Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4350

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-09-2019
Datum publicatie
10-10-2019
Zaaknummer
16-123795-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van meerdere (woning)inbraken, een bedrijfsinbraak, medeplichtigheid aan hennepkwekerij en een diefstal met geweld. Een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/123795-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 september 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1989 te [geboorteplaats] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

op dit moment gedetineerd in de [naam inrichting] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2019. De verdachte is in persoon verschenen en hij heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht.

Namens de benadeelde partij [A] was [B] , werkzaam bij Slachtofferhulp Nederland, aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de door de benadeelde partijen Stedin Netbeheer B.V. en [A] ingediende vorderingen.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 in zijn woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te Utrecht ongeveer 229 hennepplanten heeft geteeld dan wel subsidiair dat hij in die periode medeplichtig is geweest aan het telen van ongeveer 229 hennepplanten door zijn woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te Utrecht daarvoor ter beschikking te stellen;

feit 2: in de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 in Utrecht samen met anderen dan wel alleen een bepaalde hoeveelheid elektriciteit heeft gestolen;

feit 3: in de periode van 17 juli 2015 tot en met 14 november 2015 zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van heling van een aantal goederen in Utrecht;

feit 4: in de periode van 10 september 2015 tot en met 28 september 2015 samen met anderen dan wel alleen goederen heeft weggenomen uit [naam hotel] , gelegen aan de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te Utrecht ;


feit 5: op 4 oktober 2015 in Utrecht heeft geprobeerd om goederen weg te nemen uit [naam hotel] dan wel subsidiair dat hij op 4 oktober 2015 bij [naam hotel] een hotelkamer is binnengedrongen;

feit 6: op 26 september 2015 heeft ingebroken in de woning gelegen aan de [adres 1] te Utrecht en hij uit die woning een aantal goederen heeft weggenomen;


feit 7: op 23 oktober 2015 heeft ingebroken in de woning gelegen aan de [adres 4] te Utrecht en hij uit die woning een aantal goederen heeft weggenomen;

feit 8: op 23 december 2015 samen met anderen dan wel alleen heeft ingebroken in een opslagbox van het opslagbedrijf [bedrijfsnaam 1] te Amersfoort en uit de opslagbox een aantal goederen heeft weggenomen;


feit 9: in de periode van 16 augustus 2018 tot en met 24 augustus 2018 te Utrecht dan wel te Marokko een ander heeft gedwongen dan wel subsidiair heeft geprobeerd te dwingen om geld over te maken, door te dreigen een intiem filmpje op Facebook te plaatsen;

feit 10: op 20 mei 2019 te Utrecht uit de winkel [bedrijfsnaam 2] de goederen heeft weggenomen, waarbij hij geweld heeft gebruikt.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal hierna ieder feit, met uitzondering van de feiten 1 en 2 en de feiten 4 en 5, afzonderlijk beoordelen en daarbij de vraag beantwoorden of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het feit of die feiten heeft begaan. Per feit zal het standpunt van de officier van justitie en dat van de verdediging worden weergegeven.

Feiten 1 en 2: 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte de hennepkwekerij in zijn huurwoning heeft aangelegd of dat verdachte de elektriciteit heeft weggenomen. Feit 1 primair en feit 2 kunnen daarom niet worden bewezen. Het dossier bevat wel voldoende bewijs dat verdachte wetenschap had van het feit dat er in zijn huurwoning een hennepkwekerij was aangelegd. De onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de hennepkwekerij kan daarom wettig en overtuigend worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen voor de feiten 1 en 2, zodat verdachte daarvoor dient te worden vrijgesproken. Daartoe voert de raadsman het volgende aan.

Verdachte huurde de woning aan de [straatnaam 1] samen met zijn toenmalige partner [C] . Ondanks dat zijn partner niet meer in het gehuurde verbleef beschikte zij nog wel over een sleutel van de huurwoning. Daarnaast had verdachte zijn sleutels gegeven aan een vriend van hem, [D (voornaam)] , die woont boven de [straatnaam 3] in [woonplaats 2] . Deze vriend maakte af en toe gebruik van de woning van verdachte om meisjes te ontvangen. Anderen dan verdachte hadden dus ook toegang tot zijn woning. Daar komt bij dat een maand voordat de hennepkwekerij in de woning werd ontdekt, verdachte naar Marokko is vertrokken. Zijn vertrek hing samen met de omstandigheid dat verdachte wist dat hij zijn huurwoning zou kwijtraken, omdat hij niet meer aan de voorwaarden voor toewijzing ervan voldeed. Zijn vertrek zou bij bepaalde personen bekend zijn geweest en deze personen zouden hiervan misbruik hebben gemaakt door tijdens zijn afwezigheid een hennepkwekerij in de woning op te zetten. Over de verklaring van [E] voert de raadsman aan dat deze onvoldoende betrouwbaar is om als bewijs te gebruiken.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder feit 1 primair en 2 ten laste gelegde

De rechtbank is samen met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte samen met anderen of alleen een hennepkwekerij in de door hem gehuurde woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats 1] heeft aangelegd en dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van elektriciteit. De rechtbank zal verdachte voor het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde vrijspreken.

Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank komt op grond van de volgende bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan het telen van hennep.

Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij

Op zondag 28 juni 2015 stelde ik een onderzoek in op het adres de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] , [postcode 1] [woonplaats 1] . Op het genoemde adres [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] , [postcode 1] [woonplaats 1] , staat de volgende persoon ingeschreven:

Achternaam : [verdachte]

Voornaam : [voornaam van verdachte]

Geboren : [geboortedatum 1] 1989

Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland.2

Aan het einde van de gang zag ik twee kamers. Ik zag dat de linker kamer de eerste kweekkamer was. Ik zag dat de hennepplanten ongeveer 4 weken oud waren. Ik telde in deze eerste kweekruimte 91 hennepplanten. Ik zag dat de hennepplanten in de tweede kweekruimte onderaan bij de steel afgeknipt waren en in de ruimte lagen. Ik telde 138 afgeknipte hennepplanten. Ik zag dat de hennepplanten iets groter waren dan de planten uit de eerste kweekruimte. Ik zag dat de hennepplanten net begonnen met topvorming.

Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten betroffen.3

Huurovereenkomst op naam van verdachte

Verdachte heeft samen met [C] een overeenkomst gesloten met de Tussenvoorziening voor begeleid wonen, uit hoofde waarvan aan hem de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats 1] als woonruimte ter beschikking is gesteld. Onderaan de schriftelijke huurovereenkomst is onder de naam van verdachte een handtekening geplaatst4.

