Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4571

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-10-2019
Datum publicatie
02-10-2019
Zaaknummer
16/706250-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland heeft een 50-jarige man uit Soest een gevangenisstraf van 8 maanden opgelegd. Bij de aankoop van vier recreatieparken maakte de man gebruik van twee vervalste brieven van twee banken. Met deze vervalste brieven lukte het de man een lening te krijgen van 4,5 miljoen euro. De rechter sprak een 43-jarige vrouw uit Soest vrij. Twee bedrijven kregen een boete opgelegd van 30.000 euro en 15.000 euro.

De Soester was in 2014 betrokken bij de aankoop van vier recreatieparken in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. Volgens de rechtbank maakte hij zich hierbij schuldig aan valsheid in geschrifte en witwassen. Bij de aanvraag van een hypotheek, die nodig was voor de financiering van de parken, overhandigde hij namelijk twee brieven van de bank waarin de koopprijs was vervalst. De overeengekomen koopprijs was bijna 3,3 miljoen euro, maar in de vervalste brieven stond een koopprijs van 6 miljoen. Door gebruik te maken van de vervalste brieven, kreeg de man een lening van 4,5 miljoen euro. Met dat bedrag werden de vier recreatieparken gekocht.

De rechtbank stelt dat de gepleegde fraude een ernstige bedreiging vormt voor de economie. Bedrijven moeten er op kunnen vertrouwen dat informatie van banken juist is. Door het handelen van de verdachte kan hier nu twijfel over ontstaan. Dat rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Evenals het feit dat hij geld dat hij op een illegale manier verkreeg, investeerde in de legale economie.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van drie jaar, maar de rechtbank gaat hier niet in mee. De verdachte is in 2016 al veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar voor witwassen. De rechtbank houdt rekening met deze al opgelegde straf en oordeelt dat er toen niet drie jaar celstraf extra zou zijn opgelegd voor de zaak die nu behandeld is. Ook weegt de rechtbank mee dat de verdachte zijn lening grotendeels heeft terugbetaald. Gelet op de omvang van de fraude en de hoogte van de bedragen is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 8 maanden passend is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/706250-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 2 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

gevestigd te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 september 2019, waarop de inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden. Op 18 september 2019 is het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.T.R.M. Franken en van hetgeen mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, namens verdachte naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 29 oktober 2014 tot en met 19 juli 2017 te Soest of Amsterdam, samen met anderen, althans alleen 4,5 miljoen euro en vier recreatieparken (bestaande uit kavels grond en/of opstalrechten en/of appartementsrechten) heeft witgewassen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De lening van 4,5 miljoen euro is een uit misdrijf verkregen goed dat door de aankoop van recreatieparken1 door verdachte wordt omgezet, zodat sprake is van witwassen. Vervolgens heeft verdachte de rechten overgedragen aan de dochteronderneming; ook dit kan worden gekwalificeerd als een witwashandeling.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman heeft primair bepleit dat een vrijspraak voor het onderliggende misdrijf ten aanzien van medeverdachte automatisch tot gevolg heeft dat er geen sprake kan zijn van witwassen. Er is dan immers geen sprake van uit misdrijf verkregen geld.

Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat de vervalste brieven geen invloed hebben gehad op het verstrekken van de lening, omdat er immers al overeenstemming was over de hoogte van de lening. Dit maakt dat de verkregen lening niet van misdrijf afkomstig is en er dus geen sprake is van witwassen.

Meer subsidiair heeft de raadsman bepleit dat [onderneming 1] Ltd. (hierna [onderneming 1] ) ook zonder de vervalste bankbrieven een lening zou hebben verstrekt, zij het mogelijk voor een lager bedrag. Dit betekent dat niet de gehele lening uit misdrijf verkregen geld betreft, maar slechts een klein deel daarvan.

Ten slotte stelt de raadsman zich op het standpunt dat met de aankoop van de parken niet ook de parken zijn witgewassen, maar alleen het geld, zodat verdachte in het meest subsidiaire geval ten minste moet worden vrijgesproken van het witwassen van de parken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsmiddelen 2

Verdachte wordt verweten dat zij zich (samen met anderen) schuldig heeft gemaakt aan witwassen van 4,5 miljoen euro en vier recreatieparken (die bestaan uit kavels grond, opstalrechten en/of appartementsrechten).

