuis te plaatsen;

VI de GI te gelasten om per direct, binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, de ambulante hulpverlening voor alle drie de kinderen in te zetten, waarbij een dwangsom wordt opgelegd van €250,- per dag dat niet aan deze beslissing wordt voldaan met een maximum van €10.000.-.

De advocaat heeft in het verweerschrift – kort gezegd – het volgende aangevoerd. De GI heeft misbruik gemaakt van de bevoegdheid om een spoedbeschikking te krijgen. Er was op 29 augustus 2019 geen dringende noodzaak of crisissituatie om [voornaam van minderjarige] te plaatsen in het gezinshuis aangezien zij al onrechtmatig verbleef in het gezinshuis vanaf 23 augustus 2019. De GI wil met het verzoek een onrechtmatige handeling herstellen. Het verzoek is dan ook gedaan door de GI op oneigenlijke gronden. Het petitum van het verzoekschrift voldoet daarnaast niet aan de wettelijke vereisten. Een nieuwe verplaatsing is niet in het belang van [voornaam van minderjarige] . Er zijn ten aanzien van de thuissituatie van moeder gewijzigde omstandigheden. Moeder heeft zelfstandig verschillende vormen van hulpverlening ingezet in de thuissituatie en staat open voor alle geboden hulp. [voornaam van minderjarige] heeft behoefte aan de nabijheid van één opvoeder. Dat is moeder. De thuissituatie van moeder moet opnieuw onderzocht worden. De advocaat verzoekt een deskundige te benoemen om de situatie van moeder te onderzoeken. [voornaam van minderjarige] kan niet terug naar pleegouders en moet daarom bij moeder geplaatst worden. De GI heeft al meerdere malen in de afgelopen jaren onrechtmatige beslissingen genomen over [voornaam van minderjarige] en de andere kinderen. Daarnaast is passende hulpverlening voor [voornaam van minderjarige] uitgebleven ondanks dat de rechtbank en het gerechtshof dit wel hebben opgedragen aan de GI. De werkrelatie tussen moeder en de GI is door deze gebeurtenissen verstoord geraakt. De advocaat verzoekt daarom de GI te vervangen.

Ter zitting heeft de advocaat nogmaals naar voren gebracht dat de GI een onzorgvuldige en onjuiste beslissing heeft genomen ten aanzien van de spoedplaatsing. Moeder is uitgesloten terwijl er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Dit had nader onderzocht moeten worden door de GI. Nu is [voornaam van minderjarige] geplaatst op een crisisplek. Deze plaatsing is voor 28 dagen. Wat er daarna gaat gebeuren is volledig onduidelijk. Een nieuwe verplaatsing zal alleen maar voor meer schade gaan zorgen bij [voornaam van minderjarige] . De GI heeft geen concreet plan beschikbaar. [voornaam van minderjarige] kan terug naar moeder. Moeder wil meewerken met de hulpverlening en [voornaam van minderjarige] bieden wat zij nodig heeft.

De advocaat van pleegouders heeft ter zitting naar voren gebracht dat pleegouders helaas deze zware beslissing hebben moeten nemen. Zij konden de zorg voor [voornaam van minderjarige] in de thuissituatie niet meer aan. Pleegouders refereren zich aan het oordeel van de kinderrechter. De advocaat heeft ter zitting nogmaals naar voren gebracht dat hulpverlening in het pleeggezin, ondanks de herhaaldelijke roep van pleegouders en ondanks dat dit nadrukkelijk is opgedragen door de rechtbank en het gerechtshof, niet is gestart. Het is schandalig dat [voornaam van minderjarige] daar de dupe van is geworden. De GI had al vanaf maart 2018 de hulpverlening kunnen opstarten. Hierbij had bij tegenwerking van moeder vervangende toestemming gevraagd kunnen worden aan de rechtbank.

De beoordeling

Ingevolge artikel 1:265i BW dient de GI bij elk voornemen voor een verplaatsing van een pleegkind dat minstens één jaar in hetzelfde pleeggezin opgroeit toestemming te vragen aan de kinderrechter. De kinderrechter constateert dat de GI [voornaam van minderjarige] op vrijdag 23 augustus 2019 met spoed heeft overgeplaatst naar een crisisvoorziening (naar de kinderrechter begrijpt: een geheime plaatsing in een gezinshuis). De GI heeft voorafgaand aan deze spoedoverplaatsing geen toestemming gevraagd aan de kinderrechter.

De GI heeft uiteindelijk, nadat op de zitting van 29 augustus 2019 is gebleken dat [voornaam van minderjarige] onrechtmatig is verplaatst naar een crisisplek, alsnog een spoedverzoek gedaan tot het verlenen van toestemming om [voornaam van minderjarige] te verplaatsen. De kinderrechter heeft op 29 augustus 2019 toestemming verleend aan de GI om [voornaam van minderjarige] te verplaatsten voor de duur van twee weken en het meer of anders gevraagde aangehouden. Op 6 september 2019 heeft er een hoormoment plaatsgevonden en is het aangehouden deel van het spoedverzoek verder behandeld. De kinderrechter heeft ter zitting geconstateerd dat de huidige machtiging uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] loopt tot 15 september 2019. De kinderrechter heeft in de beschikking van 29 augustus 2019 immers het reguliere verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] afgewezen. Voor nu kan de kinderrechter alleen een beslissing nemen over het aangehouden deel tot 15 september 2019.