Op 1 september 2015 heeft [E] aangifte van bedreiging gedaan

Ik doe aangifte van bedreiging. Ik ben bedreigd door de vriend van mijn moeder. Haar naam is [F] . Ze woont hier samen met haar vriend [verdachte] .5 Mei 2015 werd er in de woning van [voornaam van verdachte] , aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats 1] een hennepplantage geïnstalleerd. Ik verbleef daar ook even tijdelijk omdat het niet anders kon. Degene die de plantage heeft aangelegd heb ik nooit gezien. Wel een man die wat spullen kwam brengen. [voornaam van verdachte] zou hiervoor 5000 euro krijgen, 2500 euro vooraf en 2500 euro na installatie. Van de eerste 2500 euro zijn [voornaam van verdachte] en mijn moeder op vakantie geweest naar Spanje. Inmiddels was hennepplantage op de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] door de politie ontdekt en opgedoekt. Hierdoor is [voornaam van verdachte] zijn woning kwijtgeraakt.6

Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2019

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat [E] in mei 2015 enkele dagen in zijn woning heeft verbleven en dat hij in mei 2015 op vakantie is gegaan met zijn toenmalige partner, [F]7.

Overwegingen van de rechtbank

Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen en het verhandelde ter zitting de onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid, in die zin dat verdachte zijn woning aan onbekend gebleven derden ter beschikking heeft gesteld voor het kweken van hennep en dat verdachte ook wist dat deze derden zijn woning daarvoor zouden gaan gebruiken, wettig en overtuigend bewezen. Dat verdachte zijn woning voor dat doel ter beschikking heeft gesteld blijkt uit de verklaring van [E] . Hij heeft immers verklaard dat verdachte voor het ter beschikking stellen van zijn woning een geldbedrag zou ontvangen en ook heeft ontvangen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [E] . De enkele omstandigheid dat [E] niet blij was met verdachte als de vriend van zijn moeder, is daarvoor onvoldoende. Daar komt bij dat de verklaring van [E] op specifieke punten wordt bevestigd door verdachte. Zo heeft verdachte ter zitting verklaard dat [E] in mei 2015 in zijn woning heeft verbleven en dat hij in mei 2015 met [F] op vakantie is gegaan. Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario dat verdachte geen wetenschap had van de hennepkwekerij in zijn woning, is in het licht van de bewijsmiddelen niet aannemelijk.

Feit 3:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling van de in de tenlastelegging genoemde goederen, zodat verdachte daarvan vrijgesproken dient te worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling van de genoemde goederen.

Het oordeel van de rechtbank

De verklaring van [E] dat verdachte gestolen spullen in zijn huis heeft gelegd, wordt niet door andere bewijsmiddelen ondersteund. De rechtbank is daarom van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte zich in de periode van 17 juli 2015 tot en met 14 november 2015 in Utrecht schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van heling van een aantal goederen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit feit.

Feiten 4 en 5:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 4 en 5 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 4 en 5, nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte de diefstallen heeft gepleegd. Verdachte ontkent dat hij op 2 september 2015 en op 9 september 2015 heeft overnacht in [naam hotel] . Kennelijk heeft de persoon, die voor die twee dagen een kamer heeft geboekt, gebruik gemaakt van de persoonsgegevens van verdachte. Daar komt bij dat van het legitimatiebewijs van die persoon geen kopie is gemaakt. Niet kan worden vastgesteld dat het dus verdachte is geweest die op 2 september 2015 en op 9 september 2015 een kamer bij [naam hotel] heeft geboekt. Verder zijn van de diefstal op 10 september 2015 geen camerabeelden voorhanden. Over de camerabeelden van de op 28 september 2015 gepleegde diefstal en de poging daartoe op 4 oktober 2015 merkt de raadsman op dat de kwaliteit van die camerabeelden niet voldoende is om tot herkenning van een persoon te komen, laat staan tot herkenning van verdachte. Verdachte wordt op de beelden slechts door één verbalisant herkend, terwijl die verbalisant daarbij tegelijkertijd opmerkt dat het jaren is geleden dat hij contact heeft gehad met verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de hierna weer te geven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 28 september 2015 een laptop uit [naam hotel] heeft wegenomen en dat verdachte op 4 oktober 2015 een poging heeft gedaan om goederen weg te nemen uit [naam hotel] .

Op 29 september 2015 heeft [G] aangifte gedaan van diefstal.

Ik doe aangifte van diefstal van mijn laptop. Ik ben op dit moment op reis in Nederland en zodoende verbleef ik in [naam hotel] , gevestigd aan de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te [vestigingsplaats 1] . Ik verbleef daar op kamer nummer 1.

Op maandag 28 september 2015, omstreeks 10:00 uur, heb ik mijn kamer verlaten en middels het slot afgesloten. Toen ik op dezelfde dag en datum, omstreeks 22:00 uur, terug bij mijn hotelkamer kwam, zag ik dat de hotelkamerdeur open stond.8 Ik zag dat de lade van dit tafeltje geopend was. Ik zag dat mijn laptop was weggenomen.9

Op 29 september 2015 heeft [H] aangifte gedaan van diefstal.

Zij deed aangifte namens de benadeelde [naam hotel] , [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te [vestigingsplaats 1] .10

Sinds ongeveer twee weken hebben wij camera’s hangen in de centrale hal van de B&B. Ik heb de camerabeelden terug gekeken en ik zag dat er een getinte man met zwart haar op de deuren klopte van de kamers. Ik zag dat hij vervolgens naar kamer 1, van mevrouw [I] liep. Ik zag hem wat doen bij het slot van de deur en ik zag dat hij vervolgens naar binnen ging en even later weer naar buiten kwam. Ik zag dat dezelfde persoon even later weer in de kamer van mevrouw [I] binnen ging en vervolgens met een aantal witte snoeren onder zijn arm weer naar buiten kwam.

Ik herken mogelijk de persoon op de camera beelden. Ik heb sterk het vermoeden dat dit een man is die op 2 september 2015 één nachtje bij ons een kamer geboekt had en nog een keer op 9 september 2015 een kamer bij ons geboekt had. Ik kan mij dit zo goed herinneren omdat hij zelf een Turks of Marokkaans uiterlijk had en samen met een ogenschijnlijk Nederlands meisje bij ons kwam. Bovendien was hij bijzonder vriendelijk en schudde mij de hand. Daar komt nog bij dat in de B&B boekingen stond dat hij de eerste keer als zijn eigen adres [adres 2] te [woonplaats 1] had opgegeven en de tweede keer [adres 3] te [woonplaats 1] . Ik vond het opvallend dat hij, of zijn vriendin met wie hij was, zo dicht in de buurt woonde en dat zij toch één nachtje bij ons in het B&B wilden overnachten. Er komen bij ons in het B&B meestal mensen van verder weg overnachten. Ik heb de twee reserveringen van de man, waarvan ik vermoed dat hij met een valse sleutel heeft ingebroken, aan de politie overhandigd.11

Uit de boekingsgegevens van [naam hotel] volgt dat op naam van verdachte een kamer is geboekt van 2 tot 3 september 2015 12 .

Op 13 december 2015 heeft brigadier [verbalisant 2] het volgende verklaard.