Onder verwijzing naar de bewijsmiddelen genoemd ten aanzien van feit 1 in het vonnis van medeverdachte [medeverdachte 1] stelt de rechtbank vast dat [verdachte] door gebruik te maken van vervalste documenten een lening heeft verkregen van 4,5 miljoen euro, zodat sprake is van een uit misdrijf verkregen geldbedrag.3

In een proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens is gerelateerd welke gegevens door [notaris] zijn verstrekt. Deze documenten zijn als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd.

Uit het uittreksel van de Kwaliteitsrekening van [notaris] volgt dat door [onderneming 1] op 24 oktober 2014 een bedrag van 4.049.942,71 euro is overgemaakt op de kwaliteitsrekening van [notaris]4 en dat vervolgens op 31 oktober 2014 een bedrag van 3.295.000,- euro is overgemaakt aan de ABN AMRO bank. Bij de omschrijving staat vermeld ‘afl. hypotheken inz [resort 1] / [resort 2] / [resort 3] ’.5

Tussenconclusie

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat het gehele geldbedrag van 4,5 miljoen euro onmiddellijk uit eigen misdrijf is verkregen. Daarbij verdient opmerking dat [onderneming 1] niet 4,5 miljoen euro heeft overgeschreven, maar een lager bedrag, omdat door verdachte direct een rente-aflossing werd gedaan ter hoogte van tien procent van de hoofdsom.6

In een proces-verbaal van bevindingen betreffende investeringen in recreatieparken is het volgende gerelateerd:

[verdachte] is opgericht op 26 juni 2014. Enig aandeelhouder en bestuurder is [stichting] . Onder [verdachte] hangen vervolgens zes werkmaatschappijen waarvan [verdachte] de enig aandeelhouder en bestuurder is.7

Mij werd medegedeeld dat de levering van de vier recreatieparken op 29 oktober 2014 bij de notaris [notaris] te Amsterdam zal plaatsvinden. Tevens werd medegedeeld dat [medeverdachte 1] namens de kopende partij de onderhandelingen voert dan wel heeft gevoerd.

Uit de kadastrale bevraging bleek dat er op 29 oktober 2014 drie akten waren gepasseerd in relatie tot de vier recreatieparken.8

Eerste levering

Op 29 oktober 2014, 12.05 uur wordt de akte tot levering van de parken aan [verdachte] en [verdachte] B.V. ondertekend. Uit de akte blijkt het volgende:

Bij de notaris verscheen [A] . Hij handelt namens:

- [resort 3] B.V., verder als verkoper 1 aangeduid;

- [resort 2] B.V., verder als verkoper 2 aangeduid;

- [resort 1] B.V., verder als verkoper 3 aangeduid;

- [resort 4] B.V., verder als verkoper 4 aangeduid

- [onderneming 2] B.V., verder als Opstaller en/of verkoper 5 aangeduid.

Verkoper 1 t/m 5 en de Opstaller worden verder tezamen als verkoper aangeduid.

Daarnaast verscheen mevr. [medeverdachte 2] . Zij handelt namens:

- [verdachte] , verder aan te duiden als koper 1

- [verdachte] B.V., verder aan te duiden als koper 2 en/of de Opstalgerechtigde.

Koper 1 en Koper 2 worden verder tezamen als koper aangeduid.9

Op basis van de koopovereenkomsten worden op 29 oktober 2014, bij de akte van levering, geleverd:

Door [resort 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] (verkoper 1) aan [verdachte] (koper 1):

24 percelen grond gelegen bij [adres] te [vestigingsplaats] ;

234 opstalrechten op percelen grond gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] ;

30 opstalrechten op percelen grond gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] ;

Dit wordt hierna genoemd [resort 3] .

Door [resort 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] (verkoper 2) aan [verdachte] (koper 1):

203 appartementsrechten op het uitsluitend gebruik van kavels voor onder meer het plaatsen van een stacaravan/chalet, het gebruik als camping, hoofdgebouwen, wegen enzovoort

Door [onderneming 2] B.V. (verkoper 5) aan [verdachte] B.V. (koper 2):

194 Opstalrechten om op genoemde appartementen te [vestigingsplaats] een chalet of recreatiewoningen in eigendom te hebben

Tezamen worden de registergoederen [resort 2] genoemd.

