Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:3490

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-07-2019
Datum publicatie
31-07-2019
Zaaknummer
16/267236-18; 16/208554-18; 16/073010-19 (gev. ttz.) (P)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/267236-18; 16/208554-18; 16/073010-19 (gev. ttz.) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 juli 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
thans gedetineerd in [verblijfplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 maart 2019, 14 juni 2019 en 28 juni 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

Tevens zijn [A] namens Samen Veilig Midden-Nederland en [B] van de Raad voor de Kinderbescherming, ter terechtzitting verschenen. Daarnaast waren de ouders van verdachte aanwezig.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Onder parketnummer 16/267236-18

Feit 1 op 29 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht, ten gevolge waarvan een Volkswagen Polo

( [kenteken 1] ) is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gebouwen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was;

Feit 2

primair op 27 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, opzettelijk

brand heeft gesticht, ten gevolge waarvan een Mercedes-Benz ( [kenteken 2] ) is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor naastgelegen auto’s te duchten was;

subsidiair op 27 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, brandstichting heeft voorbereid;

Feit 3 op 22 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, brandstichting heeft voorbereid;

Feit 4 in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;


Feit 5

primair in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 8 oktober 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van een valse sleutel, uit een woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] een sleutelbos van [slachtoffer 1] heeft gestolen;

subsidiair zich in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van een sleutelbos;

Feit 6 zich in de periode van 2 oktober 2018 tot en met 25 oktober 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van een kentekenplaat ( [kenteken 3] );


Feit 7

primair in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018, te Utrecht, al dan niet met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van heling van navigatiesystemen en/of displays;

subsidiair zich in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van navigatiesystemen en/of displays;


Feit 8

primair op 18 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak, een scooter/bromfiets van [slachtoffer 7] heeft gestolen;

subsidiair zich op 18 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van een scooter/bromfiets;

Feit 9

primair op 25 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak, een scooter/bromfiets van [slachtoffer 2] heeft gestolen;

subsidiair op 25 november 2018 te Utrecht medeplichtig is geweest aan diefstal door middel van braak van een scooter/bromfiets van [slachtoffer 2] ;


Feit 10 op 3 december te De Meern, gemeente Utrecht, al dan niet met

anderen, door middel van braak, een scooter (merk Piaggio, type Zip) van [slachtoffer 3] heeft gestolen;


Feit 11 op 3 december 2018, al dan niet met anderen, door middel van

braak, koplampen van een auto (merk Volvo, type V40, kenteken [kenteken 4] ) heeft gestolen;

Feit 12 zich in de periode van 2 november 2018 tot en met 6 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van een motorscooter (merk Piaggio, type SKR125, kenteken [kenteken 5] );

Feit 13 op 27 november 2018 te Utrecht zich schuldig heeft gemaakt aan het doen van een valse aangifte;


Feit 14 zich in de periode van 23 oktober 2018 tot en met 29 december 2018

te Utrecht meermalen niet heeft gehouden aan een gedragsaanwijzing door contact te hebben met [C] en/of [D] ;

Feit 15 op 21 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak uit een auto (merk Audi, kenteken [kenteken 6] ) een I-Phone 7 heeft gestolen van [slachtoffer 4] ;

Onder parketnummer 16/208554-18

primair op 21 oktober 2018 te Nieuwegein, al dan niet met anderen, een traceerstift/kraspen heeft gestolen van winkelbedrijf [naam winkel] ;

subsidiair op 21 oktober 2018 te Nieuwegein medeplichtig is geweest aan diefstal van een traceerstift/kraspen van winkelbedrijf [naam winkel] ;

Onder parketnummer 16/073010-19

Feit 1

primair op 8 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht, ten gevolge waarvan een personenauto merk: Fiat, type: Punto, kenteken: [kenteken 7] is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor nabij gelegen bosjes/struiken te duchten was;

subsidiair op 8 december 2018 te Utrecht, al dan niet anderen, een personenauto (merk: Fiat, type: Punto, kenteken: [kenteken 7] ) van [slachtoffer 5] heeft vernield;

Feit 2 op 7 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak koplampen, van [slachtoffer 6] , heeft gestolen.

3. VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAKEN

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 3

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend

bewezen te verklaren. Volgens de officier van justitie zijn de handelingen die verdachte op 22 november 2018 verrichtte ná een autobrand aan te merken als voorbereidingshandelingen voor een nieuwe brand.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat de uit de bewijsmiddelen de intenties van verdachte niet blijken. Uit het enkele gegeven dat verdachte brandversnellende vloeistof en een klein propje papier voorhanden had, kan niet worden afgeleid dat verdachte – als daaruit al kan worden afgeleid dat verdachte brand wilde stichten – het opzet had op gevaar voor andere goederen en/of personen.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet is komen vast te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen van brandstichting. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken.

Voor strafbare voorbereiding van brandstichting is vereist opzettelijk handelen van verdachte met betrekking tot voorwerpen en/of stoffen bestemd tot het begaan van dat misdrijf. Het opzet van de voorbereider moet zowel zijn gericht op brandstichting als op het in artikel 157 Wetboek van Strafrecht (Sr) omschreven gevaar, in die zin dat dit opzet betrekking moet hebben op het naar algemene ervaringsregels voorzienbare gevaar van bedoelde voorwerpen en/of stoffen voor de door artikel 157 Sr beschermde rechtsgoederen. Bij de beoordeling hiervan sprake is spelen onder meer een rol de aard van de voorwerpen en/of stoffen en de omstandigheden waaronder de verdachte deze voorhanden heeft gehad.

Uit de beschrijving van camerabeelden in het procesdossier volgt dat verdachte op 22 november 2018 om 17.58 uur in beeld verschijnt bij de berging, die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Hij houdt een plastic fles met geel/groene transparante vloeistof en twee kledingstukken vast. Vervolgens verdwijnt hij uit beeld zonder deze goederen. Omstreeks 19.05 uur die dag vindt een autobrand plaats aan de [straatnaam 8] te [woonplaats] . Later die avond, omstreeks 20:06 uur, wordt verdachte opnieuw in de berging gezien. Hij rijdt een zwarte scooter zonder kenteken de berging in en verdwijnt daarna uit beeld. Om 20.27 uur verschijnt verdachte weer in beeld. Dit keer is hij met een ander. Verdachte legt een fles met groen/gele transparante vloeistof, een klein groen voorwerp dat lijkt op een aansteker en een stuk papier in de buddyseat van een scooter. Nadat verdachte en de ander zich voorzien hadden van andere bovenkleding en een muts duwen zij de scooter de hal uit en verdwijnen zij omstreeks 20:33 uur uit beeld.

Hoewel deze feiten en omstandigheden in het licht van de andere bewijsmiddelen en feiten verdacht zijn, acht de rechtbank dit onvoldoende voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen.

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 5 primair

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de aan verdachte onder feit 5 primair ten laste gelegde diefstal van de sleutelbos niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken. Uit het procesdossier volgt weliswaar dat verdachte deze sleutels in zijn bezit heeft gehad, maar de rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is dat het verdachte is geweest die deze sleutels uit een woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] heeft weggenomen.

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 8 primair

4.5.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend

bewezen te verklaren.

4.6.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte de scooter van [slachtoffer 7] heeft gestolen. De verklaring van verdachte, dat een vriend aan hem heeft verteld dat hij de scooter had gekocht, kan niet als onwaarschijnlijk terzijde worden geschoven. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

4.7.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet is komen vast te staan dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem onder feit 8 primair ten laste gelegde diefstal van de scooter/bromfiets Piaggio type Vespa ( [kenteken 8] ). De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken. Uit het procesdossier volgt dat de scooter op 18 november 2018 wederrechtelijk is weggenomen en dat verdachte en een medeverdachte diezelfde dag deze scooter in de berging van [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] plaatsen. Het ontbreekt echter aan concrete aanknopingspunten dat verdachte de diefstal heeft gepleegd of medegepleegd.

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 12

4.8.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend

bewezen te verklaren.

4.9.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte weliswaar op camerabeelden een keer met anderen is te zien met de in dit feit bedoelde scooter, maar dat het hier gaat om een andere berging dan die waarvan verdachte een sleutel heeft. Daarnaast beschikte deze motorscooter over een contactslot, waardoor het niet zo is dat verdachte wist of had moeten weten dat deze motorscooter van diefstal afkomstig was.

4.10.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de aan verdachte onder feit 12 ten laste gelegde heling van de motorscooter ( [kenteken 5] ) niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Uit het procesdossier volgt dat de motorscooter op 2 november 2018 wederrechtelijk is weggenomen en door andere medeverdachten in een berging van de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 2] (zijnde een andere berging dan die waarop andere aan verdachte verweten gedragingen betrekking hebben en waarvan hij over een sleutel beschikte) wordt geplaatst. In de periode van 2 tot en met 6 november 2018 worden op de camerabeelden verschillende personen met de scooter gezien. Volgens de beschrijving van deze camerabeelden is verdachte alleen op 5 november 2018 met de scooter te zien. Hij haalt die dag met anderen de scooter uit de berging, waarna deze kort daarna weer wordt teruggeplaatst. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de scooter alleen heeft vastgehouden. Aanknopingspunten voor een nauwere betrokkenheid van verdachte bij deze scooter (zoals het gebruiken, vervoeren of bewaren daarvan) ontbreken in het procesdossier en op grond van feiten en omstandigheden die uit het dossier volgen kan ook niet worden vastgesteld dat verdachte op het moment dat hij met de scooter wordt gezien wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat de scooter van misdrijf afkomstig was. De rechtbank spreekt verdachte vrij.

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 15

4.11.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de aan verdachte onder feit 15 ten laste gelegde diefstal van de iPhone uit de Audi ( [kenteken 6] ) niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken. Uit het procesdossier volgt slechts dat de melder van de autokraak twee personen op een scooter zag, waarvan het kenteken op naam van verdachte stond. De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is dat het verdachte is geweest die op dat moment op de scooter zat en spreekt verdachte vrij.

Onder parketnummer 16/208554-18 primair en subsidiair

4.12.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair ten laste gelegde feit

(het medeplegen van de winkeldiefstal), en heeft gevorderd om het subsidiair ten laste

gelegde feit (het medeplichtig zijn aan die diefstal) wettig en overtuigend bewezen te

verklaren.

4.13.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat verdachte opzet heeft gehad om behulpzaam te zijn bij de winkeldiefstal en opzet heeft gehad op de diefstal. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

4.14.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verdachte op 21 oktober 2018 te Nieuwegein met [D] en [C] bij de [naam winkel] is geweest en dat hier een winkeldiefstal heeft plaatsgevonden, welke [C] heeft bekend te hebben gepleegd. De betrokkenheid van verdachte bij de diefstal is tenlastegelegd als medeplegen dan wel medeplichtigheid.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat uit het procesdossier niet de voor het medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte(n) volgt. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het primair ten laste gelegde.

Voor de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid is vereist dat verdachte opzet had op de eigen hulpverlening en op het misdrijf ten aanzien waarvan hulp verleend wordt. Hoewel verdachte en medeverdachte [D] zich volgens de beschrijving van de camerabeelden van de winkeldiefstal in het gezichtsveld van [C] bevonden toen [C] het product wegnam, heeft de rechtbank uit wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte het voor medeplichtigheid vereiste opzet heeft gehad. De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van het subsidiaire ten laste gelegde.

5 WAARDERING VAN HET BEWIJS

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit, welke bewijsmiddelen telkens slechts worden gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 1

5.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de verdediging erop gewezen dat blijkens het procesdossier de daders van de brandstichting om 22:33:09 uur de flat in gaan, terwijl verdachte zich op dat moment volgens de camerabeelden van de berging reeds in de berging van de flat bevond. Bovendien is het flesje waarmee verdachte enige tijd daarvoor de berging had verlaten niet aangetroffen of mee terug genomen naar de berging en is er in de berging of op de jas van verdachte geen vluchtige vloeistof aangetroffen. Daarnaast worden er verschillende signalementen genoemd in het procesdossier die niet met elkaar overeenkomen. De verdediging meent dat direct bewijs waaruit betrokkenheid zou blijken ontbreekt in het procesdossier. Tot slot heeft de raadsman genoemd dat gemeen gevaar voor goederen of personen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

5.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Verbalisant [verbalisant 1] verklaart als volgt:

‘Op zaterdag 29 december 2018, omstreeks 22.00 uur, was ik verbalisant belast met het live uitkijken van camerabeelden op de afdeling cameratoezicht van de Politie Utrecht in verband met een actie. Op zaterdag 29 december 2018, omstreeks 22:30 uur, zag ik middels mijn beeldscherm twee personen naast een donkere Volkswagen Polo op de [straatnaam 2] , ter hoogte van de kruising met de [straatnaam 12] staan. […]

Ik kan deze personen als volgt omschrijven:

Persoon 1:

- donkere jas,

- grijze broek,

- capuchon over het hoofd,

- volledig zwarte schoenen. […]

Ik zag vervolgens dat persoon 1 vanaf het trottoir op de kruising naar de Volkswagen toe liep en een slaande beweging maakte naar de rechterzijde van de Volkswagen. […]

Ik zag dat hij hierna op stond en met zijn bovenlijf, kort door een raam aan de rechter zijde van de Volkswagen, naar binnen leunde. […] Ondertussen bracht ik mijn collega's van het Flexteam portofonisch op de hoogte van mijn bevindingen. Ik hoorde dat collega [verbalisant 8] , vanuit zijn positie, ook zicht had op de personen en de Volkswagen die ik hiervoor omschreef. Vervolgens zag ik dat persoon l iets in zijn handen vast hield wat hij in brand stak. Ik zag dat hij dit brandende voorwerp naar de Volkswagen bracht en aan de rechterzijde naar binnen gooide.2 […] Ik zag dat, toen bleek dat de auto niet in brand vloog, beide personen terug liepen naar de zwarte Volkswagen. […] Ik zag dat omstreeks 22:31:55 uur, beide personen opnieuw op het trottoir aan de rechterzijde naast de Volkswagen gingen staan. Ik zag dat persoon 1 opnieuw iets in zijn handen had wat hij in brand stak. Ik zag dat hij dit brandende voorwerp naar de Volkswagen bracht en aan de rechter zijde naar binnen gooide. Ik zag dat, omstreeks 22:32:10 uur, er direct een grote steekvlam ontstond welke de Volkswagen volledig verlichtte en vervolgens in brand stak. […] Ik zag dat beide personen het vervolgens op een rennen zette over de [straatnaam 12] in de richting van de [straatnaam 10] .

Ik hoorde vervolgens portofonisch dat collega [verbalisant 8] door gaf, dat hij zag, dat de mannen over de [straatnaam 10] in de richting van de [straatnaam 1] renden.

Ik schakelde vervolgens naar camera [straatnaam 11] / [straatnaam 1] welke gericht stond in de richting van de [straatnaam 10] . Ik zag dat omstreeks 22:32:47 de twee eerder door mij omschreven personen vanuit de [straatnaam 10] de [straatnaam 1] over renden in de richting van de flat ter hoogte van de huisnummers [nummeraanduiding 10] tot en met [nummeraanduiding 11] . Ik zag dat de jongens naar het eerste portiek van deze flat renden en deze door met een sleutel de deur te openen binnen gingen omstreeks 22:33:09 uur. Ik gaf mijn bevindingen vervolgens portofonisch door aan mijn collega's en hoorde dat zij inmiddels in de buurt waren van deze flat. Ik hoorde collega [verbalisant 2] zeggen dat hij op de zevende verdieping van deze flat twee jongens zag staan. […] Ik zag vervolgens dat, omstreeks 22:42:33 uur, twee personen uit het tweede portiek van de flat naar buiten kwamen gelopen. Ik zag dat zij gevolgd werden door collega [verbalisant 4] . Ik zag dat zij bij het zien van collega [verbalisant 13] , welke net de parkeerplaats van de flat op reed, het direct op een rennen zette. Ik zag dat zij door het park aan de [straatnaam 1] weg renden in de richting van de [straatnaam 5] .3

Vervolgens schakelde ik, omstreeks 22:43 uur, naar de camera genaamd: [straatnaam 5] / [straatnaam 12] .