De beschikbaar gestelde opnamen d.d. 28 september 2015 [zijn] door mij, verbalisant, bekeken. De opnamen bleken in kleur te zijn geregistreerd. Op de beelden was geen correcte datum en geen correct tijdstip te zien. Volgens de aangeefster moet dit 28 september 2015 zijn omstreeks 19.00 uur. Door mij werd het navolgende bevonden:13

00.48.59

Verdachte is een man met een getinte huidskleur met een ongeschoren gezicht. Hij draagt een blauwe gewatteerde jas met capuchon, een blauwe spijkerbroek en zwarte sportschoenen.

00.48.59

De verdachte is aan de voorzijde kalend.14

00.49.43

Hij staat stil voor de deur van kamer 1. Nadat hij op de deur heeft geklopt is te zien dat verdachte een sleutel in het slot steekt van kamer 1.

00.49.58

Nadat de verdachte de sleutel heeft omgedraaid en de deur heeft geopend van kamer 1 is te zien dat hij de kamer binnengaat.15

00.50.56

Te zien is dat verdachte vanuit kamer 1 de gang oploopt richting de trap. Onder zijn linkerarm heeft hij nu een wit voorwerp vast met daaraan witte draden/snoeren. Eerder had verdachte geen dergelijk voorwerp zichtbaar bij zich.16

Op 28 september 2015 heeft [H] tegenover de politie het volgende verklaard.

- Er zijn 2 reserveringen geweest van een man waarvan ik vermoed dat hij later met valse sleutel heeft ingebroken.

- 1 keer heeft hij onder de naam [verdachte] gereserveerd.

- 1 keer heeft hij met [voorletter] [T (achternaam)] gereserveerd.

- Op de camera’s herken ik zeer waarschijnlijk die [verdachte] of [voorletter] [T (achternaam)] , hoe hij ook echt mag heten.17

Op 13 december 2015 heeft [H] telefonisch aangifte gedaan van een poging diefstal.

Op zondag 4 oktober 2015, was ik aanwezig in cafetaria [naam hotel] . Boven het cafetaria is een bed and breakfast hotel gevestigd. Op 4 oktober had ik 1 kamer verhuurd, de overige kamers waren vrij.18 Omstreeks 23.30 uur die dag zag ik op mijn telefoon dat een man via de toegangsdeur het B&B hotel binnenkwam. Ik weet zeker dat deze man niet een van de personen was aan wie ik kamer 1 had verhuurd. Ik zag op de camerabeelden dat de man kennelijk met een sleutel een van de kamerdeuren opende en de kamerdeur binnenging. Ik zag dat de man na korte tijd weer de kamer uit kwam en de gang opliep. Ik heb niet gezien dat de man zichtbaar goederen bij zich had toen hij vanuit de kamer de gang opliep.

Ik vermoed dat de man die op de camerabeelden zichtbaar is dezelfde man is die te zien is op de camerabeelden van 29 september 2015. Het uiterlijk en de kleding komen in ieder geval overeen. De haardracht van de man is op de beelden van 4 oktober 2015 korter.19

Op 13 december 2015 heeft brigadier [verbalisant 2] het volgende verklaard.

Poging diefstal met valse sleutel uit B&B [naam hotel] . Gepleegd op 4 oktober 2015. De diefstal zoals boven vermeld is hierbij vastgelegd. De opnamen bleken in kleur te zijn geregistreerd. Op de beelden was een correct datum en tijdstip te zien. Door mij werd het navolgende bevonden:20

23.20.52: Te zien is dat de verdachte de gang oploopt waar de hotelkamers zijn. Op de beelden is te zien dat dit dezelfde persoon is die op 28 september 2015 in het hotel is geweest en betrokken was bij een diefstal. De persoon draagt dezelfde kleding. Zijn haardracht is nu korter.21

23.21.12

Te zien is dat de verdachte voor een kamerdeur staat en een sleutel in zijn rechterhand heeft. Hij doet deze in het slot van de kamerdeur, draait hieraan, waarna de kamerdeur opengaat. Hierna gaat de verdachte de kamer binnen.22

Op 21 december 2015 heeft verbalisant [verbalisant 1] het volgende verklaard:

Vandaag zag ik op de briefing twee foto’s staan waarop een (1) verdachte werd getoond. Deze verdachte werd verdacht van een aantal diefstallen bij [naam hotel] op de [straatnaam 2] te [vestigingsplaats 1] .

Ik herkende de verdachte op de foto’s voor de volle 100% als de mij ambtshalve bekende: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1989 te [geboorteplaats] . Ik herken [verdachte] aan de vorm van zijn gezicht, zijn donkere ogen, en zijn volle wenkbrauwen.

Ik werk inmiddels 15 jaar in de stad Utrecht en ik ben vooral in het begin van mijn periode in de stad Utrecht, toen ik in wijkteam [naam wijk] werkte, veelvuldig met [verdachte] in aanraking gekomen. Ik heb hem toen meerdere malen staande gehouden waarbij hij mij ook regelmatig zijn identiteitsbewijs heeft getoond.

De laatste jaren heb ik niets met [verdachte] te maken gehad maar desondanks herken ik hem voor de volle 100%.23

Op 23 december 2015 is door [verbalisant 2] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt.

Blijkens de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) bleek mij, verbalisant dat op het op het adres [adres 2] te [woonplaats 1] de ouders wonen van verdachte [verdachte] .

Voorts stelde ik een onderzoek in naar de naam [voorletter] [T (achternaam)] .

Uit het systeem Basis Voorziening Handhaving en het GBA bleek mij, verbalisant dat [verdachte] een relatie heeft gehad met [.....] [T (achternaam)] . Uit deze relatie is een zoon geboren: [J] . 24

De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2019

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in het verleden te maken heeft gehad met verbalisant [verbalisant 1]25.

Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 28 september 2015 een laptop heeft weggenomen uit [naam hotel] , die toebehoorde aan [G] (huurder kamer 1), en dat hij op 4 oktober 2015 heeft geprobeerd om goederen weg te nemen uit [naam hotel] .

Van zowel de diefstal op 28 september 2015 als van de poging op 4 oktober 2015 zijn camerabeelden beschikbaar. Op de kleurenbeelden van 28 september 2015 is een persoon te zien, die met behulp van een sleutel de deur van kamer 1 opent, naar binnen gaat en daarna weer naar buiten komt met een wit voorwerp onder zijn armen, met daaraan witte draden/snoeren. [H] herkent de man mogelijk als degene die op 2 september 2015 en op

9 september 2015 een kamer bij haar heeft geboekt, de persoon die daarbij de naam van verdachte, het adres van zijn ouders en de achternaam van de moeder van zijn zoon heeft gebruikt. Hoewel [H] de man slechts twee keer eerder heeft gezien, acht de rechtbank deze herkenning betrouwbaar, omdat [H] daarover specifiek heeft verklaard dat zij het opvallend vond dat de man zo dichtbij woonde en toch in [naam hotel] wilde overnachten. Dat bij deze boekingen identiteitsfraude is gepleegd, zoals verdachte stelt, is niet aannemelijk geworden.

