Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4327

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
03-10-2019
Zaaknummer
242808-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid aan een straatroof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/242808-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 september 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres 1] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting 3 september 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Goedegebuure en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. R. Zwiers, advocaat te Almere, alsmede mr. H. Gase, eveneens advocaat te Almere, namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair

een door [A] en/of [B] en/of één of meer van zijn mededaders op 20 november 2018 te Almere gepleegde diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld en/of afpersing van meerdere goederen van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op 20 november 2018 te Almere heeft uitgelokt of daaraan medeplichtig is geweest;

subsidiair

in de periode van 20 november 2018 tot en met 29 november 2018 te Almere een iPhone 8+ heeft geheeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de primair ten laste gelegde uitlokking van diefstal met geweld en bedreiging met geweld, in vereniging gepleegd, wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat verdachte met aangever [slachtoffer 2] bij een andere school had afgesproken dan waar het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden en daarom ook niets met de beroving van doen heeft gehad. De iPhone 8+ die verdachte in zijn bezit had, heeft hij een maand voorafgaand aan het tenlastegelegde gekregen van zijn oom, hetgeen zijn oom ook heeft verklaard.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Aangever [slachtoffer 1] heeft als volgt verklaard. Op 20 november 2018 ging hij met zijn vriend [voornaam van slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) naar Almere Haven omdat [voornaam van slachtoffer 2] daar had afgesproken met een klasgenoot om een oplader op te halen. Zij reden naar het schoolplein van basisschool [basisschool 1] op de [adres 2] in [plaatsnaam] en kwamen daar om ongeveer 19.20 uur aan. Hij zag vervolgens twee mannen aan komen lopen. Dader 2 liep op [voornaam van slachtoffer 2] af en dader 1 kwam op hem af. Dader 1 pakte hem vast bij zijn arm waar hij een goudkleurig armbandje droeg en probeerde dit armbandje af te doen. Dat lukte niet, waarop [slachtoffer 1] het armbandje zelf heeft afgedaan en aan dader 1 heeft gegeven. Dader 1 vroeg of hij nog meer bij zich had. [slachtoffer 1] zag dat [voornaam van slachtoffer 2] zijn kleding uit moest trekken. [voornaam van slachtoffer 2] zei dat hij dat niet ging doen, waarop dader 1 een vuurwapen uit zijn broeksband pakte en deze op het hoofd van [voornaam van slachtoffer 2] richtte. Het vuurwapen raakte de keel van [voornaam van slachtoffer 2] . [voornaam van slachtoffer 2] deed vervolgens zijn jas uit en gaf deze aan de daders. [voornaam van slachtoffer 2] moest ook zijn schoenen uittrekken en dader 1 pakte deze van de grond. [slachtoffer 1] hoorde dader 2 zeggen: “Waag het niet om achter ons aan te rijden”.2

