Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:3649

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-07-2019
Datum publicatie
27-08-2019
Zaaknummer
C/16/481796 / KG ZA 19-350
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde maakt met een aantal productomschrijvingen op haar website inbreuk op het auteursrecht en de persoonlijkheidsrechten van eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/481796 / KG ZA 19-350

Vonnis in kort geding van 31 juli 2019

in de zaak van

[eiser] h.o.d.n. [handelsnaam],

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser,

advocaat mr. W.L. Timmers te Amersfoort,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagden,

advocaat mr. M.A. van Brandwijk te Uden.

Partijen zullen hierna [handelsnaam] en [gedaagde sub 1] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 5 juli 2019 met producties 1 tot en met 13

  • -

    de op 15 juli 2019 van [handelsnaam] ontvangen producties 14 tot en met 16

  • -

    de op 15 juli 2019 van [handelsnaam] ontvangen productie 17

  • -

    de op 15 juli 2019 van [gedaagde sub 1] ontvangen producties 1 tot en met 8

  • -

    de op 16 juli 2019 van [handelsnaam] ontvangen productie 18

  • -

    de mondelinge behandeling van 16 juli 2019

  • -

    de pleitnota van [handelsnaam]

  • -

    de pleitnota van [gedaagde sub 1] .

1.2.

[gedaagde sub 1] heeft bezwaar gemaakt tegen productie 18 van [handelsnaam] , omdat die binnen 24 uur vóór de zitting is overgelegd. [handelsnaam] maakt vervolgens op zijn beurt dan bezwaar tegen producties 1 tot en met 8 van [gedaagde sub 1] , waarvoor datzelfde geldt. De voorzieningenrechter laat alle producties toe. Productie 18 van [handelsnaam] is inderdaad te laat ingediend (net als productie 17 van [handelsnaam] , maar daartegen maakt [gedaagde sub 1] geen bezwaar), maar deze productie is een reactie op de producties van [gedaagde sub 1] die ook te laat zijn ingediend. De voorzieningenrechter heeft [gedaagde sub 1] de mogelijkheid geboden, waar zij geen gebruik van heeft gemaakt, om de zitting te schorsen als zij nog beter naar productie 18 wil kijken. Hiermee is in voldoende mate voorkomen dat [gedaagde sub 1] in haar verdediging is geschaad en wordt voldaan aan het beginsel van hoor en wederhoor, zodat de goede procesorde niet in de knel komt.

1.3.

Daarna is besloten dat er een vonnis komt.

2 Waar gaat de zaak over?

2.1.

[handelsnaam] verkoopt spirituele sieraden en andere spirituele producten op haar website [handelsnaam] .nl. [gedaagde sub 1] verkoopt soortgelijke producten op haar website [naam website] .nl. Op de websites is per product een foto en een productomschrijving (tekst) te zien.

2.2.

Een productomschrijving (product 2) op de website van [handelsnaam] ziet er zo uit:

2.3.

[handelsnaam] zegt dat zij de productomschrijvingen op haar website zelf heeft geschreven en dat [gedaagde sub 1] inbreuk maakt op haar auteursrechten en persoonlijkheidsrechten, doordat [gedaagde sub 1] die productomschrijvingen (te veel) heeft overgenomen op haar eigen website, zonder bronvermelding. [handelsnaam] wil er met dit kort geding voor zorgen dat [gedaagde sub 1] deze inbreuken staakt en gestaakt houdt. [gedaagde sub 1] is het hier niet mee eens.

2.4.

Een productomschrijving (van een op product 2 lijkend product) op de website van [gedaagde sub 1] ziet er zo uit:

3 De beoordeling

3.1.

De voorzieningenrechter vindt dat [gedaagde sub 1] met een deel van haar teksten inderdaad inbreuk maakt op de auteursrechten van [handelsnaam] en dat zij daar mee moet stoppen. Hieronder wordt uitgelegd waarom. Daarbij wordt ingegaan op de relevante stellingen van partijen.

Leeswijzer

3.2.

