Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:388

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
25-02-2019
Zaaknummer
7214472
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop tweedehands auto. Gebrek. Weigering herstel door verkoper. Herstel door derde en verhaal kosten op verkoper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7214472 UC EXPL 18-10428 RB/40162

Vonnis van 13 februari 2019

inzake

[eiseres] ,

wonend in [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiseres] ,

eiseres,

gemachtigde: J.H.M. Verkooijen,

tegen:

[gedaagde] ,

handelend onder de naam [handelsnaam] ,

wonend in [woonplaats]

zaakdoend in [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M. van Viegen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

In januari 2018 heeft [eiseres] van [gedaagde] een tweedehands auto gekocht. Eind mei 2018 merkte [eiseres] dat de auto bij het gasgeven en gas loslaten naar links en naar rechts trok. Een door [eiseres] ingeschakeld garagebedrijf heeft geconstateerd dat de auto instabiel was als gevolg van gescheurde draagarmrubbers, te veel speling van de fuseekogels en loszittende fuseekogelbouten. Het garagebedrijf liet aan [eiseres] weten dat dit mankement onmiddellijk diende te worden gerepareerd. [eiseres] heeft het garagebedrijf vervolgens de opdracht gegeven om de auto te repareren. De reparatiekosten waren
€ 783,89. [eiseres] vordert deze reparatiekosten omdat zij vindt dat er sprake is van een gebrek.

2.2.

[eiseres] kan de reparatiekosten in rekening brengen bij [gedaagde] als de auto tijdens de levering niet voldeed aan wat [eiseres] mocht verwachten (er is een gebrek) en [gedaagde] het gebrek niet binnen een redelijke termijn repareert nadat hij schriftelijk is aangemaand (artikel 7:21 lid 6 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)). Een schriftelijke aanmaning is niet nodig als [eiseres] uit een mededeling van [gedaagde] mocht afleiden dat hij niet zou gaan repareren (artikel 6:83 onder c BW).

Dat er een gebrek is en dat er is voldaan aan de overige voorwaarden voor de vordering moet [eiseres] uitleggen door dit concreet te maken. Als [gedaagde] het daarmee oneens is, moet hij dit uitleggen en daarbij zo concreet mogelijk ingaan op de stellingen van [eiseres] . Voor zover hij dat niet doet, komen de stellingen van [eiseres] vast te staan. Aangezien [gedaagde] een autohandelaar is, moet ervan worden uitgegaan dat hij bovengemiddeld in staat is om zijn stellingen concreet te maken als het gaat om de technische aspecten van de auto.

2.3.

De kantonrechter vindt dat er een gebrek is en dat [eiseres] de reparatiekosten bij [gedaagde] in rekening kan brengen. De vordering van [eiseres] zal dan ook worden toegewezen. De verweren van [gedaagde] slagen niet, om de volgende redenen.

2.4.

[eiseres] heeft gesteld dat zij met [gedaagde] heeft afgesproken dat hij voor een APK zou zorgen en dat de reparaties die nodig zijn om de auto goedgekeurd te krijgen voor zijn rekening komen. [gedaagde] heeft deze afspraak niet betwist.

Het mankement zorgde voor het naar links en naar rechts afwijken van de auto, zodat de besturing daarvan niet betrouwbaar was en de kans op ongevallen behoorlijk werd vergroot. De kantonrechter vindt dit mankement – dat de essentiële functies en de veiligheid van een auto betreft – ernstig en vindt dat dit een APK niet zou mogen doorstaan. Daarom moet worden nagegaan of het mankement er al was bij de levering.

2.5.

[eiseres] heeft gesteld dat het mankement er al was toen [gedaagde] de auto aan haar leverde. [gedaagde] heeft niet duidelijk gemaakt waarom die stelling onjuist is. Dat het mankement is ontstaan als gevolg van slijtage doordat na de levering 2.300 km met de auto is gereden, vindt de kantonrechter zonder verder uitleg niet aannemelijk, omdat 2.300 km weinig is tegenover de hoge kilometerstand van 212.123 bij de levering. De stelling van [gedaagde] dat het mogelijk is dat het mankement is ontstaan door het raken van drempels en stoepranden is niet voldoende onderbouwd. [gedaagde] stelt ook niet dat deze oorzaak waarschijnlijk is, maar alleen dat het een mogelijkheid is. De kantonrechter neemt daarom aan dat het mankement er al was bij de levering.

2.6.

Of [gedaagde] van het gebrek wist op het moment van levering is niet van belang. Het gaat er alleen om of de auto op het moment van levering deugde. Ook het argument dat [eiseres] de auto had moeten onderzoeken gaat niet op, omdat [eiseres] ervan mocht uitgaan dat de auto geen gevaarlijke mankementen had en bovendien mocht afgaan op de mededeling van [gedaagde] dat hij de reparaties die nodig zijn voor een goedkeuring op zijn kosten zou laten uitvoeren. Daarom is ook niet van belang dat [eiseres] een persoon heeft meegenomen toen zij de showroom bezocht en een proefrit maakte.

2.7.

[gedaagde] vindt tot slot dat [eiseres] hem de gelegenheid had moeten geven om de auto te herstellen. Nu zij dat niet heeft gedaan, hoeft hij de reparatiekosten niet te vergoeden, aldus [gedaagde] .

Dit verweer gaat niet op. [eiseres] heeft telefonisch contact opgenomen met [gedaagde] en hem gemeld dat de auto naar links en naar rechts trok. Omdat dit op een ernstig probleem kan wijzen, had [gedaagde] het mankement moeten (laten) onderzoeken. Dat heeft [gedaagde] echter niet gedaan: hij heeft aan [eiseres] geantwoord dat hij dit probleem niet zou oplossen. Onder die omstandigheden hoefde [eiseres] niet nogmaals contact op te nemen met [gedaagde] voor zij de auto door een ander liet repareren.

2.8.

De kantonrechter vindt de reparatiekosten van € 783,89 redelijk en zal dit bedrag toewijzen. [gedaagde] heeft weliswaar opgemerkt dat het zou gaan om een “relatief dure oplossing”, maar hij heeft dit standpunt niet onderbouwd. Het had op zijn weg gelegen om een onderbouwde inschatting te geven van het volgens hem juiste bedrag.

2.9.

[eiseres] vordert wettelijke handelsrente. Deze kan niet worden toegewezen omdat [eiseres] niet heeft gesteld en ook niet is gebleken dat dit geschil een handelsovereenkomst betreft. De kantonrechter zal de gewone wettelijke rente toewijzen.

2.10.

[gedaagde] krijgt ongelijk en zal daarom in de proceskosten en nakosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 98,01

- griffierecht € 226,00

- salaris gemachtigde € 240,00 (2 punten x tarief € 120,00)

Totaal € 564,01

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 783,89 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 31 mei 2018 tot de voldoening;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 564,01, waarin begrepen € 240,00 aan salaris gemachtigde;

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiseres] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 60,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2019.