Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:4112

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-09-2019
Datum publicatie
30-09-2019
Zaaknummer
7372979 UA EXPL 18-928
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

art. 21 Burgerlijke Rechtsvordering. Juist van een zorgverzekeraar mag worden verwacht dat zorgvuldig onderzoek wordt gedaan naar de relevante feiten en omstandigheden alvorens opdracht te geven om een juridische procedure te starten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7372979 UA EXPL 18-928 SHD/1023

Vonnis van 20 februari 2019

inzake

de naamloze vennootschap

Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Zilveren Kruis,

eisende partij,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] , gemeente Vianen,

gedaagde partij,

gemachtigde: G.E.M. Bouwman.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 19 december 2018, waarmee nadere inlichtingen zijn gevraagd en een zitting is bepaald;

  • -

    de akte overlegging producties van Zilveren Kruis;

  • -

    de zitting van 6 februari 2019, waarvan de griffier aantekening heeft gehouden en waar aanwezig waren:
    - mevrouw B. Goes namens LAVG,
    - mevrouw mr. [A] namens Zilveren Kruis,

- mevrouw [gedaagde] ,

- de heer G.E.M. Bouwman.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1.

Zilveren Kruis heeft bij dagvaarding betaling gevorderd van € 801,67 (bestaande uit € 601,79 aan hoofdsom, € 90,65 aan wettelijke rente berekend tot 19 oktober 2018, € 109,23 aan buitengerechtelijke incassokosten) met verdere rente en kosten. De hoofdsom had betrekking op een (gedeeltelijk) niet betaalde maandpremie van de zorgverzekering uit 2011 en vier zorgkostennota’s uit 2010 (2x), 2012 en 2013.

2.2.

Na verweer van [gedaagde] en na tussenvonnis heeft Zilveren Kruis haar vordering verminderd met € 146,32. Dit bedrag betreft de zorgkostennota’s van 1 oktober 2010 van € 82,44 en van 1 december 2010 van € 7,65 en de premienota van 1 februari 2011 van € 56,23. Zilveren Kruis heeft erkend dat haar vorderingsrecht is verjaard. Aan hoofdsom resteert volgens Zilveren Kruis € 455,47: een zorgkostennota van € 109,74 van 14 december 2012 en een zorgkostennota van 21 februari 2013 van € 345,73. Zilveren Kruis heeft voorafgaand aan de zitting de zorgkostennota’s van 14 december 2012 en 21 februari 2013 overgelegd en de daarop gevolgde aanmaningen.

2.3.

[gedaagde] heeft betwist dat zij nog twee zorgkostennota’s moet betalen. Zij verwijt Zilveren Kruis dat zij pas in deze procedure, en dan ook nog na tussenvonnis, de zorgkostennota’s voor het eerst heeft kunnen zien. Zij stelt dat zij herhaaldelijk om toezending heeft gevraagd. Ten aanzien van de dagvaarding heeft [gedaagde] opgemerkt dat Zilveren Kruis heeft nagelaten om het door haar gevoerde verweer daarin op te nemen. Zij stelt dat zij per 12 januari 2014 door Zilveren Kruis is afgemeld bij het CAK en dat toen geen posten meer open stonden. De zorgkostennota van 14 december 2012 zou naar nu blijkt betrekking hebben op een behandeldatum van 12 april 2012 door een “specialist algemeen”. [gedaagde] stelt dat zij deze nota niet kan plaatsen. Volgens [gedaagde] heeft zij de zorgkostennota van 21 februari 2013 zelf betaald aan de zorgverlener (tandarts) en blijkt uit die nota dat Zilveren Kruis aan haar een bedrag van € 345,73 moest vergoeden. Dat is een omgekeerde situatie. [gedaagde] concludeert dat de vordering van Zilveren Kruis moet worden afgewezen en dat Zilveren Kruis moet worden veroordeeld in de werkelijk gemaakte proceskosten. [gedaagde] stelt dat zij aan haar gemachtigde een bedrag van € 521,00 moet betalen voor salaris.

2.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] tot 1 januari 2014 bij Agis, een rechtsvoorganger van Zilveren Kruis, verzekerd is geweest. Met ingang van die datum is zij door Zilveren Kruis afgemeld bij het CAK en heeft zij een zorgverzekering met een ander afgesloten.

2.5.

