Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4493

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
26-09-2019
Zaaknummer
16/008081-19 (P)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zes oplichtingen in vereniging en één poging daartoe. Verdachte en zijn mededaders hebben hierbij telkens gebruik gemaakt van een nagemaakte mobiele applicatie voor internetbankieren en zijn daarmee op planmatige en professionele wijze te werk gegaan.

De rechtbank is ook van oordeel dat sprake is geweest van een erg brutale handelswijze. Verdachte is vaak met zijn mededaders bij verkopers thuis geweest. Dat geeft de verkopers een gevoel van onveiligheid.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand, geheel voorwaardelijk. Ook veroordeelt de rechtbank verdachte tot een taakstraf van 80 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/008081-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 september 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2000 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 september 2019.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R. Visser en van hetgeen achtereenvolgens verdachte, zijn raadsman mr. B. Snoei, advocaat te Amsterdam, en mr. J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht, namens de benadeelde partij [slachtoffer 6] , naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.

primair

op 30 januari 2018 in Huizen heeft geprobeerd samen met anderen [slachtoffer 1] op te lichten via Marktplaats, door zich voor te doen als bonafide koper en hem te bewegen tot afgifte van een laptop;

subsidiair

medeplichtig is geweest aan het onder 1 primair ten laste gelegde door op 30 januari 2018 in Huizen opzettelijk behulpzaam te zijn en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen;

2.

primair

in of omstreeks de periode gelegen tussen 12 januari 2018 en 30 januari 2018 in Haarlem, Arnhem, Maastricht, Spijkenisse en/of Leusden, samen met anderen, [slachtoffer 2] ,

[slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft opgelicht via Marktplaats, door zich voor te doen als bonafide koper en hen te bewegen tot afgifte van één of meerdere laptops en/of tablets;

subsidiair

medeplichtig is geweest aan het onder feit 2 primair ten laste gelegde door in de periode gelegen tussen 12 januari 2018 en 30 januari 2018 in Haarlem, Arnhem, Maastricht, Spijkenisse en/of Leusden, opzettelijk behulpzaam te zijn en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen;

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde. Hij heeft daarbij aangegeven dat de handelingen van verdachte dienen te worden gekwalificeerd als medeplichtig aan, in plaats van medeplegen van, oplichting. Verdachte had namelijk geen initiërende rol en handelde onder druk van zijn medeverdachten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van feit 1

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan en heeft bij de politie daarover als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik heb een advertentie van mijn MacBook Pro Touch (de rechtbank begrijpt: merk Apple) op de website Marktplaats.nl gezet. Op 30 januari 2018 kreeg ik een bericht. Ik zag dat er onder het bericht de naam [A] stond . Wij hebben gedurende de dag diverse keren contact via de chat van de marktplaats app gehad over de verkoop.2

Ik heb samen met “ [voornaam van A] ” afgesproken dat hij de MacBook voor € 2600,- kon ophalen te Huizen. Ik werd gebeld door hetzelfde telefoonnummer als waar ik ’s middags door gebeld werd. Wij hadden van te voren afgesproken dat de transactie zou plaatsvinden middels internetbankieren. Ik zag dat de jongen zijn applicatie opende en het geld naar mijn rekening overmaakte. Ik zag in zijn app dat het geld overgemaakt was. Ik zag dat het geld niet op mijn rekening stond. Ik hoorde hem zeggen dat hij toch maar naar huis wilde omdat het te laat was. Ik zag dat de jongen zenuwachtig was. Ik hoorde hem zeggen dat het hem speet en dat hij het nooit meer zou doen. Ik zag dat de jongen een ID-kaart overhandigde met de naam:

*** [A] ***

geboren op [geboortedatum 2] 1997.

Ik vertelde de jongen dat hij niet op de foto leek en dat deze ID-kaart niet van hem was. Hierop heb ik de jongen nog een kans gegeven door zijn eigen ID-kaart te laten zien en hij overhandigde mij een ID-kaart met de naam:

*** [verdachte] ***

Geboren op: [geboortedatum 1] 2000

Hij vertelde dat hij was afgezet door een kleine rode auto en dat hij bedreigd werd door de inzittenden van deze auto. Ik hoorde hem zeggen dat hij de jongens niet kende en dat hij niets van deze jongens wist. 3 Tijdens het wachten zag ik dat de jongen de app van zijn telefoon verwijderde. 4

