Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:3861

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-08-2019
Datum publicatie
20-08-2019
Zaaknummer
16/659081-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een jeugddetentie van 6 maanden; geheel voorwaardelijk. Én een werkstraf van 150 uur. Verdachte heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan – kort gezegd – het doen van een valse bommelding en het bedreigen van (medewerkers van) verschillende arrondissementsparketten. In het huidige tijdsgewricht vinden met enige regelmaat aanslagen plaats. Het doen van een valse bommelding kan daarom leiden tot gevoelens van angst, onveiligheid en maatschappelijke ontwrichting/onrust. Daarnaast vormen dit soort valse meldingen een aanzienlijke verstoring van de openbare orde en belasten zij de werking van de opsporingsautoriteiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659081-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 augustus 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1997] te [geboorteplaats] (Duitsland),

wonende te [adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 juli 2019 en 6 augustus 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.R.G. Nijpels en van hetgeen verdachte en mr. R.T. Schrama, advocaat te 's-Gravenhage, alsmede de benadeelde partij [benadeelde] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting van 26 juli 2019 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

op 12 juni 2018 te Arnhem een dreigmail, inhoudende een valse bommelding, heeft verzonden aan parketten in Nederland, het Openbaar Ministerie en de politie;

feit 2:

op 12 juni 2018 te Arnhem medewerkers van diverse arrondissementsparketten in Nederland, het Openbaar Ministerie en de politie heeft bedreigd;

feit 3:

op 22 november 2017 te Voorburg en/of Leidschendam [benadeelde] heeft bedreigd;

feit 4:

op 22 november 2017 te Voorburg en/of Leidschendam zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift jegens [benadeelde] , brigadier van politie, door middel van het plaatsen van geschriften en afbeeldingen op sociale media;

feit 5:

hij op 22 november 2017 te Leidschendam en/of Voorbrug [benadeelde] , brigadier van politie, heeft beledigd.

3 VOORVRAGEN

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.1.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot feit 4 de niet-ontvankelijkheid van officier van justitie bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat verbalisant [benadeelde] geen aangifte heeft gedaan van smaadschrift en dat een klacht ontbreekt in het strafdossier, waardoor uit het proces-verbaal van bevindingen niet ondubbelzinnig blijkt dat deze verbalisant wenst dat verdachte zal worden vervolgd.

3.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verweer van de raadsman moet worden verworpen, nu artikel 269 Wetboek van Strafrecht meebrengt dat alle misdrijven uit de bepalingen die vallen onder Titel XVI geen klacht vereisen wanneer het slachtoffer een verbalisant betreft zoals omschreven in artikel 267 onder 1 en 2 Wetboek van Strafrecht.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het ontbreken van een klacht kan worden hersteld indien op grond van het strafdossier en/of het onderzoek ter terechtzitting genoegzaam komt vast te staan dat het ook de uitdrukkelijke wens is van het slachtoffer dat het Openbaar Ministerie vervolging instelt tegen verdachte. De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer [benadeelde] een proces-verbaal van bevindingen heeft opgemaakt waarin zij omschrijft dat zij het erg beschamend vond om beschuldigd te worden van pedofilie en seks op kantoor, dat zij zich opzettelijk in haar eer en goede naam voelde aangerand en dat zij zich afvraagt wat voor gevolgen het heeft voor haar reputatie in de wijk als wijkagent. Daarnaast is het slachtoffer bij elke terechtzitting verschenen, heeft zij een vordering tot schadevergoeding ingediend en een schriftelijke slachtofferverklaring voorgelezen ter terechtzitting. Los van de vraag of in deze situatie een klacht noodzakelijk was om tot vervolging over te gaan, is de rechtbank dus van oordeel dat uit deze stukken en omstandigheden de wens van strafvervolging is gebleken en aldus verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Verder is de dagvaarding geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman heeft betoogd dat uit beide strafrechtelijke onderzoeken niet onomstotelijk naar voren komt dat verdachte als de dader zou kunnen worden aangemerkt en wijst daartoe op de volgende omstandigheden. De website www. [website] .nl wordt beheerd vanuit een IP-adres dat niet toebehoorde aan verdachte. Dat geldt ook voor twee berichten die verstuurd zijn aan de politie via politie.nl. Het daarvoor gebruikte IP-adres behoorde toe aan mevrouw [getuige] . De gegevens die in de verstuurde e-mail en op de website [website] .nl staan, zijn algemeen verkrijgbaar. Daarnaast kan het e-mailadres [e-mail] @gmail.com niet gekoppeld worden aan verdachte en is het telefoonnummer dat in de e-mail staat vermeld, te vinden op internet. Voorts hebben [getuige] en [A] , de zus van verdachte, verklaard dat er problemen zijn geweest met verschillende mobiele telefoons en laptops, waarbij zij vermoeden dat deze worden misbruikt/gehackt door een onbekende derde. Ten gevolge daarvan heeft verdachte met ingang van 12 juni 2018 zijn HP-laptop en zijn iPhone X niet meer kunnen gebruiken. Ten slotte heeft verdachte de inbeslaggenomen USB-stick uitgeleend en is deze niet door verdachte geformatteerd.