De kinderrechter oordeelt als volgt. Zoals ook overwogen in de beschikking van 29 augustus 2019 is de verplaatsing van [voornaam van minderjarige] op 23 augustus 2019 naar een crisisplek in het gezinshuis onrechtmatig gedaan. Er had op dat moment een spoedvoorziening gevraagd moeten worden door de GI. Dat er zich op 29 augustus 2019 er geen crisissituatie heeft voorgedaan onderschrijft de kinderrechter, deze heeft in eerder stadium al plaatsgevonden. Het moge duidelijk zijn dat de GI ernstig tekort is geschoten in het nakomen van de juridische vereisten die nodig zijn voor het verplaatsen van een minderjarige die ten minste langer dan één jaar in een pleeggezin verblijft. Ondanks dit komt de kinderrechter echter wel tot de conclusie dat een spoedplaatsing van [voornaam van minderjarige] op 23 augustus 2019 noodzakelijk was in haar belang. Pleegouders hebben zelf nadrukkelijk aangegeven dat zij de zorg voor [voornaam van minderjarige] in de thuissituatie niet langer vorm konden geven. Er moest met spoed ingegrepen worden door de GI, die verantwoordelijk is voor de belangen en veiligheid van [voornaam van minderjarige] . Om de crisisplaatsing van [voornaam van minderjarige] te laten aansluiten bij de juridische status heeft de GI daarom alsnog een verzoek gedaan aan de kinderrechter. De kinderrechter heeft op dat moment, ondanks dat het petitum van het verzoek van de GI niet geheel volledig was, het verzoek gelezen als een spoedverzoek in het kader van artikel 1:265i Burgerlijk Wetboek en daarop een spoedbeslissing genomen. Het is op dat moment voor de kinderrechter voldoende komen vast te staan welke beslissing er gevraagd werd.

De kinderrechter ziet, ook na behandeling ter zitting, geen aanleiding om deze spoedbeslissing te vernietigen dan wel te herroepen. [voornaam van minderjarige] kan niet langer wonen bij pleegouders en kan (bij de huidige stand van zaken) niet terugkeren naar moeder. [voornaam van minderjarige] heeft door de gebeurtenissen in het verleden en de (niet wenselijke) verplaatsingen trauma’s opgelopen welke gecombineerd worden met kindeigen problematiek. [voornaam van minderjarige] heeft daardoor een verzwaarde opvoedbehoefte. Pleegouders konden deze zorg niet langer bieden. Dat specifieke hulp voor de verzwaarde opvoedbehoefte van [voornaam van minderjarige] bij pleegouders in de afgelopen twee jaar is uitgebleven staat zonder twijfel vast en daarin heeft de GI steken laten vallen. De GI heeft hierin, ondanks de herhaaldelijke verzoeken van pleegouders en de overwegingen van de rechtbank en het gerechtshof om tot actie over te gaan, niet-doortastend gehandeld. Het enkele argument van de GI dat moeder geen medewerking wou verlenen aan deze hulpverlening gaat niet op. Het had dan op de weg van de GI gelegen om vervangende toestemming voor inzet van hulpverlening te vragen. Helaas is deze hulpverlening niet ingezet en is de situatie zoals die nu is. Ook moeder kan deze verzwaarde opvoedbehoefte in de thuissituatie niet op een passende wijze bieden. Het is op dit moment voor de kinderrechter onvoldoende komen vast te staan dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden bij moeder. Er is daarom ook geen aanleiding om een deskundige aan te stellen om aanvullend onderzoek te starten. [voornaam van minderjarige] kan daarom niet terug naar moeder. De kinderrechter kan dan ook voor nu niet anders dan beslissen dat [voornaam van minderjarige] tot 15 september 2019 moet blijven op de (crisis)plek waar zij nu is. Het is aan de GI om verdere (wellicht juridische) stappen te ondernemen voor de periode na 15 september 2019.

De kinderrechter heeft zich in de voorgaande overwegingen uitgelaten over de zelfstandige verzoeken van moeder ten aanzien van de punten I,II,III en V.

Ten aanzien van punt IV overweegt de kinderrechter als volgt. Er is op dit moment onvoldoende aanleiding om de GI te vervangen. De huidige GI is bekend met de situatie van [voornaam van minderjarige] en de gehele casus, ook ten aanzien van de andere kinderen. Daarnaast is er geen alternatief voorhanden. Voorts heeft de advocaat geen alternatief voorgesteld die bereid is gevonden om de casus snel over te nemen. De kinderrechter zal daarom dit verzoek afwijzen.

Ten aanzien van punt VI komt de kinderrechter tot het oordeel dat het op dit moment niet noodzakelijk is om voor [voornaam van minderjarige] aanvullende hulpverlening in te zetten nu zij geplaatst is in een gezinshuis. Voor de andere kinderen ( [C (voornaam)] en [D (voornaam)] ) is het absoluut noodzaak om ambulante hulpverlening in te zetten bij pleegouders. De kinderrechter roept hierbij de GI op om dit adequaat en spoedig te gaan oppakken. Als moeder zich tegen de inzet van deze hulpverlening verzet zal de GI hiervoor passende stappen moeten gaan ondernemen en niet in gebreke blijven zoals bij [voornaam van minderjarige] in de afgelopen twee jaar is gebeurd. De kinderrechter verzoekt de GI hier nadrukkelijk aandacht voor te hebben en de hulpverlening op korte termijn te gaan inzetten. De kinderrechter ziet, nu het onderliggende verzoek alleen ziet op [voornaam van minderjarige] , geen wettelijk grondslag om dit voor de andere kinderen te gelasten aan de GI. De kinderrechter zal gelet op het voorgaande het verzoek onder VI daarom eveneens afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent de GI toestemming tot wijziging van het verblijf van [voornaam van minderjarige] naar een verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs tot 15 september 2019;

wijst het meer of anders gevraagde af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2019 door mr. K.G. van de Streek, kinderrechter, in tegenwoordigheid van J.A.R. Bastiaans, als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op