Verdachte heeft ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 11 september 2019 als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Het klopt, dat ik op 30 januari 2018 in Huizen samen met [voornaam van B] , ‘ [bijnaam 1] ’ en ‘ [bijnaam 2] ’, heb geprobeerd om de laptop (merk: Apple) van [slachtoffer 1] te kopen zonder te betalen (oplichten). Dit deed ik door te (laten) reageren op een door hem op Marktplaats.nl geplaatste advertentie en mij daarbij voor te (laten) doen als een bonafide koper. Daarna hebben we een afspraak met hem gemaakt om het goed te kopen. We spraken af dat de koopsom via internetbankieren naar zijn rekening zou worden overgemaakt. Ik vertelde hem dat ik het geld had overgemaakt. Daarbij heb ik gebruik gemaakt van een valse mobiele betaal-applicatie, waardoor ik een (valse) overschrijving op mijn telefoon aan hem kon laten zien, terwijl er niet daadwerkelijk geld werd overgemaakt. 5

Ten aanzien van feit 2

[slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan en heeft bij de politie daarover als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik heb mijn laptop verkocht op het station in Maastricht. Hij heeft via internetbankieren betaald. Hier heb ik een screenshot van gemaakt en ik zag ook dat er €1.400,- van zijn rekening (ABN) was geschreven. Het geld kwam echter niet aan. 6

[slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan en heeft bij de politie daarover als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik had op Marktplaats.nl een MacBook Pro 15 inch (de rechtbank begrijpt: merk Apple) inclusief software te koop gezet. De persoon die een reactie gaf vroeg of € 1.500,- akkoord was als hij dat bedrag betaalde. Vervolgens is er via de chat een over en weer gesprek geweest. Vervolgens heeft de koper (die zich [A] noemde) zijn telefoonnummer aan mij verstrekt.7

Op 21 januari 2018 hadden [voornaam van A] en ik afgesproken te Haarlem. Hij heeft mij toen een bankbiljet gegeven van € 50,- en zou het restant van € 1.450,- per bank overmaken. Op zijn verzoek heb ik vervolgens een foto gemaakt van de identiteitskaart die [voornaam van A] mij toonde. [voornaam van A] liet mij zijn Android telefoon zien waarop hij in mijn bijzijn een mobiele applicatie (app) voor internetbankieren opende. Het betrof een app van de ABN AMRO bank. In mijn bijzijn heeft [voornaam van A] vervolgens het geld via deze app naar mij overgemaakt. 8

[K] heeft namens [slachtoffer 4] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 4] B.V.) aangifte gedaan en heeft bij de politie daarover als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik heb namens mijn werkgever, [slachtoffer 4] , een advertentie op Marktplaats gezet voor 12 tablets van het merk HP. Ik kreeg een reactie. De persoon gaf aan dat hij de tablets wilde kopen en deed ook direct een bod van € 6.000,- . 9 De persoon die de tablets wilde kopen gaf aan dat zijn naam [I] was. De koper heeft zijn ID-kaart in een bericht naar mij gezonden. Op de ID-kaart zag ik dat de koper was: “ [A] , geboren [geboortedatum 2] -1997”. We spraken af dat de koper de betaling zou regelen via een mobiele applicatie (app) voor internetbankieren en dat ik hier dan "boven op" zou staan om te zien dat er inderdaad betaald zou worden.

Op 16 januari 2018 omstreeks 20.45 uur was ik bij het treinstation Amersfoort en zag ik een man aan komen lopen welke voldeed aan de foto van de ID-kaart, welke de koper mij had gezonden. Ik heb de man vervolgens meegenomen naar Leusden. Ik heb de man de 12 tablets, welke ik in de advertentie te koop had aangeboden, laten zien. De koper vertelde mij dat hij graag bijles wilde gaan geven en hier de tablets voor nodig had. Ik heb de tablets aan de koper overhandigd. Ik zag dat de koper zijn telefoon pakte. Ik zag dat er een app van de ABN AMRO op de mobiele telefoon stond. Ik zag dat er ruim € 9.000,- op de rekening stond. De koper liet mij vervolgens zien dat hij € 6.000,- over ging boeken naar het bankrekeningnummer van [slachtoffer 4] en dat de verzending voor akkoord gegeven werd door de koper. Ik zag dat het bedrag van € 6.000,- van zijn rekening was afgeschreven en dat hij nog ruim € 3.000,- saldo over hield.