Indien de rechtbank van oordeel is dat verdachte de persoon is die de e-mail en de berichten aan [benadeelde] heeft verstuurd, dan dient hij alsnog te worden vrijgesproken van feit 1 en feit 2. Ten aanzien van feit 1 volgt uit het strafdossier niet dat verdachte het oogmerk heeft gehad om anderen ten onrechte te doen geloven dat hij een bom zou hebben geplaatst. De

e-mail specificeert geen locatie waar de bom geplaatst zou kunnen zijn. De zinsnede “bom paleis 1 van justitie arnhem om.nl” is onvoldoende concreet en/of specifiek. Uit het dossier blijkt – aldus de raadsman – niet dat verdachte wilde dat medewerkers van het Openbaar Ministerie serieus dachten dat ergens een bom zou zijn geplaatst. Ten aanzien van feit 2 volgt uit het procesdossier niet dat verdachte opzet heeft gehad op het teweegbrengen van enige vrees bij (medewerkers van) het Openbaar Ministerie. De e-mail bevatte een onsamenhangend verhaal, vermoedelijk afkomstig van een enigszins verward persoon, zonder concrete bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Daarbij kan hetgeen in de bewuste e-mail naar voren is gebracht nimmer als (ook maar enigszins) geloofwaardig worden aangemerkt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5

Op 18 november 2017 heeft verbalisant [verbalisant] waargenomen dat [verdachte] (hierna: verdachte), samen met [A] en [getuige] , aangifte wilde doen op het politiebureau in Voorburg. Zij heeft gezien dat een collega op enig moment riep dat verdachte en [A] het bureau moesten verlaten en dat die collega verdachte daarbij een duw gaf om het politiebureau te verlaten. Verbalisant [verbalisant] zag dat verdachte vervolgens door het lint ging, waarbij verdachte onder andere schreeuwde dat zij allemaal kankerpolities zijn en dat hij hen nog wel zou pakken en doodmaken. Daarbij schreeuwde hij: “ik ga jullie politiesystemen hacken en platgooien. Ik beschik al over documenten van de politie. Ik kan alles zien van jullie”.2

Op 20 november 2017 ontving de politie via politie.nl een bericht waarin de afzender schreef over pedofilie, verkrachting, het Openbaar Ministerie en dat hij een bom zal plaatsen op het adres [adres] te [woonplaats] . Hierop ging de politie naar het adres [adres] , waar zij verdachte aantroffen, samen met zijn zus [A] en [getuige] .3 Het bericht van 20 november 2017 bleek te zijn verzonden vanaf het IP-adres [IP-adres] , dat op naam staat van [getuige] , wonende te [adres] te [woonplaats] .4

Ten aanzien van feit 3, feit 4 en feit 5

Op 22 november 2017 en 23 november 2017 heeft wijkagente [benadeelde] via politie.nl op haar e-mail en op haar Twitteraccount en Instagramaccount reacties onder door haar geplaatste foto’s ontvangen met onder meer de volgende inhoud: “seks op kantoors”, “pedo sadist”, “ik schiet je dood”5, “met dit haakje moet ik je vermoorden, ik straf je binnenkort wel”, “Pedofile [benadeelde] ”6, “(Kill you)”, “ik blaas deze hele kankeradres op ik heb 1 officier en agente vermoord”, “kanker loop hondjes van justitie, “afslachten jullie”, “ik maak jullie dood ik ga jullie kapot bombarderen”, “kanker jooden”7, “Pedofiel”8, “ [benadeelde] de pedo”, “baby verkrachten viespeuk ik heb alles gezien”, “kanker bitch”, “Kanker [benadeelde] loop hondje laat je goed neuken door je collega op kantoor pedofiel”, “kanker hoertje”, “met een machine rij ik je dood ik verpletter je”9. [aangeefster] heeft aangifte gedaan van belediging en bedreiging namens [benadeelde] .10

Uit de servicemodule is gebleken dat de verstuurde berichten via politie.nl afkomstig zijn van het eerdergenoemde IP-adres, gekoppeld aan [getuige] en woonadres [adres] te [woonplaats] .11

In enkele reacties werd de link http:// [website] .nl genoemd.12 De politie heeft de identificerende gegevens van de designer en gebruiker van deze website bij de oprichter van de website www. [website] .nl gevorderd en het bleek dat de website op 20 november 2017 is aangemaakt vanaf hetzelfde IP-adres dat is gekoppeld aan [getuige] en het adres [adres] te [woonplaats] . Via hetzelfde IP-adres is op 22 november 2017 vijf maal ingelogd.13

Op deze website was een aantal afbeeldingen te zien met beledigende taal richting [benadeelde] . Verder is er een gesprek te lezen is waarin werd gesproken over [verdachte] en [A] die het politiebureau uit zijn getrapt.14

Op 22 november 2017 werd verdachte ’s avonds aangehouden in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Terwijl hij in de boeien op de grond lag schreeuwde hij onder andere tegen de agenten dat zij ‘kankerlijers’, ‘kinderverkrachters’, ‘pedofielen’, en ‘kinderneukers’ zijn.15