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat [voornaam van verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) hem via Snapchat had gevraagd of hij zijn oplader terug wilde hebben. Toen [slachtoffer 2] aangaf dat hij die graag terug wilde, antwoordde [voornaam van verdachte] hem via Snapchat ‘kom naar [basisschool 1] met 15 minuten’. [slachtoffer 2] is daar met [voornaam van slachtoffer 1] heengegaan en heeft aan [voornaam van verdachte] via Snapchat doorgegeven dat hij er was. [voornaam van verdachte] antwoordde hem dat hij er met vijf minuten aan kwam. Toen hij daar stond te wachten, zag hij twee personen aan komen lopen. Persoon 1 vroeg wat voor telefoon hij had en of hij hem mocht hebben. [slachtoffer 2] zei daarop dat hij niet ging uitloggen. Hij zag dat persoon 1 zijn jas omhoog deed en een zwart vuurwapen uit zijn broeksband haalde. Hij hoorde persoon 1 zeggen: “Jij gaat nu je telefoon uitloggen”. [slachtoffer 2] pakte hierop zijn telefoon en heeft het Apple account uitgelogd. Persoon 1 vroeg “wat heb je nog meer” en pakte de pols van aangever beet. Persoon 1 probeerde het Rolex horloge van [slachtoffer 2] arm af te halen, maar kreeg dit niet voor elkaar. Daarop heeft [slachtoffer 2] die zelf afgedaan en afgegeven aan persoon 1. Persoon 2 zei vervolgens “kijk zijn schoenen”, waarop persoon 1 zei dat hij zijn schoenen uit moest doen. [slachtoffer 2] heeft ze uitgedaan en afgegeven aan persoon 1. Hij voelde dat persoon 1 met zijn handen in zijn jaszakken ging. [slachtoffer 2] droeg twee jassen; de onderste van het merk Stone Island en de bovenste van Air Force. [slachtoffer 2] voelde dat het vuurwapen tegen zijn slaap aan de linkerkant van zijn hoofd werd gezet. Hij hoorde persoon 1 hierbij zeggen: “Je moet sowieso meer bij je hebben, wat heb je er nog onder aan”. Persoon 1 stopte het vuurwapen weer in zijn broeksband en voelde met zijn handen in de jaszakken van de Stone Island jas. Persoon 1 haalde er een Apple telefoonoplader, een powerbank en een potje vaseline uit en stopte dit in zijn eigen jaszak. Toen persoon 1 tegen hem zei “doe je jas uit” heeft hij de Stone Island jas uitgedaan en afgegeven aan persoon 1. Hij voelde dat persoon 1 ook zijn pet van het merk Dsquared van zijn hoofd aftrok. Persoon 1 haalde weer zijn vuurwapen uit zijn broeksband en zei: “Als jullie gaan snitchen dan weet ik jullie te vinden”. Hij wees met het vuurwapen in de richting van aangever en daarna richting [voornaam van slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] heeft ook zijn zwarte Apple iPhone 8+ en een hoesje voor deze telefoon, een ABN Amro spaarpas en contant geld ten bedrage van € 30,- moeten afgeven.3

Door zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] werd [A] van een foto herkend als degene die zij omschrijven als de dader met het vuurwapen.4 [A] heeft ook bekend de straatroof te hebben gepleegd.5

Tijdens een doorzoeking in de woning van verdachte op 29 november 2018 werd daar een Apple iPhone 8+ aangetroffen die [slachtoffer 2] heeft herkend als zijn eigendom,6 en waarvan het IMEI-nummer ook overeenkomt met IMEI-nummer van de van [slachtoffer 2] weggenomen telefoon.7

Onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de bij verdachte aangetroffen telefoon van [slachtoffer 2] wijst uit dat tot 20 november 2018 te 19.21.34 uur het telefoonnummer van [slachtoffer 2] in de telefoon zat en het telefoonnummer van verdachte van 21 november 2018 te 19.19.06 uur tot en met 29 november 2018 te 06.06.18 uur (verdachte werd op laatstgenoemde datum vroeg in de ochtend aangehouden).8

[slachtoffer 2] heeft op 27 november 2018 verklaard dat hij die dag op de Snapchat van verdachte een foto zag van verdachte met in zijn hand de telefoon van [slachtoffer 2] . Hij herkende zowel zijn telefoon als het hoesje.9 Op woensdag (de rechtbank begrijpt: 28 november 2018) na de gymles reed [slachtoffer 2] met zijn scooter langs de bushalte waar verdachte zat en zag hij dat verdachte op een grote zwarte telefoon zat te kijken. [slachtoffer 2] zag dat het zijn telefoon was, want hij zag er een grote kras op zitten, net als op zijn telefoon. Ook reageerde verdachte geschrokken toen hij [slachtoffer 2] zag en stopte hij de telefoon meteen weg.10

Verdachte heeft verklaard dat hij met [slachtoffer 2] had afgesproken bij basisschool [basisschool 1] in [plaatsnaam] .11