Twee dagen later stond het geld, € 6.000,- , nog steeds niet op de rekening van [slachtoffer 4] . 10

[slachtoffer 5] heeft aangifte gedaan en heeft bij de politie daarover als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik was in het bezit van een MacBook Pro 12 (de rechtbank begrijpt: merk Apple). Op 19 januari 2018 heb ik een marktplaatsadvertentie aangemaakt. [A] was geïnteresseerd in mijn MacBook en wilde hem kopen. We waren een prijs van € 1.500,- overeengekomen. Het geld zou worden overgemaakt via internetbankieren. Dezelfde dag kwam [A] bij mij thuis. Hij vertelde mij dat hij de MacBook nodig had voor zijn studie. We waren het eens geworden en hij pakte zijn telefoon om het geld over te schrijven via ABN AMRO internetbankieren. Ik zag dat hij € 1.500,- had overgemaakt naar mij. Op de achtergrond zag ik ook dat het was afgeschreven van [A] met bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] . [voornaam van A] had aangeboden dat ik een foto van zijn identiteitskaart kon maken. Ik heb mijn MacBook vervolgens aan [A] meegegeven.11 De volgende dag kwam ik erachter dat het geld niet op mijn bankrekening was bijgeschreven.12

[slachtoffer 6] heeft aangifte gedaan en heeft bij de politie daarover als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 30 januari 2018 heb ik met de koper van mijn MacBook Pro (de rechtbank begrijpt: merk Apple), [A] , afgesproken op station Haarlem om de overdracht van de laptop te doen en de banktransactie te voltooien. [voornaam van A] opende op zijn telefoon een app waarvan ik dacht dat het de ABN AMRO bankieren-app was. Hij vulde mijn bankgegevens in en voltooide de transactie. Ik zag dat na de transactie zijn banksaldo ook daadwerkelijk afgenomen was met het bedrag dat ik overgemaakt zou krijgen.13 Ik maakte een foto van de transactie op zijn telefoonscherm en een foto van zijn identiteitsbewijs.14

[slachtoffer 7] heeft aangifte gedaan en heeft bij de politie daarover als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Op 25 januari 2018 heb ik een MacBook Pro verkocht aan [A] . Hij is bij mij thuis langs geweest en heeft de MacBook getest. Na akkoord te zijn gegaan met de prijs heeft hij het via een ABN AMRO app overgemaakt naar de bankrekening van mijn broertje. 15

De transactie is nog steeds niet binnen. 16

Verdachte heeft ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 11 september 2019 als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Het klopt, dat ik in de periode van 12 januari 2018 tot en met 30 januari 2018 in Haarlem, Arnhem, Maastricht, Spijkenisse en Leusden samen met [voornaam van B] , ‘ [bijnaam 1] ’ en ‘ [bijnaam 2] ’ [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] ,

[slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] heb opgelicht door de spullen waarvan zij aangifte hebben gedaan te kopen zonder te betalen. Dat ging steeds als volgt. Wij reageerden op advertenties die door de gedupeerden op Marktplaats.nl waren geplaatst., Ik deed mij voor als iemand die de aangeboden spullen wilde kopen en maakte een afspraak met de gedupeerden. Ik heb hen steeds verteld dat de koopsom via internetbankieren was overgemaakt naar hun rekening. Daarbij heb ik gebruik gemaakt van een valse mobiele betaal-applicatie, waardoor ik een (valse) overschrijving op mijn telefoon aan hen kon laten zien, terwijl er niet daadwerkelijk geld werd overgemaakt.

Ten aanzien van feiten 1 en 2

Verbalisant [verbalisant] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van de verklaring van aangever [slachtoffer 1] deed ik onderzoek naar het kenteken [kenteken] . Na raadpleging van het RDW bleek dat het kenteken [kenteken] een rode Volkswagen Polo was die op naam gesteld stond van [C] , woonachtig op [adres 2] te [woonplaats] . Op dat adres staan ingeschreven [D] , [C] , [E] , [F] , [G] , [B] en [H] .

Verdachte heeft ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 11 september 2019 als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

We hadden afgesproken bij het centraal station. [voornaam van B] zei dat we geld gingen verdienen. In de auto vertelde hij wat we gingen doen. Ik kreeg een telefoon. Ze hadden een neppe ABN Amro applicatie voor mobiel bankieren. Ik werd afgezet en moest naar het slachtoffer toe. Ze gaven mij de identiteitskaart van [A] .

Bewijsoverwegingen

Handelswijze

De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat in alle zaken gebruik is gemaakt van dezelfde handelswijze. Er werd gereageerd op advertenties op Marktplaats en daarna werd een afspraak gemaakt om het goed bij de verkoper te kopen. Er werd met de kopers afgesproken dat het geld via een mobiele applicatie voor internetbankieren overgemaakt zou worden. Hierbij werd gebruik gemaakt van een valse mobiele applicatie. Met die valse applicatie liet [verdachte] aan de verkopers zien dat het afgesproken bedrag was overgemaakt, terwijl er in werkelijkheid geen geld was overgemaakt. Doordat de verkopers in de veronderstelling waren dat het bedrag ook daadwerkelijk naar hen was overgemaakt, hebben zij de aangeboden goederen aan de verdachte meegegeven. Het handelen van verdachte en zijn mededaders kan daarmee als volgt worden samengevat:

  • -

    gebruik maken van een valse naam;

  • -

    zich voordoen als iemand die daadwerkelijk geïnteresseerd is in de koop van de goederen (bonafide koper);

  • -

    gebruik maken van een nagemaakte mobiele applicatie voor internetbankieren;

  • -

    gebruik maken van een vals rekeningnummer.