Op het moment van aanhouding werd een aantal gegevensdragers in beslag genomen, waaronder een iMac laptop (ook wel MacBook genoemd) van het merk Apple.16 Uit onderzoek aan de laptop bleek dat er een map met de naam ‘ [verdachte] ’ op de harde schijf stond en een concept Twitterbericht met de tekst: “@ [twitteraccount] kanker hoer viespeuken kindermisbruiker pedofiel lekker he?? Laat je op kantoor” en “@ [twitteraccount] http:// [website] .nl/ vieze smerige pedofiel dat je bent misselijk maken zwakke hoertje.17

Verdachte heeft op 14 juni 2018 in zijn politieverhoor verklaard dat hij de MacBook laptop als enige gebruikt.18

[getuige] heeft op 23 november 2017 verklaard dat [verdachte] vanaf de vrijdag daarvoor (de rechtbank begrijpt: 17 november 2017) bij haar op het adres [adres] te [woonplaats] verbleef.19

Op 13 juni 2018 is verdachte ter zake van feit 1 en feit 2 aangehouden en daarbij is zijn mobiele telefoon, een iPhone X, inbeslaggenomen.20 Op deze telefoon bleken concept sms-berichten te staan, gericht aan een niet bestaand telefoonnummer (06******) dat als contactpersoon ‘ [benadeelde] ’ in de telefoon van verdachte is opgeslagen.21

Ten aanzien van feit 1 en feit 2

Op 12 juni 2018 omstreeks 19:33 uur hebben meerdere arrondissementsparketten in Nederland een e-mail ontvangen van het e-mailadres [e-mail] @gmail.com met onder meer de volgende teksten:

[verdachte] [woonplaats]

tel: [telefoonnummer]

IK BEN EEN TERRORIST IK GA EEN AANSLAG PLEGEN OP HET OM.NL IM KILLED 1 OFFICER AND POLICE AGENT ALLUHA AKBAR SELEM EL SELEM PEDOPHILE [verdachte] [woonplaats]

BOM 1 PALEIS JUSTITIE ARNHEM OM.NL

https://www. [website] .nl

Deze e-mail is daarnaast ook verstuurd naar de e-mailadressen van officier van justitie [naam] , [e-mail] .nl, [e-mail] @gmail.com, [e-mail] @hotmail.com, [e-mail] @live.nl en de Rijksrecherche.22

Het e-mailadres [e-mail] .nl wordt gebruikt door politieagente [benadeelde] , hoewel in dit e-mailadres de letter i ontbreekt in het woord politie.

Het e-mailadres [e-mail] @gmail.com wordt gebruikt door verdachte.

Het e-mailadres [e-mail] @hotmail.com wordt gebruikt door [A] , de zus van verdachte.

Het e-mailadres [e-mail] @live.nl wordt gebruikt door getuige [getuige] , een kennis van verdachte.23

Uit bij Google opgevraagde informatie bleek dat er één keer is ingelogd op het e-mailadres [e-mail] @gmail.com, te weten op 12 juni 2018 te 19:23 uur.

Het telefoonnummer + [telefoonnummer] is gekoppeld aan het e-mailadres [e-mail] @gmail.com.24 Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij een iPhone X heeft met het nummer [telefoonnummer] .25

Op de onder verdachte inbeslaggenomen iPhone X is een sms-bericht aangetroffen met een verificatiecode, afkomstig van Google. Dit sms-bericht is op 12 juni 2018 om 19:20 uur gelezen. Van dit bericht is ook een schermafdruk gemaakt.26

Uit het onderzoek naar de afzender en de verzendlocatie van de ontvangen e-mail, bleek dat het IP-adres [IP-adres] , waarmee is ingelogd op het mailaccount [e-mail] @gmail.com, gebruikt wordt als TOR Exit-node, wat inhoudt dat dit niet het IP-adres is van de internetaansluiting waarmee daadwerkelijk is ingelogd.27

Bij verdachte zijn aanhouding op 13 juni 2018 is onder andere een USB-stick onder hem in beslag genomen.28 Uit de Unallocated Clusters van deze USB-stick is gebleken dat op 12 juni 2018 te 17:08 uur de applicatie Tor Browser is geïnstalleerd en dat de USB-stick op 12 juni 2018 te 19:36 uur geformatteerd is. Op de USB-stick zijn data-strings gevonden met de tekst “verhoor [verdachte] ”. Verder heeft een map met de tekst “Hacked Relles v_Fles” op de USB-stick gestaan.29

In de dreigmail van 12 juni 2018 is de website [website] .nl genoemd. Op 13 juni 2018 is de website https://www. [website] .nl door verbalisanten onderzocht. Deze website bevatte onder meer de teksten: “ [verdachte] heeft met [benadeelde] geneukt!!!!”30, “ [benadeelde] is een pedofiel”, “ik ga een bom hier plaatsen”, “pedophile [verdachte] mail adres [e-mail] @gmail.com Telefone: ( [telefoonnummer] ”31