Daar zag ik, omstreeks 22:43:22 uur, een jongen met het volgende signalement rennen

Signalement:

- een lichtblauwe spijkerbroek,

- zwarte geopende jas tot over de heupen,

- zwarte muts met witte tekst aan de voorzijde,

- zwart shirt met drukke print,

- zwarte schoenen

Ik zag dat hij gevolgd werd door mijn collega [verbalisant 4] . Ik zag dat de jongen vervolgens, omstreeks 22:44 uur, linksaf de [straatnaam 4] in sloeg en dat collega's [verbalisant 4] en [verbalisant 13] hem volgden. […] Ik hoorde vervolgens dat collega [verbalisant 4] , omstreeks 22:46 uur, door gaf dat hij de jongen welke hij volgde had aangehouden.’4

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaren als volgt:

‘Op zaterdag 29 december 2018 om 22:33 uur, bevonden wij, verbalisanten [verbalisant 2]

en [verbalisant 3] , ons in de wijk [.] . […] Wij hebben direct positie ingenomen op de [straatnaam 10] met zicht op de voorkant van de flat. […] Wij zagen dat er twee jongens op de 7e verdieping van de flat op de overloop stonden. Wij zagen dat ze naar buiten keken in de richting van de autobrand. De jongens waren in het donker gekleed. […] Ook waren de jongens druk heen en weer aan het lopen over de overloop wat op mij een zenuwachtige indruk maakte. […] Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag dat de jongens via het rechter trappenhuis naar beneden gingen. In het trappenhuis is glas waardoor ik zicht kon houden op de jongens. Ik zag dat de jongens op iedere verdieping twee of drie seconden stil stonden en keken naar de plek van de autobrand. Toen de jongens beneden waren en de flat verlieten, zag ik dat er net een politieauto de parkeerplaats voor de flat op kwam gereden. Ik zag dat de jongens gelijk begonnen te rennen toen ze de politieauto zagen. Ik zag dat ze wegrenden in de richting van de [straatnaam 5] .’5

Verbalisant [verbalisant 4] verklaart als volgt:

‘Op zaterdag 29 december 2018, omstreeks 22.35 uur, bevond ik mij, verbalisant [verbalisant 4] ,

gekleed in burger, op de [straatnaam 1] , te [woonplaats] . […] Kort daarop hoorde ik collega [verbalisant 2] portofonisch doorgeven dat hij de verdachten in de flat zag staan op de zevende

etage. […] Op dat moment hoorde ik collega [verbalisant 2] zeggen dat de verdachten via de trap naar beneden liepen. Ik hoorde collega [verbalisant 2] zeggen dat het de twee verdachten waren die even daarvoor op de zevende etage hadden gestaan. Kort daarop zag ik twee jongens de trap vanaf de eerste etage aflopen richting de portiekdeur. […]

Ik kan de jongens als volgt omschrijven:

Verdachte 1:

Lichtgetinte huidskleur

Ongeveer 17 jaar oud

Ongeveer 1.65 meter lang

Donkere muts met witte letters als opdruk

Zwarte jas met capuchon tot over de heupen

Donker t-shirt met opdruk

Lichtblauwe spijkerbroek met gaten

Donkere schoenen […]

Nadat de verdachten de flat waren uitgelopen, zag ik een opvallend politievoertuig de straat in rijden. Ik zag collega's in uniform uit het voertuig stappen en richting de verdachten lopen. Ik zag dat de verdachten kort verstijfden, waarna zij na ongeveer 2 seconden gingen rennen. Ik zag dat verdachte 1 de [straatnaam 1] op rende in de richting van de [straatnaam 9] .6 […]

Hierop rende ik achter de verdachte 1 aan. Ik heb toen naar verdachte 1 geroepen: 'Politie, staan blijven je bent aangehouden.' Ik zag dat verdachte 1 om keek, terwijl hij aan het rennen was. […] Ik rende de richting van het geschreeuw uit en zag de collega in uniform bij een man staan. Ik zag dat de man op de grond lag en de transportboeien om had. ik herkende de man meteen als de verdachte die ik in de flat had zien lopen en wie ik achterna was gerend. Ik zag dat de muts van de man op de grond tussen de geparkeerde voertuigen lag. Op dat moment zag ik dat de wijkagent van [.] naar de verdachte liep. Ik vroeg de wijkagent of hij de verdachte kende en hoorde de wijkagent zeggen dat de verdachte [verdachte] heet.’7

Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt:

‘Bij de berging gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] zijn technische middelen ingezet om vertrouwelijke communicatie, video en audio, op te nemen. Nadat ik wist dat [verdachte] was aangehouden las ik in de processen-verbaal dat [verdachte] en de verdachte die was ontkomen, direct na de desbetreffende brandstichting de flat ingelopen waren behorende bij de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . […] Vervolgens ben ik direct de desbetreffende camerabeelden terug gaan kijken, om vast te stellen of [verdachte] , vlak voor en na de genoemde autobrand, in de genoemde berging was geweest. […]

Eerste filmpje

Op de beelden was te zien dat op zaterdag 29 december 2018 omstreeks 22.10 uur, twee

personen de berging binnen lopen. Op de beelden herkende ik, ambtshalve, beide personen als:8 [verdachte] en [E] .

Op de beelden zag ik dat [achternaam van verdachte en N] was gekleed in een licht grijze broek en een muts droeg. Verder zag ik dat hij was gekleed in een 3/4 zwarte jas. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] zijn jas uit deed en zag dat hij gekleed was in een bruinkleurig T-shirt met korte mouwen. […] Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] een blauwe jas pakte die in de berging hing. Ik zag dat hij die jas aantrok. Ik zag dat die jas voorzien was van een capuchon en korter was dan de jas die hij daarvoor aanhad. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] handschoenen pakte en die aandeed. Ik zag dat die handschoenen van plastic en doorzichtig waren. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] over de linker plastic handschoen een rode normale handschoen aan deed. Ik zag vervolgens dat hij een rode fles oppakte en geknield ging zitten.

Tweede filmpje

Op de beelden, van het tweede filmpje, was te zien dat het eerste filmpje verder gaat en dat het op dat moment omstreeks 22.15 uur was. Toen [achternaam van verdachte en N] overeind kwam zag ik dat hij van een witte stof, mogelijk toiletpapier of keukenpapier, een prop maakte en die aan [E] gaf. Ik zag dat [E] de witte prop van [achternaam van verdachte en N] aannam. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] voorover bukte en de rode fles oppakte en het dopje van de fles dichtdraaide. Vervolgens zag ik dat [achternaam van verdachte en N] naar dezelfde plek voorover boog als daarvoor en een klein flesje van het merk Spa oppakte. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] met dat flesje samen met [E] de berging verliet.

Derde filmpje

Op de beelden, van het derde filmpje, was te zien dat het op dat moment omstreeks 22.32 uur was. Op de beelden is te zien dat [E] en [achternaam van verdachte en N] gehaast de berging binnen komen en dat zij beiden voorover buigen. Vervolgens is te zien dat [E] de jas pakt, die [achternaam van verdachte en N] in het eerste filmpje in eerste instantie aanhad. Vervolgens is te zien dat [achternaam van verdachte en N] zijn jas uitrekt en op dat moment gekleed blijft in het T-shirt met korte mouwen. Daarna is te zien dat beiden gehaast weer de berging verlaten. Op dat moment loopt [E] voorop, met in zijn handen, de jas van [achternaam van verdachte en N] .’9

Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt:

‘Naar aanleiding van het onderzoek naar het onrechtmatig gebruik van de bergingen, gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] en de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 2] , heb ik nogmaals de beelden bekeken van de maand december van deze beide bergingen.10 […]

29 december 2018 […]

Die dag omstreeks 22:11 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. [achternaam van verdachte en N] draagt op dat moment een witte plastic tas van [.] & [.] . Door de plastic tas heen is te zien dat hier een Spa Blauw fles in zit. [achternaam van verdachte en N] opent de berging en beiden gaan hier naar binnen. Na ruim 6 minuten komen beiden de berging weer uit. Te zien is dat [achternaam van verdachte en N] dan een andere jas heeft aangetrokken en de plastic Spa fles op de grond zet. In de plastic Spa fles is een transparante vloeistof zichtbaar. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft afgesloten lopen beiden uit beeld. Tijdens het afsluiten van de berging door [achternaam van verdachte en N] , is te zien dat hij een transparante plastic handschoen om zijn rechter hand draagt. Om zijn linker hand draagt hij een stoffen donker rode handschoen. Op het moment dat beiden bijna uit beeld verdwijnen is nog net te zien dat [achternaam van verdachte en N] de plastic Spa fles onder zijn jas verbergt.

Die dag omstreeks 22:33 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft geopend gaan beiden hier naar binnen.’11

Verbalisant [verbalisant 4] verklaart als volgt:

‘Ik was belast met de inbeslagname van goederen die aangetroffen waren in de kelderbox aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] , te [woonplaats] . De kleding die in beslag genomen was voor de waarheidsvinding, werd door mij onderzocht op mogelijke aanwezige voorwerpen. Het onderzoek heb ik verricht met onderzoekshandschoenen aan. In de blauwe gewatteerde jas, trof ik in de rechterzak twee goederen aan. Ik haalde de goederen er één voor één uit en zag dat het ging om een zwarte aansteker en een oranje lifehammer.

Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt:

‘Ik ben belast met het onderzoek naar het onrechtmatig gebruik van de kelderbox, behorende bij het adres [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . In verband met een daar uit voortgekomen onderzoek naar autobranden, is er middels technische middelen ook beeld en geluid aangebracht in deze bergingen. […] Op dinsdag 12 februari 2019, bekeek en beluisterde ik alle beschikbare beelden en daarbij behorende geluidsfragmenten welke middels deze technische middelen zijn vastgelegd.12

29 december 2018 […]

Die dag omstreeks 22:32 uur, komen [verdachte] en [E] de berging weer in. Te horen is dat [achternaam van verdachte en N] een hijgende ademhaling heeft. Ook lijkt het of beiden erg gehaast zijn op deze beelden. Vervolgens is te horen dat [E] vraagt: "Heb je bloed?" waarop [achternaam van verdachte en N] zegt: "Ja". [E] vraagt hierop: "Hoe komt dat?" Ondertussen trekt [achternaam van verdachte en N] zijn jas snel uit. Ondertussen is te zien dat [E] de andere jas van [achternaam van verdachte en N] vast pakt en vast houdt. [achternaam van verdachte en N] hangt de jas welke hij droeg op in de rechterhoek van de berging, pakt een stuk papier en beiden verdwijnen gehaast uit de berging.’13

Op 30 december 2018 heeft [F] aangifte gedaan:

‘V: Wat is er gisteren gebeurd.

A: Ik was bij de buurman, die zag dat mijn auto in de brand stond. […]

V: Hoe laat was dit ongeveer?

A: 22:30 uur ongeveer. […]

V: Waar stond uw auto geparkeerd? A: Links voor de deur, in de straat [straatnaam 2] te [woonplaats] .14 […]

Voertuig: Personenauto

Merk/type: Volkswagen Polo

Kenteken: [kenteken 1] .’15

Verbalisant [verbalisant 7] verklaart als volgt:

‘Op maandag 29 december 2018, omstreeks 22:33 uur, stond op de [straatnaam 2] met de kruising met de [straatnaam 12] te [woonplaats] een voertuig in de brand. […] Het onderzoeksteam verzocht mij om beelden uit te kijken van de autobrand op de [straatnaam 2] te [woonplaats] . […]

lk zie op de genoemde camerabeelden, verschillende voertuigen geparkeerd staan. lk zie ook dat het desbetreffende voertuig geparkeerd staat, in het begin van de straat voor een lichtgekleurde auto.’16

Bewijsoverweging feit 1: brandstichting 29 december 2018

De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte vertrekt met een medeverdachte op 29 december 2018 om 22.17 uur vanuit de berging, die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Verdachte heeft dan een fles met transparante vloeistof bij zich en hij draagt handschoenen. Verbalisant [verbalisant 1] ziet vervolgens op de live camerabeelden dat om 22:30 uur twee personen naast de Volkswagen Polo op de [straatnaam 2] staan. De verbalisant geeft dit direct door aan zijn collega’s van het Flexteam, waarbij verbalisant [verbalisant 8] al ter plaatse was. Een van de verdachten maakt dan een slaande beweging naar de Volkswagen en gooit een brandend voorwerp naar binnen. Hierop rennen beide personen weg. Als blijkt dat de auto niet in brand vliegt, ziet de verbalisant dat beide personen teruglopen naar de auto en dat dezelfde persoon opnieuw iets in zijn handen heeft wat hij in brand steekt en in de auto gooit. Hierop ontstaat een grote steekvlam. Op camera’s wordt gezien dat beide personen over de [straatnaam 10] de [straatnaam 1] over rennen in de richting van de aldaar gelegen flat. Verbalisant [verbalisant 2] ziet de verdachten vervolgens in de flat op de zevende verdieping. Nadat zij de flat verlaten wordt verdachte na een achtervolging aangehouden.

Door de politie zijn de camerabeelden van de berging aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] van 29 december 2018 uitgekeken. Uit het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 5] blijkt dat op 29 december 2018 omstreeks 22:10 uur twee personen de berging binnen lopen, waarvan hij er een ambtshalve herkent als verdachte. Op beelden van een tweede filmpje is te zien dat omstreeks 22:15 uur verdachte overeind komt en van een witte stof, mogelijk toiletpapier of keukenpapier een prop maakt, die hij aan de medeverdachte geeft en welke hij aanneemt. Hij ziet dat beide personen vervolgens de berging verlaten. Op beelden van een derde filmpje is volgens verbalisant te zien dat verdachte en de medeverdachte gehaast de berging binnen komen. De verdediging heeft gewezen op het feit dat verdachte niet op twee plekken tegelijk kan zijn geweest: de daders van de brand zouden om 22:33:09 uur de flat zijn ingegaan, terwijl verdachte zich volgens camerabeelden al om 22:32 uur in de berging van deze flat bevond. De rechtbank wijst in dit kader op de omschrijving van deze bewuste beelden op pagina 335 van het procesdossier waar verdachte met medeverdachte omstreeks 22:33 uur de berging betreedt, in combinatie met de opname van de communicatie waarbij te horen is dat de verdachten hijgend de berging binnenkomen.

Bij de doorzoeking van de kelderbox aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] is door de politie een blauwe jas aangetroffen met daarin een aansteker en een lifehammer. De Spa fles die verdachte bij zich droeg toen hij de berging voor de eerste keer verliet, is niet aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewijs opleveren dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan deze brandstichting. Gelet op de camerabeelden uit de berging en de opname van de communicatie, het tijdstip van de autobrand in relatie tot het tijdsverloop van de filmpjes, de aanwezigheid van de verdachten in de directe omgeving van de autobrand, alsmede het aantreffen van de jas met inhoud in de berging stelt de rechtbank vast dat verdachte met zijn medeverdachte de twee personen zijn geweest die de autobrand op 29 december 2018 hebben gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachte voor, tijdens en na het plegen van deze autobrand er sprake is van medeplegen.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Om dat aan te kunnen nemen, dient dat gevaar ten tijde van de brandstichting naar algemene ervaringsregels voorzienbaar te zijn geweest. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het is een feit van algemene bekendheid dat een autobrand veel schade kan aanrichten. Uit de camerabeelden van de plaats delict blijkt dat, naast de auto, ook andere voertuigen geparkeerd stonden. De rechtbank neemt op basis hiervan aan dat er door de brandstichting sprake was van gemeen gevaar voor goederen.

Om levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander als vaststaand te kunnen aannemen is vereist dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen volgt dat dat gevaar inderdaad te duchten was. Dit betekent dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Uit het dossier volgt niet onder welke concrete omstandigheden het levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel zich heeft voorgedaan. De rechtbank zal verdachte dan ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 2 primair

5.4.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.5.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat elk direct bewijs ontbreekt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. De verdediging heeft er op gewezen dat uit het dossier geen duidelijke modus operandi naar voren komt. Daarnaast is niet vast komen te staan dat verdachte brand versnellende vloeistof voorhanden heeft gehad. Tot slot heeft de raadsman genoemd dat gemeen gevaar voor goederen of personen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

5.6.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 17

In aanvulling op de bewijsmiddelen onder 5.3 (feit 1) hanteert de rechtbank met betrekking tot dit feit als bewijsmiddelen:

Op 27 november 2018 heeft [R] aangifte gedaan:

‘Op dinsdag 27 november 2018, omstreeks 19:15 kwam ik met mijn voertuig thuis. Ik

parkeerde mijn voertuig op de [straatnaam 2] te [woonplaats] . Ik zelf woon op de [straatnaam 4] te

[woonplaats] . Ik parkeerde mijn voertuig naast het [locatie 1] , gelegen aan de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 3] te

[woonplaats] . […] Mijn voertuig betreft een Mercedes Benz, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ik heb mijn voertuig onbeheerd, afgesloten in goede staat achtergelaten. Omstreeks 21:30 uur werd ik gebeld door mijn buurvrouw. Ik hoorde haar zeggen dat mijn auto in de brand stond. […] Ik zag dat er een vlammenzee uit mijn bestuurdersgedeelte kwam en dat de beide zijramen al kapot waren. Ik had mijn bedrijfsvoertuig voor mijn privé auto geparkeerd. Ik zette direct mijn bedrijfsvoertuig weg uit angst om te voorkomen dat deze ook in brand vloog.’18

Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt:

‘Op zondag 30 december 2018 omstreeks 18:00 uur, keek ik camerabeelden afkomstig van de woningbouwvereniging [naam instelling] . Deze beelden waren afkomstig van een door de woningbouwvereniging [naam instelling] geplaatste heimelijke camera met zicht op de gang met bergingen waaronder ook de berging behorende bij perceel [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] .