Op die manier bewogen zij verkopers tot afgifte van de door hen aangeboden goederen.

Medeplegen

Verdachte heeft in zijn verhoren en tijdens de terechtzitting verklaard dat hij niet alleen handelde, maar dat hij onder druk is gezet door anderen. Het zou gaan om [B] , en twee personen die hij respectievelijk ‘ [bijnaam 1] ’ en ‘ [bijnaam 2] ’ moest noemen. Zij gaven hem de telefoon met de nagemaakte mobiele applicatie voor internetbankieren en de identiteitskaart van [A] . Ook brachten zij hem naar de verkopers. Soms reden ze in een kleine rode auto. Die kleine rode auto is ook gezien door aangever [slachtoffer 1] . Verdachte heeft verklaard dat deze kleine rode auto van een familielid van [B] was. Uit onderzoek van de politie is gebleken dat de kleine rode auto, een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] , op naam gesteld stond van [C] , woonachtig op [adres 2] te [woonplaats] . Op ditzelfde adres stond ook [B] ingeschreven.

De rechtbank is op grond van de bovenstaande overwegingen (onder handelswijze en medeplegen) van oordeel dat sprake is van een (voor medeplegen vereiste) nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en zijn mededaders. Er was sprake een terugkerend patroon in de handelswijze en steeds was [verdachte] op de hoogte van de voorbereidingen, ging hij samen met een of meer mededaders naar de slachtoffers en was hij degene die uiteindelijk het grootste deel van de uitvoeringshandelingen verrichtte.

Namens verdachte is bepleit dat deze handelingen dienen te worden gekwalificeerd als medeplichtigheid, omdat verdachte tijdens deze handelingen onder druk werd gezet. Hoewel de rechtbank niet uitsluit dat verdachte op enig moment onder druk is gezet door zijn medeverdachten, impliceert dit geenszins dat verdachte enkel als medeplichtige kan worden. Voor dit oordeel is doorslaggevend dat verdachte veel van de uitvoeringshandelingen heeft verricht, in nauw overleg met zijn mededader(s) en voorts ter terechtzitting heeft verklaard dat hij het ook voor het geld heeft gedaan.

De rechtbank is daarom van oordeel dat het tenlastegelegde medeplegen bewezen kan worden.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

primair

hij op 30 januari 2018 te Huizen tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van een laptop (merk: Apple)

- heeft gereageerd op een advertentie geplaatst door voornoemde [slachtoffer 1] op Marktplaats.nl en

- zich heeft voorgedaan als bonafide koper op Marktplaats.nl en

- een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] om het goed te kopen en

- voornoemde [slachtoffer 1] heeft geïnformeerd dat de koopsom via internetbankieren overgemaakt was naar de rekening van die voornoemde [slachtoffer 1] , waarbij verdachte gebruik heeft gemaakt van een valse (bank)mobiele betaal-applicatie en vervolgens

- een valse overschrijving op zijn/hun telefoon heeft getoond aan die voornoemde [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

primair

hij in de periode gelegen tussen 12 januari 2018 en 30 januari 2018 te Haarlem en Arnhem en Maastricht en Spijkenisse en Leusden, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

- [slachtoffer 2] en

- [slachtoffer 3] en

- [slachtoffer 4] en

- [slachtoffer 5] en

- [slachtoffer 6] en

- [slachtoffer 7]

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten één of meerdere laptops(merk: Apple) en tablets (merk: HP), door telkens

- te reageren op een advertentie geplaatst door voornoemde aangevers/gedupeerden op Marktplaats.nl en

- zich voor te doen als bonafide koper op Marktplaats.nl en

- een afspraak te maken met voornoemde aangevers/gedupeerden en

- voornoemde aangevers/gedupeerden te informeren dat de koopsom via internetbankieren overgemaakt was naar de rekening van die voornoemde aangevers/gedupeerden, waarbij verdachte en zijn mededaders gebruik maakten van een valse (bank)mobiele betaal-applicatie en vervolgens

- een valse overschrijving op hun/zijn telefoon te tonen aan die voornoemde aangevers/gedupeerden, waardoor die voornoemde aangevers/gedupeerden werden bewogen tot bovenomschreven afgiften.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 primair en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

1. medeplegen van een poging tot oplichting;

2. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 100 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 50 dagen hechtenis. De officier van justitie voegt hieraan toe dat hij geen meerwaarde ziet in een voorwaardelijk strafdeel, gelet op het reclasseringsadvies van 19 juni 2019.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht een taakstraf op te leggen en bij de hoogte daarvan rekening te houden met de proceshouding van verdachte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zes oplichtingen in vereniging en één poging daartoe. Verdachte en zijn mededaders hebben hierbij telkens gebruik gemaakt van een nagemaakte mobiele applicatie voor internetbankieren en zijn daarmee op planmatige en professionele wijze te werk gegaan. De rechtbank is ook van oordeel dat sprake is geweest van een erg brutale handelswijze. Verdachte is vaak met zijn mededaders bij verkopers thuis geweest. Dat geeft de verkopers een gevoel van onveiligheid. Door het handelen van verdachte en diens mededaders hebben de verkopers van de goederen ook forse schade geleden. Verder zorgt het handelen ook voor overlast bij verkopers door alles wat zij hebben moeten doen en regelen na de oplichting. Ten slotte komt daar nog bij dat door het handelen van verdachte en zijn mededaders verkopers niet zo snel meer iemand zullen vertrouwen bij de verkoop van spullen. Dat vertrouwen is nodig om in het economisch verkeer op deze manier spullen te kunnen kopen en verkopen. Hoewel de rechtbank niet uitsluit dat enige druk op verdachte is uitgeoefend, heeft verdachte ook zeker gehandeld uit financieel gewin en zich hierbij niet bekommerd om de gevolgen die zijn handelen heeft gehad voor de slachtoffers en de maatschappij in het algemeen.

De rechtbank weegt bij haar beslissing ook in het nadeel van verdachte mee dat hij door gebruik te maken van een valse identiteitskaart en erop aan te dringen dat deze valse identiteit door benadeelden werd waargenomen, de mogelijkheid heeft gecreëerd om in een relatief korte periode een fors aantal slachtoffers te maken, zonder dat een verdenking jegens hem zou ontstaan. Hierbij ging het telkens om hoge bedragen. Daarnaast is het bepaald niet aan verdachte te danken dat deze oplichtingsreeks is geëindigd.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 2 februari 2019, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van strafbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank houdt voorts rekening met de inhoud van het reclasseringsadvies (rechtszitting) van 19 juni 2019, opgemaakt door [L] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland. Hieruit blijkt dat verdachte werk, vast inkomen en een stabiele thuissituatie heeft. Dit zou hem moeten weerhouden van het plegen van soortgelijke delicten als onderhavige. Deze factoren waren echter ook aanwezig ten tijde van het delict, maar hebben hem er toen ook niet van weerhouden om niet in te gaan op het verzoek om meer geld te verdienen. Daarom kunnen deze factoren niet als beschermend worden beschouwd.

De straf

Gelet op het voorgaande, tegen het licht van de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de rol die verdachte daarin heeft gespeeld.

De rechtbank zal, bij het bepalen van de straf – evenals de officier van justitie heeft gedaan – in het voordeel van de verdachte rekening houden met zijn jonge leeftijd en – evenals de raadsman heeft bepleit – met de proceshouding van verdachte.

Alles afwegende, legt de rechtbank ter zake van voornoemde feiten aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk op, om er voor te zorgen dat verdachte het uit zijn hoofd laat om in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen. Daarnaast zal verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 80 uren dienen te verrichten, te vervangen door 40 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet (naar behoren) uitvoert. Daarbij wordt de door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebrachte tijd bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.

9 BENADEELDE PARTIJEN

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.800,00. Dit bedrag bestaat uit € 1.400,00 materiële schade en € 400,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 4] B.V. heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.380,00. Dit bedrag bestaat uit € 6.180,00 materiële schade en € 200,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 5] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van
€ 1.500,00. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 6] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.573,70. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 7] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van
€ 1.799,20. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft in het algemeen over de vorderingen van de benadeelde partijen opgemerkt dat in alle gevallen de afgesproken verkoopprijs dient te worden gezien als de geleden materiële schade. Daarnaast ligt toekenning van immateriële schade bij vermogensdelicten niet voor de hand, tenzij deze voldoende wordt onderbouwd.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] geconcludeerd dat deze kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.400,00, voor zover die betrekking heeft op de materiële schade.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 4] B.V. geconcludeerd dat deze kan worden toegewezen tot een bedrag van € 6.000,00, voor zover die betrekking heeft op de materiële schade. De officier van justitie merkt daarbij op dat de overige gestelde materiële schade, te weten de misgelopen rente van € 180,00, door oplegging van de wettelijke rente zal worden gedekt.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 5] geconcludeerd dat deze kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,00.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 6] geconcludeerd dat deze kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1750,00. De AppleCare verzekering komt niet voor vergoeding in aanmerking. Benadeelde zou hier immers ook geen gebruik meer van kunnen maken indien de laptop naar een legitieme koper zou zijn gegaan.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 7] geconcludeerd dat deze kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.300,00. Waarbij de officier van justitie heeft gekeken naar de dagwaarde van de MacBook Pro per de datum van de oplichting.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Daarnaast heeft hij gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk toe te wijzen en geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de oplichters geen enkele reden hadden om over de prijs van de goederen te onderhandelen, omdat zij geenszins van plan waren daadwerkelijk te betalen voor de goederen. Om die reden zou bij de berekening van de schade telkens moeten worden gekeken naar de dagwaarde van de goederen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] dient daaraan te worden toegevoegd dat de verzekeringspremie daarbij niet dient te worden betrokken. Deze zou hij immers ook kwijt zijn in het geval de laptop naar een legitieme koper zou zijn gegaan.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] verzoekt de raadsman de rechtbank het standpunt van de officier van justitie te volgen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] B.V. verzoekt de raadsman de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. Niet is gebleken dat [K] gemachtigd is om namens [slachtoffer 4] B.V. een vordering in te dienen. Dat de vermeende eigenaar tijdens de terechtzitting aanwezig is en heeft verklaard dat [K] hiertoe gemachtigd is, verandert niets aan dit standpunt. Er is immers geen uitdraai van de Kamer van Koophandel die uitwijst dat de vermeende eigenaar ook daadwerkelijk de persoon is die gerechtigd is om [K] te machtigen.