De website www. [website] .nl bleek gehost te worden door internetbedrijf [website] .nl. De eigenaar van dit bedrijf heeft aan de politie het e-mailadres, het IP-adres en de data van aanmelding en logins verstuurd. De website bleek op 9 juni 2018 te zijn aangemeld onder het e-mailadres [e-mail] @outlook.com vanaf het IP-adres [IP-adres] . Dit IP-adres bleek gekoppeld te zijn aan het adres [adres] te [woonplaats] , alwaar [getuige] , goede kennis van verdachte woont en verdachte regelmatig verblijft.32Op 9 juni 2018 om 12:33:07 heeft [getuige] het volgende SMS-bericht aan verdachte gestuurd: “Ik ben vanavond pas laat terug 22.15 dus ik hoop dat jullie nog n daggie willen blijven’. De verdachte reageert op 9 juni 2018 om 12:59:43: “ja alles is goed [getuige] we blijven”.33 Uit de historische verkeersgegevens van de telefoonaansluiting [telefoonnummer] blijkt dat deze telefoon op 9 juni 2018 uitsluitend gebruik maakt van de zendmast die geplaatst is op de Jacob van Eijdenstraat 73 te Voorburg, welke locatie in de nabijheid van de woning van [getuige] is gelegen.34 Voorts bleek dat de website onvindbaar was via de reguliere zoeksystemen van het internet. De website is alleen bereikbaar wanneer men de volledige juiste URL (https://www. [website] .nl) intypt in de adresbalk van de internetbrowser.35 De website www. [website] .nl is vanaf een beperkt aantal IP-adressen bezocht, waaronder éénmaal op 12 juni 2018, tussen 18:27 uur en 18:30 uur, via een iPhone met besturingssysteem iOS 11.4 vanaf het IP-adres [IP-adres] , dat gekoppeld is aan het BRP-adres (de rechtbank begrijpt: het adres waarop verdachte in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven) van verdachte, [adres] te [woonplaats] .36

De onder verdachte inbeslaggenomen iPhone X draaide op besturingssysteem iOS 11.4. Op deze iPhone is een schermafdruk/print screen van een pagina van de website www. [website] .nl aangetroffen, die is gemaakt op 12 juni 2018 te 18:27 uur.37 Verdachte heeft ter terechtzitting op 6 augustus 2019 verklaard dat hij deze schermafdruk heeft gemaakt.38

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 3, feit 4 en feit 5

Anders dan de verdediging heeft betoogd, blijkt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam uit de bewijsmiddelen dat verdachte de persoon is geweest die de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Aan de hand van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat verdachte op 22 november 2017 aanwezig was op het adres [adres] te [woonplaats] . Daarnaast wordt op de website http:// [website] .nl gerefereerd aan het incident van 18 november 2017 op het politiebureau te Voorburg, waarbij de verdachte, zijn zus en zijn kennis [getuige] betrokken waren. Tevens is er sprake van een sterke mate van overeenkomst tussen de inhoud van de berichten die [benadeelde] heeft ontvangen, de uitingen van verdachte bij zijn aanhouding en de zoekresultaten op de iMac laptop en de iPhone van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij deze laptop en iPhone als enige gebruikt. Het door de raadsman gevoerde verweer dat niet onomstotelijk naar voren komt dat verdachte als de dader zou kunnen worden aangemerkt, wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1 en feit 2

Gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte de persoon is geweest die op 12 juni 2018 een e-mail met bovengenoemde inhoud heeft verzonden aan verschillende arrondissementsparketten in Nederland. Zowel de inhoud van de e-mail als de inhoud van de website www. [website] .nl vertoont sterke gelijkenissen met de eerder verzonden berichten aan [benadeelde] . De rechtbank overweegt voorts dat naast de geadresseerde arrondissementsparketten, alle geadresseerden van de e-mail bekenden van verdachte zijn, ofwel persoonlijk ofwel vanwege de gepleegde feiten op 22 november 2017. Verder is van belang dat verdachte ten tijde van het versturen van de e-mail gebruik maakte van het telefoonnummer dat gekoppeld is aan het e-mailadres van de afzender van de e-mail, verdachte dertien minuten voor het versturen van de e-mail een verificatiecode van Google heeft ontvangen en er drie minuten later voor het eerst is ingelogd op het e-mailadres [e-mail] @gmail.com. Verder overweegt de rechtbank dat uit de SMS-berichten tussen verdachte en [getuige] in combinatie met mastgegevens van het nummer van verdachte blijkt dat verdachte op 9 juni 2018 aanwezig was op het adres [adres] te [woonplaats] , alwaar op dat moment de website www. [website] .nl is aangemaakt. Verdachte, die het volledige adres van de website moest kennen, heeft de website bovendien bezocht op 12 juni 2018 om 18:27 uur, ruim een uur voor het versturen van de e-mail en daarvan een screenshot gemaakt. Ten slotte is uit de bewijsmiddelen gebleken dat verdachte ten tijde van het feit over een USB-stick beschikte, waarop enkele uren voor het versturen van de e-mail de applicatie TOR-Browser is geïnstalleerd en welke drie minuten na het versturen van de e-mail is geformatteerd.