Bewijsoverwegingen

Op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte een afspraak heeft gemaakt met [slachtoffer 2] , onder het mom van het teruggeven van een telefoonoplader. [slachtoffer 2] , die samen was met [slachtoffer 1] , ontmoette op 20 november 2018 rond 19.20 uur vervolgens niet verdachte, maar twee andere personen die hem en [slachtoffer 1] onder geweld en bedreiging met geweld hebben gedwongen tot afgifte van meerdere goederen en goederen hebben weggenomen. Binnen 24 uur na deze beroving beschikte verdachte over de telefoon van [slachtoffer 2] . Uit het onderzoek naar de historische verkeersgegevens van deze telefoon volgt namelijk dat op 21 november 2018 om 19.19.06 uur het telefoonnummer van verdachte in deze telefoon zat. [slachtoffer 2] heeft vervolgens een week na de ten laste gelegde datum van 20 november 2018 gezien dat verdachte zijn telefoon in handen had, eerst op een foto via Snapchat en een dag later ook toen hij verdachte na schooltijd ontmoette. De verklaring van verdachte tijdens verhoor door de politie op 29 november 2018 dat hij die telefoon een maand had en van zijn oom heeft gekregen (pagina 317 van het procesdossier), is direct in tegenspraak met de historische verkeersgegevens met betrekking tot deze telefoon. Deze verklaring van verdachte bezigt de rechtbank tot het bewijs, nu deze verklaring kennelijk leugenachtig is en afgelegd is om de waarheid te bemantelen.

Uit voornoemde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte aan [A] en zijn mededader informatie heeft verstrekt over de tijd en plaats waar hij met [slachtoffer 2] had afgesproken, kennelijk met het opzet om [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] onder geweld en bedreiging met geweld goederen af te nemen. Verdachte is hieraan aldus medeplichtig geweest.

Dat verdachte met [slachtoffer 2] bij basisschool [basisschool 1] had afgesproken terwijl [slachtoffer 2] volgens zijn latere verklaring bij basisschool [basisschool 2] stond, doet aan de bewezenverklaring niet af, nu beide scholen volgens het proces-verbaal van bevindingen (pagina 1050) hemelsbreed op vijftig meter van elkaar liggen en [basisschool 1] vanaf het schoolplein van [basisschool 2] duidelijk te zien is.

Van door verdachte gebruikte uitlokkingsmiddelen is niet gebleken, zodat de rechtbank verdachte van dat deel van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken.

De primair ten laste gelegde medeplichtigheid aan diefstal met (bedreiging met) geweld en afpersing, in vereniging gepleegd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Primair

[A] en zijn mededader op 20 november 2018 te Almere, tezamen en in vereniging met elkaar, op of aan de openbare weg, een pet (merk Dsquared) en een powerbank en een telefoonlader (merk Apple) en vaseline dat aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , hebben weggenomen met het oogmerk om het zich en/of zijn mededader(s) wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door

- voornoemde [slachtoffer 1] bij zijn arm vast te pakken en vast te houden en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en voor te houden en daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen: 'jij gaat nu je telefoon uitloggen' en 'wat heb je nog meer' en

- vervolgens voornoemde [slachtoffer 2] bij zijn pols vast te pakken en

- voornoemde [slachtoffer 2] te sommeren zijn horloge en schoenen af/uit te doen en

- zijn, verdachtes, handen in de zakken van de jas van voornoemde [slachtoffer 2] te steken, en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] te drukken en daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen: 'je moet sowieso nog meer bij je hebben, wat heb je er nog onder aan' en

- vervolgens voornoemde [slachtoffer 2] te sommeren zijn jas uit te doen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en te richten aan/op voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te zeggen: 'als jullie gaan snitchen dan weet ik jullie te vinden' en 'waag het niet om achter ons aan te rijden';

en

[A] en zijn mededader op 20 november 2018 te Almere, tezamen en in vereniging met elkaar, op of aan de openbare weg, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gedwongen tot de afgifte van een armband en een jas (merk Stone Island) en een horloge (merk Rolex) en een mobiele telefoon (merk Iphone 8+) en een hoesje en een spaarpas en een geldbedrag (ongeveer 30 euro), toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , door

