Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:380

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-02-2019
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
UTR 19/427
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft bepaald dat de gemeente Amersfoort het kappen van bomen langs de westelijke rondweg moet uitstellen tot aan de behandeling van de rechtszaak op 8 februari.

De Raad van State heeft vandaag in hoger beroep een door omwonenden en stichtingen gevraagde voorlopige voorziening afgewezen. Die procedure ging over de ontheffing die de provincie Utrecht heeft verleend voor het verstoren van vijf beschermde diersoorten. Die ontheffing blijft in stand en daarom mag de gemeente starten met het kappen van ruim 3.000 bomen voor de rondweg. De omwonenden en stichtingen hebben een nieuw verzoek gedaan bij de provincie, omdat zij vinden dat ook voor andere beschermde diersoorten een ontheffing moet worden verleend. Het gaat om de das, sperwer, boommarter, ree en eekhoorn. De omwonenden en stichtingen hebben de rechtbank om een voorlopige voorziening gevraagd, dat is een spoedprocedure in het bestuursrecht.

De voorzieningenrechter heeft vandaag een ordemaatregel genomen die inhoudt dat er tot aan de zitting geen bomen gekapt mogen worden. De zitting vindt plaats op vrijdag 8 februari om 10.00 uur bij de rechtbank Midden-Nederland, Vrouwe Justitiaplein 1 in Utrecht.

(ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2019:748)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/427

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 februari 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

1 [verzoeker sub 1] ;

2 Stichting Groen in Amersfoort;

3 Stichting Woonklimaat Berg;

4 Vereniging Behoud Bos Birkhoven Bokkeduinen;

5. Vereniging Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort;

verzoekers, alle te Amersfoort

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Amersfoort.

Procesverloop

Bij besluit van 30 januari 2019 heeft verweerder het verzoek van verzoekers om handhavend op te treden tegen de gemeente Amersfoort afgewezen.

Bij beslissing van 1 februari 2019 heeft de rechtbank het beroep dat van rechtswege tegen het besluit van 30 januari 2019 is ontstaan, naar verweerder verwezen om het als bezwaarschrift in behandeling te nemen.

Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Deze zaak gaat over diverse werkzaamheden die verband houden met de aanleg van de nieuwe westelijke ontsluitingsweg in Amersfoort. De gemeente Amersfoort zal beginnen met het kappen van ruim 1.500 bomen.

2. Voor de werkzaamheden is door verweerder aan de gemeente Amersfoort voor de periode van 27 juni 2017 tot en met 31 december 2022 een ontheffing verleend van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, ringslang, hazelworm en de zandhagedis. Tegen die ontheffing loopt een hogerberoepsprocedure. Bij uitspraak van vandaag heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening hangende die procedure afgewezen.

3. Het handhavingsverzoek dat verweerder in deze zaak heeft afgewezen heeft betrekking op de das, sperwer, boommarter, ree en de eekhoorn. Verzoekers vrezen dat door de werkzaamheden ook voor deze diersoorten de verbodsbepalingen uit de Wnb zullen worden overtreden, terwijl daarvoor geen ontheffing is verleend. Zij vragen de voorzieningenrechter om de gemeente Amersfoort te verbieden om al met de kap te beginnen.

4. Door de uitspraak van de voorzieningenrechter van de ABRvS staat voor de gemeente Amersfoort de weg open om met de kapwerkzaamheden te beginnen. De gemeente Amersfoort heeft telefonisch laten weten dat zij morgen, 5 februari 2019, met uitzondering van de zogenaamde ‘spoordriehoek’ wil starten en dat zij niet wil wachten totdat deze zaak op een zitting wordt behandeld. Omdat het verzoek over het hele plangebied (en niet alleen over de ‘spoordriehoek’) gaat, is er sprake van grote spoed, die vereist dat de voorzieningenrechter vandaag uitspraak doet zonder dat er een zitting is geweest.

5. Het belang van verzoekers is dat de bomenkap wordt voorkomen. De bomenkap is niet terug te draaien. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding om nu een ordemaatregel te treffen, die inhoudt dat de gemeente Amersfoort tot aan de beslissing op bezwaar geen kapwerkzaamheden mag uitvoeren voor de aanleg van de nieuwe westelijke ontsluitingsweg.

6. Verweerder moet nog op de bezwaren van verzoekers tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek beslissen. Het gaat om een zaak met uiteenlopende inhoudelijke standpunten en om de weging van natuurrapporten die deze standpunten al dan niet ondersteunen. De voorzieningenrechter vindt het in het licht daarvan noodzakelijk dat het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening hangende de bezwaarprocedure op een zitting van de voorzieningenrechter wordt behandeld.

7. De voorzieningenrechter is zich ook bewust van het belang dat de gemeente Amersfoort heeft bij een spoedige start van de kapwerkzaamheden, vanwege het aankomende broedseizoen. De zitting zal daarom worden gehouden op vrijdag 8 februari 2019, om 10.00 uur in Utrecht. De voorzieningenrechter zal dan beoordelen of er aanleiding is om de nu getroffen voorziening op te heffen.

Beslissing

De voorzieningenrechter treft de voorziening dat de gemeente Amersfoort tot de datum van bekendmaking van de beslissing op bezwaar geen (kap)werkzaamheden mag uitvoeren voor de aanleg van de nieuwe westelijke ontsluitingsweg.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

4 februari 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.