Ten aanzien van het ‘oogmerk’ (feit 1) en ‘redelijke vrees’ (feit 2)

Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van de inhoud van de e-mail en de website www. [website] .nl en bezien in samenhang met het feit dat ten tijde van het ten laste gelegde delict wereldwijd onrust bestond over bomaanslagen en de realiteit dat die onder meer in Europa meer dan eens zijn uitgevoerd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte het oogmerk had om anderen ten onrechte te doen geloven dat er een ontploffing teweeg zou worden gebracht. De stelling van de verdediging dat de inhoud van de e-mail niet concreet of feitelijk genoeg zou zijn, wordt weersproken door de inhoud van de e-mail zelf. Verdachte heeft daarnaast door het versturen van de e-mail willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hierdoor bij (medewerkers van) diverse arrondissementsparketten en/of de politie de redelijke vrees zou kunnen ontstaan dat het feit waarmee gedreigd is zou kunnen worden gepleegd.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 12 juni 2018 te Arnhem, gegevens heeft doorgegeven, met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht, door, middels het email-account [e-mail] @gmail.com, een dreigmail te sturen naar diverse arrondissementsparketten in Nederland/het Openbaar Ministerie en de politie, te weten:

“Onderwerp: [verdachte] [woonplaats] TERROSITIA

13131313131313131313

[verdachte] [woonplaats]

tel: [telefoonnummer]

IK BEN EEN TERRORIST IK GA EEN AANSLAG PLEGEN OP HET OM.NL IM KILLED 1 OFFICER AND POLICE AGENT ALLUHA AKBAR SELEM EL SELEM PEDOPHILE [verdachte] [woonplaats]

Pedophiles [verdachte] fucked by [naam] in 2014 this guy is aa big terroistic….

hackers ANONOPS we fuck the dutch racist kingdom……

BOM 1 PALEIS JUSTITIE ARNHEM OM.NL

13-06-2018 03:00// [naam]

Ik heb Mi***** [naam] geholpen met de moord op [naam] …..

Docs.29392012

OM HACKED om.nl LOGIN PORTAAL ADVOCATEN”;

2.

op 12 juni 2018 te Arnhem, (medewerkers van) diverse arrondissementsparketten in Nederland/het Openbaar Ministerie en de politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door voornoemde (overheids)instanties opzettelijk middels een e-mailbericht dreigende de woorden toe te voegen:

“Onderwerp: [verdachte] [woonplaats] TERROSITIA

13131313131313131313

[verdachte] [woonplaats]

tel: [telefoonnummer]

IK BEN EEN TERRORIST IK GA EEN AANSLAG PLEGEN OP HET OM.NL IM KILLED 1 OFFICER AND POLICE AGENT ALLUHA AKBAR SELEM EL SELEM PEDOPHILE [verdachte] [woonplaats]

Pedophiles [verdachte] fucked by [naam] in 2014 this guy is aa big terroistic….

hackers ANONOPS we fuck the dutch racist kingdom……

BOM 1 PALEIS JUSTITIE ARNHEM OM.NL

13-06-2018 03:00// [naam]

Ik heb Mi***** [naam] geholpen met de moord op [naam] …..

Docs.29392012

OM HACKED om.nl LOGIN PORTAAL ADVOCATEN”;

3.

omstreeks 22 november 2017 te Voorburg, [benadeelde] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [benadeelde] , middels berichten op sociale media en middels een formulier op politie.nl, dreigend de woorden toe te voegen:

-“ik schiet je dood”

-“met dit haakje moet ik je vermoorden, ik straf je binnenkort wel”

-“kill you”

-“Ik blaas deze hele kankeradres op ik heb 1 officier en agente vermoord.”

-“afslachten jullie”

-“ik maak jullie dood ik ga jullie kapot bombarderen”

-“met een machine rij ik je dood ik verpletter je”;

4.

omstreeks 22 november 2017 te Voorburg opzettelijk, de eer en de goede naam van [benadeelde] , brigadier van politie Eenheid Den Haag, ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door berichten op sociale media te plaatsen bij accounts welke worden gebruikt door voornoemde [benadeelde] met onder meer de volgende teksten:

-“seks op kantoors”

-“Pedofiel”

-“Pedofile [benadeelde] ”

-“pedo sadist”

-“ [benadeelde] de pedo”

-“baby verkrachten viespeuk ik heb alles gezien”

-“Kanker [benadeelde] loop hondje laat je goed neuken door je collega op kantoor pedofiel”;

5.

omstreeks 22 november 2017 te Voorburg opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde] , brigadier van politie Eenheid Den Haag, ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, mondeling heeft beledigd, door haar middels berichten op sociale media en middels een formulier op politie.nl de woorden toe te voegen:

-“kanker loop hondjes van justitie”

-“hoertjes slaafjes kanker jooden”

-“kanker bitch”

-“kanker hoertje”.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1 en 2

de eendaadse samenloop van

gegevens doorgeven met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig is waardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht

en

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

ten aanzien van feit 3

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van feit 4:

smaadschrift, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

Ten aanzien van feit 5:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte – met toepassing van het minderjarigenstrafrecht – te veroordelen tot:

  • -

    een jeugddetentie van 6 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden:

  • -

    meewerken aan de maatregel van Toezicht en Begeleiding, uitgevoerd door de William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;

  • -

    meewerken met en verblijven binnen het RIBW of een andere instelling voor begeleid/beschermd wonen;

  • -

    meewerken aan ambulante behandeling vanuit Darna Care of soortgelijke ambulante zorg;

  • -

    meewerken aan het verkrijgen en behouden van dagbesteding;

  • -

    meewerken aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers;

  • -

    een taakstraf van 150 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen jeugddetentie.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen zoals door de officier van justitie aangevoerd, verdachte een (deels) voorwaardelijke werkstraf dient te worden opgelegd met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank dient, conform het Reclasseringsadvies van 23 april 2019, toepassing te geven aan artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan – kort gezegd – het doen van een valse bommelding en het bedreigen van (medewerkers van) het verschillende arrondissementsparketten. In het huidige tijdsgewricht vinden met enige regelmaat aanslagen plaats. Het doen van een valse bommelding kan daarom leiden tot gevoelens van angst, onveiligheid en maatschappelijke ontwrichting/onrust. Daarnaast vormen dit soort valse meldingen een aanzienlijke verstoring van de openbare orde en belasten zij de werking van de opsporingsautoriteiten.