De tijden op de camerabeelden welke worden weergegeven lopen een uur voor op de werkelijke tijd. Daar waar 22:00 uur wordt aangegeven, is het werkelijk 21:00 uur. Gemakshalve benoem ik in dit proces-verbaal van bevindingen de weergegeven tijd op de

camerabeelden.

Beelden 27 november 2018:

Om 22:25 uur (De rechtbank begrijpt 21:25 uur) die dag, komt er een persoon in beeld, welke inmiddels door meerdere politiecollega's is herkend als: [verdachte] . […] Op beelden is te zien dat hij de berging binnen gaat middels een sleutel. Die dag is [achternaam van verdachte en N] gekleed in een zwarte 3/4 lange jas voorzien van capuchon, een blauwe spijkerbroek met gaten en rafels op beide benen en zwarte sportschoenen. Ook draagt hij zwarte handschoenen met op de bovenzijde een reflecterende streep. Hij opent de bedoelde berging met een sleutel en gaat hier naar binnen. Na ongeveer anderhalve minuut komt [achternaam van verdachte en N] weer deze berging uit. Op dat moment is te zien dat hij een transparante limonadefles met rode dop en een rood etiket vast heeft, waarin voor ongeveer 2/3 deel een geel/groene transparante vloeistof zichtbaar is. Ook heeft hij een stuk papier vast. Te zien is dat [achternaam van verdachte en N] de berging weer afsluit middels een sleutel en uit het zicht verdwijnt.

Diezelfde dag werd er op de [straatnaam 2] te [woonplaats] , omstreeks 21:31 uur, een autobrand gesticht.19

De afstand van de berging behorende bij het adres [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] tot aan de PD op de [straatnaam 2] , betreft ongeveer 100 meter.’20

Getuige [getuige] verklaart als volgt:

‘Op dinsdag 27 november 2018, omstreeks 21.30 uur, bevond ik mij op de [straatnaam 4]

te [woonplaats] . Vanuit de plek waar ik stond had ik zicht op de hoek van de [straatnaam 4]

met de [straatnaam 2] . Ik hoorde een soort plofgeluid. […] Ik zag dat een Mercedes op de stoep stond ter hoogte van het [locatie 1] . […] Ik zag dat er vlammen aan de binnenzijde van het voertuig zichtbaar waren. Ik zag dat deze vlammen vlakbij het dashboard waren. Ik zag tevens dat er twee personen op de stoep, naast de betreffende Mercedes stonden. Een van de personen droeg een zwarte jas en droeg een witte helm. Deze persoon zat op een witte scooter. Op de achterzijde zat een grote rode bezorgbak. De tweede persoon droeg zwarte kleding en had een capuchon over zijn hoofd. Dit was een klein persoon. Vanaf het moment dat ik het plofje hoorde, ben ik meteen gaan kijken. Ik heb toen twee personen gezien die ik zojuist heb omschreven. Ik heb verder niemand in de directe omgeving van de Mercedes gezien.’21

Verbalisant [verbalisant 9] verklaart als volgt:

‘Op dinsdag 27 november 2018 omstreeks 22:10 uur werd verdachte [G] als voornoemd aangehouden als verdachte van het in brand steken van een personenauto. De auto stond geparkeerd op de [straatnaam 2] te [woonplaats] . De getuige in deze zaak kon van twee verdachten, de signalementen opgeven. De getuige zag dat een van de verdachten, bij de bedoelde brandende auto, wegreed op een witte scooter. De verdachte droeg daarbij een witte helm. Verder zou de witte scooter voorzien zijn van een rode bezorgbak. Tijdens de aanhouding van [G] voldeed hij volledig aan het signalement. Bovendien lagen op de rechter voettree verse glassplinters en rook de verdachte ten tijde van zijn aanhouding naar brandlucht.’22

Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, inhoudende het vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van brandstichting te Utrecht op 27 november 2018, volgt:

‘Verdachte: [G] .

Te onderzoeken materiaal

AAKR4089NL Kleding (Jas)

AAKR4087NL Kleding (Broek)

AAKR4086NL Schoeisel

AAKR4091NL Life-Hammer, oranje

AAKR4092NL Monster treeplank scooter, 4 stuks autoglassplinters

AAKR4084NL Glas autoruit aangetroffen rechts naast voertuig

AAKR4085NL Glas autoruit aangetroffen links naast voertuig

Op het aanvraagformulier is de volgende informatie vermeld:

"Op 27 november 2018 werd bij de politie melding gedaan van brandstichting te Utrecht. Door een getuige werd een "plof" gehoord, waarop deze buiten gaat kijken. Hij ziet bij een personenvoertuig, een Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken 2] , twee personen staan. Ook ziet hij op dat moment ter hoogte van het dashboard vlammen. De twee personen verwijderen zich van het voertuig, waarvan één lopend en een middels een scooter. Van de scooterrijder weet de getuige een goed signalement te geven. Vervolgens wordt ongeveer 15 minuten later naar aanleiding van het signalement een verdachte op een scooter aangehouden. De kleding van verdachte werd in beslag genomen, op de treeplank van de scooter werd door politie ambtenaren vier stukjes glas aangetroffen. Deze stukjes glas werden veiliggesteld. In de scooter werd een zogenaamde ruitentikker aangetroffen ook deze werd veiliggesteld." 23

Vraagstelling en hypothesen

- Zijn er glasdeeltjes aanwezig in het monster van de treeplank van de scooter [AAKR4092NL]?

- Zijn er glasdeeltjes in/op de kleding [AAKR4089NL, -87NL en -86NL] aanwezig?

- Zijn er glasdeeltjes in/op de ruitentikker [AAKR4091 NL] aanwezig?

Zo ja, zijn deze glasdeeltjes afkomstig van de ruit van de Mercedes [kenteken 2] [AAKR4084NL en/of -85NL]?24

Resultaten

Het glas aangetroffen rechts naast het voertuig [AAKR4084NL] bestaat uit tientallen stukjes donker groen-blauw gehard vlakglas met een dikte van 3.9 mm. Dit referentieglas wordt verder aangeduid als [AAKR4084NL-1]. In dit monster is ook één deeltje kleurloos vlakglas aangetroffen met een dikte van 2.13 mm, dit glas wordt verder aangeduid als [AAKR4084NL-2]

De resultaten van het vergelijkend glasonderzoek zijn geëvalueerd onder de hypothesen:

Hypothese 1

Eén of meer van de onderzochte glassporen in/op de sporendrager(s) zijn afkomstig van de gebroken ruiten van de Mercedes [kenteken 2] .

Hypothese 2

Alle onderzochte glassporen op/in de sporendrager(s) zijn afkomstig van (een) willekeurig andere ruit(en).

Van de sporendragers [AAKR4089NL, AAKR4087NL, AAKR4086NL, AAKR4091NL, AAKR4092NL] zijn circa 285 op glas lijkende sporen verkregen en daarvan zijn er 50 onderzocht en 39 sporen zijn geschikt zijn voor analyse. Hierin zijn 5 (vlakglas)bronnen te onderscheiden en 26 glassporen zijn niet te onderscheiden van referentieglas [AAKR4084NL-1/AAKR4085NL]. Hiervoor geldt: dat de bevindingen van het onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer hypothese 1 waar is, dan hypothese 2 waar is.’25

Verbalisant [verbalisant 10] verklaart als volgt:

‘Vanaf 9 oktober 2018 werden door de buurtbeheerder van woningbouwvereniging [naam instelling] , geheel vrijwillig, camerabeelden van de berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] afgegeven. [...] In dit proces-verbaal noem ik ter verheldering tevens de namen van de personen die ik herkende op de beelden.26 [...]

[..9] : Ik opende het videobestand en zag dat de beelden beginnen op het moment: 18-11-2018, 21.24.18 uur. Omstreeks 21.24 uur zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en door mij herkende [G] in beeld kwamen en de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [verdachte] , met een sleutel, de berging open maakte. Ik zag dat beiden de berging inliepen en uit beeld verdwenen. Ik zag dat [G] als eerste de berging uitkwam. Ik zag dat [G] een capuchon over zijn hoofd droeg en een skibril op had gezet. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot en hierna samen met [G] de gang van de berging verlaat.27 [...]

Beelden 26 november 2018

[..7] : Ik opende het videobestand en zag dat de beelden beginnen op het moment: 26-11-2018, 17.00.59 uur. Omstreeks 17.01 uur, zag ik dat door mij herkende [G] de gang van de berging inliep. Ik zag dat hij de deur van de berging middels een sleutel opende en de berging inliep. Ik zag dat [G] een grijze28 muts op had met een rood/witte rand. Ik zag dat [G] omstreeks 17.03 uur weer uit de berging kwam met een zwarte tas. Ik zag dat er in deze tas inbouw navigatiesystemen lagen. Ik zag verder dat [G] een doek of een stuk stof uit de berging meenam. Ik zag dat hij dit op de tas met navigatiesysteem legde en met de tas de gang van de berging verliet. […]

[..8] : Ik opende het videobestand en zag dat de beelden beginnen op het moment: 26-11-2018, 17.23.36 uur. Omstreeks 17.23 uur, zag ik dat verdachte [G] de gang van de bergingen inliep. Ik zag dat hij de deur van de gang van de berging met een sleutel opende. Ik zag dat hij naar de berging toeliep en de deur van de berging met een sleutel opende. Ik zag dat [G] een lege zwarte tas bij zich had. Ik zag dat deze tas gelijkenissen vertoonden met de tas die hij in het filmpje [..7] omstreeks 17.01 uur had meegenomen en waarin een navigatiesysteem lag.’29

Verbalisant [verbalisant 11] verklaart als volgt:

‘Op donderdag 17 januari 2019 zag ik foto's van personen welke screenshots zijn van bewegende beelden.30 […] Op foto [.] 26-11-2018 [..7] en foto [.] : 26-11-2018 [..7] is een persoon zichtbaar welke ik heel vaak heb gecontroleerd in het gezelschap van [verdachte] . Ik zie deze persoon heel vaak op een snorfiets rond rijden in de wijk [.] . Hierbij is hij dan heel vaak in gezelschap van [verdachte] . Ik heb hem in de afgelopen maanden vaak gecontroleerd en herken hem dan ook direct als zijnde: [G] .’31

Bewijsoverweging feit 2: brandstichting 27 november 2018

De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte betreedt op 27 november 2018 om 21.25 uur de berging, die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] en die hij wederrechtelijk in gebruik had. Hij is gekleed in een zwarte 3/4 lange jas met capuchon en draagt zware handschoenen. Na ongeveer anderhalve minuut vertrekt verdachte uit de berging met een limonadefles met geel/groene transparante vloeistof en een stuk papier. Omstreeks 21:31 uur vindt een autobrand in een Mercedes plaats aan de [straatnaam 2] , op 100 meter afstand van de berging. Getuige [getuige] ziet twee personen naast de Mercedes staan, waarvan één persoon zwarte kleding en een capuchon draagt. Deze persoon is klein. Uit de verklaring van verbalisant [verbalisant 4] , zoals weergegeven bij de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 1, volgt dat verdachte ongeveer 1.65 meter lang is.32 De andere persoon blijkt [G] , die later die avond door de politie wordt aangehouden. [G] is eerder met verdachte in de berging aan de [straatnaam 1] gezien. Verbalisant [verbalisant 11] verklaart dat hij [G] heel vaak in het gezelschap van verdachte ziet. Verdachte is op 29 december 2018 opnieuw betrokken bij een autobrand aan de [straatnaam 2] . Die brand werd op vergelijkbare wijze vanuit de berging aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] voorbereid.

De rechtbank is tegen deze achtergrond van oordeel dat de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewijs opleveren dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan deze brandstichting.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Om dat aan te kunnen nemen, dient dat gevaar ten tijde van de brandstichting naar algemene ervaringsregels voorzienbaar te zijn geweest. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het is een feit van algemene bekendheid dat een autobrand veel schade kan aanrichten. Uit de aangifte volgt dat het bedrijfsvoertuig voor de privéauto van aangever geparkeerd stond en dat hij deze uit angst voor brand heeft verplaatst. De rechtbank neemt op basis hiervan aan dat er door de brandstichting sprake was van gemeen gevaar voor goederen.

Onder parketnummer 16/267236-18 feiten 4, 5 subsidiair, 6 en 7 primair

5.7.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.8.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat niet te lichtzinnig mag worden aangenomen dat er sprake is van een criminele organisatie. Het enkele feit dat verdachte omgaat met een groep (familie of buurtgenoten) en dat deze personen wellicht op de hoogte zijn van elkaars doen en laten en elkaars contacten gebruiken, is onvoldoende om het bestaan van een criminele organisatie aan te nemen.

Uit de bewijsmiddelen kan hooguit worden gedestilleerd dat verdachte en de

medeverdachten afzonderlijk en soms wel eens in de vorm van medeplegen en/of

medeplichtigheid strafbare feiten hebben gepleegd. Dat is echter volstrekt onvoldoende om

deelname aan een criminele organisatie aan te nemen. De raadsman heeft vervolgens genoemd dat uit het dossier niet volgt wie de organisatie vormden, wie de baas was, welke regels er golden, hoe gewaarborgd werd dat de regels werden nageleefd, hoelang de verdachten elkaar al kenden en wie gedurende welke periode heeft samengewerkt. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 5 subsidiair heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte niet wist dat de sleutels van diefstal afkomstig waren, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 6 heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niet wist dat de kentekenplaat van misdrijf afkomstig was. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 7 heeft de raadsman primair vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde en subsidiair aangevoerd dat verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat er een aantal navigatiesystemen aangetroffen zijn in de berging, waarvan een deel van diefstal afkomstig bleek. De raadsman heeft er op gewezen dat verdachte heeft bekend dat hij een aantal navigatiesystemen gestolen heeft, waardoor de heler/steler regel op gaat. De verdediging kan niet reconstrueren welke navigatiesystemen verdachte voorhanden gehad zou hebben, welke navigatiesystemen van diefstal afkomstig zouden zijn en van welke navigatiesystemen verdachte op de hoogte was dat zij van misdrijf afkomstig waren op het moment van verkrijgen. Tot slot heeft de verdediging aangevoerd dat meerdere personen toegang hadden tot de berging.

5.9.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 33

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard:

‘Ik had drie sleutels van mijn broer gekregen. Daarmee had ik toegang tot de berging die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Ik heb voor jongens navigatiesystemen in de berging gezet en bewaard. Ik kreeg daar geld voor. Ik wist dat ze gestolen waren. Ik heb zelf ook met anderen goederen gestolen.’34

Op 9 oktober 2018 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan namens [naam instelling] :

‘Ik doe aangifte van gekwalificeerde diefstal.35 […] Op vrijdag 5 oktober 2018 […] was ik bij woning [nummeraanduiding 1] (De rechtbank begrijpt: de woning aan de [straatnaam 1] te [woonplaats] ). Ik zag dat het sleutelkastje in zijn geheel was weggenomen. […] In dit sleutelkastje lag de sleutel van de voordeur. Op 9 oktober 2018 gaf de monteur mij toegang tot de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] . Ik opende de keukenla en trof hier een bos sleutels van de woning aan. […] Ik zag dat ik diverse sleutels miste uit deze sleutelbos. Ik zag dat er in ieder geval minimaal een sleutel van de berging van [nummeraanduiding 1] was weggenomen. Verder zag ik dat ook de sleutel van de portiekdeur, welke toegang geeft tot de portiek en gang van de berging weggenomen waren. […] Ik trof in de berging […] diverse andere goederen die niet in eigendom zijn van [naam instelling] . In de berging trof ik onder andere een jas, een zwarte jerrycan met een gele dop, handschoenen, skibrillen, ketting, en navigatiesystemen aan. […] Om informatie te krijgen over het oneigenlijk gebruik van de berging, heb ik vanuit

mijn rol als beheerder een (1) onopvallende camera laten plaatsen in de gang van de berging. Deze camera hangt sinds donderdag 11 oktober 14.30 uur in de hal van de berging en heeft enkel zicht op de deur van de berging, behorende bij nummer [nummeraanduiding 1] . […]

Naar aanleiding van de diefstal van het sleutelkastje en oneigenlijk gebruik van de

berging behorende bij nummer [nummeraanduiding 1] , heb ik onderzoek ingesteld naar andere woningen van

[naam instelling] waar een soortgelijk sleutelkastje hangt.’36

Verbalisant [verbalisant 10] verklaart als volgt:

‘Vanaf 9 oktober 2018 werden door de buurtbeheerder van woningbouwvereniging [naam instelling] , geheel vrijwillig, camerabeelden van de berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] afgegeven. Op die beelden zag ik dat meerdere personen, in soms dezelfde maar ook in verschillende samenstellingen en op verschillende data en tijdstippen, de berging bezochten. Ook zag ik op de ontvangen camerabeelden dat door die personen in berging [nummeraanduiding 1] goederen werden geplaatst. Uit onderzoek bleek later dat hierbij goederen zaten, die van diefstal afkomstig waren.37 […]

Beelden 12 oktober 2018

Ik opende een foto die ik van de buurtbeheerder had ontvangen. Ik zag dat de foto van de binnenzijde van de berging was. Ik zag op deze foto dat er achterin de berging een zwarte sporttas en meerdere navigatiesystemen aanwezig waren.