Op de camerabeelden van 4 oktober 2015 is een persoon te zien, die met behulp van een sleutel een van de kamerdeuren opent en even later weer naar buiten komt. [H] vermoedt dat de persoon die op de beelden van 4 oktober 2015 is te zien, dezelfde persoon is als die te zien is op de camerabeelden van 28 september 2015. Ook is dit volgens haar niet de persoon aan wie op dat moment de enige kamer in het hotel is verhuurd. Verbalisant [verbalisant 2] heeft de camerabeelden bekeken van zowel 28 september 2015 als van 4 oktober 2015. Hij heeft verklaard dat de persoon die op de camerabeelden is te zien, een en dezelfde persoon is. Deze persoon wordt vervolgens door verbalisant [verbalisant 1] herkend als verdachte. Dat verbalisant [verbalisant 1] de laatste jaren geen contact meer met verdachte heeft gehad, is voor de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de door hem gedane herkenning. Verbalisant [verbalisant 1] verklaart verdachte voor de volle 100% te herkennen en hij verklaart aan welke gezichtskenmerken hij verdachte herkent. Uit de verklaring van [verbalisant 1] blijkt dat hij in het verleden meerdere malen met verdachte in contact is gekomen, hetgeen door verdachte ter zitting is bevestigd. De rechtbank vindt de herkenning door [verbalisant 1] daarom voldoende betrouwbaar.

De rechtbank is van oordeel dat het verdachte is die te zien is op de beelden van 28 september 2015 en op de beelden van 4 oktober 2015. Op beide dagen gaat hij met een sleutel een kamer bij B&B [naam hotel] binnen, waarbij hij op 28 september 2015 een laptop heeft weggenomen. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 4, derde gedachtestreepje, ten laste gelegde diefstal en de onder feit 5 tenlastegelegde poging tot diefstal.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte op 10 september 2015 goederen heeft weggenomen uit [naam hotel] . Verdachte ontkent die dag in [naam hotel] te zijn geweest en verdachte is die dag niet door iemand gezien in [naam hotel] . Dat volgens de eigenaresse verdachte de dag daarvoor in [naam hotel] heeft overnacht, is onvoldoende voor de conclusie dat verdachte dus op 10 september 2015 ook de twee diefstallen heeft gepleegd. Dat de werkwijze zou overeenkomen met de later gepleegde diefstallen, wil nog niet zeggen dat het verdachte is geweest die deze diefstallen heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte dus hiervan vrijspreken.

Feit 6:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde bewezen te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

Volgens de raadsman is verdachte, zoals hij ook bij de politie heeft verklaard, in de woning geweest en heeft hij een iPad weggenomen. Er is geen sprake van braak, nu verdachte door een raam dat al open stond de woning binnen is gegaan.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is op basis van de hierna weer te geven bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte op 26 september 2015 door middel van braak uit de woning gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 1] een aantal goederen heeft weggenomen.

Op 27 september 2015 heeft [K] aangifte gedaan van diefstal uit woning.

Hij deed aangifte namens de benadeelde [L] . Ik ben eigenaar en bewoner van de eengezinswoning, gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 1] . Ik woon hier samen met [L]26. Op zondag 27 september 2015 omstreeks 10.00 uur kwamen wij thuis. Ik zag dat er in de woonkamer een grijze baksteen op de vloer lag. Ik zag dat in de woonkamer mijn 3 Kef speakers, waren weggenomen. Uit de kastlade zijn mijn zonnebril, paspoort en 2 tegoedbonnen gestolen. Verder zag ik dat er in de gang naar de opkamer en de opkamer zelf de volgende goederen waren weggenomen:

- 2 hardloop horloges

- bruin lederen aktetas met daarin de laptop

- 2 fietssleutels, van de fiets zelf en het kettingslot.

Verder de handtas van [voornaam van L] met daarin haar portemonnee met o.a. haar rijbewijs, 2 bankpassen, tankpas, huissleutel en 300 euro. Boven in de slaapkamer zag ik dat mijn Ipad van het bed was gestolen.27

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2019

Het raam van de woning stond open en uit nieuwsgierigheid ben ik naar binnen geklommen. Er waren al spullen overhoop gehaald. Ik heb alleen de iPad meegenomen en ben daarna weer vertrokken.

Overweging van de rechtbank

Uit de aangifte blijkt dat er een baksteen door de ruit van de woonkamer aan de [adres 1] te [woonplaats 1] is gegooid en dat vervolgens uit de woning meerdere goederen zijn meegenomen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat niet híj, maar anderen de ruit hebben ingegooid en, met uitzondering van de iPad, de overige in de aangifte genoemde goederen hebben meegenomen, niet aannemelijk. De rechtbank gaat aan dit scenario dan ook voorbij. De rechtbank is van oordeel dat het verdachte is geweest die op 26 september 2015 een baksteen door de ruit van de woning aan de [adres 1] te [woonplaats 1] heeft gegooid en dat het verdachte is geweest die de goederen zoals in de aangifte staan heeft weggenomen.

Feit 7:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 23 oktober 2015 uit de woning aan de [adres 4] te [woonplaats 1] twee laptops, een telefoon en een paraplu heeft weggenomen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte heeft bekend één laptop te hebben weggenomen, zodat het ten laste gelegde overeenkomstig bewezen kan worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde op grond van het navolgende.

Op 23 oktober 2015 heeft [M] aangifte van diefstal gedaan.

Ik, verbalisant, [verbalisant 3] verklaar het volgende: Op vrijdag 23 oktober 2015 kwam ik ter plaats van het misdrijf op de locatie [adres 4] , [postcode 2] [woonplaats 1] , bij een persoon die mij opgaf te zijn [M] . Hij deed aangifte en verklaarde het volgende. Op 23 oktober 2015 heb ik mijn woning verlaten.28

Toen ik de woning binnen ging, zag ik dat er diverse goederen weggenomen waren. Vanaf het dressoir in mijn slaapkamer is een MacBook Air weggenomen. Vanuit de hal, links naast de toiletdeur, is mijn laptoptas weggenomen. Hierin zat een zwarte Dell laptop, een laptop lader, een zwarte iPhone 4S, en een zwarte stormparaplu van het merk SENZ.29

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2019

Het zou best kunnen dat ik twee laptops en een telefoon heb meegenomen.

Overweging van de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat het best zou kunnen dat hij twee laptops en een telefoon uit de woning aan de [adres 4] te [woonplaats 1] heeft meegenomen, maar dat hij geen stormparaplu heeft gestolen. De aangever heeft echter verklaard dat naast twee laptops en een zwarte iPhone ook een stormparaplu is weggenomen en de rechtbank heeft geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Door verdachte is voor het verdwijnen van de stormparaplu geen alternatieve verklaring gegeven, terwijl de verklaring van verdachte ter zitting er blijk van geeft dat hij zich niet exact kan herinneren wat hij uit de woning heeft weggenomen. De rechtbank acht het ten laste gelegde feit 7 daarom wettig en overtuigend bewezen.