- voornoemde [slachtoffer 1] bij zijn arm vast te pakken en vast te houden en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en voor te houden en daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen: 'jij gaat nu je telefoon uitloggen' en 'wat heb je nog meer' en

- vervolgens voornoemde [slachtoffer 2] bij zijn pols vast te pakken en

- voornoemde [slachtoffer 2] te sommeren zijn horloge en schoenen af/uit te doen en

- zijn, verdachtes, handen in de zakken van de jas van voornoemde [slachtoffer 2] te steken en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] te drukken en daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen: 'je moet sowieso nog meer bij je hebben, wat heb je er nog onder aan', en

- vervolgens voornoemde [slachtoffer 2] te sommeren zijn jas uit te doen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en te richten aan/op voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en daarbij tegen voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te zeggen: 'als jullie gaan snitchen dan weet ik jullie te vinden' en 'waag het niet om achter ons aan te rijden';

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 20 november 2018 te Almere, opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door die [A] en/of zijn mededader informatie te verschaffen over de plaats en het tijdstip van de afspraak met voornoemde [slachtoffer 2] .

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

medeplichtigheid

aan diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden met als bijzondere voorwaarde de maatregel Toezicht en Begeleiding en daarnaast een taakstraf van zestig uren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, in verband met de door hem bepleite vrijspraak, geen strafmaatverweer gevoerd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een straatroof, die door twee anderen is gepleegd, door hen informatie te verschaffen over de plaats waar en het tijdstip waarop hij met een van de slachtoffers had afgesproken om hem zijn telefoonoplader terug te geven. Beide daders hebben de slachtoffers, onder meer onder bedreiging van een wapen dat op een echt vuurwapen leek en dat op het hoofd van één van de slachtoffers werd gezet, meerdere kostbare spullen afhandig gemaakt. Verdachte heeft op een slinkse manier slachtoffers en daders bij elkaar weten te brengen en heeft er nadien van geprofiteerd door het bezit van de telefoon van één van de slachtoffers.

Berovingen kunnen voor de direct betrokkenen bijzonder traumatiserend zijn, wat tot langdurige psychische schade kan leiden. De schriftelijke slachtofferverklaring van één van de slachtoffers geeft blijk van de enorme impact die het gebeuren op hem heeft gehad. Daarnaast versterken feiten als deze ook gevoelens van angst en onveiligheid die leven in de samenleving. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Hij heeft kennelijk alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin.

Hoewel het verdachte vrijstaat zich op zijn zwijgrecht te beroepen of te ontkennen, heeft hij daarmee ook getoond geen verantwoordelijkheid te willen nemen voor zijn daden. Verdachte heeft geen openheid van zaken gegeven en zelfs een leugenachtige verklaring afgelegd. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk en vindt het bovendien, zeker gelet op zijn nog jonge leeftijd, zeer zorgelijk.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 5 februari 2019 betreffende verdachte. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Uit een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 21 februari 2019 volgt dat de kans op herhaling aanwezig is gezien de zorgen en aandachtspunten die er zijn. Een stevige stok achter de deur is voor verdachte een goede motivatie om niet in herhaling te vallen. Gelet op het gegeven dat verdachte in voorarrest heeft gezeten, vindt de Raad een geheel voorwaardelijke jeugddetentie het meest passend. Toezicht en Begeleiding zijn nodig om verdachte te ondersteunen op het gebied van school, vrienden, vrije tijd en attitude. Daarnaast kan aan verdachte een forse werkstraf worden opgelegd. Ter terechtzitting is door [C] , zittingsvertegenwoordiger van de Raad, in aanvulling op het rapport verklaard dat niet duidelijk is waardoor het gedrag van verdachte veroorzaakt wordt en dat om die reden geen specifieke bijzondere voorwaarden worden geadviseerd.