Beelden 14 oktober 2018

Ik zag dat omstreeks 23.29 uur, door mij herkende [verdachte] , samen met een van de tweeling [H] of [I] de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [verdachte] de deur van de gang opende met een sleutel. […] Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging met zijn eigen sleutelbos opende. Ik zag dat de bovenzijde van de sleutel waarmee hij de berging opende blauw van kleur was. Ik herkende deze sleutel als de sleutel die [verdachte] op 21 oktober 2018 tijdens zijn insluitingsfouillering bij zich droeg. Ik zag dat [verdachte] een zwarte sporttas uit de berging pakte en deze in de gang op de grond legde. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot en samen met [H] of [I]

de gang van de berging verliet. […]

Beelden 15 oktober 2018

Omstreeks 21.58 uur zag ik dat de deur van de gang van de berging geopend werd en dat [verdachte] samen met [J] de gang van de berging inliep. Ik zag dat [verdachte] de sleutels in zijn handen vasthield en voorop liep. […] Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging opende en de berging inliep. Ik zag dat hij wederom een sleutel gebruikte die38 aan de bovenzijde blauw van kleur was. Ik herkende deze sleutel als de sleutel die [verdachte] op 21 oktober 2018 tijdens zijn insluitingsfouillering bij zich droeg. Ik zag dat [J] ook de berging inliep. Ik zag dat [J] met enkele voorwerpen de berging uitliep. Ik zag dat deze voorwerpen leken op een autoradio en een scherm. Ik zag vervolgens dat [verdachte] de berging uit liep, deze afsloot en samen met [J] de gang van de berging verliet. […]

Beelden 17 oktober 2018

Ik zag dat [verdachte] de deur van de gang van de berging opende en de gang van de bergingen inliep. Ik zag dat [verdachte] de sleutels in zijn handen vasthield en voorop liep. Ik zag dat achter hem een van de tweeling [H] of [I] de gang inliep. Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging opende met een sleutelbos. […] Ik zag dat [verdachte] een grijze (motor) scooter Piaggio SKR 125 naar de gang van de berging duwde. Ik zag dat [verdachte] een petje op had gedaan. Ik zag dat [verdachte] in de gang op de39 scooter ging zitten en deze met zijn voeten de gang uit duwde. Ik zag dat beiden wegliepen en uit beeld verdwenen. […]

Beelden 19 oktober 2018

Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat [verdachte] met versnelde pas liep richting de berging. Ik zag dat [verdachte] de berging inliep en dat het filmpje werd beëindigd.40 […]

Beelden 25 oktober 2018

Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat achter [verdachte] een jongen mee de gang van de berging inliep. Ik zag dat dit de door mij herkende [J] betrof. Ik zag dat [verdachte] samen met [J] de groene scooter uit de berging haalden. Ik zag dat [verdachte] op de scooter ging zitten en naar achteren liep. Ik zag dat [verdachte] en [J] samen met de scooter uit de gang van de berging liepen en uit beeld verdwenen. […]

Beelden 26 oktober 2018

Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat er een oudere man met hem meeliep. Ik zag dat de oudere man de berging direct41 links naast [nummeraanduiding 1] opende. Ik zag dat [verdachte] berging [nummeraanduiding 1] met een sleutel opende. Ik zag dat [verdachte] de berging inliep en een flesje waarschijnlijk motorolie in zijn handen vasthield. Ik zag dat [verdachte] kort een praatje maakte met de man en hierna de gang van de berging uitliep. […]

Beelden 2 november 2018

Ik zag dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat [verdachte] voorop liep. Ik zag dat er achter [verdachte] een jongen meeliep. Ik zag dat dit de door mij herkende [K] was die achter hem

aanliep. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de deur van de berging opende. Ik zag dat [verdachte] met een oranje [.] tas de berging uit liep. Ik zag dat zowel [verdachte] als [K] hierna de gang van de berging verlieten en uit beeld

verdwenen.42 […]

Beelden 10 november 2018

Omstreeks 20.43 uur zag ik dat de door mij herkende [verdachte] uit de berging kwam. Ik zag dat [verdachte] de berging met een sleutel afsloot en de gang van de berging verliet. Op de beelden is te zien dat [verdachte] over een sleutel van de berging beschikt en daarmee de berging afsluit. […]

21.15.04.

Ik zag op de beelden dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat de door mij herkende [verdachte] als eerst de gang inliep. Ik zag dat achter hem de door mij herkende [J] achter hem aan de gang inliep. Ik zag dat [J] bij binnenkomst onder zijn linkerarm een navigatiesysteem vasthoud. Ik zag dat [verdachte] met zijn sleutel de berging opent. Vervolgens zag ik dat [verdachte] en [J] beiden de berging inliepen en uit het zicht verdwenen. Ik zag dat zij kort hierna de berging weer uitliepen. Ik zag dat [verdachte] middels sleutel de berging afsloot. Ik zag dat beiden de gang van de berging

verlieten. […]

Beelden 12 november 2018

Ik zag dat omstreeks 22.36.31 door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en naar de deur van de berging liep. Ik zag dat [verdachte] onder zijn linkerarm een navigatiesysteem vasthield. Ik zag dat [verdachte] met zijn sleutels de berging opende en vervolgens met dat navigatiesysteem de berging inliep. Ik zag dat de sleutel van de berging aan de bovenzijde blauw van kleur was. Ik herkende deze sleutel als de sleutel die [verdachte] op 21 oktober 2018 tijdens zijn insluitingsfouillering bij zich droeg. Ik zag dat [verdachte] iets later de berging weer uitliep en de gang van de berging verliet. […]

Beelden 13 november 2018

Van 13 november 2018, is door de buurtbeheerder een foto van de berging gestuurd. Op

de foto omstreeks 11.17 uur (werkelijke tijd) is de binnenzijde van de berging te

zien. Ook is te zien dat onder een handdoek meerdere navigatiesystemen liggen. Verder

zag ik op de afbeelding een kettingslot een skibril. […]

14.13.54

uur. Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat achter hem door mij herkende [J] achter hem aan de gang van de berging inliep. Ik zag op de beelden dat zowel [verdachte] als [J] beiden afzonderlijk een navigatiesysteem onder hun arm vasthielden. Ik zag dat [verdachte] middels een sleutel de berging op slot draait. Ik zag dat [verdachte] en [J] beiden de gang van de berging verlieten en uit beeld verdwenen.43 […]

Beelden 18 november 2018

Omstreeks 20.10 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] een oranje voorwerp in zijn linker had vast hield met een donkere uiteinde. Ik zag dat het voorwerp leek op een ruitentikker van merk Lifehammer, type Evolution. Ik zag dat [verdachte] met zijn sleutels de berging opende en vervolgens de berging inliep. Ik zag dat [verdachte] hierna de berging uitliep en de berging met zijn sleutels de berging afsloot. […]

Omstreeks 21.24 uur zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en door mij herkende [G] in beeld kwamen en de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [verdachte] , met een sleutel, de berging open maakte. Ik zag dat beiden de berging inliepen en uit beeld verdwenen. Ik zag dat [G] als eerste de berging uitkwam. Ik zag dat [G] een capuchon over zijn hoofd droeg en een skibril op had gezet. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot en hierna samen met [G] de gang van de berging verlaat. […]

Ik zag dat omstreeks 21.27 uur is dat [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] in zijn rechterhand een skibril vasthield. Ik zag dat [verdachte] middels zijn sleutelbos de berging opende en naar binnen liep. Ik zag dat hij hierna de berging uitliep, de berging weer afsloot en de gang van de berging verliet. Ik zag dat [verdachte] geen skibril meer in zijn handen vasthield, toen hij uit de berging kwam. […]

Omstreeks 21.50 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] samen met door mij herkende [G] de gang van de berging inliepen en in beeld kwamen. Verder zag ik dat [verdachte] een blauwe Piaggio Vespa met een vierkanten koplamp, met windscherm, de gang van de berging in duwde. Ik zag dat [G] , [verdachte] hielp de scooter in de gang van de berging te krijgen. Hierna zag ik dat [G] middels een sleutel het slot van de berging opende. Vervolgens zag ik dat zij beiden met de blauwe Vespa de berging in liepen en uit beeld verdwenen. Kort hierna zag ik dat beiden de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de berging afgesloot. Ik zag dat wederom door [verdachte] de berging met de sleutels opende en beiden weer de berging inliepen. Ik zag dat beiden de berging uitliepen en de gang van de berging verlieten.44 […]

Omstreeks 22.06, zag ik dat door mij herkende [verdachte] samen met door mij herkende [G] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] een blauwe tas van [.] in zijn handen vasthield. Ik zag op de beelden dat de tas inhoud had. Ik zag dat [verdachte] samen met [G] de berging inliep en kort hierna weer uit de berging kwam. Ik zag dat [verdachte] een oranje voorwerp in zijn handen vasthield. Ik zag dat [verdachte] bij de deurpost van de deur van de gang met dit voorwerp bezig was. […]

Omstreeks 22.59 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam en naar de ingang van de berging liep. Ik zag dat hij een sleutelbos in zijn hand vasthield en hiermee de deur van de berging opende. Vervolgens zag ik dat [verdachte] de berging inliep en even later de berging weer uitliep. Ik zag dat [verdachte] een blauwe [.] tas in zijn handen vasthield. Ook is te zien dat de tas op dat moment voorzien is van inhoud. […]

Beelden 19 november 2018

Omstreeks 21.33 uur, zag ik op de beelden dat door mij herkende [verdachte] en de door mij herkende [J] in beeld kwamen. Ik zag op de beelden dat [verdachte] de berging met een sleutel opende. Vervolgens zag ik dat zij beiden de berging in liepen. Op de beelden is dan te zien dat zij na korte tijd weer de berging verlaten. Ik zag dat [J] aan het bellen was en [verdachte] de berging met zijn sleutel afsloot. Ik zag dat zij beiden de gang van de berging verlieten. […]

Beelden 20 november 2018

Omstreeks 20.04 uur, zag ik op de beelden dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat er een andere jongen, door mij herkende [L] , achter [verdachte] aan liep en de gang betrad. Vervolgens zag ik dat [verdachte] met een sleutel de berging opende. Vervolgens zag ik dat [verdachte] samen met [L] de berging inliep. Kort daarna zag ik dat beiden de berging uitliepen en dat [verdachte] met een sleutel de berging afsloot. Ik zag dat zij beiden de gang van de berging verlieten. […]

Omstreeks 20.27 uur, zag ik dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging opende met een sleutel. Ik zag dat hij de berging inliep en kort hierna de berging weer uitliep. Ik zag dat hij de berging met een sleutel afsloot en de gang van de berging verliet.45 […]

Beelden 21 november 2018

Om 13.48.58 uur, zag ik dat door mij herkende [verdachte] alleen de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] op dat moment in zijn linkerhand een accuboormachine vasthield. Ik zag dat de desbetreffende accuboormachine voorzien was van een oranje bedieningsknop. Vervolgens zag ik dat [verdachte] met een sleutel de berging opende en de berging inliep. Even later is te zien dat [verdachte] weer de berging uitkwam en een voorwerp in zijn rechter hand vasthield. Vervolgens is te zien dat [verdachte] de berging afsluit en met een donkerkleurige boormachine in zijn rechter hand de gang van de berging verlaat. […]

Omstreeks 19.29 uur, zag ik dat [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat hij de berging met een sleutel opende en de berging inliep. Ik zag dat hij kort hierna

berging afsloot en de gang weer verliet. […]

Omstreeks 21.29 uur, zag ik dat door mij herkende [J] samen met door mij herkende [verdachte] in beeld kwamen. Ik zag dat [J] in zijn rechterhand een navigatiesysteem vasthield. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de berging opende. Daarna zat ik dat beiden de berging inliepen. Ik zag dat beiden kort hierna de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot met een sleutel. […]

Beelden 22 november 2018

Omstreeks 18.58 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] alleen de gang van de berging in liep. Ik zag vervolgens dat [verdachte] een fles en twee verschillende kledingstukken in zijn handen vast hield. Ook zag ik dat hij die goederen voor de ingang van berging [nummeraanduiding 1] neerlegde. Ik zag dat [verdachte] aan het bellen was. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de deur van de berging opende. Ik zag dat [verdachte] de goederen die hij in zijn handen droeg naar binnen bracht. Vervolgens zag ik dat hij weer de berging uitliep en hierna de gang van de berging verliet. […]

Omstreeks 20.02 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en [J] de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [J] met beide handen een navigatiesysteem vast hield. Ik zag op de beelden dat [verdachte] voorop liep en met een sleutel de deur van de berging opende. Vervolgens zag ik dat beiden de berging in liepen en uit zicht van de camera verdwenen. Kort hierna zag ik dat beiden de berging uitliepen, zonder navigatiesysteem. Daarna zag ik dat [verdachte] de berging met een sleutel afsloot. Vervolgens zag ik dat zij de gang de berging verlieten.46 […]

Omstreeks 21.06 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] in beeld kwam. Ik zag dat hij vanaf de hal een zwarte bromfiets de gang van de bergingen in duwde. Ik zag vervolgens dat hij met een sleutel de deur van de berging opende. Ik zag hierna op de beelden dat de zwarte bromfiets niet was voorzien van een kentekenplaat. Ik zag dat [verdachte] de zwarte scooter in de berging duwde en de berging hierna afsloot. Ik zag dat [verdachte] vervolgens de gang van de berging uitliep. […]

Beelden 23 november 2018

Omstreeks 19.44 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] de gang van

de berging inliep. Ik zag vervolgens dat hij met de eerste sleutelbos de deur van de berging niet open krijgt. Vervolgens zag ik dat hij uit zijn linker jaszak een ander sleutelbos pakte. Daarna zag ik dat hij met de tweede sleutelbos de deur van de berging opende. Ik zag dat [verdachte] de berging uitliep. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een accuboormachine vasthield. Ik zag dat [verdachte] met zijn andere hand de berging afsloot en de gang van de berging verliet. […]

Omstreeks 20.55, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] in zijn linkerhand een navigatiesysteem vasthield. Ik zag dat hij naar de deur van de berging liep en de deur met een sleutel opende. Ik zag dat hij met zijn linkerhand zijn rechtermouw meerdere malen afveegt. Ik zag dat [verdachte] de berging inliep met navigatiesysteem in zijn hand. Ik zag dat [verdachte] even uit beeld bleef en hierna uit de berging kwam. Ik zag dat hij de berging met een sleutel afsloot en de gang van de berging uitliep. […]

Omstreeks 21.28 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en [E] de gang van de bering inliepen. Ik zag dat beiden naar de berging toe liepen. Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging met een sleutel opende. Ik zag op de beelden dat [E] een navigatiesysteem en een accuboormachine in zijn handen vasthield. Ik zag dat beiden de berging inliepen. Ik zag dat zij hierna de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot. Ik zag dat beiden de gang van de berging verlieten en uit beeld verdwenen. Ik zag dat zij bij het verlaten geen goederen meer in hun handen vasthielden. […]

Beelden 24 november 2018

Omstreeks 21.08 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en [K] in beeld kwamen. Ik zag dat [verdachte] naar de berging toeliep en de deur met een sleutel opende. Ik zag dat [K] in het gangpad van de bergingen aan het urineren was en hierbij lachte. Ik zag dat beiden vervolgens de berging inliepen. Ik zag dat [K] doorzichtige handschoenen aan had. Ik zag dat [verdachte] de berging met een sleutel afsloot. Ik zag dat beiden de gang van de berging verlieten. […]

Omstreeks 22.11 uur, zag ik dat door mij herkende [verdachte] en [K] de gang van de bergingen inliepen. Ik zag dat [verdachte] naar de berging toe liep en met een sleutel de berging opende. Vervolgens zag ik dat zij beiden de berging inliepen. Ik zag dat beiden zich omgekleed hadden de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] een accuboormachine in zijn rechter hand vasthield. Ik zag dat [verdachte] op zijn hoofd een opgerolde muts droeg Ik zag [verdachte] de berging afsloot. Ik zag dat beiden de gang van de bergingen verlieten.47 […]

