Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4139

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-09-2019
Datum publicatie
03-10-2019
Zaaknummer
C/16/484032 / FO RK 19-1058
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

informele rechtsingang 1:377g BW, vaststelling zorgregeling nav brief minderjarige. Overeenstemming tussen ouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/484032 / FO RK 19-1058

Vaststelling zorgregeling

Beschikking van 13 september 2019

in de zaak van:

betreffende de minderjarige

[naam minderjarige] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,

hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,

hierna te noemen de moeder,

en

[belanghebbende 2] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,

hierna te noemen de vader.

1 De procedure tot nu toe

1.1.

De kinderrechter heeft op 8 juli 2019 een brief ontvangen van [voornaam van minderjarige] .

1.2.

Naar aanleiding van die brief heeft de kinderrechter [voornaam van minderjarige] uitgenodigd voor een gesprek. Dat gesprek heeft plaatsgevonden op 18 juli 2019.

1.3.

Vervolgens heeft de kinderrechter de ouders uitgenodigd voor een gesprek. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 4 september 2019. Daarbij waren beide ouders aanwezig. Op die zitting heeft de moeder stukken aan de kinderrechter gegeven.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn gescheiden. De scheiding is op [echtscheidingsdatum] 2016 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.2.

Zij zijn de ouders van: [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] .

2.3.

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [voornaam van minderjarige] . Dat betekent dat zij belangrijke beslissingen over [voornaam van minderjarige] alleen samen kunnen nemen.

2.4.

[voornaam van minderjarige] staat in de administratie van de gemeente ingeschreven op het adres van haar moeder. Zij verblijft de ene week bij haar vader en de andere week bij haar moeder.

3 De beoordeling

Waar gaat het over?

3.1.

[voornaam van minderjarige] heeft een brief naar de kinderrechter gestuurd. In die brief schrijft [voornaam van minderjarige] dat zij graag bij haar moeder zou willen (blijven) wonen en om de week een weekend bij haar vader wil zijn. [voornaam van minderjarige] kan bij haar moeder thuis beter leren en voelt zich daar fijner. Ook vindt zij het huis van haar moeder fijner en zij heeft daar een jong zusje. [voornaam van minderjarige] heeft in haar brief ook geschreven dat haar ouders dat goed vinden, maar dat zij het niet eens kunnen worden over andere zaken en dat er daarom nog niets is veranderd [voornaam van minderjarige] wil graag duidelijkheid.

De standpunten

3.2.

De ouders hebben op de zitting gezegd dat zij het goed vinden als [voornaam van minderjarige] bij haar moeder blijft wonen en om de week van vrijdag tot en met zondag bij haar vader zal zijn.

De beoordeling

3.3.

De kinderrechter zal een zorgregeling vaststellen waarbij [voornaam van minderjarige] om de week van vrijdag tot en met zondag bij haar vader zal zijn. In de wet staat namelijk dat de rechter een zorgregeling kan vaststellen als een kind van twaalf jaar of ouder dat graag wil, terwijl de ouders daar zelf geen verzoek over hebben ingediend (artikel 1:377g juncto artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek). Aangezien [voornaam van minderjarige] al 13 jaar is kan de kinderrechter in dit geval dus een zorgregeling vaststellen. Bovendien zijn de ouders het eens met de door [voornaam van minderjarige] gevraagde regeling. Gelet daarop, en omdat nergens uit blijkt dat die zorgregeling niet in het belang is van [voornaam van minderjarige] , zal de kinderrechter die zorgregeling vaststellen. Op de zitting hebben de ouders gezegd dat zij het een goed idee vinden als [voornaam van minderjarige] in het weekend van 6 tot en met 8 september 2019 bij de vader is, en de zorgregeling daarna doorloopt. Daar gaat de kinderrechter dan ook vanuit.

Overige afspraken

3.4.

Op de zitting is ook gesproken over de kinderalimentatie die de vader aan de moeder betaalt voor [voornaam van minderjarige] . De ouders zijn het er over eens dat de wijziging van de zorgregeling ook effect moet hebben op de kinderalimentatie die de vader betaalt. De moeder wil graag dat door een advocaat zal worden berekend welk bedrag aan kinderalimentatie past bij de inkomens van de ouders. Daarom hebben zij afgesproken dat de moeder contact zal opnemen met een advocaat, zodat een alimentatieberekening kan worden gemaakt. De moeder zal die advocaat ook vragen welke stukken nodig zijn voor die berekening en de ouders hebben toegezegd dat zij die stukken aan zullen leveren. In de tussentijd zal de vader alvast € 150,- per maand aan de moeder betalen voor [voornaam van minderjarige] . Als achteraf blijkt dat die bijdrage anders is dan door de advocaat wordt berekend zullen de ouders de bijdrage met terugwerkende kracht aanpassen.

3.5.

Verder is op de zitting besproken dat de ouders het moeilijk vinden om elkaar te vertrouwen en met elkaar te communiceren. Daarom hebben zij afgesproken dat zij een ouderschapsbemiddelingstraject zullen volgen via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in [naam gemeente] . De vader zal contact opnemen met het CJG om de ouders aan te melden.

3.6.

Hoewel de hiervoor genoemde afspraken niet kunnen worden opgenomen in het dictum zijn de ouders wel verplicht om zich daaraan te houden. De kinderrechter hoopt dat het de ouders lukt om de communicatie te verbeteren en verdere afspraken te maken, omdat dat het beste is voor [voornaam van minderjarige] .

4 Beslissing

De kinderrechter:

4.1.

stelt de volgende zorgregeling vast:

- [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,

verblijft om de week van vrijdag tot en met zondag bij de vader;

4.2.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Gaertman, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Geerding als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.