[gedaagde] heeft met alle brieven bij antwoord aangetoond dat zij in 2016 aanmaningen heeft ontvangen en vervolgens schriftelijk verweer heeft gevoerd tegen de zorgkostennota’s waarvan Zilveren Kruis thans betaling vordert. Ook blijkt uit de brief van 26 oktober 2016, productie 3 bij antwoord, dat zij toen om een kopie van de zorgnota’s heeft gevraagd. Zilveren Kruis heeft het verweer van [gedaagde] in 2016 opgevat als een verzoek om een creditnota en dit verzoek bij brief van 9 november 2016 ongemotiveerd afgewezen. Zilveren Kruis had de correspondentie uit 2016 op grond van artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de dagvaarding moeten vermelden. Zij had ook moeten nagaan of [gedaagde] de zorgkostennota’s in 2016 alsnog had ontvangen. Juist van een zorgverzekeraar mag worden verwacht dat zorgvuldig onderzoek wordt gedaan naar de relevante feiten en omstandigheden alvorens opdracht te geven aan een gemachtigde om een juridische procedure tegen een voormalige verzekerde te starten. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat met een procedure hoge kosten zijn gemoeid. Dat onderzoek heeft niet plaatsgevonden.

2.6.

Toch moet [gedaagde] de nota’s alsnog betalen. Het vorderingsrecht van Zilveren Kruis is namelijk niet verjaard. Ook heeft Zilveren Kruis voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de twee nota’s ten behoeve van zorg voor [gedaagde] heeft betaald. Het verweer van [gedaagde] dat zij niet weet om welke behandeling de nota van 2012 gaat is onvoldoende. Op de factuur staat een behandeldatum vermeld. [gedaagde] had dit verder uit kunnen zoeken, bijvoorbeeld door navraag te doen bij haar huisarts. Zij heeft daarom onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de nota geen betrekking heeft op haar. Voor wat betreft de nota van 21 februari 2013 heeft Zilveren Kruis toegelicht dat een bedrag van € 345,73 inderdaad door de (tandarts)verzekering was gedekt, maar dat eerst het eigen risico aangesproken moest worden. Dat het zo is gegaan wordt ook ondersteund door de nota van Famed van 23 februari 2013. Deze nota heeft [gedaagde] achter de pleitnota gehecht. Op die nota staat dat de tandarts een bedrag van € 345,73 bij Agis heeft gedeclareerd en dat [gedaagde] zelf nog een bedrag van € 30,23 via Famed aan de tandarts moest betalen. Dat [gedaagde] zelf alle kosten aan de tandarts heeft betaald is dus aantoonbaar niet het geval geweest. Ook deze factuur is [gedaagde] dus verschuldigd.

2.7.

Het verweer dat [gedaagde] er op mocht vertrouwen dat zij per 1 januari 2014 niets meer verschuldigd was aan Zilveren Kruis gaat ook niet op. Zilveren Kruis heeft namelijk voldoende toegelicht dat zij verzekerden ook mag afmelden bij het CAK als alleen de premieschuld is ingelopen en nog wel zorgkostennota’s openstaan. Zij heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat daarvan sprake is geweest.

2.8.

Dit betekent dat de twee gevorderde zorgkostennota’s zullen worden toegewezen. De wettelijke rente is pas verschuldigd vanaf heden. Zilveren Kruis heeft de zorgkostennota’s pas vlak voor de zitting toegezonden. Zij heeft niet aannemelijk kunnen maken dat [gedaagde] de nota’s eerder heeft ontvangen. Uit de correspondentie blijkt alleen dat [gedaagde] in 2016 om toezending heeft gevraagd.

2.9.

Nu partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld dienen zij ieder de eigen (buiten)gerechtelijke proceskosten te dragen. [gedaagde] dient haar gemachtigde dus zelf te betalen. Zilveren Kruis kan haar eigen kosten, daaronder behalve de kosten van haar gemachtigde ook de kosten van de dagvaarding en het griffierecht, ook niet op [gedaagde] verhalen. Dat is een gevolg van de schending van de waarheidsverplichting van artikel 21 Rv en de afwijzing van een deel van het aanvankelijk gevorderde bedrag.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis tegen bewijs van kwijting te betalen

€ 455,47;

3.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen (buiten) gerechtelijke kosten moet dragen;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2019.