Feit 8

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich op 23 december 2015 heeft schuldig gemaakt aan een diefstal.

Het standpunt van de verdediging

Volgens de raadsman dient verdachte te worden vrijgesproken van dit feit. De huurovereenkomsten van de twee auto’s staan beide op naam van een ex-partner van verdachte. Op beide huurovereenkomsten staan bij de tweede bestuurder de personalia ingevuld van een en dezelfde persoon. De politie heeft naar die persoon geen onderzoek gedaan. Met de verklaringen van de beide ex-partners moet behoedzaam worden omgegaan, nu de voorhanden zijnde gegevens ook voor hen belastend zijn. Het beeldmateriaal is van onvoldoende kwaliteit om tot een duidelijke herkenning te komen. Van belang is verder dat wordt gesproken van overeenkomstige gezichtskenmerken, maar dat die kenmerken vervolgens niet worden beschreven.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het hierna weer te geven bewijs wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte samen met anderen op 23 december 2015 te [vestigingsplaats 2] uit opslagbox [nummeraanduiding 3] van het bedrijf [bedrijfsnaam 1] meerdere pakken babypoeder heeft weggenomen.

Op 24 december 2015 doet [N] namens [bedrijfsnaam 1] [vestigingsplaats 2] aangifte van diefstal.

Op donderdag 24 december 2015 kwam ik ter plaatse van het misdrijf op de locatie [adres 5] , [postcode 3] [vestigingsplaats 2] , bij een persoon die mij opgaf te zijn: [N] . Hij deed aangifte namens de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] en verklaart het volgende over het in de aanhef vermelde incident, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict, tussen woensdag 23 december 2015 te 18:11 uur en donderdag 24 december 2015 te 06:15 uur: ik ben namens de benadeelde partij gerechtigd tot het doen van aangifte. Personen die een opslagbox gehuurd hebben kunnen het terrein opkomen door middel van een code voor het toegangshek.30

De daders hebben een code bij het toegangshek ingevoerd. Ik zag dat deze code bij de naam [F] hoorde. Dit is een vrouw die ook een opslagbox bij ons huurt. De daders zijn toen het buitenterrein opgereden en door gereden naar de roldeur.

Omdat het bedrijf nog open was ging deze roldeur open. De daders zijn doorgereden

naar opslag box nummer [nummeraanduiding 3] . Deze hebben zij opengebroken. Hierna zijn zij dezelfde

weg terug gereden. Via de roldeur en het toegangshek.

Op 4 november 2015 heeft mevrouw [F] een opslagbox gehuurd. Zij kwam woensdag 23 december 2015 langs om de huur voor de box op te zeggen. Wij vragen iemand altijd eerst de toegangscode in te toetsen. Dit heeft [F] ook gedaan. Dit is vastgelegd op camera beeld. Op 4 november 2015 heeft meneer [O] een opslagbox gehuurd. [O] is 23 december 2015 omstreeks 18:11 uur naar zijn opslag box gegaan. Dit is vastgelegd op camera. [O] is op dezelfde dag en datum omstreeks 18:26 uur weer vertrokken.31 Op 24 december 2015 zijn wij de beelden gaan uitkijken. Wij zagen op camerabeeld dat een opslag box met het nummer [nummeraanduiding 3] open stond. Ik ben naar de opslag box gelopen en zag nog een aantal pakken baby poeder liggen. Wij zagen op de camera het volgende:

- 23 december 2015 omstreeks 18:44 uur kwam er een personenauto aan het toegangshek

en voerde de code van [F] in. Wij zagen dat hier een bestelbus achteraan ging.

De personenauto was voorzien van het kenteken [kenteken 1] . De bestelbus was voorzien van het kenteken [kenteken 2]

- 23 december 2015 omstreeks 18:45 uur, reden de genoemde voertuigen de roldeur door naar de opslag hal;

- De daders wisten precies waar ze moesten zijn. Zij reden direct door naar opslag box nummer [nummeraanduiding 3] ;

- De daders hebben de bestelbus voor opslag box nummer [nummeraanduiding 3] gezet;

- De daders reden op 23 december 2015 omstreeks 18:52 het terrein verlaten.

Bij de stukken van [bedrijfsnaam 1] staat de naam [F] . Op een kopie van haar rijbewijs staat de naam [F] . Dit is een en dezelfde persoon. De schade bestaat uit een verbroken roldeur van de opslag box32

Op 6 januari 2016 is [O] gehoord als benadeelde.

Ik huur een opslagbox bij het bedrijf [bedrijfsnaam 1] aan de [adres 5] te [vestigingsplaats 2] . Ik huur een box voorzien van nummer [nummeraanduiding 3] . Ik had daarin pakken melkpoeder van het merk Nutrilon opgeslagen. Ik ben op 23 december 2015, omstreeks 19.00 uur voor het laatst in mijn opslagbox geweest. Ik zag toen dat de pakken Nutrilon nog in mijn opslagbox stonden.33

Noot verbalisant: de precieze aantallen en soorten zijn verwerkt in de

goederenbijlage. 34

Op 19 januari 2016 heeft verbalisant [verbalisant 4] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt.

Op dinsdag 19 januari 2016, heb ik camerabeelden uitgekeken. Op deze beelden is een diefstal uit een opslagbox te zien. Deze opslagbox bevindt zich in een afgesloten ruimte op een afgesloten terrein aan de [adres 5] te [vestigingsplaats 2] .

Op deze camerabeelden zie ik het volgende:

- dat op 23 december 2015 te 18.52 uur een donkerkleurige personenauto, type station met daktrailers, aan komt rijden bij het toegangshek van het terrein;

- dat raam van deze auto achter de bestuurder opengaat en dat er vanaf de achterbank een uit het raam gaat hangen en zijn rechterarm naar voren uitsteekt, vermoedelijk om de toegangscode op de paal in te toetsen;

- dat dit een lichtgetinte man is met kort zwart haar met aan beide zijden zogenaamde "inhammen". Tevens heeft hij een kortgeknipte baard en snor;

- dat hierna de stationauto het terrein van [bedrijfsnaam 1] op rijdt met in zijn kielzog een donkerkleurige bestelbus en een kleine personenauto;

- de bestelbus en de kleine personenauto rijden het terrein dus op zonder een inlogcode in te toetsen. Vermoedelijk horen deze drie auto's daarom bij elkaar;

- het stilstaande beeld bij het toegangshek gericht staat op de achterzijde van de stationauto en zodoende het kenteken te lezen is, te weten [kenteken 1] . Ik zie dat het een donkerkleurige Volkswagen betreft met een trekhaak;

- de stationauto enkele meters naar voren rijdt waarna de bestelbus achter de stationauto en voor opslagboxnummer [nummeraanduiding 3] tot stilstand komt;

- er personen uit beide auto's stappen, onduidelijk hoeveel;

- het rolluik van opslagboxnummer [nummeraanduiding 3] openstaat en deze personen tot 23 december 2015 19.02 uur heen en weer lopen tussen deze opslagbox en de bestelbus. Ik zie dat zij bij opslagboxnummer [nummeraanduiding 3] naar binnen lopen.35

Op 18 januari 2016 heeft verbalisant [verbalisant 4] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt.