Voorts heeft verdachte zich via publicaties op sociale media en politie.nl schuldig gemaakt aan het plegen van smaadschrift en belediging jegens slachtoffer [benadeelde] . Verdachte heeft het slachtoffer in haar hoedanigheid als politieagent publiekelijk beschuldigd van pedofilie, ander seksueel grensoverschrijdend gedrag en schending van integriteitsregels. Publicaties op sociale media als Twitter en Instagram blijven voor langere tijd zichtbaar voor een groot publiek, dit klemt te meer nu het slachtoffer twitteraccounts gebruikt als wijkagent en zij hiermee een groot publiek bereikt in de omgeving Voorburg-Leidschendam. Verdachte heeft met deze berichten de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer ernstig aangetast en haar reputatie als wijkagent in gevaar gebracht. Verder heeft verdachte het slachtoffer via dezelfde wegen bedreigd met de dood. Dat het handelen van verdachte grote impact heeft gehad op het slachtoffer en gevoelens van angst bij haar heeft veroorzaakt, blijkt onder andere ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [benadeelde] , die tijdens de terechtzitting is voorgelezen. Tijdens de terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij het heel erg vindt voor het slachtoffer dat zij de beledigende teksten heeft ontvangen, maar de rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat verdachte hierin niet oprecht is. Hij zegt dat hij de online teksten beledigend vindt, maar neemt er geen verantwoordelijkheid voor. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Persoon van de verdachte

Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 juni 2019 blijkt dat verdachte voor soortgelijke feiten niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van twee rapportages Pro Justitia betreffende de persoon van verdachte, opgemaakt op 2 januari 2019 en 1 februari 2019 door – respectievelijk – T. den Boer, psychiater en drs. A. Witvliet, GZ-psycholoog. De psychiater concludeert dat er geen zicht is geweest op de intenties van verdachte ten tijde van de feiten, gelet op zijn ontkennende proceshouding. Om die reden is het niet mogelijk een verband te leggen tussen de gestelde diagnose en het ten laste gelegde feit en kan er niet geadviseerd worden over de mate van toerekenbaarheid en ook niet over een bij het interventieadvies passend juridisch kader. Een risicoanalyse met het oog op recidive is om dezelfde reden niet mogelijk. De psycholoog sluit zich aan bij deze conclusie.

Verdachte was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 20 jaar oud. De psycholoog stelt vast dat verdachte op verstandelijk beperkt niveau functioneert, zijn eigen gedrag moeilijk kan organiseren, de risico’s van zijn handelen niet goed in weet te schatten en in het contact jonger overkomt dan zijn kalenderleeftijd. Vanwege deze redenen zou een pedagogische aanpak meerwaarde hebben, zou hij kunnen profiteren van sturing en opvoedkundige tips, is hij ingebed in het gezin van herkomst en is verdere scholing noodzakelijk. De psychiater concludeert dat er bij verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking, die zich uit in een onvermogen om alledaagse problemen het hoofd te bieden en te komen tot een voor hem passende sociaal-maatschappelijke inbedding. Daarnaast is er sprake van een familiesituatie die hem zowel in het verleden als nu onvoldoende tegemoet is gekomen en hem chronisch overvraagt, leidend tot stemmingsinstabiliteit en vertekening van de werkelijkheid. In het verleden is er sprake geweest van psychotische ontregeling, die nu worden begrepen als uitingen van overvraging en verlies van grip, met een paranoïde verkleuring van de werkelijkheid tot gevolg.

Beide deskundigen adviseren tot toepassing van het minderjarigenstrafrecht en zien vanuit gedragskundig oogpunt geen contra-indicaties hiervoor.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van een reclasseringsadvies van 23 april 2019 uitgebracht door M. Bouius, reclasseringswerker bij Reclassering Nederland. De reclassering sluit zich aan bij het advies van de deskundigen tot toepassing van het minderjarigenstrafrecht en adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen waarbij aan het voorwaardelijk strafdeel als bijzondere voorwaarden verbonden zouden moeten worden: 1. de maatregel Toezicht & Begeleiding vanuit de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, 2. het meewerken aan begeleid/beschermd wonen, 3. het meewerken aan ambulante begeleiding vanuit Darna Care, 4. het meewerken aan het verkrijgen en behouden van dagbesteding.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen en de reclassering over en maakt die tot de hare.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, op grond van de persoonlijkheid van verdachte, het minderjarigenstrafrecht toegepast dient te worden.

