Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4292

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
C/16/484958 / FO RK 19-1130
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming inschrijving school. Klare taal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/484958 / FO RK 19-1130 (vervangende toestemming inschrijving school)

Beschikking van 17 september 2019

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de moeder,

advocaat mr. M. Marbus-Hulshof,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de vader,

advocaat mr. D. Simo.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

  • -

    het verzoekschrift van de moeder van 23 juli 2019 met productie 1-3;

  • -

    het e-mailbericht van de vader van 28 juli 2019;

  • -

    de brief van de moeder van 2 augustus 2019 met bijlagen;

  • -

    het verweerschrift van de vader van 3 september 2019 met productie 1-6;

  • -

    het faxbericht van de moeder van 6 september 2019 met gewijzigd verzoek en productie 4-7.

1.2.

De zitting was op 10 september 2019. Hierbij waren aanwezig:

  • -

    de moeder met haar advocaat;

  • -

    de vader met zijn advocaat;

  • -

    mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2 Vaststaande feiten

2.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd op [2011] te [woonplaats] . Bij beschikking van [2019] is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.

2.2.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

  • -

    [minderjarige 1] , geboren op [2011] te [geboorteplaats] ;

  • -

    [minderjarige 2] , geboren op [2013] te [geboorteplaats] .

2.3.

De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.

3. Verzoek en verweer

3.1.

De moeder verzoekt de rechtbank – na wijziging van haar verzoek – om vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te schrijven op de basisschool de [basisschool 1] in [woonplaats] .

3.2.

De vader is het niet eens met het verzoek van de moeder en verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te schrijven op de basisschool de [basisschool 2] (hierna: [basisschool 2] ) in [woonplaats] . Ook verzoekt de vader om de moeder te veroordelen in de proceskosten.

4 Beoordeling van het verzochte

Vervangende toestemming inschrijving school

4.1.

De rechtbank zal het verzoek van de vader toewijzen en vervangende toestemming verlenen om de kinderen in te schrijven op de basisschool [basisschool 2] . De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze beslissing komt.

4.2.

Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen ouders geschillen over de gezamenlijke gezagsuitoefening voorleggen aan de rechtbank. De rechtbank neemt een beslissing die zij in het belang van de kinderen wenselijk vindt.

4.3.

De rechtbank is met de Raad van oordeel dat de beste school voor de kinderen een school is waar de ouders samen voor hebben gekozen. In dit geval hebben de ouders toen zij gingen scheiden samen gekozen voor [basisschool 2] omdat zij dit de beste school voor hun kinderen vonden in de omgeving van [woonplaats] . De rechtbank ziet geen aanleiding om de keuze voor [basisschool 2] niet juist te vinden. [basisschool 2] is de buurtschool waardoor het voor de kinderen makkelijk is om sociale contacten te hebben met klasgenootjes. Ook kunnen de kinderen zelfstandig naar school fietsen, wat volgens de vader niet mogelijk is bij de [basisschool 1] omdat de kinderen dan een grote weg moeten oversteken. De moeder is op haar keuze voor [basisschool 2] teruggekomen omdat de vader volgens haar een relatie heeft met haar (voormalige) beste vriendin (hierna: mevrouw [B] ). De rechtbank begrijpt dat dit voor de moeder een moeilijke situatie is waarin de emoties hoog kunnen oplopen. Tegelijkertijd ziet de rechtbank ook dat de kinderen geen moeite hebben met de aanwezigheid van mevrouw [B] in hun leven. Volgens de vader is mevrouw [B] de afgelopen periode regelmatig bij de kinderen thuis geweest en vonden zij dit juist leuk. Daarnaast is het mogelijk dat er alsnog een relatie ontstaat tussen de vader en mevrouw [B] en zal de moeder nog vaker worden geconfronteerd met mevrouw [B] . De rechtbank vindt het voor de kinderen daarom het beste als de situatie wordt genormaliseerd. Als de kinderen nu naar een andere school zouden gaan, zou dit de situatie alleen maar meer beladen maken. Dat is niet in het belang van de kinderen. De moeder heeft zelf de relatie met de vader verbroken. De rechtbank vindt dan ook dat zij de vader de ruimte moet geven om zijn leven opnieuw in te richten en te delen met wie hij dat wil. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de moeder af en zal de vader vervangende toestemming verlenen om de kinderen in te schrijven op [basisschool 2] .

Proceskosten

4.4.

Het verzoek van de vader tot veroordeling van de moeder in de proceskosten zal de rechtbank afwijzen omdat dit verzoek onvoldoende is onderbouwd. De vader heeft onvoldoende gesteld om af te wijken van het uitgangspunt in familierechtzaken, namelijk dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De rechtbank zal daarom de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent de vader vervangende toestemming – in plaats van de toestemming van de moeder – om de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [2011] te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [2013] te [geboorteplaats] , met ingang van heden in te schrijven op de basisschool de [basisschool 2] in [woonplaats] ;

5.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. H.E. Broersma als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2019.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.