[handelsnaam] roept de auteursrechtelijke bescherming in van 26 van haar productomschrijvingen en zij zegt dat [gedaagde sub 1] op 51 webpagina’s en een Facebookpagina inbreuk maakt op die teksten. De voorzieningenrechter heeft al deze teksten beoordeeld, maar zal niet op alle teksten afzonderlijk ingaan in dit vonnis. Dat gaat te ver in kort geding en draagt bovendien niet bij aan de leesbaarheid van dit vonnis. Dit vonnis laat aan de hand van een aantal voorbeelden zien waarom een aantal van de teksten van [handelsnaam] auteursrechtelijk beschermd zijn en waarom [gedaagde sub 1] daar inbreuk op maakt.

Spoedeisend belang

3.3.

Volgens [gedaagde sub 1] heeft [handelsnaam] geen spoedeisend belang bij haar vorderingen. De voorzieningenrechter ziet dat anders. [handelsnaam] zegt dat er sprake is van een voortdurende inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten. Zij heeft er een spoedeisend belang bij om te laten toetsen of dat zo is en zo ja, om die inbreuk te laten stoppen. De vorderingen zijn dus naar hun aard spoedeisend. Dat de teksten al naar tevredenheid van [handelsnaam] zouden zijn aangepast, zoals [gedaagde sub 1] zegt, is niet juist.

[handelsnaam] is de maker van de productomschrijvingen

3.4.

[gedaagde sub 1] betwist dat [handelsnaam] (althans de heer [eiser] ) de maker is van de productomschrijvingen, omdat hij daar geen bewijs van overlegt. Dat is volgens [gedaagde sub 1] wel nodig, omdat [handelsnaam] geen beroep kan doen op het bewijsvermoeden van artikel 4 van de Auteurswet (Aw) en omdat er vele anderen zijn die dezelfde of soortgelijke teksten hanteren.

3.5.

De voorzieningenrechter vindt dat [handelsnaam] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij (althans de heer [eiser] ) wél de maker is van de productomschrijvingen. Voor een beroep op artikel 4 Aw is het inderdaad niet voldoende dat op de website van [handelsnaam] “© [handelsnaam] ” staat. Maar de teksten staan op de website van [handelsnaam] en [handelsnaam] is een eenmanszaak. De stelling van [handelsnaam] (althans van de heer [eiser] ) dat hij de teksten geschreven heeft, is daarom aannemelijk en ook genoeg. In ieder geval tegenover de blote betwisting van [gedaagde sub 1] (“ [handelsnaam] legt geen bewijs over”). Ook het argument dat de teksten van anderen zouden zijn, gaat niet op. Dat wordt hierna toegelicht in overwegingen 3.10 en 3.11.

Een deel van de productomschrijvingen van [handelsnaam] is auteursrechtelijk beschermd

3.6.

[gedaagde sub 1] betwist dat de teksten van [handelsnaam] auteursrechtelijk beschermd zijn, omdat deze volgens haar onvoldoende een eigen oorspronkelijk karakter hebben en onvoldoende het persoonlijk stempel van de maker dragen. Zij onderbouwt dat als volgt. In de branche worden heel vaak deze zelfde teksten gebruikt. Bovendien staat in de productomschrijvingen alleen feitelijke informatie over het product, zoals bijvoorbeeld materiaal, kleur, maten, oorsprong en wetenswaardigheden. Deze feitelijke informatie is afkomstig van de leveranciers of de makers van de producten en veel informatie is ook algemeen bekend. Dat [handelsnaam] die informatie op een andere of beknoptere wijze of in een andere volgorde weergeeft, maakt niet dat er sprake is van voldoende creatieve keuzes. Een opsomming van eigenschappen en materialen is niet auteursrechtelijk beschermd (rechtbank Arnhem, 6 maart 2009, De Roode Roos/ [achternaam] , ECLI:NL:RBARN:2009:BI0225). Aldus nog steeds [gedaagde sub 1] .

3.7.