9.3

Het standpunt van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

Het is van belang dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd. Anders zullen de benadeelde partijen met lege handen blijven staan. Daarbij kan de vervangende hechtenis worden geminimaliseerd.

9.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vorderingen tot immateriële schadevergoeding van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] B.V.

In beginsel bestaat alleen recht op immateriële schadevergoeding (ook wel smartengeld genoemd) bij lichamelijk letsel, aantasting in eer en goede naam of als een benadeelde partij op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

Uit de rechtspraak kan worden afgeleid dat van ‘aantasting van de persoon op andere wijze’

als bedoeld in art. 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek sprake kan zijn indien het

handelen van de verdachte bij de benadeelde partij heeft geleid tot 1) geestelijk letsel of 2)

tot een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, de persoonlijke integriteit of op een

fundamenteel recht. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het om meer moet

gaan dan alleen psychisch onbehagen. Het bestaan van geestelijk letsel als gevolg van een

persoonsaantasting zal in rechte moeten worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts

het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

De benadeelde zal volgens de Hoge Raad in ieder geval voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval een psychische beschadiging is ontstaan. Daarvoor is nodig dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel is of had kunnen zijn vastgesteld.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] B.V. niet, dan wel onvoldoende, aannemelijk hebben gemaakt dat de oplichting heeft geleid tot geestelijk letsel, dan wel tot een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, de persoonlijke integriteit of op een fundamenteel recht als bedoeld. De rechtbank zal hun vorderingen in zoverre niet-ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van de vorderingen tot materiele schadevergoeding

Algemeen ten aanzien van de te hanteren bedragen

De rechtbank is van oordeel dat voor het begroten van de materiele schade aangesloten dient te worden bij de koopprijs die de verkopers telkens overeen zijn gekomen met verdachte (en/of zijn mededaders). Het dossier geeft onvoldoende aanknopingspunten voor de veronderstelling van de verdediging dat bonafide kopers door onderhandeling lagere prijzen betaald zouden hebben. Bovendien merkt de rechtbank op dat verdachte en zijn mededaders bij de poging tot oplichting van [slachtoffer 1] wel degelijk hebben getracht te onderhandelen, zo blijkt uit de aangifte dat zij (tevergeefs) hebben geopperd € 2.550,00 te betalen voor de MacBook Pro Touch. Daarnaast hebben zij ook bij de oplichting van [slachtoffer 5] de vraagprijs van € 1.600,00 teruggedrongen tot € 1.500,00. Het verweer van de raadsman van verdachte (dat gekeken moet worden naar de dagwaarde van de goederen) slaagt daarom niet.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toewijzen voor wat betreft de materiële schade, zijnde € 1.400,00 (de overeengekomen koopsom). Deze schade acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder het feit 2. De verdachte is aansprakelijk voor deze schade. Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2018.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.400,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 januari 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 1 dag hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

De vordering tot vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 400,- verklaart de rechtbank niet ontvankelijk.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] B.V.

Ontvankelijkheid van de benadeelde partij

De raadsman heeft bepleit dat niet is gebleken dat [K] gemachtigd was om namens [slachtoffer 4] B.V. een vordering te doen. De vermeende eigenaar, te weten vader van

[K] , was ten tijde van de terechtzitting aanwezig in de rechtszaal en gaf desgevraagd aan dat zijn zoon gemachtigd was en gaf ook (nogmaals) mondeling een machtiging aan zijn zoon om namens [slachtoffer 4] B.V. een vordering te doen. De raadsman heeft bepleit dat hij niet zeker kan weten dat de vader van [K] daadwerkelijk de eigenaar is van [slachtoffer 4] B.V. omdat er geen uittreksel van de kamer van koophandel is overgelegd. Daarom kan hij ook niet controleren of de vader van [K] ook de persoon is die

[K] kan voorzien van voornoemde machtiging.

