Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4424

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
06-03-2020
Zaaknummer
UTR 18/3904
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Woz, een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel (de meerderheidsregel) prevaleert boven het eigen aan-/verkoopcijfer. Beroep gegrond.

Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 09-03-2020
V-N Vandaag 2020/563
FutD 2020-0811
Belastingblad 2020/166 met annotatie van J.C. Scherff
V-N 2020/29.32 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 18/3904

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: mr. T. Klinkhamer).

Procesverloop

Met de beschikking van 28 februari 2018 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de woning aan het [adres 1] in [woonplaats] (de woning) voor het belastingjaar 2018 vastgesteld op € 256.000,-- naar de waardepeildatum 1 januari 2017. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsgrondslag is gehanteerd.

In de uitspraak op bezwaar van 10 september 2019 (de bestreden uitspraak op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2019. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Feiten

1. De woning is een rijtjeswoning in [woonplaats] met een woonoppervlakte van 126 m2. Eiseres heeft de woning op 1 mei 2017 gekocht voor € 268.500,--.

Het geschil

2. In geschil is de waarde van de woning. Verweerder handhaaft de vastgestelde waarde in beroep en verwijst daarvoor naar het eigen aankoopcijfer op grond waarvan de waarde van de woning, geïndexeerd naar de waardepeildatum van 1 januari 2017, is vastgesteld op € 256.000,. Eiseres bepleit een lagere waarde van € 220.000, en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel. Volgens eiseres heeft verweerder de meerderheidsregel geschonden gelet op het verschil met de lagere waarden die verweerder heeft vastgesteld voor zes andere woningen aan [straat] in [woonplaats] , terwijl deze woningen identiek zijn aan haar woning.

Beoordeling van het geschil

3. De rechtbank volgt het standpunt van eiseres. Partijen zijn het erover eens en de rechtbank ziet geen aanleiding voor het tegendeel, dat de woningen aan [straat] in [woonplaats] waar eiseres naar heeft verwezen, identiek zijn aan de woning van eiseres, in die zin dat de onderlinge verschillen verwaarloosbaar zijn. Verweerder heeft in de meerderheid van die identieke woningen, namelijk [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] , de Woz-waarde voor het belastingjaar 2018 vastgesteld op € 220.000,-. Door de waarde van de woning van eiseres hoger vast te stellen, namelijk op € 256.000,--, heeft verweerder de meerderheidsregel geschonden. Dat betekent dat het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel slaagt. In tegenstelling tot wat verweerder op de zitting heeft betoogd, doorkruist een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel, de regel dat in beginsel moet worden uitgegaan van het eigen aankoopcijfer. Verweerder heeft de waarde van de woning dan ook te hoog vastgesteld. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 5 april 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:881. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie

4. Omdat verweerder de waarde van de woning te hoog heeft vastgesteld, verklaart de rechtbank het beroep van eiseres gegrond en vernietigt zij de bestreden uitspraak op bezwaar. De rechtbank verlaagt de waarde van de woning voor het belastingjaar 2018 tot € 220.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2017. De aanslag onroerendezaakbelasting moet overeenkomstig worden verlaagd.

5. De rechtbank is niet gebleken van proceskosten die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Wel moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 46,-- aan haar vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;

 verlaagt de waarde van de woning tot € 220.000,-- en bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verlaagd;

 bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

 bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 46,-- aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. de Bruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het proces-verbaal van deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.