Ik zag in hetzelfde filmpje dat omstreeks 22.51 uur, [verdachte] met de door mij herkende [S] el [T] in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] vervolgens doorliep naar de deur van de berging en de deur met een sleutel opende. Ik zag dat beiden de berging inliepen. […]

Beelden 25 november 2018

Omstreeks 15.42 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] , [M] en [K] de gang van de berging inliepen. Ik zag vervolgens dat [K] met een sleutel de berging probeerde te openen. Ik zag dat dit niet lukte. Ik zag dat [verdachte] hierna met een andere sleutel de deur van de berging opende. Ik zag vervolgens dat zij alle drie de berging inliepen en kort hierna weer de berging uitliepen. Ik zag vervolgens dat [verdachte] geld uit zijn zak haalde en dit na telde. Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging afsloot. Ik zag dat zij allen de gang van de berging verlieten. […]

Omstreeks 18.43 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] , [L] en [M] in beeld kwamen. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de berging opende. Ik zag dat alle drie de berging inliepen. Kort hierna zag ik dat [verdachte] , [L] en [M] een blauwe bromfiets uit de berging tilden. Ik zag dat [M] en [L] de achterzijde van de scooter optilden. Ik zag dat het kenteken van de scooter blauw van kleur was. Ik zag dat het kenteken iets wazig, maar wel te lezen was. Ik zag dat het kenteken van de snorfiets die getild werd: [kenteken 8] betrof. Dit betreft een gestolen snorfiets, merk Piaggio type Vespa. Ik zag dat alle drie de genoemden de blauwe Piaggio snorfiets naar buiten

tilden en uit de gang van de berging liepen. Ik zag dat de genoemde drie personen weer de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [verdachte] vervolgens naar de berging toeliep en deze met een sleutel opende. Ik zag dat [verdachte] op dat moment een donker kleurig voorwerp vast hield. Ik zag op de beelden dat [L] een voorwerp in zijn handen vasthield, wat lijkt op een helmbak van een scooter. Ik zag dat er in deze bak goederen lagen. Ik zag dat alle drie genoemden de berging inliepen en hierna weer de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] op dat moment een zwarte accuboormachine vasthield. Ik zag vervolgens dat alle drie genoemden de gang van de berging verlieten.48 […]’

Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt:

‘Naar aanleiding van het onderzoek naar het onrechtmatig gebruik van de bergingen, gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] en de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 2] , heb ik nogmaals de beelden bekeken van de maand december van deze beide bergingen.

Overzicht personen op de beelden berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] , periode december 2018:

Zondag 2 december 2018

Die dag omstreeks 16:33 uur, komen [verdachte] en [M] in beeld. Zij gaan de berging in en blijven hier ongeveer 4 minuten binnen. Hierop is te zien dat zij vertrekken.

Maandag 3 december 2018

Die dag omstreeks 15:44 uur, komen [verdachte] en [M] in beeld. Zij gaan de berging in en blijven hier ongeveer 4 minuten binnen. Hierop is te zien dat zij vertrekken.

Die dag omstreeks 16:19 uur, komen [verdachte] , [M] en [L] in beeld. Te zien is dat door hen een grijs kleurige scooter in de berging wordt geplaatst. Deze scooter is kort voor het plaatsen in de berging weggenomen.49 vanaf het [locatie 2] in De Meern. Bij binnenkomst is te zien dat [L] een zwart met oranje kleurige klauwhamer vast heeft. Zij zijn ongeveer 25 minuten in de berging aanwezig geweest. Op het moment dat zij de berging uit komen is te zien dat [M] een zwart kleurige kentekenhouder vast heeft. Hierop verdwijnen zij uit beeld.

Die dag omstreeks 23:31 uur, komen [verdachte] en [I] in beeld. Te zien is dat zij ongeveer 1 minuut in de berging zijn en hierop weer vertrekken.

Die dag omstreeks 23:48 uur, komen [verdachte] en [I] in beeld. Te zien is dat beiden een koplampunit vast hebben en in de berging leggen.

Dinsdag 4 december 2018

Die dag omstreeks 00:35 uur, komt [verdachte] in beeld. Te zien is dat hij een kledingstuk met zich mee draagt en dit kennelijk in de berging achter laat. Vanuit de berging komt hij dan weer in beeld met een accuboormachine waarmee hij uit beeld verdwijnt. Hij is op dat moment ongeveer anderhalve minuut in de berging geweest.

Die dag omstreeks 15:08 uur, komen [verdachte] , [M] en [K] in beeld. Zij blijven ongeveer 4 minuten in de berging en komen er dan weer uit. Vervolgens verdwijnen zij uit beeld.

Die dag omstreeks 17:31 uur, komt [N] in beeld. Te zien is dat hij de berging in gaat en enkele seconden later de berging weer uit komt met een zwarte helm. Nadat hij de berging afsluit verdwijnt hij uit beeld.

Die dag omstreeks 20:18 uur, komen [verdachte] , [I] en [U] in beeld. Zij gaan de berging in en komen na ongeveer 4 minuten de berging weer uit. Op dat moment heeft [U] de twee Volvo koplampen vast en is te zien dat [I] bankbiljetten vast heeft. Hierop verdwijnen zij uit beeld.

Die dag omstreeks 22:06 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij gaat de berging in en haalt hier de grijze Piaggio scooter uit welke op 3 december was weggenomen vanaf het [locatie 2] in De Meern. Te zien is dat [verdachte] de bijbehorende kentekenplaat later nog uit de berging pakt en deze onder de buddy seat opbergt. Hierop verdwijnt hij uit beeld.

Donderdag 6 december 2018

Die dag omstreeks 23:50 uur, is te zien dat [verdachte] in beeld komt. Hij blijft op dat moment ongeveer 2 minuten in de berging en komt later weer in beeld. Te zien is dat hij op dat moment zichzelf in de berging heeft omgekleed. Hij draagt een andere jas als waarmee hij in beeld kwam. Ook heeft hij op dat moment een flesje met vloeistof bij zich. Nadat hij de berging heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld.

Zaterdag 8 december 2018

Die dag omstreeks 19:11 uur, komen [verdachte] en [L] in beeld. Te zien is dat [L] met een aansteker aan het spelen is. Beiden gaan de berging in en blijven hier 40 minuten binnen zitten. Na deze 40 minuten is te zien dat [L] de toegangsdeur tot de bergingen opent en de hal van het portiek in kijkt. Hierop gaat hij kort terug de berging in en komen beiden de berging uit.50

Die dag omstreeks 21:42 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij gaat de berging binnen en blijft hier ongeveer anderhalve minuut. Hierop komt hij weer in beeld. Dan is te zien dat hij ineens handschoenen draagt en een prop papier bij zich heeft. Hij verdwijnt hierop uit beeld.

Die dag omstreeks 21:56 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij gaat de berging binnen en blijft hier ongeveer 3 minuten. Hierop komt hij weer in beeld. Dan is te zien dat hij zich weer heeft omgekleed en een andere jas draagt. Hij sluit de berging af en verdwijnt hierop uit beeld.

Zondag 9 december 2018

Die dag omstreeks 13:07 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij gaat de berging in en na ongeveer een halve minuut komt hij de berging weer uit. Te zien is dat hij in de berging een muts op zijn hoofd heeft gezet, de berging afsluit en hierop uit beeld verdwijnt. Die dag omstreeks 17:58 uur, komen [verdachte] en [L] in beeld. Beiden gaan de berging in, blijven hier ongeveer 2 minuten binnen en gaan daarna de berging weer uit. Nadat deze is afgesloten verdwijnen beiden weer uit beeld.

Vrijdag 14 december 2018

Die dag omstreeks 21:16 uur, komen [verdachte] en [I] in beeld. Te zien is dat beiden de berging in gaan. na ongeveer 1 minuut vertrekken beiden weer en is te zien dat [verdachte] een jas uit de berging heeft gepakt en deze meeneemt waarop beiden weer uit beeld verdwijnen.

Maandag 17 december 2018

Die dag omstreeks 19:42 uur, komen [verdachte] en [V] in beeld. Te zien is dat [verdachte] een zwarte jas over zijn arm draagt bij binnenkomst. [V] haalt op het moment dat [verdachte] de deur van de berging met een sleutel opent, een accuboormachine uit zijn broeksband. Beiden zijn ongeveer 3 minuten in de berging en komen er dan weer uit. Op dat moment heeft [verdachte] een andere jas aangetrokken in de berging als waar mee hij in beeld kwam. Op het moment dat hij de berging weer middels sleutel af sluit, is te zien dat [V] de accuboormachine weer in zijn broeksband stopt en zijn jas hier over heen trekt. Hierop verdwijnen beiden uit beeld.

Die dag omstreeks 21:08 uur, komen [verdachte] en [V] weer in beeld. Op het moment dat [verdachte] de deur van de berging weer opent is te zien dat [V] de accuboormachine weer uit zijn broeksband haalt. Beiden gaan hierop de berging in en komen na ongeveer 2 minuten weer in beeld. Hierop wordt de berging weer afgesloten door [verdachte] en verdwijnen beiden uit beeld.

Die dag omstreeks 22:06 uur, komt [verdachte] weer in beeld bij de berging. Te zien is dat hij op dat moment een plastic tas van [.] bij zich draagt, waar kennelijk iets in zit. [verdachte] gaat de berging in en blijft hier ongeveer anderhalve minuut binnen. Op het moment dat hij de berging weer uit komt is te zien dat hij zich heeft omgekleed en weer een andere jas aan heeft.51

Dinsdag 18 december 2018

Die dag omstreeks 19:48 uur, komen [verdachte] en [L] in beeld.

Beiden gaan de berging binnen. Na ongeveer 3 minuten gaan beiden de berging weer uit

en is te zien dat [verdachte] weer een andere jas heeft aangetrokken. Ook is

te zien dat [verdachte] op dat moment een accuboormachine vast heeft alsmede

een paar werkhandschoenen. Nadat de berging weer is afgesloten verdwijnen beiden weer

uit beeld.

Die dag omstreeks 20:31 uur, komen [verdachte] en [L] weer in

beeld. [verdachte] heeft dan een inbouw navigatiesysteem vast. Deze geeft hij

over aan [L] zodat [achternaam van verdachte en N] de berging kan openen. Op het moment dat [verdachte]

de berging opent is te zien dat de accubuurmachine vermoedelijk onder zijn

jas verstopt is. Hij ondersteunt namelijk iets wat onder zijn jas zit met een van zijn handen terwijl hij de berging opent middels een sleutel. Hierop gaan beiden de berging binnen en wordt het navigatiesysteem door hen in de berging geplaatst. Enkele momenten later komen beiden de berging weer uit en wil [achternaam van verdachte en N] de berging weer afsluiten. Dan gaat hij terug de berging in en pakt dan een paar grijze handschoenen voor [L] . Deze worden door hen beiden nog bekeken en uitgeklopt alvorens [L] deze aan trekt. Hierop verdwijnen beiden uit beeld.

Die dag omstreeks 21:16 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Te zien is dat hij de berging opent en hier naar binnen gaat. Kort hierop komt hij weer in beeld en is te zien dat hij weer een andere jas heeft aangetrokken. Dan sluit hij de berging weer af en verdwijnt uit beeld.

Die dag omstreeks 21:33 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij heeft op dat moment een plastic tas van [.] bij zich waar iets in zit. Nadat hij de berging heeft geopend gaat hij hier naar binnen en heeft de [.] tas in de berging achtergelaten. Dan sluit hij de berging weer af en verdwijnt uit beeld.

Die dag omstreeks 22:12 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Nadat hij de berging heeft geopend haalt hij de plastic [.] tas uit de berging, sluit de berging af en verdwijnt weer uit beeld.

Woensdag 19 december 2018

Die dag omstreeks 07:56 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Op dat moment is te zien dat hij twee inbouw navigatiesystemen bij zich draagt. Deze worden door hem in de berging geplaatst. Korte tijd later is te zien dat hij weer in beeld komt en dat hij weer een andere jas heeft aangetrokken. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging weer heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld.

Die dag omstreeks 21:12 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Na ongeveer 6 minuten komt hij weer in beeld, sluit de berging weer af en verdwijnt weer uit beeld.

Donderdag 20 december 2018

Die dag omstreeks 20:51 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Op dat moment stoppen de opnames en is niet bekend wat er verder is gebeurd.

Die dag omstreeks 21:32 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Te zien is dat hij op dat moment een schroevendraaier bij zich heeft. Nadat hij de berging heeft geopend gaat hij hier naar binnen. Na ongeveer anderhalve minuut komt [verdachte] de berging weer uit en sluit deze af. Dan verdwijnt hij weer uit beeld.

Vrijdag 21 december 2018 52

Die dag omstreeks 05:54 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Nadat hij ongeveer 2 minuten in de berging is geweest komt hij weer in beeld. Te zien is dat hij zich heeft omgekleed en een andere jas draagt. Ook heeft hij op dat moment een accuboormachine, een schroevendraaier en een ruitentikker bij zich. Dan sluit hij de berging weer af en verdwijnt uit beeld.

Die dag omstreeks 16:07 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij draagt op dat moment geen jas maar alleen een T-shirt. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Na ongeveer 1 minuut komt hij de berging weer uit en heeft hij een jas aan. Nadat hij de berging weer heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld.

Die dag omstreeks 20:34 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging, blijft ongeveer een halve minuut in de berging en komt dan weer in beeld. Nadat hij de berging heeft afgesloten verdwijnt hij weer uit beeld.

Zaterdag 22 december 2018

Die dag omstreeks 18:59 uur, komen [verdachte] en [L] in beeld. [achternaam van verdachte en N] draagt op dat moment een trainingsjack met zich mee. nadat de berging door [achternaam van verdachte en N] is geopend gaan beiden de berging in. na ongeveer twee minuten wordt de berging weer afgesloten door [achternaam van verdachte en N] . Het trainingsjack wat [achternaam van verdachte en N] eerst met zich mee droeg is in de berging achtergelaten. Beiden verdwijnen hierop weer uit beeld.

Die dag omstreeks 20:05 uur, komen [verdachte] en [L] weer in beeld. op dat moment is te zien dat [L] twee inbouw navigatiesystemen vast heeft. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft geopend gaan beiden de berging in. De navigatiesystemen worden door hen in de berging geplaatst waarop [achternaam van verdachte en N] de berging weer afsluit en beiden uit beeld verdwijnen.

Zondag 23 december 2018

Die dag omstreeks 17:05 uur, komen [verdachte] en [I] in beeld. [verdachte] draagt op dat moment een lege oranje plastic tas met zich mee. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft geopend gaan beiden de berging in. Na ongeveer 1 minuut komen beiden de berging weer uit. In de berging hebben beiden twee navigatiesystemen in de oranje plastic tas gestopt. Hierop komen beiden de berging weer uit waarop [achternaam van verdachte en N] de berging weer afsluit en beiden uit beeld verdwijnen.

Die dag omstreeks 17:32 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging met de sleutel en gaat hier naar binnen. Na ongeveer 2 minuten komt hij weer in beeld. In de berging heeft hij een donkere muts op gezet en een accuboormachine gepakt. Nadat hij de berging heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld.

Die dag omstreeks 17:55 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Op dat moment heeft hij een inbouw navigatiesysteem vast. Hij opent hierop de berging en gaat naar binnen. Na 50 minuten komt [achternaam van verdachte en N] de berging pas weer uit. Het navigatiesysteem heeft hij in de berging geplaatst en ook heeft hij weer een andere jas aangetrokken. Nadat hij de berging heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld.

Die dag omstreeks 22:22 uur, komt [verdachte] weer in beeld. te zien is dat hij de berging opent en hier kort naar binnen gaat. Vervolgens komt hij de berging weer uit, sluit deze weer af en verdwijnt uit beeld.

Maandag 24 december 2018

Die dag omstreeks 21:21 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij opent de berging en komt vrijwel direct de berging weer uit met een accuboormachine. Hierop sluit hij de berging weer af en verdwijnt uit beeld.53

Die dag omstreeks 22:56 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Te zien is dat hij weer met de accuboormachine naar de berging komt, de berging opent en hier naar binnen gaat. Op dat moment stoppen de beelden.

Dinsdag 25 december

Die dag omstreeks 06:38 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Na ongeveer 2 minuten komt hij de berging weer uit. Hij heeft in de berging een andere jas aangetrokken. Bij het afsluiten van de berging is te zien dat er in zijn linker jaszak een oranje kleurige ruitentikker zit. Na het afsluiten van de berging verdwijnt hij weer uit beeld.