Huurder van Volkswagen Passat voorzien van kenteken [kenteken 1] tussen 23 december 2015

17:00 uur en 24 december 2015 06:15 uur: [P] , [voornaam van P] , geboren [geboortedatum 2] 1991 te [geboorteplaats] .

Huurder van de bestelbus voorzien van kenteken [kenteken 2] tussen 23 december 2015 7:00 uur en 24 december 2015 06:15 uur: [F] , [voornaam van F] , geboren [geboortedatum 3] te [geboorteplaats] .36

Ik, verbalisant, zag dat de personalia van [F] , dezelfde waren als zijnde de personalia welke de medewerker van [bedrijfsnaam 1] mij toonde op de afgesloten huurovereen- komst.37

Op 19 mei 2016 heeft verbalisant [verbalisant 6] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt.

Ik heb op woensdag 30 maart 2016 telefonisch contact met [F] opgenomen. Ik hoorde dat [F] mij verklaarde dat:

- zij de bus en de box bij de [bedrijfsnaam 1] in [vestigingsplaats 2] had gehuurd voor haar ex vriend

[.] [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] -1989; 38

Ik heb de beelden bekeken, die door de beveiligingscamera van de [bedrijfsnaam 1] waren gemaakt. Ik zag dat de verdachte, die op de camerabeelden te zien is als de verdachte die uit het raam van de donkerkleurige personenauto hangt om vermoedelijk de code in te toetsen bij

het toegangshek, overeenkomstige gezichtskenmerken heeft als [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1986.39

Op 18 november 2017 is [P] als verdachte gehoord en zij heeft het volgende verklaard:

V: Jij wordt verdacht van verduistering van een gehuurde personenauto van het merk Volkswagen, type Passat, kleur: zwart, voorzien van het kenteken: [kenteken 1] . Wat kun jij daarover verklaren?

A: Ik had in 2015 een vriend van Marokkaanse komaf. Hij heet [verdachte] . Hij kwam op een dag naar mij toe. Hij vroeg vervolgens of wij een weekend weg zouden gaan met zijn zoontje en of we daarbij een auto zouden huren. Ik heb de auto gehuurd en de sleutels in ontvangst genomen. 40

V: Op de camerabeelden gemaakt door de beveiligingscamera's van [bedrijfsnaam 1] is een man te zien, waarvan wij jou nu een foto laten zien. Wie is deze man?

A: Dat is [voornaam van verdachte] . En dat is ook de auto. Hij heeft een soort eiland op zijn hoofd met krulletjes. Ik herken hem aan zijn gezicht. Ik herken hem 100 %. Dit is [voornaam van verdachte] , dit is mijn vriend geweest.41

Overweging van de rechtbank

Verdachte ontkent zijn betrokkenheid bij de op 23 december 2015 gepleegde inbraak. Daar staat echter tegenover dat twee ex-partners van verdachte ieder afzonderlijk van elkaar verklaren dat zij op verzoek van verdachte een auto en een bestelbus voor hem hebben gehuurd. [F] verklaart dat zij op verzoek van verdachte ook een opslagbox bij het bedrijf [bedrijfsnaam 1] in Amersfoort heeft gehuurd. Zowel de voor verdachte gehuurde bestelbus als de voor verdachte gehuurde auto zijn gebruikt bij de inbraak op 23 december 2015. Daarnaast zijn er camerabeelden voorhanden waarop de persoon te zien is, die met de toegangscode van [F] , op 23 december 2015 het terrein van [bedrijfsnaam 1] oprijdt.

[P] is er 100% van overtuigd dat de persoon die de code intoetst verdachte is, terwijl verbalisant [verbalisant 6] verklaart dat de persoon die op de beelden te zien is overeenkomstige gezichtskenmerken als verdachte heeft.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is die op 23 december 2015 de toegangscode voor het terrein voor [bedrijfsnaam 1] intoetst, en dat het verdachte is die vervolgens samen met anderen de diefstal pleegt uit opslagbox [nummeraanduiding 3] . De rechtbank vindt feit 8 daarom wettig en overtuigend bewezen.

Feit 9:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Er ligt alleen de aangifte van [Q] , waaraan een aantal bijlagen zijn toegevoegd. Verder is er geen bewijs. De feitelijke bedreiging door verdachte zou telefonisch hebben plaatsgevonden en daar is geen bewijs van voorhanden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat dat verdachte [Q] telefonisch heeft bedreigd om haar te dwingen om geld over te maken, nog daargelaten dat het dreigen met het plaatsen van een filmpje op internet niet valt te kwalificeren als bedreiging met smaadschrift. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit feit.

Feit 10:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich op 20 mei 2019 schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt dat het ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Omdat verdachte het feit heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit, kan worden volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 4 september 2019;

- het proces-verbaal van aangifte van [A] van 20 mei 201942;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 20 mei 201943.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1 subsidiair:

een of meer onbekend gebleven personen in de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te [woonplaats 1] met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld in een pand aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats 1] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 229 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen;

Feit 4

hij op 28 september 2015 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit [naam hotel] (gelegen aan de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te [vestigingsplaats 1] ) heeft weggenomen:

- een laptop (Apple, kleur: wit), toebehorende aan [G] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten met een sleutel waartoe verdachte niet bevoegd was deze te gebruiken;

Feit 5

hij op 4 oktober 2015 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen van zijn gading, toebehorende aan [naam hotel] en/of een onbekend gebleven slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met een sleutel (waartoe verdachte niet bevoegd was deze te gebruiken) de (hotel)kamer binnen is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 6

hij op 26 september 2015 te [woonplaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen twee (hardloop)horloges, een aktetas (bruin leer), een laptop (merk: Asus), twee fietssleutels, drie luidsprekers, een zonnebril (Rayban), twee cadeaubonnen (samen ter waarde van 150 euro), 300 euro aan contant geld, een paspoort (op naam van [K] ) en een rijbewijs (op naam van [L] ), toebehorende aan [L] en/of [K] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 7

hij op 23 oktober 2015 te [woonplaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen twee laptops (een zilveren Apple Macbook en een zwarte Dell Notebook), een telefoon (iPhone 4S) en een paraplu (merk: Senz), toebehorende aan [M] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 8

hij op 23 december 2015 te [vestigingsplaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een opslagbox (nummer [nummeraanduiding 3] ) van opslagbedrijf [bedrijfsnaam 1] heeft weggenomen meerdere pakken melk/babypoeder (merk: Nutrilon), toebehorende aan [O] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 10

hij op 20 mei 2019 te [woonplaats 1] meerdere sieraden, toebehorende aan [bedrijfsnaam 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [A] en [getuige] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [A] een duw te geven en zich los te rukken van die [getuige] ;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 4: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutel;

Feit 5: poging diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutel;

Feit 6: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 7: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 8: medeplegen diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 10: diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd. Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten kunnen alleen de twee woninginbraken en de diefstal met geweld bewezen worden verklaard. Dat betekent minder feiten dan waar de officier van justitie zijn strafeis op baseert. Het gaat bovendien om oude feiten, verdachte heeft deels bekend en verdachte heeft kenbaar gemaakt zijn leven te willen beteren. Daarvoor heeft hij hulp gezocht, is hij gestopt met blowen en heeft hij zich aangemeld bij hulpverleningsinstantie [naam hulpverleningsinstantie] .

