Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4741

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-09-2019
Datum publicatie
05-11-2019
Zaaknummer
C/16/487274
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Na machtiging uithuisplaatsing is geen toestemming ouders nodig voor een vakantie van het pleeggezin. De ouders mogen immers niet meer beslissen waar het kind verblijft. De GI mag dit wel als geschil aan de kinderrechter voorleggen. Toetsingscriteria.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2019-0284
RFR 2020/37
FJR 2020/27.46
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

Zaakgegevens : C/16/487274 / JE RK 19-1844

datum uitspraak: 30 september 2019

beschikking geschillenregeling

in de zaak van

LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING, hierna te noemen de GI,

gevestigd te [vestigingsplaats]

betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats 1] ,

[belanghebbende 2] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats 2] ,

Familie [belanghebbende 3] , hierna te noemen de pleegouders,

wonende op een geheim adres.

Het procesverloop


Het verzoek met bijlagen van de GI van 29 augustus 2019 is ingekomen bij de griffie op 30 augustus 2019.

Op 30 september 2019 heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren door de kinderrechter plaatsgevonden.

Daarbij waren aanwezig:

- de pleegvader

- [A] en [B] namens de GI.

De ouders zijn wel opgeroepen, maar zij zijn niet gekomen.

De feiten


Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] staan onder toezicht van de GI. [voornaam van minderjarige 1] sinds 22 januari 2015 en [voornaam van minderjarige 2] sinds 3 februari 2015. Op 20 juni 2019 is de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] verlengd tot 3 juni 2020.

Op 5 juni 2018 is een machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin verleend voor [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] . Die machtiging is op 20 juni 2019 verlengd tot 3 juni 2020.

[voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] wonen sinds juni 2018 bij de pleegouders.

Het verzoek


De GI heeft een geschil voorgelegd met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de kinderrechter om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie in het buitenland voor:

- de herfstvakantie van 19 oktober 2019 t/m 27 oktober 2019 naar Spanje met de auto,

- de kerstvakantie van 21 december 2019 t/m 5 januari 2020 binnen Europa (waaronder Duitsland).

De GI heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleegouders willen graag met de kinderen op vakantie en de ouders geven daarvoor geen toestemming, omdat zij zelf ook niet met de kinderen op vakantie kunnen. De toestemming voor de zomervakantie is op het laatste moment ingetrokken door de ouders omdat zij het niet eens waren met de omgangsdata. De kinderen wonen al meer dan een jaar in het pleeggezin en willen, net als hun klasgenootjes, op vakantie. Het is nog onduidelijk of de kinderen ooit terug kunnen naar de ouders.

Het standpunt van belanghebbenden

De pleegvader heeft verteld dat de pleegouders niet meer op vakantie zijn geweest sinds de kinderen bij hen wonen. De kinderen vinden het jammer dat ze niet op vakantie mogen. De pleegouders willen in de herfstvakantie graag op vakantie naar Spanje en in de kerstvakantie familie gaan bezoeken in Duitsland.

De ouders hebben geen verweer gevoerd, zodat het voor de kinderrechter niet duidelijk is waarom zij geen toestemming verlenen.

De beoordeling

is er toestemming nodig voor een vakantie?

De eerste vraag die de kinderrechter moet beantwoorden is of de pleegouders toestemming van de ouders nodig hebben om met de kinderen op vakantie te mogen, gedurende een ondertoezichtstelling met een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen. De kinderrechter is van oordeel dat die toestemming niet nodig is en zal hieronder uitleggen waarom.

De kinderrechter is van oordeel dat in beginsel wel toestemming van een ouder met gezag nodig is om met een kind naar het buitenland te gaan. Dit is ook zo in de situatie dat één van twee ouders met gezag met het kind op vakantie wil. De ondertoezichtstelling brengt daar geen verandering in omdat die het gezag van de ouders (op enkele punten na) in stand laat. De machtiging tot uithuisplaatsing grijpt wel in in het gezag, in die zin dat de ouders dan niet meer mogen beslissen over waar het kind verblijft. De bevoegdheid om daarover te beslissen wordt door de machtiging tot uithuisplaatsing overgedragen aan de GI, binnen de grenzen van de machtiging. Als de machtiging strekt tot verblijf in een pleeggezin krijgt de GI daarmee ook de bevoegdheid om de pleegouders toestemming te geven om met de kinderen op vakantie te gaan. De ouders zijn immers niet meer bevoegd om te beslissen waar de kinderen verblijven.

is de GI dan wel ontvankelijk?

De tweede vraag is dan of de GI ontvankelijk is in haar verzoek, terwijl toestemming van de ouders en daardoor vervangende toestemming van de kinderrechter niet is vereist. De kinderrechter vindt dat de GI wel ontvankelijk is en zal uitleggen waarom.

De GI is verplicht om de ouders zoveel mogelijk te informeren en te consulteren over de kinderen en te streven naar een goede samenwerking met de ouders. In die zin is ook wenselijk dat de GI de ouders informeert over de vakantieplannen van de pleegouders en de ouders om instemming vraagt. Als hierover een verschil van mening is tussen de GI en de ouders, mag de GI dit geschil voorleggen aan de kinderrechter, juist om de samenwerking tussen de GI en de ouders niet te veel onder druk te zetten. De kinderrechter kan dan beoordelen of de beoogde vakantie niet strijdig is met de doelen van de ondertoezichtstelling, wat bijvoorbeeld het geval kan zijn als er sprake is van een korte uithuisplaatsing of een lopend traject om de kinderen thuis te plaatsen. Er kunnen ook andere redenen zijn waarom de vakantie niet in het belang van de kinderen is, bijvoorbeeld als de pleegouders naar een onveilig land willen gaan.

mogen deze pleegouders met de kinderen op vakantie?

Tenslotte moet de kinderrechter dan beoordelen of in deze concrete zaak de kinderen met de pleegouders op vakantie mogen. De kinderrechter vindt dat de pleegouders dat mogen.

De kinderen wonen al meer dan een jaar in het pleegezin. Het onderzoek naar de mogelijkheden van thuisplaatsing is vertraagd doordat de ouders daaraan in het eerste half jaar niet hebben willen meewerken en zij vervolgens niet meer bovenaan de wachtlijst stonden. De geplande vakanties bemoeilijken dit traject niet. Het gaat om vakanties binnen Europa en de kinderen willen heel graag op vakantie, net als andere kinderen. Er is dus geen strijd met de doelen van de ondertoezichtstelling en de vakantie is ook niet om een andere reden in strijd met het belang van de kinderen.

ten overvloede

Ten overvloede merkt de kinderrechter nog op dat een vakantie tevens tot gevolg kan hebben dat de contacten tussen de ouders en kinderen worden beperkt en dat dit ook kan meewegen bij de beoordeling. In dit geval is daarover door de ouders niets gesteld, zodat de kinderrechter dit niet in zijn beoordeling kan betrekken.

De beslissing


De kinderrechter:

geeft toestemming voor een vakantie van de pleegouders met de kinderen in het buitenland:

- in de herfstvakantie van 19 oktober 2019 t/m 27 oktober 2019 naar Spanje met de auto,

- in de kerstvakantie van 21 december 2019 t/m 5 januari 2020 binnen Europa (waaronder Duitsland);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. I.L. Rijnbout, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Wakker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2019.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 oktober 2019