De rechtbank stelt vast dat hoewel er geen uittreksel van de kamer van koophandel is overgelegd (wat een formeel vereiste is), zij geen reden heeft om te twijfelen aan de bevoegdheid van de vader van [K] tot het afgeven van de machtiging, en daarmee de bevoegdheid van [K] tot het indienen van de vordering tot schadevergoeding. De raadsman heeft onvoldoende betwist dat de vader van [K] niet bevoegd zou zijn om aan [K] de machtiging te verlenen. Hij heeft ter zitting zelfs verklaard dat hij “daar niet aan twijfelt”, maar dat er geen uittreksel van de kamer van koophandel is om het te controleren.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] B.V. toewijzen voor wat betreft de materiële schade, zijnde € 6.050,00 (de overeengekomen koopsom vermeerderd met de kosten voor de aangifte op het politiebureau). Deze schade acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder het feit 2. De verdachte is aansprakelijk voor deze schade. Hierbij merkt de rechtbank op dat de als immateriële schade aangevoerde “anderhalf uur op politiebureau i.v.m. aangifte” (€ 50,-) dient te worden gezien als materiële schade (namelijk redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid), waarmee deze voor toewijzing in aanmerking komt. Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2018. De gevorderde misgelopen rente van € 180,00, zal de rechtbank afwijzen nu deze schadepost door oplegging van de wettelijke rente zal worden gedekt.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] B.V. aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 6.050,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 11 januari 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 1 dag hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

De vordering tot vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 150,- verklaart de rechtbank niet ontvankelijk.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toewijzen voor wat betreft de materiële schade, zijnde € 1.500,00 (de overeengekomen koopsom). Deze schade acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder het feit 2. De verdachte is aansprakelijk voor deze schade. Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2018.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.500,00 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 januari 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 1 dag hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toewijzen voor wat betreft de materiële schade, zijnde € 1.750,00 (de overeengekomen koopsom). Deze schade acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder het feit 2. De verdachte is aansprakelijk voor deze schade. Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2018.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij

[slachtoffer 6] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1750,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 30 januari 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 1 dag hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toewijzen voor wat betreft de materiële schade, zijnde € 1.799,20 (de overeengekomen koopsom). Deze schade acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder het feit 2. De verdachte is aansprakelijk voor deze schade. Het toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2018.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 7] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van

€ 1.799,20, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 januari 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 1 dag hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 47, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 primair en 2 primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;

- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.400,00;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 1.400,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

- verklaart de vordering tot vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 400,- niet ontvankelijk;

Benadeelde partij [slachtoffer 4] B.V.

- wijst de vordering van [slachtoffer 4] B.V. toe tot een bedrag van € 6.050,00;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 4] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] B.V. aan de Staat

€ 6.050,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

  • -

    verklaart de vordering tot vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 150,- niet ontvankelijk;

Benadeelde partij [slachtoffer 5]

- wijst de vordering van [slachtoffer 5] toe tot een bedrag van € 1.500,00;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat € 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 6]

- wijst de vordering van [slachtoffer 6] toe tot een bedrag van € 1.750,00;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 6] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat € 1.750,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 7]

- wijst de vordering van [slachtoffer 7] toe tot een bedrag van € 1.799,20;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 7] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 7] aan de Staat € 1.799,20 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mrs. N.V.M. Gehlen en

N.P.J. Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.A.L. van Dreumel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 september 2019.

Bijlage: de gewijzigde tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 30 januari 2018 te Huizen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een laptop (merk: apple)

- heeft/hebben gereageerd op een advertentie geplaatst door voornoemde [slachtoffer 1] op Marktplaats.nl en/of

- zich heeft/hebben voorgedaan als bonafide kopers op Marktplaats.nl en/of

- een afspraak heeft/hebben gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] om het goed te kopen en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben geïnformeerd dat de koopsom via internetbankieren overgemaakt was naar de rekening van die voornoemde [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) gebruik heeft/hebben gemaakt van een niet bestaande en/of valse (bank)mobiele betaal-applicatie en/of (vervolgens)

- een (valse) overschrijving op zijn/hun/een telefoon heeft/hebben getoond aan die voornoemde [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 30 januari 2018 te Huizen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een laptop (merk: apple)

- heeft/hebben gereageerd op een advertentie geplaatst door voornoemde [slachtoffer 1] op Marktplaats.nl en/of