De voorzieningenrechter vindt dat een deel van de productomschrijvingen van [handelsnaam] wél auteursrechtelijk beschermde werken zijn in de zin van artikel 10 Aw. Dat deel van de teksten van [handelsnaam] is voldoende origineel en hij heeft daarbij voldoende creatieve keuzes gemaakt, zodat die teksten een eigen oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Die teksten bevatten inderdaad feitelijke informatie over de producten, maar daarbij zijn creatieve keuzes gemaakt om het product zo goed mogelijk aan te prijzen die verder gaan dan louter een opsomming. De vergelijking met de uitspraak De Roode Roos/ [achternaam] gaat hierdoor niet op. De voorzieningenrechter geeft hieronder een aantal voorbeelden van productomschrijvingen, waaruit de creatieve keuzes voldoende blijken. De voorzieningenrechter heeft alleen de door [handelsnaam] (in haar productie 13) in paars en lichtblauw gearceerde tekstdelen weergegeven. Waarom dat is, staat in overweging 3.13.

3.8.

Voorbeelden productomschrijvingen [handelsnaam] :

* Product 2 Wierook Hol Backflow - 45 stuks - Lavendel

“(…)

Deze wierookkegels zijn van pure en zuivere grondstoffen gemaakt. Door de holle binnenkant ‘valt’ het rook in plaats van dat het opstijgt. Dit maakt deze variant wierook bij uitstek geschikt om alle hoeken van de ruimte te zuiveren met een rookvangende kom of kuip. De geur van deze backflow kegels is puur en blijft goed hangen.

Kijk ook een bij onze wierrookhouders om bijpassende houders voor deze speciale wierrookkegels te vinden.

Let op: Deze wierrook heeft een snellere brandtijd en kan residu achterlaten.”

* Product 3 Mandala Paars - Sarong & Strandkleed

“(…)

De mandala print op dit kleedje heeft een mooie betekenis. Mandala is een stijl uit de oude en mystieke beschaving in India. (…) diepere betekenis.

Veel mensen vinden rust in het staren naar de vloeiende lijnen en symetrische kunstvorm van mandala. Door dagelijks 5 minuten te kijken naar mandala kunst, kun je met simpele ademhalingstechnieken al meer verlichting en minder druk voelen.

(…)

  • -

    Strandkleed

  • -

    Mantel bij zonsondergang

  • -

    Decoratie aan een muur

  • -

    Meditatiekleed

  • -

    Tafelkleed

  • -

    Meubel-overtrek

  • -

    Kleding”

* Product 5 Mandala Ketting - Lotus Hanger

“(…)

Mandala is een stijl uit de oude en mystieke beschaving in India. Mandala staat bekend om hypnotiserende en prachtige kunst met een diepere betekenis.

De Mandala lotusbloem werd gebruikt bij visuele meditatie en spirituele genezing. De gelaagde bloem komt in vele Aziatische landen voor in kunst, sieraden en zelfs tatoeages. Dit is niet alleen vanwege de schoonheid, maar het verhaal achter het ontstaan van de lotusbloem.

De lotusbloem begint in een modderige plas of moeras over een periode van drie dagen en bloeit plotseling in de morgen. De uit de modder rijzende lotusbloem bloeit en symboliseert verlichting en spirituele herborenheid.”

* Product 23 Wierookhouder Waterval – Buddha Essence Turqoise

“(…)

Deze prachtige keramische wierookhouder heeft een kleurrijke Boeddha en twee wierookhouders. Je kunt de kegelvormige wierook plaatsen op het plateau en/of een staafje plaatsen. Het onderste plateau kan fungeren als kuipje voor aromatische olie waarmee je je hele kamer kunt kalmeren en zuiveren.

Bekijk ook eens de andere kleuren en soorten wierookhouders, dit model heeft in totaal 6 variaties.

Let op: alleen holle wierookkegels creëren het waterval effect.”

Ook voor de, hierboven niet geciteerde, productomschrijvingen van de producten met de nummers [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] en [.] geldt dat daarin voldoende creatieve keuzes zijn gemaakt om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen.

3.9.