Alles afwegende acht de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten en daarbij rekening houdend met de persoon van verdachte, een werkstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest (naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag dat verdachte in voorarrest heeft gezeten), alsmede een jeugddetentie voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Hoewel begrijpelijk dat de officier van justitie een proeftijd van 3 jaren heeft gevorderd, kan op grond van artikel 77y van het Wetboek van Strafrecht immers ten hoogste een proeftijd van 2 jaren worden opgelegd. Aan de voorwaardelijke jeugddetentie zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals gevorderd door de officier van justitie, met dien verstande dat met betrekking tot de voorwaarde, inhoudende het meewerken aan de ambulante behandeling, hieraan wordt toegevoegd dat verdachte wordt verplicht mee te werken aan nadere diagnostiek en het innemen van medicatie onderdeel kan zijn van de behandeling, zulks ter beoordeling van de William Schrikker Stichting.

De rechtbank ziet voorts aanleiding om op grond van artikel 38v Wetboek van Strafrecht een vrijheidsbeperkende maatregel aan verdachte op te leggen, te weten een contactverbod met [benadeelde] . Met dit verbod beoogt de rechtbank dat het slachtoffer door verdachte met rust gelaten wordt. Het verbod geldt voor de duur van 2 jaren. Voor iedere keer dat verdachte dit verbod overtreedt, zal vervangende jeugddetentie worden opgelegd voor de duur van 7 dagen, met een maximum van 3 maanden.

De rechtbank overweegt dat de maatregel ex artikel 38v Wetboek van Strafrecht dadelijk uitvoerbaar is, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens het slachtoffer.

9 BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.026,- Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3., 4. en 5. ten laste gelegde feiten.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op het verweer van de verdediging dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken dan wel dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Subsidiair, indien de rechtbank tot één of meerdere bewezenverklaring(en) komt, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen, nu zich geen verklaring van een arts dan wel psycholoog/psychiater bij het verzoek tot schadevergoeding bevindt.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 3, feit 4 en feit 5 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van € 1.026,- en zal de vordering van dit bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 november 2017 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.026,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 november 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 1 dag jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 38v, 38w, 55, 63, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77we, 142a, 261, 266, 267, 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5. is vermeld;

  • -

    verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6. is vermeld;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 6 maanden;

- bepaalt dat de jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding zal melden bij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;

* zal verblijven binnen het RIBW of een andere instelling voor begeleid/beschermd wonen, te bepalen door de reclassering, waarbij het verblijf de gehele proeftijd duurt of zoveel korter als de reclassering nodig vindt en verdachte zich houdt aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

* zal meewerken aan diagnostiek ten behoeve van een ambulante behandeling en zich conformeert aan een ambulante behandeling bij Darna Care of soortgelijke ambulante zorg, zulks ter beoordeling van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, waarbij verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die hem in het kader van die begeleiding door of namens de instelling zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Het gebruik van medicatie kan onderdeel zijn van de behandeling;

* zal meewerken aan hulpverlening gericht op het verkrijgen en behouden van dagbesteding, zulks ter beoordeling van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en zolang zij dit noodzakelijk acht.

* zal meewerken aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers, waarbij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering bepaalt in welke gevallen, op welke manier, door wie en wanneer de feitelijke controle plaatsvindt. Die medewerking dient uit het volgende te bestaan:

- Verdachte verschaft in het kader van die controle aan de reclassering en eventueel door de reclassering uitgenodigde politiemedewerkers de toegang tot zijn woning;

- Verdachte stelt op verzoek van de reclassering al zijn digitale gegevensdragers ter beschikking dan wel overhandigt die aan de reclasserings- of politiemedewerkers;

- Verdachte verschaft de reclassering dan wel de door hen uitgenodigde politiemedewerkers de toegang tot alle aanwezige digitale gegevensdragers, bijvoorbeeld door het geven van de benodigde wachtwoorden.

- waarbij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van 150 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 75 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel

- legt op de maatregel dat de verdachte:

voor de duur van 2 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde] , geboren op [1991] , domicilie kiezende te [adres] te [woonplaats] ;

- beveelt dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor het geval door verdachte niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende jeugddetentie bedraagt 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 3 maanden. Toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

Dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel

- beveelt dat de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Benadeelde partij

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde] toe tot een bedrag van € 1.026,-;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2017 tot de dag van algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat € 1.026,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2017 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag jeugddetentie;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Voorlopige hechtenis

- heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Leijten, voorzitter, mrs. Y.M. Vanwersch en

C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Jaâter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 augustus 2019.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Arnhem, althans in Nederland, gegevens heeft doorgegeven, met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht, door, middels het email-account [e-mail] @gmail.com, een dreigmail te sturen naar diverse arrondissementsparketten in Nederland/het Openbaar Ministerie en/of de politie, te weten:

“Onderwerp: [verdachte] [woonplaats] TERROSITIA

13131313131313131313

[verdachte] [woonplaats]

tel: [telefoonnummer]

IK BEN EEN TERRORIST IK GA EEN AANSLAG PLEGEN OP HET OM.NL IM KILLED 1 OFFICER AND POLICE AGENT ALLUHA AKBAR SELEM EL SELEM PEDOPHILE [verdachte] [woonplaats]

Pedophiles [verdachte] fucked by [naam] in 2014 this guy is aa big terroistic….

hackers ANONOPS we fuck the dutch racist kingdom……

BOM 1 PALEIS JUSTITIE ARNHEM OM.NL

13-06-2018 03:00// [naam]

Ik heb Mi***** [naam] geholpen met de moord op [naam] …..