Door [resort 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] (verkoper 3) aan [verdachte] (koper 1)

3 percelen grond, gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats]

34 appartementsrechten op het uitsluitend gebruik van kavels bestemd voor het plaatsen van chalets of recreatiewoningen en de camping, hoofdgebouwen, wegen enz.

Door [onderneming 2] B.V. (verkoper 5) aan [verdachte] B.V.

31 opstalrechten om op genoemde appartementen te Sinderen een chalet of recreatiewoningen in eigendom te hebben.

Door [resort 4] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] aan [verdachte] :

24 appartementsrechten op het uitsluitend gebruik van kavels bestemd voor het plaatsen van chalets of recreatiewoningen en de camping, hoofdgebouwen, wegen enz.

Door [onderneming 2] B.V., (verkoper 5) aan [verdachte] B.V.

15 opstalrechten om op genoemde appartementen te [vestigingsplaats] een chalet of recreatiewoningen in eigendom te hebben

Tezamen worden de registergoederen onder 4A en 4B [resort 4] genoemd.10

Tussenconclusie

Op basis van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat op 29 oktober 2014 de overdracht heeft plaatsgevonden van de recreatieparken. Bij de overdracht zijn aan verdachte kavels/percelen grond en appartementsrechten geleverd met betrekking tot [resort 3] gevestigd te [vestigingsplaats] , [resort 2] gevestigd te [resort 2] , [resort 1] gevestigd te [vestigingsplaats] en [resort 4] gevestigd te [vestigingsplaats] , als ook de opstalrechten met betrekking tot [resort 3] .

Aan [verdachte] B.V. zijn de opstalrechten met betrekking tot [resort 2] , [resort 1] en [resort 4] geleverd.

Hypotheekakte

Op 29 oktober 2014, 13.35 uur passeert er een hypotheekakte. Daarin staat het volgende vermeld, voor zover hier van belang.

Voor het passeren van deze akte zijn verschenen:

[medeverdachte 2] , handelend namens:

- De [stichting]11

- [verdachte] , schuldenaar

- [onderneming 3] B.V., onderzetter 1

- [onderneming 4] B.V., onderzetter 2

- [onderneming 5] B.V., onderzetter 3

- [onderneming 6] B.V., onderzetter 4

Onderzetters 1 t/m 4 worden verder tezamen als onderzetter benoemd.

[B] , handelend namens

- [onderneming 1] Limited naar het recht van Hong Kong, gevestigd te Hong Kong.

verder te noemen Schuldeiser.

Uit akte blijkt dat er recht van hypotheek ten gunste van [onderneming 1] ltd. gevestigd wordt op de

volgende registergoederen:

- van [onderneming 3] B.V., de 24 percelen grond

- van [onderneming 4] B.V., 203 appartementsrechten

- van [onderneming 5] B.V. ,de 3 percelen grond en 34 appartementsrechten

- van [onderneming 6] B.V., de 24 appartementsrechten.

De basis van dit recht is een Overeenkomst tussen [onderneming 1] Ltd. en [verdachte] . De inhoud daarvan is niet bekend. De hoofdsom bedraagt

€ 4.500.000.

Daarnaast worden ten gunste van [onderneming 1] Litd. diverse pandrechten gevestigd op zaken van de onderzetter ( [onderneming 3] , [onderneming 4] , [onderneming 5] en [onderneming 6] B.V.).12

Tussenconclusie

Op basis van de hiervoor aangehaalde hypotheekakte stelt de rechtbank vast dat de door [onderneming 1] aan verdachte geleende 4,5 miljoen is gebruikt ter financiering van de door haar gekochte recreatieparken. Nu de uit misdrijf verkregen 4,5 miljoen euro is gebruikt ter financiering van de recreatieparken is sprake van witwassen in de zin van ‘omzetten’. Het uit misdrijf verkregen geld is omgezet in vier recreatieparken.

Tweede levering

Vervolgens wordt om 14.40 uur een akte gepasseerd terzake de (door)levering van de diverse registergoederen.