De voorzieningenrechter volgt [gedaagde sub 1] niet in haar stelling dat de teksten van [handelsnaam] niet auteursrechtelijk beschermd zijn, omdat deze teksten al door anderen worden gebruikt. Dit argument van [gedaagde sub 1] kan alleen slagen als zij daarmee bedoelt dat de teksten niet oorspronkelijk genoeg zijn of dat deze teksten éérder door deze anderen werden gebruikt en [handelsnaam] die teksten dus heeft overgenomen. Dat van de eerste mogelijkheid bij de in 3.8 genoemde teksten geen sprake is, is hierboven al geoordeeld. [gedaagde sub 1] heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de tweede mogelijkheid zich voordoet en wel hierom.

3.10.

[gedaagde sub 1] heeft een groot aantal screenprints overgelegd van webpagina’s van andere aanbieders van soortgelijke producten als die [handelsnaam] en [gedaagde sub 1] verkopen en daarop zijn teksten te zien die (deels) hetzelfde of (deels) vergelijkbaar zijn met de teksten van [handelsnaam] . [handelsnaam] heeft van bijna alle teksten echter aan de hand van de “created at”-datum aangetoond dat de webpagina’s waarop deze teksten staan ouder zijn dan de daarmee (deels) corresponderende webpagina’s van [handelsnaam] . [gedaagde sub 1] zegt daarop aan de hand van de “updated at”-datum dat een aantal webpagina’s van [handelsnaam] later zijn gewijzigd dan een aantal van de door haar aangedragen webpagina’s. De teksten van [handelsnaam] op die betreffende pagina’s kunnen, volgens [gedaagde sub 1] , dus later zijn ingevoegd. En – zo begrijpt de voorzieningenrechter – die teksten kan [handelsnaam] dus hebben overgenomen van de webpagina’s van derden. [handelsnaam] heeft echter gezegd dat de updates van haar webpagina’s alleen zagen op prijswijzigingen en dat zij dat, onder andere, met screenshots van haar Facebookpagina kan aantonen, maar dat daarvoor geen tijd was door het late moment waarop [gedaagde sub 1] de teksten van derden in de procedure heeft gebracht. Bovendien is één website later aangemaakt dan die van [handelsnaam] . De teksten op die website kan [handelsnaam] dus sowieso niet hebben overgenomen. Dat alles vindt de voorzieningenrechter in het kader van dit kort geding voldoende overtuigend om aan te nemen dat de teksten van derden jonger zijn dan de teksten van [handelsnaam] en dat [handelsnaam] haar teksten dus niet van die derden heeft overgenomen.

3.11.

[gedaagde sub 1] heeft ook een drietal Engelse teksten overgelegd die, volgens haar, letterlijk vertaald hetzelfde zijn als tekstdelen van [handelsnaam] . [handelsnaam] zegt dat ook deze teksten jonger zijn dan haar teksten. Bovendien is er volgens [handelsnaam] geen sprake van een letterlijke vertaling. In de Engelse tekst wordt gesproken van “rebirth”. Dat is niet hetzelfde als “herborenheid”, het woord dat [handelsnaam] gebruikt. Dit woord is volgens [handelsnaam] een goed voorbeeld van woorden die juist zij heeft geïntroduceerd. De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat de teksten van [handelsnaam] niet zijn gebaseerd op deze Engelse teksten.

[gedaagde sub 1] maakt met een deel van haar teksten auteursrechtinbreuk

3.12.

Volgens [handelsnaam] zijn de auteursrechtelijk beschermde trekken van haar productomschrijvingen onder meer:

  • -

    de gemaakte keuzes en rangschikking onderwerpen/alinea’s;

  • -

    de gemaakte keuzes en rangschikking van woorden, de tekst- en zinsvolgorde;

  • -

    de gemaakte keuzes voor wat betreft opsommingstekens en interpunctie;

  • -

    de gemaakte keuzes in tekstopmaak zoals het gebruik van selectief vetgedrukte woorden en hoofdletters.

Zij vergelijkt haar teksten met die van [gedaagde sub 1] (in haar productie 13) en heeft daarbij in paars of lichtblauw gearceerd welke tekstdelen hetzelfde zijn en in geel de tekstdelen die “anderszins overeenstemmen dan wel relevant zijn”.