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in 2015 in een korte tijd schuldig gemaakt aan een lange lijst van misdrijven, waaronder meerdere (woning)diefstallen met braak. Het is een feit van algemene bekendheid dat woninginbraken voor de slachtoffers als zeer ingrijpend worden ervaren, nu een onbekende je huis binnenkomt, door je spullen heengaat, overal aan zit en spullen die van jou zijn, wegneemt. Dit soort feiten zorgen in de samenleving voor gevoelens van onveiligheid. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal uit een hotelkamer en een poging daartoe, telkens uit hetzelfde hotel. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak, waarbij hij samen met anderen een groot aantal pakken babypoeder heeft gestolen. Ook hieruit blijkt dat verdacht geen enkel respect toont of heeft voor andermans eigendommen. Verder heeft verdachte in 2015 zijn woning ter beschikking gesteld voor de teelt van hennep. Het kweken van een softdrug als hennep is een strafbaar feit dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft zich kennelijk om deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag. Tot slot heeft verdachte zich op 20 mei 2019 schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal, waarbij door hem geweld is gebruikt. Tijdens de zitting is een verklaring van het slachtoffer voorgelezen en daaruit blijkt dat de winkeldiefstal en met name het geweld dat daarbij door verdachte is gebruikt, diepe impact heeft gehad op het slachtoffer. Uit de verklaring blijkt dat dit ertoe heeft geleid dat het slachtoffer zelfs enige tijd is gestopt met werken in haar winkel. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 augustus 2019. Daaruit blijkt dat verdachte vóór het plegen van bovenstaande feiten al veel vaker is veroordeeld voor dergelijke feiten. Kennelijk maakt een en ander weinig indruk op verdachte. De rechtbank zal dit dan ook in het nadeel van verdachte meewegen

Mevrouw [R] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland [..] [........] , heeft op 19 augustus 2019 een rapport over verdachte uitgebracht. Daarin staat dat de reclassering het wenselijk vindt dat er nader psychologisch onderzoek wordt verricht, aangezien er veel onduidelijkheid bestaat over de psychische problematiek van verdachte en welke begeleiding (en mogelijk behandeling) verdachte nodig heeft. Verdachte heeft de reclassering toestemming gegeven om een psychologisch onderzoek in gang te zetten en dat wordt ook gedaan. Daarnaast schrijft de reclassering dat het vooralsnog moeilijk is in te schatten of reclasseringstoezicht meerwaarde heeft bij verdachte. Nu hij de zelfstandigheid en het initiatief toont om een traject als [naam hulpverleningsinstantie] aan te gaan, is het waarschijnlijk goed om hem deze kans te bieden in het kader van detentiefasering (bijvoorbeeld als Penitentiair Programma). De reclassering gaat ervan uit dat reclasseringsbemoeienis tijdens een Penitentiair Programma beter haalbaar is dan een tweejarig toezichttraject. Het advies van de reclassering luidt om verdachte nu af te straffen, omdat vooralsnog geen mogelijkheden worden gezien om met een tweejarig toezicht de risico's te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. De reclassering kan dan later in beeld kan komen om te zien of het verdachte gelukt is om het psychologisch onderzoek af te ronden en de detentiefasering aan te gaan.

De officier van justitie vordert verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden. De hoogte van de gevorderde gevangenisstraf is naar het oordeel van de rechtbank niet passend, gelet op de hoeveelheid strafbare feiten en de aard en ernst van de verschillende feiten. Dat de rechtbank oordeelt dat niet met een andere straf dan een vrijheidsbenemende straf kan worden volstaan. De rechtbank houdt als uitgangspunt bij de strafoplegging onder meer rekening met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van LOVS. Voor een woninginbraak is dat vijf maanden gevangenisstraf bij recidive (feiten 6 en 7). Voor een winkeldiefstal met na betrapping eenvoudig geweld bij recidive is dat drie maanden gevangenisstraf (feit 10). Voor een bedrijfsinbraak is dat tweeëneenhalve maand gevangenisstraf bij recidive (feit 8). Voor feit 1 subsidiair (medeplichtig aan het telen van 229 hennepplanten) acht de rechtbank een gevangenisstraf van een maand passend en geboden. Voor de diefstal en de poging diefstal met valse sleutel uit een hotelkamer (feiten 4 en 5) acht de rechtbank een gevangenisstraf van viereneenhalve maand passend en geboden. Voor de veroordeling van de woninginbraken, de diefstal en de poging diefstal met valse sleutel uit een hotelkamer, de bedrijfsinbraak, de winkeldiefstal met geweld en de medeplichtigheid aan hennepteelt komt de rechtbank op basis van deze oriëntatiepunten uit op een gevangenisstraf van 21 maanden, waarbij rekening is gehouden met de hiervoor vermelde strafverzwarende omstandigheden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

9 BENADEELDE PARTIJEN

Stedin Netbeheer B.V. heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.350,20 aan materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

[A] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 233,07 aan materiele schade en een bedrag van € 600,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 10 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk is in haar vordering. De vordering van [A] is toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt dat Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering. De vordering van [A] wordt niet betwist.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het onder 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vaststaat dat de benadeelde partij [A] als gevolg van het hiervoor onder 10 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 833,07 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 mei 2019 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [A] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 833,07, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 mei 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 17 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [A] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    36f, 45, 47, 48, 49, 57, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    3 en 11 van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart de ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 21 maanden

- beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen

Stedin Netbeheer B.V.

- verklaart Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

[A]

- wijst de vordering van [A] toe tot een bedrag van € 833,07;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [A] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2019 tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 833,07 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 17 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Danel, voorzitter, mrs. G.A. Bos en E.J.W. Verhaagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 september 2019.

