Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:3714

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-08-2019
Datum publicatie
09-08-2019
Zaaknummer
UTR 18/4250
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

8:41 Awb, 8:54 Awb

Eiser(es) heeft tegen een onbekend besluit beroep ingesteld. Eiser(es) heeft het griffierecht niet (op tijd) betaald. Eiser(es) heeft hiervoor geen geldige reden gegeven.

Eiser(es) heeft ook niet heeft aangegeven waarom hij/zij het niet eens is met het besluit (de beroepsgronden) en geen kopie van het besluit heeft ingediend.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 18/4250

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2019 in de zaak tussen

[eiser(es)] , eiser(es),

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Eiser(es) heeft tegen een onbekend besluit beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser(es) heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 46,-.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Dat kan anders zijn als daarvoor een geldige reden is.

4. De rechtbank heeft eiser(es) op 22 december 2018 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser(es) het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.

5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser(es) niets aan kan doen. Eiser(es) heeft in dit geval geen bijzonder omstandigheden genoemd en dan ook geen geldige reden gegeven.

6. De rechtbank stelt verder vast dat eiser(es) ook niet heeft aangegeven waarom hij/zij het niet eens is met het besluit (de beroepsgronden) en geen kopie van het besluit heeft ingediend. De rechtbank heeft eiser(es) op 21 november 2018 een aangetekende brief gestuurd. Ook hier geldt dat eiser(es) geen bijzondere omstandigheden heeft genoemd en dan ook geen geldige reden heeft gegeven voor het niet indienen van de beroepsgronden en het niet indienen van een kopie van het besluit.

7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb).

8. Eiser(es) krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van eventuele proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van
J.A.M. Thomassen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
9 augustus 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.