3.13.

[handelsnaam] heeft onvoldoende duidelijk gemaakt of, en zo ja op welke manier hij de auteursrechtelijke bescherming inroept van de geel gearceerde tekstdelen. Hij maakt ook geen onderscheid tussen “anderszins overeenstemmen” en “relevant zijn” en maakt niet duidelijk wat hij met dit onderscheid bedoelt. [gedaagde sub 1] heeft hier dus ook niet concreet op kunnen reageren en doet dat ook niet. In deze procedure is dus geen debat geweest over de geel gearceerde tekstdelen. Daarnaast heeft [handelsnaam] ook onvoldoende duidelijk gemaakt op welke manier hij de auteursrechtelijke bescherming inroept van de opsommingstekens, de interpunctie en de lay-out van de webpagina.

[handelsnaam] en [gedaagde sub 1] hanteren, bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van auteursrechtinbreuk, de totaalindrukkentoets, maar de voorzieningenrechter zal dat niet doen. De Hoge Raad heeft dit criterium tot nu toe alleen toegepast bij (bepaalde) gebruiksvoorwerpen en zich nog niet uitgelaten over de vraag of dit criterium ook bij andere werken kan/moet worden toegepast. Er bestaat discussie over wat het antwoord op deze vraag zou moeten zijn. De voorzieningenrechter vindt het in dit geval het meest passend dit criterium niet te hanteren. Hij zal dus alleen beoordelen of er auteursrechtelijk beschermde trekken van de teksten van [handelsnaam] zijn overgenomen en niet of dit, als dat het geval is, tot dezelfde totaalindruk leidt.

Uit het bovenstaande volgt dat de voorzieningenrechter hierbij alleen zal kijken naar de door [handelsnaam] (in productie 13) paars en lichtblauw gearceerde tekstdelen. De voorzieningenrechter zal dus beoordelen of deze tekstdelen ook voorkomen in de teksten van [gedaagde sub 1] . Van deze teksten is in de overwegingen 3.7 tot en met 3.11 al vastgesteld dat deze auteursrechtelijk beschermd zijn.

3.14.

Vergelijking productomschrijvingen [handelsnaam] met teksten [gedaagde sub 1] :

* Product 2 Wierook Hol Backflow - 45 stuks - Lavendel

De in 3.8 geciteerde tekst van deze productomschrijving is bijna helemaal gelijk aan de tekst op een webpagina waarop [gedaagde sub 1] het product “80 stuks Sandelhout - Kegelwierook” verkoopt. Ook de taalfout “het rook” is hetzelfde. De enige verschillen zijn dat [handelsnaam] “rookvangende” aan elkaar schrijft en [gedaagde sub 1] “rook” en “vangende” loskoppelt. En dat [handelsnaam] het heeft over “backflow kegels”, terwijl [gedaagde sub 1] “kegels” schrijft.

* Product 3 Mandala Paars - Sarong & Strandkleed

De in 3.8 geciteerde tekst van deze productomschrijving is bijna helemaal gelijk aan de tekst op de webpagina’s waarop [gedaagde sub 1] de producten “Bohemian Mandala - Sarong”, “Sarong & Strandlaken paarse bloem” en “Sarong & Strandlaken” verkoopt. Ook zijn dezelfde woorden schuin of vetgedrukt. De enige verschillen zijn dat [gedaagde sub 1] “symetrische” wel correct spelt en dat zij op de webpagina van het product “Bohemian Mandala - Sarong” een witregel plaatst tussen de zin “Veel mensen (…) mandala” en de zin “Door dagelijks (…) minder druk voelen”. Op de Facebookpagina van [gedaagde sub 1] waarop zij naar het product “Sarong & Strandlaken” verwijst, staat dezelfde opsomming van gebruiksmogelijkheden (“strandkleed (…) kleding”).