Door [D] , jeugdreclasseringswerker bij Samen Veilig Midden-Nederland, is ter terechtzitting verklaard dat verdachte en zijn moeder positief hebben meegewerkt aan de voorwaarden die in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn gesteld. Save komt tot hetzelfde strafadvies als de Raad voor de Kinderbescherming.

De straf

De rechtbank overweegt dat het zeer zorgelijk is dat door de (proces)houding van verdachte en diens opstelling in de contacten met de Raad en de jeugdreclassering niet duidelijk is geworden waardoor zijn gedrag veroorzaakt wordt. Daardoor kan de rechtbank immers geen specifieke bijzondere voorwaarden opleggen om verdachte te helpen herhaling van dit en ander zorgwekkend gedrag in de toekomst te voorkomen.

Gelet op de ernst van het feit vindt de rechtbank een jeugddetentie van 120 dagen passend en geboden. Een deel daarvan, namelijk 97 dagen, zal voorwaardelijk worden opgelegd en dient als stok achter de deur om verdachte er in de toekomst van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan dit voorwaardelijk deel zal als bijzondere voorwaarde de maatregel van Toezicht en Begeleiding worden verbonden. Het onvoorwaardelijk deel wordt gelijkgesteld aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, zodat verdachte niet opnieuw vast komt te zitten. In de strafoplegging is rekening gehouden met een andere strafzaak tegen verdachte, die gelijktijdig met onderhavige strafzaak is behandeld maar niet is gevoegd en waarin de rechtbank eveneens op 17 september 2019 vonnis wijst. In deze zaak is aan verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf opgelegd. De rechtbank zal daarom in onderhavige zaak geen taakstraf aan verdachte opleggen.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.088,46. Dit bedrag bestaat uit € 1.088,46 materiële schade en € 2.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in verband met de door hem bepleite vrijspraak moet worden afgewezen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De schade voor zover die betrekking heeft op de schadeposten ‘kosten telefoonabonnement’ en ‘reiskosten’ ter hoogte van in totaal € 201,46 komt voor vergoeding in aanmerking.

De schade voor zover die betrekking heeft op de schadepost ‘beveiligingsmateriaal’ komt niet voor toewijzing in aanmerking omdat onvoldoende sprake is van een causaal verband tussen deze schade en het bewezen verklaarde feit en daarom geen rechtstreekse schade is. Voor dat deel van de vordering zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal de vordering aan materiële schade dus tot het bedrag van € 201,46 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 november 2018 tot de dag van volledige betaling.

Gelet op de aard van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en schadevergoedingen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden toegewezen, acht de rechtbank een vergoeding van € 1.000,- voor de geleden immateriële schade billijk. De rechtbank zal de vergoeding voor immateriële schade dan ook tot dit bedrag toewijzen en voor het overige afwijzen.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.201,46, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 november 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met vijf dagen jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het primair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 120 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 97 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding zal melden bij Samen Veilig Midden-Nederland op het adres [adres 3] te [plaatsnaam] en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal blijven melden, zo frequent en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

- waarbij Samen Veilig Midden-Nederland opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partij

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.201,46, bestaande uit een vergoeding van € 201,46 voor materiële schade en een vergoeding van € 1.000,- voor immateriële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    wijst de vordering voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade af;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 1.201,46 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2018 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met vijf dagen jeugddetentie;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van de datum waarop het vonnis onherroepelijk wordt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Wilken, voorzitter, mr. R.B. Eigeman, kinderrechter, en mr. A.W.M. van Hoof, rechter, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 september 2019.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

[A] en/of [B] en/of één of meer van zijn mededader(s) op of omstreeks 20 november 2018 te Almere, althans in het Arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, op of aan de openbare weg (te weten de

