Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:3634

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-07-2019
Datum publicatie
12-11-2019
Zaaknummer
C/16/484837 / FO RK 19-1126
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Blokkaderecht pleegouders. Geboortejaar minderjarige is hersteld naar 2004.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/484837 / FO RK 19-1126

Beschikking van 30 juli 2019

in de zaak van:

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, hierna te noemen de voogd,

gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

De heer [belanghebbende 1] en mevrouw [belanghebbende 2] , hierna te noemen opa en oma,

wonende in [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift van de voogd van 19 juli 2019, binnengekomen bij de griffie van de rechtbank op 22 juli 2019.

Op 30 juli 2019 heeft de kinderrechter de zaak behandeld. Gehoord zijn:

  • -

    [voornaam van minderjarige] , zij is apart gehoord;

  • -

    mevrouw [A] en mevrouw [B] namens de voogd;

  • -

    opa en oma, bijgestaan door mr. D. Kotterman.

Daarnaast heeft de kinderrechter de heer [C] (de begeleider van opa en oma van [instelling 1] ) bijzondere toegang verleend.

De feiten

Bij beschikking van 30 december 2014 is [voornaam van minderjarige] onder voogdij gesteld van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg gevestigd te [vestigingsplaats 2] . De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering voert de maatregel als gecertificeerde instelling uit sinds 1 januari 2015.

[voornaam van minderjarige] verblijft sinds 14 mei 2018 bij opa en oma.

Waar gaat het over?

De voogd verzoekt de kinderrechter toestemming te verlenen om de verblijfplaats van [voornaam van minderjarige] te wijzigen naar een gezinshuis. De voogd verzoekt deze toestemming, omdat opa en oma geen toestemming geven voor een wijziging van de verblijfplaats van [voornaam van minderjarige] . Opa en oma vinden dat de kinderrechter het verzoek van de voogd moet afwijzen of dat er eerst meer onderzoek moet worden gedaan naar wat goed is voor [voornaam van minderjarige] .

Beoordeling

Beslissing

De kinderrechter wijst het verzoek van de voogd toe en geeft de voogd toestemming om de verblijfplaats van [voornaam van minderjarige] te wijzigen naar een gezinshuis. Wel zal de kinderrechter bepalen dat deze toestemming geldt voor de duur van zes maanden. Hierna zal de kinderrechter uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

Toetsingskader

[voornaam van minderjarige] woont al langer dan een jaar bij opa en oma. Op grond van de wet heeft de voogd daarom toestemming nodig van opa en oma om de verblijfplaats van [voornaam van minderjarige] te wijzigen. Omdat opa en oma geen toestemming geven om de verblijfplaats van [voornaam van minderjarige] te wijzigen, kan de voogd toestemming vragen aan de kinderrechter. De kinderrechter kan het verzoek van de voogd alleen afwijzen, als zij dit in het belang van [voornaam van minderjarige] noodzakelijk vindt.

Het belang van [voornaam van minderjarige]

De kinderrechter vindt het in het belang van [voornaam van minderjarige] dat zij in een gezinshuis gaat wonen. [voornaam van minderjarige] heeft in haar jonge leven al veel meegemaakt. Zij is getuige geweest van huiselijk geweld en verslavingsproblemen bij haar moeder en stiefvader. In 2014 is haar moeder plotseling overleden. Na het overlijden van haar moeder heeft [voornaam van minderjarige] op verschillende plaatsen gewoond. Zij is weggelopen, in aanraking geweest met de politie en er waren zorgen over haar contacten met jongens. Sinds 14 mei 2018 verblijft [voornaam van minderjarige] bij opa en oma. Het overlijden van de moeder is heel ingrijpend geweest voor [voornaam van minderjarige] . [voornaam van minderjarige] voel zich schuldig. Het risico bestaat dat zij angstgevoelens of een depressie ontwikkelt of dat zij vervalt in crimineel gedrag. [voornaam van minderjarige] heeft professionele hulp nodig bij de verwerking van het overlijden van haar moeder. Deze hulp is pas effectief als [voornaam van minderjarige] zich in een stabiele situatie bevindt.

Opa en oma kunnen dit [voornaam van minderjarige] niet bieden. Er zijn veel zorgen over de situatie bij opa en oma. Opa en oma hebben allebei een flink strafblad en zijn niet goedgekeurd als pleeggezin. In december 2018 heeft in de woning van opa en oma een bedreiging met een vuurwapen plaatsgevonden. [voornaam van minderjarige] was hierbij aanwezig. Daarnaast hebben opa en oma al veel aan hun hoofd. Zij zijn twee kinderen verloren. Opa start daarom binnenkort met EDMR en daarnaast heeft hij een intake gehad bij de [instelling 2] in verband met zijn drankgebruik. Opa en oma staan onder beschermingsbewind en hebben het financieel heel krap. Omdat zij niet zijn goedgekeurd als pleeggezin, ontvangen opa en oma geen begeleiding of financiƫle bijdrage voor [voornaam van minderjarige] . Dit heeft er al eens toe geleid dat oma onvoldoende geld had om voor [voornaam van minderjarige] te zorgen en geen andere uitweg zag dan het plegen van een winkeldiefstal.

De kinderrechter vindt het heel fijn en belangrijk voor [voornaam van minderjarige] dat zij bij opa en oma terecht kan. Dat zal ook niet veranderen als [voornaam van minderjarige] in een gezinshuis gaat wonen. De kinderrechter hoopt dat [voornaam van minderjarige] zich zal openstellen voor een gezinshuis. En dat opa en oma [voornaam van minderjarige] hierbij zullen ondersteunen. Want dat heeft [voornaam van minderjarige] nodig.

Op dit moment is er nog geen plek voor [voornaam van minderjarige] beschikbaar. Dat betekent dat zij voorlopig nog bij opa en oma zal blijven wonen. De kinderrechter vindt dat er binnen een half jaar een geschikte plek voor [voornaam van minderjarige] moet worden gevonden. Daarom zal de kinderrechter de voogd toestemming verlenen voor de duur van zes maanden. Dat wil zeggen dat de toestemming om de verblijfplaats van [voornaam van minderjarige] te wijzigen vervalt, als niet binnen zes maanden een plek voor [voornaam van minderjarige] wordt gevonden. De voogd moet dan opnieuw om toestemming van de kinderrechter vragen.

De beslissing

De kinderrechter

verleent de voogd toestemming tot wijziging in het verblijf van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , naar een gezinshuis voor verblijf gedurende dag en nacht,

bepaalt dat deze toestemming geldt voor de duur van zes maanden,

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2019 door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F. de Kleijn als griffier .

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op