* Product 5 Mandala Ketting - Lotus Hanger

De in 3.8 geciteerde tekst van deze productomschrijving is bijna helemaal gelijk aan de tekst op de webpagina’s waarop [gedaagde sub 1] het product “Mandala oorbellen” aanprijst. De enige verschillen zijn dat [gedaagde sub 1] het woord “mandala” niet twee keer schuin drukt, waar [handelsnaam] dat wel doet en dat [gedaagde sub 1] het woord “meditatie” niet vet drukt, maar de woorden “spirituele” en “symboliseert” wel, waar [handelsnaam] dat omgekeerd doet.

* Product 23 Wierookhouder Waterval – Buddha Essence Turqoise

De in 3.8 geciteerde tekst van deze productomschrijving is bijna helemaal gelijk aan de tekst op de webpagina’s waarop [gedaagde sub 1] de producten “Wierookhouder De Monnik”, “Wierookhouder Boeddha”, “Wierookhouder De Visser”, “Wierookhouder Gouden Draak” en “Wierookhouder De Draak” verkoopt. De enige verschillen zijn dat [gedaagde sub 1] bij de producten “Wierookhouder Gouden Draak” en “Wierookhouder De Draak” een witregel plaatst voor de tekst “Je kunt (…) zuiveren”, dat bij het product “Wierookhouder Gouden Draak” staat “zuiver” in plaats van “zuiveren.” en dat zij alleen bij het product“ een link heeft gekoppeld aan “holle wierookkegels”.

3.15.

In de teksten van [gedaagde sub 1] zijn dus auteursrechtelijk beschermde tekstdelen van [handelsnaam] overgenomen en wel in zodanige mate dat deze teksten inbreuk maken op het auteursrecht van die productbeschrijvingen van [handelsnaam] . Er is daarom sprake van openbaarmaking en verveelvoudiging (artikelen 12 en 13 Aw.) Ditzelfde geldt voor de teksten van [gedaagde sub 1] die [handelsnaam] koppelt aan haar producten met de nummers [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] en [.] . Voor wat betreft het product van [handelsnaam] met nummer [.] alleen wat betreft de tekst waarmee [gedaagde sub 1] haar product “Boeddha Ketting - Obsidiaan aanprijst”.

Overige teksten

3.16.

Voor de teksten op de webpagina’s van [gedaagde sub 1] die [handelsnaam] koppelt aan haar producten met de nummers [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] deels, [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] en [.] ligt dit minder duidelijk. De voorzieningenrechter kan in kort geding alleen een voorziening treffen als het in hoge mate waarschijnlijk is dat een bodemrechter de vorderingen zal toewijzen. Dat is hier nog maar de vraag. Het is onvoldoende duidelijk geworden dat deze teksten waarvan [handelsnaam] de auteursrechtelijke bescherming inroept, ook daadwerkelijk als zodanig beschermd zijn en (dus) of [gedaagde sub 1] daar inbreuk op maakt. Een beoordeling hiervan vergt een nauwgezet(ter) onderzoek van deze tekst(delen) en een uitgebreider debat tussen partijen en dat voert in dit kort geding te ver. Partijen zullen dit onderling of in een bodemprocedure uit moeten (laten) zoeken.

Ook inbreuk op persoonlijkheidsrechten

3.17.

Omdat [gedaagde sub 1] een aantal auteursrechtelijk beschermde teksten van [handelsnaam] heeft gepubliceerd zonder daarbij [handelsnaam] als maker te vermelden en het niet in strijd is met de redelijkheid dat [handelsnaam] zich hiertegen verzet, maakt [gedaagde sub 1] ten aanzien van die teksten ook inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [handelsnaam] (artikel 25 Aw).

Staken inbreuk

3.18.

De vordering van [handelsnaam] tot het staken en gestaakt houden van de inbreuk op haar auteursrechten en persoonlijkheidsrechten, zal worden toegewezen voor zover er in dit kort geding is geoordeeld dat die inbreuk aanwezig is. De veroordeling zal niet met onmiddellijke ingang worden toegewezen, omdat [gedaagde sub 1] een redelijke termijn gegund moet worden om aan de veroordeling te voldoen. De voorzieningenrechter stelt deze termijn op 48 uur na betekening van dit vonnis.

Dwangsom

3.19.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gevorderde dwangsommen niet onredelijk hoog zijn en ziet dus geen aanleiding om de gevorderde dwangsommen te matigen.