[adres 2] ), een armband en/of een jas (merk Stone Island) en/of een horloge (merk Rolex) en/of een pet (merk Dsquared) en/of een mobiele telefoon (merk Iphone 8+) en/of een hoesje en/of een powerbank en/of een telefoonlader (merk Apple) en/of vaseline en/of een spaarpas en/of een geldbedrag (ongeveer 30 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of

ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich en/of één of meer van zijn/hun mededader(s) wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- voornoemde [slachtoffer 1] bij zijn arm vast te pakken en/of vast te houden en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of voor te houden en/of (daarbij) tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen: 'jij gaat nu je telefoon uitloggen' en/of 'wat heb je nog meer', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] bij zijn pols en/of arm vast te pakken en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] te sommeren zijn horloge en/of schoenen af/uit te doen en/of

- zijn, verdachtes, handen in de zak(ken) van voornoemde [slachtoffer 2] te steken, althans daarin te voelen en/of

- ( met kracht) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd en/of de keel van voornoemde [slachtoffer 2] te drukken en/of (daarbij) tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen: 'je moet sowieso nog meer bij je hebben, wat heb je er nog onder aan', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] te sommeren zijn jas uit te doen en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of te richten aan/op voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of (daarbij) tegen voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] te zeggen: 'als jullie gaan snitchen dan weet ik jullie te

vinden' en/of 'waag het niet om achter ons aan te rijden', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

en/of

[A] en/of [B] en/of één of meer van zijn mededader(s) op of omstreeks 20 november 2018 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, op of aan de openbare weg (te weten de

[adres 2] ) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een armband en/of een jas (merk Stone Island) en/of een horloge (merk Rolex) en/of een pet (merk Dsquared) en/of een mobiele telefoon (merk Iphone 8+) en/of een hoesje en/of een powerbank en/of een telefoonlader (merk Apple) en/of vaseline en/of een spaarpas en/of een geldbedrag (ongeveer 30 euro), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door

- voornoemde [slachtoffer 1] bij zijn arm vast te pakken en/of vast te houden en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of voor te houden en/of (daarbij) tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen: 'jij gaat nu je telefoon uitloggen' en/of 'wat heb je nog meer', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] bij zijn pols en/of arm vast te pakken en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] te sommeren zijn horloge en/of schoenen af/uit te doen en/of

- zijn, verdachtes, handen in de zak(ken) van voornoemde [slachtoffer 2] te steken, althans daarin te voelen en/of

- ( met kracht) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd en/of de keel van voornoemde [slachtoffer 2] te drukken en/of (daarbij) tegen voornoemde [slachtoffer 2] te zeggen: 'je moet sowieso nog meer bij je hebben, wat heb je er nog onder aan', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] te sommeren zijn jas uit te doen en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of te richten aan/op voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of (daarbij) tegen voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] te zeggen: 'als jullie gaan snitchen dan weet ik jullie te

vinden' en/of 'waag het niet om achter ons aan te rijden', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 20 november 2018 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk die [A] en/of [B] en/of één of meer van zijn mededader(s) heeft uitgelokt

of

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die [A] en/of [B] en/of één of meer van zijn mededader(s) informatie te verschaffen over de plaats en/of tijdstip van de afspraak met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) of omstreeks de periode van 20 november 2018 tot en met 29 november 2018 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, (telkens) een goed te weten een mobiele telefoon (merk Iphone 8+ met imeinummer [imeinummer] )

heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 15 januari 2019, genummerd 2018334816/2018334815, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 100 t/m 136, 200 t/m 236, 300 t/m 329, 1000 t/m 1179 en 2000 t/m 2023. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 1001 t/m 1003.

3 Pagina 1007 t/m 1009.

4 Pagina 1025.

5 Pagina 1054.

6 Pagina 1080.

7 Pagina 1079.

8 Pagina 1129.

9 Pagina 1063.

10 Pagina 1116.

11 Pagina 319.