- zich heeft/hebben voorgedaan als bonafide kopers op Markplaats.nl en/of

- een afspraak heeft/hebben gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] om het goed te kopen en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben geïnformeerd dat de koopsom via internetbankieren overgemaakt was naar de rekening van die voornoemde [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) gebruik heeft/hebben gemaakt van een niet bestaande en/of valse (bank)mobiele betaal-applicatie en/of (vervolgens)

- een (valse) overschrijving op zijn/hun/een telefoon heeft/hebben getoond aan die voornoemde [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks 30 januari te Huize, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- die voornoemde [slachtoffer 1] te bellen en/of

- een afspraak met die voornoemde [slachtoffer 1] te maken en/of

- zich voor te doen als een bonafide koper en/of

- te doen alsof het goed wordt betaald middels overschrijving via een (valse) mobiele betaal-applicatie (internetbankierenapp) en/of

- te laten zien dat de betaling van het geldbedrag via de (valse) mobiele betaal-applicatie wordt en/of is gedaan;

2

hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 12 januari 2018 en 30 januari 2018 te Haarlem en/of Arnhem en/of Maastricht en/of Spijkenisse en/of Leusden, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

- [slachtoffer 2] en/of

- [slachtoffer 3] en/of

- [slachtoffer 4] en/of

- [slachtoffer 5] en/of

- [slachtoffer 6] en/of

- [slachtoffer 7]

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten één of meerdere laptops(merk: apple) en/of tablets (merk: HP), door (telkens)

- te reageren op een advertentie geplaatst door voornoemde aangevers/gedupeerden op Marktplaats.nl en/of

- zich voor te doen als bonafide kopers op Marktplaats.nl en/of

- een afspraak te maken met voornoemde aangevers/gedupeerden en/of

- voornoemde aangevers/gedupeerden te informeren dat de koopsom via internetbankieren overgemaakt was naar de rekening van die voornoemde aangevers/gedupeerden, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) gebruik maakten van een niet bestaande en/of valse

(bank)mobiele betaal-applicatie en/of (vervolgens)

- een (valse) overschrijving op hun/zijn/een telefoon te tonen aan die voornoemde aangevers/gedupeerden, waardoor die voornoemde aangevers/gedupeerden werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode gelegen tussen 12 januari 2018 en 30 januari 2018 te Haarlem en/of Arnhem en/of Maastricht en/of Spijkenisse en/of Leusden, in elk geval in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

- [slachtoffer 2] en/of

- [slachtoffer 3] en/of

- [slachtoffer 4] en/of

- [slachtoffer 5] en/of

- [slachtoffer 6] en/of

- [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van

een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten één of meerdere laptops(merk: apple) en/of tablets (merk: HP), door (telkens)

- te reageren op een advertentie geplaatst door voornoemde aangevers/gedupeerden op Marktplaats.nl en/of

- zich voor te doen als bonafide kopers op Marktplaats.nl en/of

- een afspraak te maken met voornoemde aangevers/gedupeerden en/of

- voornoemde aangevers/gedupeerden te informeren dat de koopsom via internetbankieren overgemaakt was naar de rekening van die voornoemde aangevers/gedupeerden, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) gebruik maakten van een niet bestaande en/of valse

(bank)mobiele betaal-applicatie en/of (vervolgens)

- een (valse) overschrijving op hun/zijn/een telefoon te tonen aan die voornoemde aangevers/gedupeerden, waardoor die voornoemde aangevers/gedupeerden werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode gelegen tussen 12 januari 2018 en 30 januari 2018 te Haarlem en/of Arnhem en/of Maastricht en/of Spijkenisse en/of Leusden, in elk geval in Nederland (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- die voornoemde aangevers/gedupeerden te bellen en/of

- een afspraak met die voornoemde aangevers/gedupeerden te maken en/of

- zich voor te doen als een bonafide koper en/of

- te doen alsof het goed wordt betaald middels overschrijving via een (valse) mobiele betaal-applicatie (internetbankierenapp) en/of

- te laten zien dat de betaling van het geldbedrag via de (valse) mobiele betaal-applicatie wordt en/of is gedaan;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd PL0900-2018044170 Z, opgemaakt door [verbalisant] , [.] van politie Eenheid Midden-Nederland, en gesloten 12 juli 2018, doorgenummerd van pagina 9 tot en met 457.

2 Pagina 63.

3 Pagina 64.

4 Pagina 65.

5 Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 11 september 2019.

6 Pagina 143.

7 Pagina 221.

8 Pagina 222.

9 Pagina 87.

10 Pagina 88.

11 Pagina 292.

12 Pagina 293.

13 Pagina 181.

14 Pagina 182.

15 Pagina 202.

16 Pagina 203.