Die dag omstreeks 07:11 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Wanneer hij de berging opent is te zien dat de oranje ruitentikker nog in zijn jaszak zit. Hij gaat hierop de berging binnen en komt na ongeveer 2 minuten weer in beeld. Op dat moment heeft hij een muts op gedaan en draagt hij een accuboormachine en een schroevendraaier bij zich. Hierop sluit hij de berging af en verdwijnt uit beeld.

Die dag omstreeks 07:16 uur, komt [verdachte] weer in beeld. In de hal van de bergingen pakt hij iets van de grond af en verdwijnt dan weer uit beeld.

Die dag omstreeks 07:36 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging, gaat hier naar binnen en komt kort hierop weer de berging uit. Dan heeft hij de muts weer in de berging achter gelaten en heeft hij weer een andere jas aangetrokken. Nadat hij de berging afsluit verdwijnt hij weer uit beeld.

Die dag omstreeks 14:36 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Nadat hij de berging geopend heeft gaat hij hier naar binnen en stopt het beeld.

Woensdag 26 december 2018

Die dag omstreeks 21:26 uur, komen [verdachte] en [E] in beeld. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft geopend gaan beiden hier naar binnen. Na ongeveer 1 minuut komen beiden de berging weer uit, wordt de berging weer afgesloten en verdwijnen beiden uit beeld.

Die dag omstreeks 21:50 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging, haalt hier een accuboormachine uit, sluit de berging weer af en verdwijnt uit beeld.

Donderdag 27 december 2018

Die dag omstreeks 19:00 uur, komen [verdachte] en [E] in beeld. [E] draagt op dat moment een inbouw navigatiesysteem. [achternaam van verdachte en N] opent de berging waarop beiden naar binnen gaan. Na ongeveer 1 minuut komen beiden de berging weer uit en hebben zij het navigatiesysteem in de berging geplaatst. Nadat de berging is afgesloten verdwijnen beiden weer uit beeld.

Die dag omstreeks 22:26 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. [E] draagt op dat moment wederom een inbouw navigatiesysteem. Nadat de berging door [achternaam van verdachte en N] is geopend, gaan beiden de berging binnen en wordt ook dit navigatiesysteem in de berging geplaatst. Wanneer beiden de berging uit komen is te zien dat [E] de muts iniet meer draagt en in de berging achter heeft gelaten. Wel is te zien dat hij op dat moment zijn capuchon draagt en een skibril op heeft gezet. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging weer heeft afgesloten verdwijnen beiden uit beeld.

Vrijdag 28 december 2018 54

Die dag omstreeks 19:49 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij opent de berging en komt hier later weer uit met een accuboormachine. Nadat hij de deur heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld.

Die dag omstreeks 21:46 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. [E] draagt op dat moment weer een inbouw navigatiesysteem mee naar binnen. Nadat [achternaam van verdachte en N] de deur van de berging heeft geopend gaan beiden hier naar binnen. Later stoppen de beelden.

Vrijdag (de rechtbank begrijpt: zaterdag) 29 december 2018

Die dag omstreeks 12:52 uur, komen [verdachte] en [E] in beeld. [achternaam van verdachte en N] opent de berging en beiden gaan hier naar binnen. Korte tijd later wordt de berging weer afgesloten door [achternaam van verdachte en N] en verdwijnen beiden uit beeld.

Die dag omstreeks 12:58 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. Wederom opent [achternaam van verdachte en N] de berging en beiden gaan naar binnen. Ook nu komen beiden korte tijd later weer naar buiten, wordt de berging afgesloten en verdwijnen beiden weer uit beeld.’55

Verbalisant [verbalisant 9] heeft als volgt verklaard:

‘Op zaterdag 5 januari 2019 heb ik de sleutels, uit de fouillering van verdachte [achternaam van verdachte en N] , gepast op de deuren die toegang bieden tot de kelderbox van [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . De sleutel met het nummer [nummer-/letteraanduiding] , aan het bosje met het roze label, past op de toegangsdeur tot het portiek [straatnaam 1] [nummeraanduiding 7] - [nummeraanduiding 8] . Deze sleutel past ook op de deur die toegang biedt tot de gang met kelderboxen aan de rechterzijde in dat portiek. De sleutel met het blauwe hoesje past op de toegangsdeur tot de kelderbox met nummer [nummeraanduiding 1] .’56

Verbalisant [verbalisant 10] verklaart als volgt:

‘Op zondag 21 oktober 2018, omstreeks 16:28 uur, werd [verdachte] als verdachte van een gepleegde winkeldiefstal aangehouden en overgebracht naar het politiebureau te [.] . Tijdens de insluitingsfouillering trof collega [verbalisant 12] een sleutelbos aan die behoorde bij verdachte [verdachte] . Collega [verbalisant 12] heeft op mijn verzoek meerdere gedetailleerde foto's gemaakt van deze sleutelbos. [...] In de sleutelbos van [verdachte] werd een sleutel aangetroffen met een blauw plastic kapje. De foto van deze sleutel heb ik vergeleken met de sleutel van de berging van [nummeraanduiding 1] . Ik zag dat de groeven van de sleutel, welke bij [verdachte] is aangetroffen, en de groeven van de sleutel van de berging [nummeraanduiding 1] , identiek overeen kwamen. Ik herkende deze sleutel ook als een sleutel van merk DOM. Verder zag ik dat er ook een LIPS sleutel in de sleutelbos van [verdachte] aanwezig was. Ook de groeven van deze aangetroffen LIPS sleutel, komen geheel overheen met de groeven van de sleutel van de toegangsdeur naar de portiek en berging van de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] .’57

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 4] verklaren als volgt:

‘Op 4 januari 2019 omstreeks 07:45 uur waren wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 4] , in een garagebox aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Wij waren hier naartoe gezonden om alle goederen aanwezig in deze garagebox in beslag te nemen.

Goed(eren):

- PL0900-2018321715-2332756, computer/bijz.electr.app. navigatiesysteem, Audi, Nederland

- PL0900-2018321715-2332779, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Volkswagen, Nederland, serienummer [.] , bijzonderheden display navigatiesysteem;

- PL0900-2018321715-2332785, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Volkswagen, Nederland, serienummer [.] , bijzonderheden Volkswagen navigatie display;

- PL0900-2018321715-2332789, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Volkswagen, Nederland, serienummer [.] ;

- PL0900-2018321715-2332798, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Volkswagen, Nederland, serienummer [.] ;

- PL0900-2018321715-2332803, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Nederland, serienummer [.] ;

- PL0900-2018321715-2332807, geluid en beeldapp/drager, mediaspeler, Volkswagen, Nederland, imei mobiele telefoon [.] .’58

Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt:

‘Onderzoek berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] [woonplaats]

Op de beelden is te zien dat verdachten [verdachte] en [E] op 27 december 2018 en op 28 december 2018 met in totaal 3 navigatiesystemen de genoemde berging inlopen. Daarna is niemand meer in beeld geweest en heeft behalve de politie niemand meer de genoemde berging betreden. De bedoelde berging werd namelijk door de politie ontruimd en het onderzoek werd beëindigd.’59

Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt:

‘Onderzoek berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] [woonplaats]

Op 04 januari 2019, omstreeks 07.45 uur, werd door collega's in de berging onderzoek ingesteld. In de berging werd een navigatiesysteem aangetroffen, welke was voorzien van het serienummer [.] . Daarnaast werden nog twee andere navigatiesystemen aangetroffen. Één van die navigatiesystemen was voorzien van het serienummer [.] . Het andere navigatiesysteem was voorzien van het serienummer [.] .

[…]

Tussen donderdag 27 december 2018 om 12.00 uur en vrijdag 28 december 2018 om 08.30 uur werd een zwarte personenauto opengebroken en werd uit die auto een

navigatiesysteem weggenomen. De auto was van het merk Volkswagen, type Golf 6, voorzien van één Duits kenteken [kenteken 12] . De auto stond geparkeerd op de [straatnaam 14] te [woonplaats] (ter hoogte van de kruising met de [straatnaam 17] ). Uit die auto werd tussen vermeldde data een navigatiesysteem weggenomen welke voorzien is van het serienummer [.] . Dit betrof het navigatiesysteem welke op 04 januari 2019, door collega's, in de genoemde berging was aangetroffen.60

[…]

Tussen vrijdag 28 december 2018 te 19.30 uur en zaterdag 29 december 2018 te 11.00 uur werd een grijze personenauto opengebroken en werd uit die auto een navigatiesysteem weggenomen. De auto was van het merk Volkswagen Passat en voorzien van een Duits kenteken [kenteken 13] . De auto stond geparkeerd op de [straatnaam 15] (wijk [.] ) ter hoogte van perceelnummer [nummeraanduiding 9] te [woonplaats] . Uit die auto werd tussen vermeldde data een navigatiesysteem weggenomen, welke is voorzien van het serienummer [.] . Dit betrof het navigatiesysteem welke op 04 januari 2019, door collega's, in de genoemde berging was aangetroffen.

[…]

Tussen zaterdag 28 november 2009 16.00 uur en maandag 30 november 2009 06.30 uur werd een personenauto weggenomen. De auto was blauw van kleur, van het merk Volkswagen, type Golf en voorzien van het kenteken [kenteken 14] . De auto stond tussen vermelde data geparkeerd op de [straatnaam 16] te [woonplaats] . Uit onderzoek is gebleken dat voor dat voertuig een navigatiesysteem was afgegeven welke voorzien was van het serienummer: [.] . Dit betrof het navigatiesysteem welke op 23 november 2018 en op 04 januari 2019 in de genoemde berging was aangetroffen.’61

Verdachte heeft als volgt verklaard:

‘U zegt mij dat camerabeelden van de berging zijn onderzocht. Dit is de berging van de

[straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] .62 […]

U toont mij beelden van 27 december rond 19:00 uur. Ik herken mijzelf als de achterste persoon op beide foto's. U vraagt mij hoe wij in het bezit zijn gekomen van dit navigatiesysteem. Die zijn gestolen door mij en die andere persoon. […]

U toont mij nu prints van de camera in de berging van 27 december 2018 rond 22.26 uur.

Ik zie mijzelf. Ik ben de voorste persoon op deze afbeeldingen.

U zegt mij dat ik op deze print ben herkend en dat ik de sleutel van de berging heb. U zegt mij dat ik weer samen met die andere jongen bent die een navigatiesysteem in zijn bezit heeft en dat dit navigatiesysteem door ons in de berging wordt gelegd. U vraagt mij hoe wij in het bezit van dit navigatiesysteem zijn gekomen.

Die hebben we gestolen.’63

Op 3 oktober 2018 heeft [O] aangifte gedaan van diefstal:

‘Ik heb […] op 12 oktober 2018 (De rechtbank begrijpt: 2 oktober 2018) […] mijn snorfiets

geparkeerd op de [straatnaam 4] te [woonplaats] . Dit betreft een Daelim Message, kleur zwart. Deze bromfiets was voor zien van de [kenteken 3] kentekenplaat. Vandaag op woensdag 3 oktober 2018, omstreeks 12.00 uur, zag ik dat de plaat van de bromfiets af was terwijl ik zeker weet dat hij erop zat toen ik deze parkeerde.’64

Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt:

Beelden 23 oktober 2018

Beelden beginnen bij 23-10-2018 om 22.28.29 uur. Ik zag dat de deur van de gang van de berging (de rechtbank begrijpt: de berging behorende bij de woning aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] ) geopend werd. Ik zag dat de achterzijde van een groene scooter in beeld kwam. Ik zag dat de groene scooter voorzien was van een blauw kentekenplaatje. Ik zag op de beelden dat het kenteken [kenteken 3] betrof. Ik zag dat de achterzijde van een jongen in beeld kwam. Die jongen herkende ik ambtshalve aan zijn gelaat, postuur, huidskleur en haardracht als: [N] (de rechtbank begrijpt: de broer van verdachte).65 Ik zag dat [N] op de scooter zat en naar achteren liep. Ik zag dat [N] met een sleutel de deur van de genoemde berging opende. Ik zag dat [N] van de (motor)scooter stapte en deze in de berging plaatste. Ik zag dat [N] hierna de berging middels een sleutel afsloot en de gang van de berging verliet.

Beelden 24 oktober 2018

Buurtbeheerder van de [naam instelling] heeft met haar telefoon een foto genomen van de binnenzijde van de genoemde berging. Hierop is een groene Piaggio SKR 125cc te zien met een blauw kentekenplaatje voorzien van het kenteken [kenteken 3] .

Beelden 25 oktober 2018

Beelden beginnen bij 25-10-2018 om 15.58.41 uur. Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat achter [verdachte] een jongen mee de gang van de berging inliep. Ik zag dat dit [J] betrof. Ik zag dat [verdachte] samen met [J] de groene scooter uit de berging haalden. Ik zag dat [verdachte] op de scooter ging zitten en naar achteren liep. Ik zag dat [verdachte] en [J] samen met de scooter wegliepen en uit beeld verdwenen.’66

Verdachte heeft als volgt verklaard:
‘U vraagt mij naar de heling van een blauwe kentekenplaat in de maand oktober 2018. U vraagt mij of ik een blauwe kentekenplaat in bezit heb gehad die maand. Dat zou best wel kunnen. U zegt mij dat de kentekenplaat op een groene scooter zat. U toont mij een foto en zegt mij dat het kenteken [kenteken 3] betreft. Dat komt mij bekend voor. Ik weet niet precies of ik hem op de scooter heb gedaan. […] Ik weet alleen dat hij iets te snel was.’67

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij navigatiesystemen in de berging heeft bewaard, behorende bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Hij wist dat deze navigatiesystemen van misdrijf afkomstig waren. Verdachte heeft die navigatiesystemen niet allemaal zelf gestolen. Naar eigen zeggen was hij betrokken bij twee of drie van de diefstallen. De overige van misdrijf afkomstige navigatiesystemen bewaarde hij voor anderen. Hij ontving daarvoor een klein aandeel van het geld waarvoor ze verkocht werden.68 Tegenover de politie heeft verdachte verklaard dat de twee navigatiesystemen die hij op 27 december 2018 in de berging heeft geplaatst zelf heeft gestolen.69

Verbalisant [verbalisant 5] heeft als volgt verklaard:

‘Op 15 november 2018 werden in de genoemde berging (De rechtbank begrijpt: de berging gevestigd aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats]) de volgende goederen aangetroffen en zijn daarvan foto's genomen:

- Een navigatiesysteem voorzien van [..1] […]

- Een display voor een radio en navigatiesysteem van Volkswagen, voorzien van het

ingegraveerde nummer: [.] […]

Op 22 november 2018 werden in de berging de volgende goederen aangetroffen en zijn daarvan foto’s genomen:

[…]

Voorts werden twee complete navigatiesystemen aangetroffen voorzien van de volgende

ingegraveerde serienummers:

- [..3] […]70

Op 15 november 2018 […] werd het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit verzocht de aangetroffen goederen te onderzoeken en te achterhalen bij welke voertuigen de goederen horen.

In het eerste resultaat stonden twee Nederlandse kentekens van twee personenauto's vermeld. De twee kentekens van die twee personenauto's betroffen [kenteken 9] en [kenteken 10] . In de personenauto voorzien van het kenteken [kenteken 9] hoorde het navigatiesysteem voorzien van het serienummer [.] .

In de personenauto voorzien van het kenteken [kenteken 10] hoorde het navigatiesysteem

voorzien van het serienummer [..1] . De twee personenauto's voorzien van genoemde personenauto's konden op die wijze gekoppeld worden aan de twee genoemde

navigatiesystemen. Uit onderzoek in het bedrijfsprocessensysteem bleek op 6 oktober 2018 tussen 20.30 uur en 22.30 uur, een personenauto te zijn opengebroken daaruit het navigatiesysteem te zijn weggenomen. Die personenauto was zwart van kleur, van het merk Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 9] en stond geparkeerd op de [straatnaam 6] ter hoogte van [nummeraanduiding 4] te [woonplaats] . […] Verder bleek uit onderzoek in het bedrijfsprocessensysteem dat, op 11 oktober 2018 tussen 00.15 en 09.35 uur, een witte personenauto van het merk Volkswagen, type Golf en voorzien van het kenteken [kenteken 10] , was opengebroken. Die auto stond op die dag en vermelde tijdstippen geparkeerd op de [straatnaam 7] ter hoogte van [.] te [woonplaats] .71

Uit het tweede onderzoek van het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit

bleek het serienummer van één navigatiesysteem, [..3] geregistreerd te staan

voor een personenauto voorzien van het chassisnummer [..4] . Onderzoek in de politiesystemen wees uit dat het genoemde chassisnummer hoort bij een blauwe personenauto van het merk Volkswagen Golf welke voorzien is van het kenteken

[kenteken 11] . Uit onderzoek bleek verder dat op tussen 20 september 2018 om 23.00 uur en

21 september 2018 om 04.40 uur genoemd voertuig te zijn opengebroken. Uit dat

voertuig was toen een navigatiesysteem weggenomen.’72

Bewijsoverweging feit 4: deelname aan een criminele organisatie

Aan verdachte is onder feit 4 tenlastegelegd dat hij zich in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie, die tot oogmerk had het plegen van verschillende soorten misdrijven, zoals opgesomd in de tenlastelegging.