Mr. Bos is buiten staat mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te Utrecht) een hoeveelheid

van (in totaal) ongeveer 229 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks in de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te Utrecht) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 229 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of

omstreeks 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

2

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te Utrecht heeft weggenomen 6270 kWh aan elektriciteit althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

3

hij in of omstreeks de periode van 17 juli 2015 tot en met 14 november 2015 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal telkens een of meerdere goederen, te weten onder andere een telefoon (merk:

LG, kleur wit) en/of een beamer en/of een speaker heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

4

hij in of omstreeks de periode van 10 september 2015 tot en met 28 september 2015 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit hotel/B&B [naam hotel] (gelegen aan de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te Utrecht ) heeft weggenomen:

- op 10 september 2015 een telefoon (merk: Asus, kleur: zwart), sleutel, kleding en/of een tas (merk: Pukkel) en/of diverse opladers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [S] , en/of

- op 10 september 2015 een televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel] , en/of

- op 28 september 2015 een laptop (Apple, kleur: wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [G] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, te weten met een sleutel waartoe verdachte niet bevoegd was deze te gebruiken;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

5

hij op of omstreeks 4 oktober 2015 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel] en/of een onbekend gebleven slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, met een sleutel (waartoe verdachte niet bevoegd was deze te gebruiken) de (hotel)kamer binnen is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 4 oktober 2015 te Utrecht in de woning, het besloten lokaal en/of het erf, gelegen aan [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te Utrecht bij een ander, te weten bij Hotel/B&B [naam hotel] (op/in een hotelkamer), althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik

wederrechtelijk is binnengedrongen;

( art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

6

hij op of omstreeks 26 september 2015 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen twee (hardloop)horloges, een aktetas (bruin leer), een laptop (merk: Asus), twee fietssleutels, drie luidsprekers, een zonnebril (Rayban), twee cadeaubonnen (samen ter waarde van 150 euro), 300 euro aan contant geld, een paspoort (op naam van [K] ) en/of een rijbewijs (op naam van [L] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [L] en/of [K] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

7

hij op of omstreeks 23 oktober 2015 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning een gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen twee laptops (een zilvere Apple Macbook en/of een zwarte Dell Notebook), een telefoon (iPhone 4S) en/of een paraplu (merk: Senz), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [M] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

8

hij op of omstreeks 23 december 2015 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een opslagbox (nummer [nummeraanduiding 3] ) van opslagbedrijf [bedrijfsnaam 1] heeft weggenomen een of meerdere pakken melk/babypoeder (merk: Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [O] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

9

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2018 tot en met 24 augustus 2018 te Maarssen en/of Utrecht, althans in Nederland en/of Marokko, een ander, te weten [Q] , door bedreiging met smaad en/of smaadschrift gericht tegen die [Q] heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten geld over te maken op de rekening van verdachte door (telefonisch) tegen die [Q] de woorden toe te voegen "Als je het geld niet overmaakt naar mij plaats ik een filmpje van jou op Facebook", althans woorden van gelijkende bedreigende aard of strekking en/of (daarbij) het filmpje (waarop die [Q] op een intieme wijze te zien is) te laten zien waar verdachte op doelde en/of (vervolgens) dit voornoemde filmpje op een (besloten) groep ( [naam (besloten) groep] ) op Facebook te plaatsen;

( art 284 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2018 tot en met 24 augustus 2018 te Maarssen en/of Utrecht, althans in Nederland en/of in Marokko, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, een ander, te weten [Q] , door bedreiging met smaad en/of smaadschrift gericht tegen die [Q] te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten geld over te maken op de rekening van verdachte, (telefonisch) tegen die [Q] de woorden toegevoegd te hebben "Als je het geld niet overmaakt naar mij plaats ik een filmpje van jou op Facebook", althans woorden van gelijkende bedreigende aard of strekking en/of (daarbij) het filmpje (waarop die [Q] op een intieme wijze te zien is) heeft laten zien waar verdachte op doelde en/of (vervolgens) dit voornoemde filmpje op een (besloten) groep ( [naam (besloten) groep] ) op Facebook heeft geplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

10

hij op of omstreeks 20 mei 2019 te Utrecht een of meerdere sieraden, en elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [bedrijfsnaam 2] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [A] en/of [getuige] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [A] een duw te geven en/of zich los te rukken van die [getuige] ;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 28 januari 2016, genummerd PL0900-2016022578 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 296, het proces-verbaal van 4 juni 2019, genummerd PL0900-2016022578 B, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 297 tot en met 370 en het proces-verbaal van 8 augustus 2019, genummerd PL0900-2016022578, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 371 tot en met 550. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 6 augustus 2015, pagina 165.

3 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 6 augustus 2015, pagina 166.

4 Een geschrift als bedoeld in 344 lid 1 ahf en onder 5 Wetboek van strafvordering (Sv), doorgenummerde pagina’s 177 tot en met 185.

5 Proces-verbaal aangifte van 1 september 2015, pagina 33.

6 Proces-verbaal aangifte van 1 september 2015, pagina 34.

7 Proces-verbaal van de zitting van 4 september 2019.

8 Proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina 46.

9 Proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina 47.

10 Proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina 51.

11 Proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina 52.

12 Bijlage bij proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina 56.

13 Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina 57.

14 Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina 58.

15 Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina 59.

16 Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina 60.

17 Proces-verbaal van bevindingen van 17 november 2015, pagina 62.

18 Proces-verbaal van aangifte van 29 december 2015, pagina 65.

19 Proces-verbaal van aangifte van 29 december 2015, pagina 66.

20 Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina 72.

21 Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina 73.

22 Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina 74.

23 Proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2015, pagina 69.

24 Proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2015, pagina 61.

25 Proces-verbaal van de zitting van 4 september 2019.

26 Proces-verbaal van aangifte van 27 september 2015, pagina 117.

27 Proces-verbaal van aangifte van 27 september 2015, pagina 118.

28 Proces-verbaal van aangifte van 25 oktober 2015, pagina 76.

29 Proces-verbaal van aangifte van 25 oktober 2015, pagina 77.

30 Proces-verbaal van aangifte van 24 december 2015, pagina 332.

31 Proces-verbaal van aangifte van 24 december 2015, pagina 333.

32 Proces-verbaal van aangifte van 24 december 2015, pagina 334.

33 Proces-verbaal van verhoor benadeelde van 24 december 2015, pagina 336.

34 Proces-verbaal van verhoor benadeelde van 24 december 2015, pagina 337 en 338 (goederenbijlage).

35 Proces-verbaal van bevindingen van 19 januari 2016, pagina 339.

36 Het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2016, pagina 340.

37 Het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2016, pagina 341.

38 Het proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2016, pagina 346.

39 Het proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2016, pagina 347.

40 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [P] van 18 november 2017, pagina 366.

41 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [P] van 18 november 2017, pagina 368.

42 Het proces-verbaal van aangifte van 20 mei 2019, pagina 255 en 256.

43 Het proces-verbaal van verhoor getuige van 20 mei 2019, pagina 267 en 268.