Docs.29392012

OM HACKED om.nl LOGIN PORTAAL ADVOCATEN”;

art 142a lid 2 Wetboek van Strafrecht

feit 2

hij op of omstreeks 12 juni 2018 te Arnhem, althans in Nederland, (medewerkers van) diverse arrondissementsparketten in Nederland/het Openbaar Ministerie en/of de politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door voornoemde (overheids)instanties opzettelijk middels een e-mailbericht dreigende de woorden toe te voegen:

“Onderwerp: [verdachte] [woonplaats] TERROSITIA

13131313131313131313

[verdachte] [woonplaats]

tel: [telefoonnummer]

IK BEN EEN TERRORIST IK GA EEN AANSLAG PLEGEN OP HET OM.NL IM KILLED 1 OFFICER AND POLICE AGENT ALLUHA AKBAR SELEM EL SELEM PEDOPHILE [verdachte] [woonplaats]

Pedophiles [verdachte] fucked by [naam] in 2014 this guy is aa big terroistic….

hackers ANONOPS we fuck the dutch racist kingdom……

BOM 1 PALEIS JUSTITIE ARNHEM OM.NL

13-06-2018 03:00// [naam]

Ik heb Mi***** [naam] geholpen met de moord op [naam] …..

Docs.29392012

OM HACKED om.nl LOGIN PORTAAL ADVOCATEN”;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

feit 3

parketnr: 659080-19

hij op of omstreeks 22 november 2017 te Voorburg en/of Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorbrug, althans in Nederland, [benadeelde] (meermalen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde] , middels berichten op sociale media en/of middels een formulier op politie.nl en/of e-mail, dreigend de woorden toe te voegen:

-“ik schiet je dood”

-“met dit haakje moet ik je vermoorden, ik straf je binnenkort wel”

-“kill you”

-“Ik blaas deze hele kankeradres op ik heb 1 officier en agente vermoord.”

-“afslachten jullie”

-“ik maak jullie dood ik ga jullie kapot bombarderen”

-“met een machine rij ik je dood ik verpletter je”,

althans woorden van gelijke aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

feit 4

parketnr: 659080-19

hij op of omstreeks 22 november 2017 te Voorburg en/of Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorbrug, althans in Nederland opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [benadeelde] , brigadier van politie Eenheid Den Haag, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door berichten op sociale media te plaatsen (bij (een) account(s) welke wordt/worden gebruikt door voornoemde [benadeelde] ) met onder meer de volgende teksten:

-“seks op kantoors”

-“Pedofiel”

-“Pedofile [benadeelde] ”

-“pedo sadist”

-“ [benadeelde] de pedo”

-“baby verkrachten viespeuk ik heb alles gezien”

-“Kanker [benadeelde] loop hondje laat je goed neuken door je collega op kantoor pedofiel”;

art 261 lid 2 Wetboek van Strafrecht

feit 5

parketnr: 659080-19

hij op of omstreeks 22 november 2017 te Leidschendam en/of Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde] , brigadier van politie Eenheid Den Haag, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, mondeling heeft beledigd, door haar (middels berichten op sociale media en/of middels een formulier op politie.nl en/of e-mail) de woorden toe te voegen:

-“kanker loop hondjes van justitie”

-“hoertjes slaafjes kanker jooden”

-“kanker bitch”

-“kanker hoertje”,

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 3 januari 2018, genummerd PL1500-2017333038/PL1500-2017331104/PL1500-2017329282, opgemaakt door politie Eenheid Den Haag, doorgenummerd 1 tot en met 180 en het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 19 maart 2019, genummerd 2018259392, opgemaakt door politie Oost-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 242. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffende het proces-verbaal, opgemaakt door politie Eenheid Den Haag, dan wordt (DH) hieraan toegevoegd. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffende het proces-verbaal, opgemaakt door politie Oost-Nederland, dan wordt (ONL) hieraan toegevoegd.

2 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 156 (DH).

3 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 159 (DH).

4 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 161 (DH).

5 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 128 (DH).

6 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 129 (DH).

7 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 130 (DH).

8 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 131 (DH).

9 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 132 (DH).

10 Een proces-verbaal van aangifte, p. 108 (DH).

11 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 130 (DH).

12 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 128, 129, 131, 132 (DH).

13 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 171 (DH).

14 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 164-167 (DH).

15 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 23 (DH).

16 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 66 (DH).

17 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 178-179 (DH).

18 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 206 (ONL).

19 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 88 (DH).

20 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 84 (ONL).

21 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 113, 154 (ONL).

22 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 18 (ONL).

23 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 106 (ONL).

24 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 45 (ONL).

25 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 206 (ONL).

26 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 112, 123 (ONL).

27 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 46 (ONL), later gecorrigeerd op pagina 47 (ONL).

28 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 84 (ONL).

29 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 50 (ONL).

30 Bijlage bij een proces-verbaal van bevindingen, pagina 35 (ONL).

31 Bijlage bij een proces-verbaal van bevindingen, pagina 36 (ONL).

32 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 41, 42 (ONL).

33 Bijlage 5 bij een proces-verbaal van bevindingen, pagina 122 (ONL).

34 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 112 (ONL).

35 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 109 (ONL).

36 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 110 (ONL).

37 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 111, 121 (ONL).

38 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 6 augustus 2019.