Proceskosten

3.20.

[gedaagde sub 1] heeft ongelijk gekregen en moet daarom normaal gesproken de proceskosten van [handelsnaam] betalen. [handelsnaam] vordert dat [gedaagde sub 1] op grond van artikel 1019h Rv wordt veroordeeld in de redelijke en evenredige proceskosten die hij heeft gemaakt. [gedaagde sub 1] heeft hiertegen het volgende verweer gevoerd. [gedaagde sub 1] zegt dat zij vier weken voor de zitting al aan [handelsnaam] heeft gevraagd om aan haar de teksten de geven waar [handelsnaam] zich op beriep, maar dat zij deze pas één week voor de zitting heeft gekregen. Volgens [gedaagde sub 1] heeft zij daardoor nodeloos extra kosten moeten maken en heeft zij zich minder goed kunnen verweren. Daarom vindt zij dat zij niet in de proceskosten van [handelsnaam] moet worden veroordeeld of dat deze op grond van het liquidatietarief moeten worden bepaald of dat, als zij in de proceskosten ex artikel 1019h Rv wordt veroordeeld, het tarief van een eenvoudig kort geding moet worden gehanteerd of de door [handelsnaam] opgevoerde kosten fors moeten worden gematigd.

3.21.

De voorzieningenrechter ziet in wat [gedaagde sub 1] hierover zegt geen aanleiding om haar niet op grond van artikel 1019h Rv in de proceskosten van [handelsnaam] te veroordelen. Op de zitting heeft [gedaagde sub 1] namelijk meerdere malen bevestigd dat haar proceshouding niet anders zou zijn als zij de stukken eerder had ontvangen, met andere woorden: ook dan had zij zich op het standpunt gesteld dat zij geen inbreuk maakt op het auteursrecht en de persoonlijkheidsrechten van [handelsnaam] . Bovendien zijn de stukken niet zodanig laat overgelegd dat [gedaagde sub 1] in het voeren van verweer is geschaad.

3.22.

Op grond van artikel 1019h Rv kunnen de redelijke en evenredige proceskosten worden toegewezen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten gaat de voorzieningenrechter uit van de door de rechtbanken gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken. In dit geval wordt als uitgangspunt voor de advocaatkosten genomen het (maximum) tarief behorend bij een gewoon kort geding:
€ 15.000,-. Dit tarief is gekozen, omdat er weliswaar maar één IE grondslag is en de zaak verder niet uitzonderlijk ingewikkeld is, maar wel erg omvangrijk. [handelsnaam] heeft immers in totaal van 52 teksten van [gedaagde sub 1] aangegeven waarom deze inbreuk maken op haar 26 productomschrijvingen en heeft onderzoek moeten doen naar de vele door [gedaagde sub 1] aangedragen teksten van derden. Het gevorderde bedrag aan salaris voor de advocaat van
€ 10.796,50 (€ 10.116,50 + 4 uur à € 170,0) blijft onder dit tarief en wordt daarom toegewezen. De kosten aan de zijde van [handelsnaam] worden begroot op:

- dagvaarding € 99,01

- griffierecht 297,00

- salaris advocaat 10.796,50

Totaal € 11.192,51

3.23.

Ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde sub 1] hoofdelijk om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de in 3.13 tot en met 3.15 geconstateerde inbreuk op de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten van [handelsnaam] op de website [naam website] .nl te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden,

4.2.

veroordeelt [gedaagde sub 1] hoofdelijk om aan [handelsnaam] een dwangsom te betalen van € 2.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 4.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet of, ter keuze aan [handelsnaam] , van € 2.000,- voor iedere overtreding van de onder 4.1 uitgesproken veroordeling, tot een maximum van € 40.000,- is bereikt,

4.3.

veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten van [handelsnaam] op grond van artikel 1019h Rv tot vandaag begroot op € 11.192,51, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.4.

bepaalt ingevolge het bepaalde in artikel 1019i Rv de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden na de datum van dit vonnis,

4.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2019.1

1 type: MB (4209)