De betrokken partijen zijn:

- [verdachte] , verkoper

- [onderneming 3] B.V., koper 1

- [onderneming 4] B.V., koper 2

- [onderneming 5] B.V., koper 3

- [onderneming 6] B.V., koper 4.

Kopers 1 t/m 4 werden tezamen koper genoemd.

De levering in deze akte betreft:

1. Door [verdachte] aan [onderneming 3] B.V. de levering van [resort 3] : 24 percelen grond

2. Door [verdachte] aan [onderneming 4] B.V. de levering van [resort 2] : 203 appartementsrechten

3. Door [verdachte] aan [onderneming 5] B.V. de levering van [resort 1] : 3 percelen grond, 34 appartementsrechten

4. Door [verdachte] aan [onderneming 6] B.V. de levering van [resort 4] : 24 appartementsrechten.13

Tussenconclusie

Op basis van voorgaande akte van levering concludeert de rechtbank dat ook met de overdracht van de recreatieparken en de daarop gevestigde rechten wederom een witwashandeling is verricht. De recreatieparken, die middellijk uit misdrijf afkomstig waren, zijn overgedragen aan de dochterondernemingen van verdachte, hetgeen zich ook laat kwalificeren als witwassen.

4.3.2

Te bespreken verweren

Causaal verband

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn standpunt dat [onderneming 1] de hypothecaire lening niet als gevolg van de toezending van de vervalste brieven heeft verstrekt en verwijst hiervoor naar hetgeen zij daar over heeft overwogen onder punt 4.3.1.3. in het vonnis van medeverdachte [medeverdachte 1] .

De door de raadsman beschreven scenario’s

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat het grootste deel van de door [onderneming 1] verstrekte lening ook zonder de vervalste bankbrieven was verkregen. Nog daargelaten dat de vraag hoe hoog de door [onderneming 1] verstrekte hypothecaire lening zou zijn geweest indien geen gebruik was gemaakt van de vervalste bankbrieven niet te beantwoorden is, ligt deze vraag ook niet aan de rechtbank voor. Immers, uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de lening zoals deze door verdachte is verkregen, zonder de vervalste bankbrieven niet zou zijn verstrekt.

Witwassen van de recreatieparken

Het standpunt van de raadsman dat met de aankoop van de parken alleen het geld en niet de parken zijn witgewassen, omdat geen sprake is van vermenging van vermogen waardoor de illegale component niet meer aanwijsbaar is, is naar het oordeel van de rechtbank onjuist. Het door verdachte verwerven en overdragen van de recreatieparken, terwijl deze recreatieparken middellijk uit misdrijf zijn verkregen, zijn gedragingen die kwalificeren als witwassen. Van vermenging is daarbij geen sprake.

4.3.3

Bewijsoverwegingen

Toerekening aan rechtspersonen
Voor de in dit vonnis aangehaalde overwegingen is van belang dat een rechtspersoon (in de zin van artikel 51 Sr) kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon (ECLI:NL:HR:2003:AF7938).

Omdat de ten laste gelegde gedragingen – gelet op de gebezigde bewijsmiddelen – hebben plaatsgevonden en/of zijn verricht in de sfeer van de rechtspersonen worden deze gedragingen (ook) aan hen toegerekend. Het zijn immers de vennootschappen die de goederen verwerven en/of omzetten en/of overdragen.

Nu de handelingen door iedere vennootschap afzonderlijk zijn verricht is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van medeplegen.

Conclusie

De rechtbank acht gelet op wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 4,5 miljoen euro en vier recreatieparken en de daarbij behoren rechten heeft witgewassen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 29 oktober 2014 te Amsterdam, meerdere voorwerpen, te weten:

A. één geldbedrag verkregen uit een hypothecaire lening (in totaal circa EUR 4.500.000,-(vindplaats dossier: pagina's: 1636 en 1818),

heeft omgezet terwijl verdachte wist, dat dat voorwerp geheel onmiddellijk afkomstig was van enig misdrijf,

en

B. meer kavels grond en opstalrechten met betrekking tot [resort 3] , en

C. meer appartementsrechten met betrekking tot het [resort 2] , en

D. meer percelen grond en appartementsrechten met betrekking tot [resort 1] , en

E. meer appartementsrechten met betrekking tot recreatiepark [resort 4] ,

heeft verworven, en overgedragen terwijl verdachte wist dat die voorwerpen geheel middellijk afkomstig waren van enig misdrijf.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

witwassen, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een geldboete van € 50.000,-.