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake deelneming aan een criminele organisatie dient te worden vastgesteld dat sprake is geweest van een organisatie, dat die organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Voor een criminele organisatie moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon.73 Niet is vereist dat komt vast te staan dat verdachte heeft samengewerkt, althans bekend is geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van meer misdrijven, maar niet is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is. Voor de deelneming is van belang dat betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.74 Deelneming impliceert opzet, wat wil zeggen dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.75

De rechtbank komt tot de conclusie dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, gericht op, kort gezegd, vermogensdelicten waaronder opzetheling en diefstal. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat sleutels van een leegstaande berging behorende bij de woning aan de [straatnaam 1] zijn weggenomen van de rechtmatige eigenaar. Uit camerabeelden volgt dat een groep jongeren, waaronder verdachte, vervolgens in een periode van ongeveer tweeëneenhalve maand in wisselende samenstelling intensief gebruik heeft gemaakt van deze berging. Uit de camerabeelden volgt dat de jongeren met goederen de berging inlopen en zonder goederen vervolgens vertrekken. Uit het onderzoek is gebleken dat in deze bergingen gestolen goederen, zoals scooters, navigatiesystemen en andere auto-onderdelen, zijn opgeslagen. De groep heeft, in verschillende samenstellingen, op regelmatige basis vermogensdelicten gepleegd, zoals hierna ook besproken zal worden bij de overige aan verdachte ten laste gelegde feiten. Zij hebben een gestructureerd samenwerkingsverband gevormd waarbij ieder een eigen aandeel heeft gehad, dan wel ondersteunende gedragingen heeft verricht, die rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.

De berging kan worden gezien als ontmoetingsplek, waarbij het een komen en gaan is van verdachte en zijn medeverdachten met gestolen navigatiesystemen, gestolen scooters/bromfietsen en gestolen koplampen. Het is in de meeste gevallen verdachte die zichzelf en anderen met sleutels de toegang tot de berging verschaft. Bij zijn aanhoudingen in oktober en december 2018 droeg verdachte deze sleutels bij zich. Verdachte is in totaal bijna veertig keer herkend op de camerabeelden van voornoemde berging, waaronder meerdere keren op een dag. Op meerdere momenten heeft verdachte navigatiesystemen in zijn handen, die wisselend opgehaald worden uit de berging of daar opgeslagen worden. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat de navigatiesystemen gestolen waren, dat hij geld kreeg om ze voor anderen in de berging te bewaren en dat hij ook zelf navigatiesystemen heeft gestolen.

De rechtbank acht tegen deze achtergrond uit de bewijsmiddelen het bestaan van de criminele organisatie en, in samenhang bezien met de hierna bewezen verklaarde feiten, de deelname van verdachte daaraan bewezen.

Bewijsoverweging feit 5 subsidiair: heling sleutelbos

De rechtbank stelt aan de hand van voormelde bewijsmiddelen vast dat [slachtoffer 1] namens [naam instelling] aangifte heeft gedaan van diefstal van sleutels, waaronder de sleutel van de berging behorende bij een leegstaande woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] en de sleutel van de portiekdeur, welke toegang geeft tot de portiek en gang van deze berging. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de sleutels van zijn broer had gekregen en dat hij aan zijn broer niet heeft gevraagd hoe hij aan de sleutels kwam. Vervolgens heeft verdachte de berging gedurende een periode van tweeëneenhalve maand in gebruik genomen en daarin van misdrijf afkomstige goederen opgeslagen. De verklaring van verdachte dat hij niet doorhad dat de sleutels van misdrijf afkomstig waren acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk.

Tegen deze achtergrond en mede gelet op hetgeen hiervoor onder feit 4 is overwogen ten aanzien van verdachtes deelname aan een criminele organisatie, waarbij de berging een belangrijke rol speelde, is de rechtbank van oordeel dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de sleutels op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze uit misdrijf afkomstig waren, hetgeen ook daadwerkelijk het geval bleek te zijn. De rechtbank acht dan ook, gelet op de feiten en omstandigheden die rondom de berging zijn geconstateerd, in onderlinge samenhang bezien, bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachten heeft schuldig gemaakt aan opzetheling van de sleutels.

Bewijsoverweging feit 6: heling kentekenplaat [kenteken 3]

De rechtbank stelt aan de hand van voornoemde bewijsmiddelen vast dat aangever [O] op 3 oktober 2018 aangifte heeft gedaan van diefstal van zijn kentekenplaat [kenteken 3] . De rechtbank stelt vervolgens vast dat uit de camerabeelden volgt dat een verdachtes broer op 23 oktober 2018 een groene motorscooter voorzien van voornoemde kentekenplaat in de berging behorende bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] plaatst. Vervolgens blijkt dat deze kentekenplaat is geplaatst op een groene Piaggio SKR125cc. Tot slot volgt uit deze camerabeelden dat op 25 oktober 2018 verdachte met een andere medeverdachte deze scooter uit voornoemde berging haalt.

De rechtbank concludeert dat verdachte op 25 oktober 2018 beschikte over een gestolen goed en hier geen aannemelijke verklaring voor heeft kunnen of willen geven, anders dan dat verdachte ‘dacht dat het wel goed zat.’ De rechtbank betrekt hierbij voormeld oordeel over de criminele organisatie waartoe verdachte behoorde en waarbij de berging een belangrijke rol speelde, alsmede dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat meerdere scooters van misdrijf afkomstig in de berging werden geplaatst. Daarbij werd ook een kentekenplaat verwijderd of vervangen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de blauwe kentekenplaat bij een snorfiets behoort, terwijl deze bevestigd was op een motorscooter. Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan tenminste de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de blauwe kentekenplaat op de groene motorscooter van misdrijf afkomstig was.

Bewijsoverweging feit 7: gewoonteheling navigatiesystemen

De rechtbank stelt op grond van voorgaande bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang beschouwd met de camerabeelden van de berging behorende bij de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] over de periode oktober tot en met december 2018 – het volgende vast. Verdachte had de sleutels van deze berging en verschafte aan zichzelf en aan anderen daartoe de toegang. Op 9 oktober 2018 werden door de buurtbeheerder in de berging al navigatiesystemen aangetroffen. Op 13 november 2018 werden meerdere navigatiesystemen in de berging aangetroffen. Met betrekking tot de in november 2018 aangetroffen navigatiesystemen is vastgesteld dat deze van misdrijf afkomstig waren. Op 4 januari 2019 werden door de politie 6 navigatiesystemen in de berging in aangetroffen, waarvan verdachte heeft verklaard dat er twee door hemzelf zijn gestolen. Volgens zijn verklaring ter terechtzitting heeft verdachte in totaal zelf twee tot drie keer een navigatiesysteem gestolen.

Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat de navigatiesystemen die hij voor anderen in de berging bewaarde gestolen waren. Hij kreeg daarvoor een vergoeding. De rechtbank begrijpt hieruit dat de verdachte ten aanzien van de niet door hem gestolen navigatiesystemen die in de berging werden opgeslagen ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan wist dat zij van misdrijf afkomstig waren. Dat, zoals de verdediging heeft gesteld, niet van alle op camerabeelden waargenomen navigatiesystemen kan worden vastgesteld van welke concrete diefstal deze afkomstig zijn, doet hier niet aan af. Uit de camerabeelden over de periode november tot en met december 2018 volgt dat in die periode in totaal tenminste 17 navigatiesystemen in de berging werden geplaatst.

De rechtbank acht alles overziende wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het medeplegen van opzetheling in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018.

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 8 subsidiair

5.10.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.11.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.12.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 76

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voor anderen goederen in een berging, behorende aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] , bewaarde, waaronder gestolen navigatiesystemen. Op 18 november 2018 plaatste hij volgens zijn verklaring in deze berging een bromfiets voor een vriend. Verdachte heeft eveneens verklaard dat deze bromfiets geen contactslot had en dat er een gat zat op de plek waar het contactslot had moeten zitten.77

Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt:

‘Later kwam personeel van de [naam instelling] tot de ontdekking dat de berging, [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] , onrechtmatig gebruikt werd. Door de [naam instelling] werd vervolgens een camera geplaatst. De camera had zicht op de desbetreffende berging.78 […]

Ik zag dat het videobestand in totaal twee minuten en tien seconden duurde en dat het

video-opnamen betroffen van 18 november 2018. Ik zag dat het videobestand begon bij de

tijdsindicatie: 18-11-2018, 21.50.19. Ik zag dat de deur van de gang van de berging open ging. Ik zag dat er twee jongens in beeld kwamen. Ik zag dat dit de eerder door mij

herkende verdachte [verdachte] en [G] waren. Ik herkende beiden

jongens duidelijk aan hun gezicht, postuur en huidskleur. Ik zag dat zij samen vervolgens

blauwe bromfiets in de berging plaatsen.’79

Verbalisant [verbalisant 4] verklaart als volgt:

‘Op donderdag 22 november 2018, omstreeks 08.20 uur, bevond ik mij, verbalisant [verbalisant 4] , […] in een kelderbox, op de [straatnaam 1] , te [woonplaats] . […] Ik stelde een onderzoek in de kelderbox met het nummer [nummeraanduiding 1] . […] In de kelderbox trof ik een snorfiets aan van het merk Piaggio, type Vespa. Ik zag dat de snorfiets voorzien was van het kenteken [kenteken 8] . Ik heb het politiesysteem bevraagd op het kenteken en zag dat een snorfiets met dat kenteken op 18 november 2018 was weggenomen, vanaf de [straatnaam 3] [nummeraanduiding 6] in [woonplaats] . […] Ik zag dat het contactslot uit de snorfiets was gehaald. Op de grond naast de snorfiets zag ik een contactslot liggen met een spijker daarin gedraaid.’80

Op 18 november 2018 heeft [slachtoffer 7] aangifte gedaan van diefstal:

‘Op zondag 18 november 2018 omstreeks 05.00 uur stalde ik mijn scooter van het merk:

Piaggio, type Vespa s, kleur mat blauw en met kenteken [kenteken 8] voor mijn woning

gelegen aan de [straatnaam 3] [nummeraanduiding 6] te [woonplaats] . Ik had mijn scooter afgesloten door

middel van het stuurslot. […] Toen ik op zondag 18 november 2018 omstreeks 22.45 uur mijn scooter wilde gebruiken zag ik dat deze was weggenomen.’81

Bewijsoverweging feit 8 subsidiair: opzetheling scooter

De rechtbank stelt aan de hand van voornoemde bewijsmiddelen vast dat [slachtoffer 7] aangifte heeft gedaan van diefstal van zijn scooter. De rechtbank stelt vervolgens vast dat verdachte op 18 november 2018 met een ander beschikte over deze scooter. De rechtbank acht, gelet op de verklaring van verdachte dat hij op het moment van voorhanden krijgen van de scooter zag dat er een gat zat op de plek van het contactslot en het feit dat een contactslot met daarin een schroef is aangetroffen in de berging waarin verdachte de scooter voor zijn medeverdachte bewaarde, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van opzetheling.

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 9 primair

5.13.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.14.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.15.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 82

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 14 juni 2019;

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van 25 november 2018 van [slachtoffer 2] , genummerd PL0900-2018339552-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland.83

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 10

5.16.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.17.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.18.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 84

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juni 2019;

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tegenover de politie op 15 mei 2019;85

- een proces-verbaal van aangifte van 4 december 2018 van [slachtoffer 3] , genummerd PL0900-2018348658, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland.86

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 11

5.19.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.20.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.21.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 87

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juni 2019;

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tegenover de politie op 15 mei 2019;88

- een proces-verbaal van aangifte van 4 december 2018 van [P] namens [bedrijfsnaam] N.V., genummerd PL0900-2018348177-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland.89

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 13

5.22.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.23.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.24.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 90

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juni 2019;

  • -

    de bekennend verklaring van verdachte, afgelegd tegenover de politie op 15 mei 2019;91

- een proces-verbaal van aangifte van 27 november 2018 van [verdachte] , met bijlage, genummerd PL0900-2018341610-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland.92

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 14

5.25.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.26.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.27.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 93

In aanvulling op de bewijsmiddelen onder 5.3 (feit 1) hanteert de rechtbank met betrekking tot dit feit als bewijsmiddelen:

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juni 2019;

  • -

    een proces-verbaal van het uitkijken van camerabeelden van 25 december 2018;94

- een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een gedragsaanwijzing ex artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering van 22 oktober 2018, ongenummerd, in het procesdossier met parketnummer 16/208554-18 en BVH-nummer 2018304384.

Bewijsoverweging feit 14

De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte in de ten laste gelegde periode in strijd met de aan hem opgelegde gedragsaanwijzing ook contact heeft gehad met [D] (geboren op [geboortedatum] 1995) en zal verdachte hiervan partieel vrijspreken.

Onder parketnummer 16/073010-19 feit 1 primair

5.28.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.29.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de verdediging gewezen dat er geen sprake was van gemeen gevaar als bedoeld in artikel 157 Sr, waardoor van brandstichting in de zin van die bepaling geen sprake kan zijn. Daarnaast zijn er geen sporen en/of spullen aangetroffen van brand versnellende middelen, er waren meerdere personen op het plaats delict, er zijn geen beelden en er is geen proces-verbaal identiteit telefoonnummer opgemaakt waaruit kan worden afgeleid dat het nummer aan verdachte toebehoort. Tot slot noemt de raadsman de tapgesprekken onbestemd. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

5.30.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 95

Op 8 december 2018 heeft [slachtoffer 5] aangifte gedaan:

‘Ik doe aangifte van brandstichting van mijn auto. […] Op zaterdag 8 december 2018 omstreeks 21.45 uur was […] te [woonplaats] . Ik had mijn auto namelijk op de [straatnaam 13] geparkeerd. […] Diezelfde dag omstreeks, 22.40 uur kwam ik aan bij mijn auto en ik zag dat mijn auto helemaal uitgebrand was.96 […]

Wat ik zo erg vindt is dat er in mijn auto spullen ook uitgebrand zijn. Ik had namelijk achter in de kofferbak een zwart/zilverkleurige computer desktop, een blauwkleurige paar schoenen van het merk Gucci en een blauw/zwarte headset van het merk Turtle Beach. In het dashboardkastje had ik mijn draadloze oordopjes van het merk Apple, kleur wit. […]

Merk/type: Fiat Punto

Kenteken: [kenteken 7] .’97

Verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 15] hebben als volgt verklaard:

‘Op 8 december 2018 om 21:55 uur, kregen wij van het OC een verzoek om te gaan naar de

[straatnaam 13] . […] Wij kwamen binnen enkele minuten ter plaatse. […] Wij zagen dat het voertuig volledig in brand stond. […] Hierop stond het kenteken: [kenteken 7] . Uit het register van het Rijksdienst Wegverkeer, hierna te noemen RDW, bleek dit te horen bij een voertuig van merk Fiat, type Punto.’98

Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt:

‘Naar aanleiding van het onderzoek naar het onrechtmatig gebruik van de bergingen, gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] en de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 2] , heb ik nogmaals de beelden bekeken van de maand december van deze beide bergingen.99 […]

8 december 2018

Die dag omstreeks 21:42 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij gaat de berging binnen en blijft hier ongeveer anderhalve minuut. Hierop komt hij weer in beeld. Dan is te zien dat hij ineens handschoenen draagt en een prop papier bij zich heeft. Hij verdwijnt hierop uit beeld.

Die dag omstreeks 21:56 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij gaat de berging binnen en blijft hier ongeveer 3 minuten. Hierop komt hij weer in beeld. Dan is te zien dat hij zich weer heeft omgekleed en een andere jas draagt. Hij sluit de berging af en verdwijnt hierop uit beeld.’100

Uitwerking opname telecommunicatie 8 december 2018

16:23:20 uur beller: [telefoonnummer 1] sessienummer: [.]

‘ [telefoonnummer 1] yo met mij [.] […]

[telefoonnummer 2] Deze jongen gister, komt naar mij toe […]

[telefoonnummer 2] Hij zegt tegen mij ken je voor mij iemand bla bla bla […]

[telefoonnummer 2] ik zeg; je moet gewoon goed betalen broer, je weet toch […]

[telefoonnummer 2] Ja, hij zegt tegen mij; dat komt wel goed bla bla bla. Waar ga je hem zeg maar neerzetten enzo dan? […]

[telefoonnummer 2] Een gare Punto, gewoon zo'n oude Puntootje […]

[telefoonnummer 1] Oh dat, wanneer dan?