8.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de op te leggen straf heeft de raadsman aangevoerd dat het voor de strafmaat van belang is dat verdachte aan niemand schade heeft toegebracht. Ook [onderneming 1] heeft geen schade geleden. De lening is al grotendeels afbetaald en over het geleende bedrag is bovendien veel rente betaald.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen door met uit misdrijf verkregen geld vier recreatieparken te kopen en deze vervolgens door te leveren aan dochterondernemingen.

Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Verdachte heeft op illegale wijze de beschikking verkregen over een grote som geld en dat geldbedrag vervolgens geïnvesteerd in de legale economie. De inmenging van illegaal verkregen geld in de legale economie is gelet op de concurrentieverhoudingen in de markt ongewenst.

Gelet op de omvang van de fraude en de hoogte van het witgewassen geldbedrag is de rechtbank van oordeel dat een hoge geldboete in deze zaak op zijn plaats is.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 25 juli 2019, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank zal in strafverminderende zin rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn. Op 17 januari 2017 is de toenmalig bestuurder van de rechtspersoon als verdachte gehoord. Vanaf dat moment heeft verdachte redelijkerwijs kunnen verwachten dat strafvervolging zou worden ingesteld. De termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is op die dag begonnen. In beginsel dient binnen twee jaar in eerste aanleg een vonnis te volgen. Dat is in deze zaak niet het geval, want er wordt pas (ruim) 2 jaar en 8 maanden later uitspraak gedaan. Dit betekent dat de redelijke termijn met 8 maanden is overschreden.

Alles overwegende acht de rechtbank een geldboete van 30.000,- euro passend en geboden.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 51, 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 30.000,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Veenstra, voorzitter, mrs. M.E. Falkmann en I.L. Gerrits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Antonides, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2019.

Mr. I.L. Gerrits is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Zij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29

oktober 2014 tot en met 18 juli 2017 te Soest en/of Amsterdam en/of (elders)

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voorwerp(en), te weten:

A. één of meer geldbedrag(en) verkregen uit een hypothecaire lening (in totaal

circa EUR 4.500.000,-, vindplaats dossier: pagina's: 1636 en 1818), en/of

B. één of meer kavel(s) grond en/of opstalrecht(en) met betrekking tot Resort

Molenheide, en/of

C. één of meer appartementsrecht(en) en/of opstalrecht(en) met betrekking tot

het [resort 2] , en/of

D. één of meer perce(e)l(en) grond en/of appartementsrecht(en) en/of

opstalrecht(en) met betrekking tot [resort 1] , en/of

E. één of meer appartementsrecht(en) en/of opstalrecht(en) met betrekking tot

recreatiepark [resort 4] ,

heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of

daarvan de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de

verplaatsing heeft/hebben verborgen of verhuld en/of heeft/hebben verborgen

of verhuld wie de rechthebbende van het voorwerp was en/of het voorwerp

voorhanden had, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en),

althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat voorwerp/die voorwerpen

geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren van

uit enig misdrijf.

Art. 420bis lid 1 ahf/sub b Wetboek van Strafrecht

Art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer in dit vonnis over ‘parken’ of ‘recreatieparken’ wordt gesproken, dan wordt daarmee bedoeld de recreatieparken zoals genoemd in de tenlastelegging, daaronder te verstaan: kavels grond en/of percelen grond en/of appartementsrechten en/of opstalrechten.

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 20 juni 2017 genummerd 2015357668 (onderzoek 09Winsor) opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 2008. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

3 Vonnis medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 2 oktober 2019, parketnummer 16/706270-16.

4 Een geschrift inhoudende een rekeningafschrift van [notaris] Derdengelden betreffende af & bij in de periode 1 juli 2014 tot en met 30 november 2014, pagina 1647;

5 Een geschrift inhoudende een rekeningafschrift van [notaris] Derdengelden betreffende af & bij 152674 in de periode 6 december 2013 tot en met 19 januari 2017, pagina 1636;

6 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 9 september 2019.

7 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1230.

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1231.

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1231.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1232.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1232.

12 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1233.

13 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1233.