[telefoonnummer 2] [.] ik ga hem nu bellen ja

[telefoonnummer 1] [.] is goed, dan ga ik nu mijn spullen klaarzetten101

16:27:58 uur gebelde: [telefoonnummer 1] sessienummer: [.]

[…]

[telefoonnummer 1] nee. dat is te weinig

[telefoonnummer 2] ik zei ook ntv maar hij zei tegen mij ntv bla bla bla

[telefoonnummer 1] vraag of ie 2,5 dan euh zet ik mijn spullen klaar, zo niet dan euh dan niet

[telefoonnummer 2] hij gaat nee zeggen

[telefoonnummer 1] jaja, wat denk jij?

[telefoonnummer 2] je moet zelf kijken hij is wel snel snel [.] ik mijn tuin zeg maar

[telefoonnummer 1] [.] , doe maar is goed

[telefoonnummer 2] [.] , vanavond bel ik jou dan ja

[telefoonnummer 1] [.] is goed, voor hoe laat, voor 10 uur dan ja

[telefoonnummer 2] voor 10 uurja misschien wel voor 10 uurja102

16:29:54 uur gebelde: [telefoonnummer 1] sessienummer: [.]

[telefoonnummer 1] 9 uur heeft ie hem daar staan of euh

[telefoonnummer 2] 9 uur ntv103

21:11:15 uur gebelde: [telefoonnummer 1] sessienummer: [.]

[telefoonnummer 1] wordt het [.] of [.] ?

[telefoonnummer 2] [.] toch?

[telefoonnummer 1] ja [.] , zeg tegen hem ntv in het straatje van [.] (fonetisch)

[telefoonnummer 2] der in

[telefoonnummer 1] gewoon die straatje die lange straatje richting

[telefoonnummer 2] daar of weet je waar misschien

[telefoonnummer 1] waar

[telefoonnummer 2] weetje die poort waar wij die dingen hadden gepakt

[telefoonnummer 1] ja

[telefoonnummer 2] zeg maar op die hoek daar, daar ook

[telefoonnummer 1] mooi zeg tegen hem met lief bij die straat van [.] maar als iemand anders

[telefoonnummer 2] [.] is goed

[telefoonnummer 1] snap je

[telefoonnummer 2] ja [.] als ie hem daar heeft gezet en alles dan bel ik jou en haal ik jou op ja

[telefoonnummer 1] bel me gelijk, yo104

21:24:29 uur beller: [telefoonnummer 1] sessienummer: [.]

[telefoonnummer 1] yo, hey luister als je weet waar moet je mij zeggen precies waar ongeveer , ga ik daar gelijk naar toe105

21:34:55 uur beller: [telefoonnummer 1] sessienummer: [.]

[telefoonnummer 1] yo, moet ik met euhm gewoon met alles komen?

[telefoonnummer 2] als je gelijk wilt gaan, ken je gelijk gaan ja

[telefoonnummer 1] yo, [.] is goed dan ga ik nu even naar de schuur, pak ik die spulletjes eruit

[telefoonnummer 2] waar waar?

[telefoonnummer 1] ik ga nu naar die schuur pak ik die spullen allemaal daar, dan kom ik

[telefoonnummer 2] wie ntv

[telefoonnummer 1] ja

[telefoonnummer 2] in ieder geval, is goed, is goed, [.] wacht daar op mij ik kom daar naar toe

[telefoonnummer 1] waar kom je?

[telefoonnummer 2] rij naar [.] , rij naar [.]106

21:37:31 uur beller: [telefoonnummer 1] sessienummer: [.]

[telefoonnummer 2] ik ben bij [.]

[telefoonnummer 1] oh [.] kom naar achter107

21:56:45 uur beller: [telefoonnummer 1] sessienummer: [.]

[telefoonnummer 1] yo, het is geregeld108

[telefoonnummer 2] ok, is goed, rustig aan ga maar naar huis ja’

Verbalisant [verbalisant 10] verklaart als volgt:

‘Op dinsdag 19 maart 2019, omstreeks 13.00 uur, kreeg ik van collega [verbalisant 6] het

verzoek te luisteren naar meerdere geluidsfragmenten, afkomstig van een telefoontap uit het onderzoek [.] . Dit in verband met een stemherkenning.

Diezelfde dag, datum, omstreeks 13.00 uur, beluisterde ik de hierna genoemde geluidsfragmenten met de volgende doelproductienummers: - [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] , [.] . Ik herkende bij het beluisteren van de hierboven genoemde geluidsfragmenten direct en met volle zekerheid de persoon: [verdachte] . […]

Ik herkende de stem van [verdachte] direct. Ik heb in de afgelopen vijf jaar veelvuldig met [verdachte] gesproken.’109

Verbalisant [verbalisant 17] verklaart als volgt: 110

‘Ik heb [achternaam van verdachte en N] op 25 november 2018 te 20.00 uur gebeld op nummer [telefoonnummer 1] .’111

De verklaring van verdachte, afgelegd tegenover de politie op 28 december 2018 houdt in:

‘Telefoonnummer: [telefoonnummer 1] .112

U zegt mij dat er twee telefoons bij mij zijn aangetroffen en vraagt wie daarvan gebruik maakt. Alleen ik.’113

Bewijsoverweging feit 1 primair: brandstichting 8 december 2018

De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte belt op 8 december 2018 en voert een gesprek over een ‘oude gare Punto’, die die avond ergens neergezet moet worden en waarvoor betaald moet worden. Uit de gesprekken is vervolgens op te maken dat verdachte om 21:34 uur ‘zijn spullen’ gaat halen in de schuur. Verdachte vertrekt op 8 december 2018 omstreeks 21.43 uur vanuit de berging, die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Het is een feit van algemene bekendheid dat de afstand tussen de berging aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] en de [straatnaam 13] nog geen 2 kilometer bedraagt. Verdachte heeft een prop papier bij zich en draagt handschoenen. Een vergelijkbare werkwijze is door verdachte gevolgd bij de brandstichting op 29 december 2018 (feit 1 van parketnummer 16/267236-18), die eveneens vanuit de berging werd voorbereid. Verbalisanten zijn enkele minuten na 21:55 uur ter plaatse en zien dan een voertuig volledig in brand staan, wat later een Fiat Punto blijkt te zijn. Verdachte belt om 21:56:45 uur met de mededeling dat het geregeld is.

De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewijs opleveren dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan deze brandstichting.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Om dat aan te kunnen nemen, dient dat gevaar ten tijde van de brandstichting naar algemene ervaringsregels voorzienbaar te zijn geweest. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het is een feit van algemene bekendheid dat een autobrand veel schade kan aanrichten. Uit de aangifte blijkt dat zich in de auto ook daadwerkelijk diverse goederen bevonden. De rechtbank neemt op basis hiervan aan dat door brand te stichten in de auto er sprake was van gemeen gevaar voor goederen.

Onder parketnummer 16/073010-19 feit 2

5.31.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.32.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.33.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 114

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juni 2019;

  • -

    een proces-verbaal van aangifte van 7 december 2018 van [slachtoffer 6] , genummerd PL0900-2018351303-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland.115

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Onder parketnummer 16/267236-18

Feit 1
op 29 december 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met papier en een vloeibaar brandversnellend middel ten gevolge waarvan een personenauto merk: Volkswagen, type: Polo, kenteken: [kenteken 1] geheel of gedeeltelijk is verbrand en daarvan gemeen gevaar voor nabij geparkeerde auto's te duchten was;
Feit 2

primair
op 27 november 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met papier en een vloeibaar brandversnellend middel, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een personenauto merk: Mercedes-Benz, kenteken: [kenteken 2] geheel of gedeeltelijk is verbrand en daarvan gemeen gevaar voor de naastgelegen geparkeerde auto's te duchten was;

Feit 4
in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, het plegen van diefstallen al dan niet met braak van scooters/bromfietsen en navigatiesystemen en/of display's en het plegen van heling van scooters/bromfietsen en onderdelen van scooters/bromfietsen en navigatiesystemen en/of display's;

Feit 5
subsidiair
in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, een sleutelbos, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die sleutelbos, wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 6
in de periode van 23 oktober 2018 tot en met 25 oktober 2018 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een kentekenplaat [kenteken 3] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenplaat wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 7

primair
in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 tezamen en in vereniging met anderen te Utrecht, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, doordat hij steeds en meermalen in die periode telkens navigatiesystemen en/of display's heeft verworven, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die navigatiesystemen en/of display's, telkens wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Feit 8
subsidiair
op 18 november 2018 te Utrecht, een bromfiets, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die bromfiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;


Feit 9

primair
op 25 november 2018 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een scooter/bromfiets, toebehorende aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 10
op 3 december 2018 te De Meern, gemeente Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een scooter merk Piaggio, type Zip, toebehorende aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft gebracht door middel van braak;
Feit 11
op 3 december 2018 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening twee koplampen van een auto merk Volvo, type V40, kenteken [kenteken 4] , toebehorende aan [bedrijfsnaam] N.V., heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;


Feit 13
op 27 november 2018 te Utrecht, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte op genoemde datum, ten overstaan van verbalisant van politie [verbalisant 16] opzettelijk en in strijd met de waarheid de verklaring afgelegd inhoudende dat zijn, verdachtes, scooter op 25 november 2018 te Utrecht was gestolen/weggenomen en dat hij, verdachte, aan niemand het recht of de toestemming heeft gegeven tot het plegen van dat feit;

Feit 14
op 22 november 2018 te Utrecht, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing van 22 oktober 2018 aan hem, verdachte, gegeven door de officier van justitie van het arrondissementsparket te Midden-Nederland (welke gedragsaanwijzing op 23 oktober 2018 aan verdachte is uitgereikt), immers heeft verdachte zich in strijd met die gedragsaanwijzing opzettelijk niet onthouden van contact met [C] (geboren op [geboortedatum] 2001);

Onder parketnummer 16/073010-19

Feit 1

primair

op 8 december 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een prop papier (en die vervolgens in de achterbak althans de achterkant van de personenauto te plaatsen), althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een personenauto merk: Fiat, type: Punto, kenteken: [kenteken 7] geheel is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor de aanwezige goederen in deze personenauto te duchten was;

Feit 2

op 7 december 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een ander, meerdere koplampen, dat toebehoorde aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen koplampen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

7 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

onder parketnummer 16/267236-18 feit 1, feit 2 primair en

onder parketnummer 16/073010-19 feit 1 primair:

telkens: medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

onder parketnummer 16/267236-18 feit 4:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

onder parketnummer 16/267236-18 feit 6:

medeplegen van opzetheling;

onder parketnummer 16/267236-18 feit 5 subsidiair en feit 8 subsidiair:

telkens: plegen van opzetheling;

onder parketnummer 16/267236-18 feit 7 primair:

van het plegen van opzetheling een gewoonte maken;

onder parketnummer 16/267236-18 feit 9 primair, feit 10, feit 11 en

onder parketnummer 16/073010-19 en feit 2:

telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

onder parketnummer 16/073010-19 feit 13:

aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is;

onder parketnummer 16/073010-19 feit 14:

opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering.

8. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Over verdachte zijn de volgende Pro Justitia rapportages opgemaakt:

  • -

    een rapport van 21 maart 2019, opgemaakt door drs. I.T.M. Nurmohamed, (kinder- en jeugd) psychiater, met een aanvulling van 28 mei 2019;

  • -

    een rapport van 21 maart 2019, opgemaakt door [W] , GZ-psycholoog, onder supervisie van drs. M.D. Beijer-Holtman, GZ-psycholoog, met een aanvulling van 28 mei 2019.

De psychiater concludeert dat een advies ten aanzien van het toerekenen niet gegeven kan worden, nu verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht en de psychiater niet in staat is geweest om de gedachten en motieven te onderzoeken die vanuit zijn ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling ten grondslag zouden kunnen hebben gelegen aan zijn handelwijze.

De psycholoog rapporteert dat vanuit de problematiek van verdachte niet kan worden onderbouwd dat verdachte beperkt was in zijn wilsvrijheid, waardoor geadviseerd wordt om het ten laste gelegde volledig toe te rekenen.

De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater en de psycholoog over en maakt deze tot de hare. Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

9.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een jeugddetentie van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest en tot een maatregel van een onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: een PIJ-maatregel).

9.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat thans nog niet alle strafrechtelijke mogelijkheden anders dan een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel zijn uitgeput. De verdediging heeft gewezen op een viertal omstandigheden, die maken dat oplegging van een (onvoorwaardelijke) PIJ-maatregel - juridisch gezien - niet kan dan wel niet zou moeten. Het eerste punt ziet er op dat de deskundigen adviseren om de feiten aan verdachte volledig toe te rekenen, terwijl het uitgangspunt van de PIJ-maatregel is om een stoornis te behandelen die in direct verband staat met de tenlastegelegde feiten. Ten tweede noemt de verdediging dat niet kan worden volstaan met de overweging dat oplegging van de PIJ-maatregel in het belang zou kunnen zijn voor de verdachte. Daarbij is van belang dat de verdediging van mening is dat de onderzoekers geen goed beeld hebben kunnen krijgen van verdachte en onvoldoende kennis hebben gehad van de in het verleden door verdachte ondergane ambulante behandelingen. Vervolgens heeft de raadsman naar voren gebracht dat volgens de jurisprudentie de ernst van de feiten, dan wel de mate van recidive, in verhouding moeten staan tot de oplegging van een dergelijke verstrekkende maatregel, oftewel dat aan het proportionaliteitsvereiste moet worden voldaan. Dat is hier niet het geval. Tot slot is gewezen op het ultimum remedium-karakter van de PIJ-maatregel. Daarbij is van belang dat verdachte heeft aangegeven dat hij wel degelijk akkoord is met hulpverlening en bereid is om mee te werken aan strenge afspraken bij een mogelijke ITB harde kern.

De verdediging concludeert dat verdachte niet eerder een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf heeft gekregen of uitgezeten, dat hij niet eerder intensieve begeleiding heeft gehad, dat hij niet gerecidiveerd is tijdens een proeftijd of begeleiding, dat verdachte intrinsiek gemotiveerd is om zich te conformeren aan voorwaarden, dat zijn ouders zich ervan bewust zijn dat hij een harde aanpak nodig heeft, dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven, en dat er inmiddels is ook een civielrechtelijke weg is ingeslagen, waardoor ook vanuit dat kader toezicht zal zijn.

De raadsman vraagt aan de rechtbank om bij een onvoorwaardelijke jeugddetentie rekening te houden met het feit dat verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis onnodig in beperkingen heeft gezeten.

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen oplegging van straf en maatregel is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in drie maanden tijd aan 14 strafbare feiten schuldig gemaakt. Drie van deze strafbare feiten betreffen het in brand steken van auto’s. Brandstichting is een ernstig delict. Dit handelen van verdachte heeft naast schade en overlast voor de direct betrokkenen, ook gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij veroorzaakt. Dit geldt in deze zaak temeer omdat vóór 29 december 2018 een groot aantal autobranden in de Utrechtse wijk Kanaleneiland heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft met zijn handelen de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij vergroot en dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Verdachte heeft daarnaast gedurende drie maanden deelgenomen aan een criminele organisatie en zich in dat verband met andere jongeren schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstallen door braak en opzetheling. Deze criminele organisatie is daarbij zeer geraffineerd te werk gegaan door wederrechtelijk gebruik te maken van een leegstaande berging als uitvalsbasis en opslagplaats voor gestolen goederen, waaronder scooters/bromfietsen, navigatiesystemen en andere onderdelen van voertuigen. Verdachte heeft binnen dit criminele samenwerkingsverband een essentiële en duurzame rol gespeeld, doordat hij steeds de persoon is geweest die de sleutels van de berging in zijn beheer had en anderen de toegang tot de berging verschafte. De rechtbank rekent verdachte deze omstandigheid in strafverzwarende zin aan. Vermogensdelicten zijn misdrijven die voor de benadeelden veel overlast en financiële schade veroorzaken. De rechtbank leidt uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting af dat een groot deel van deze vermogensdelicten werd gepleegd in opdracht of op bestelling van anderen om op deze wijze geld te verdienen. Zij acht dit kwalijk.

Verdachte heeft zich tot slot niet gehouden aan een aan hem uitgereikte gedragsaanwijzing en hij heeft een valse aangifte gedaan. Dit zijn hinderlijke feiten en de rechtbank leidt hieruit af dat verdachte zich niets aantrekt van het gezag.

De persoon van de verdachte

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het volgende.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij in november 2018 nog is veroordeeld voor een vermogensfeit tot een werkstraf. Deze veroordeling is inmiddels onherroepelijk en heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen.

Uit de eerder genoemde Pro Justitia rapportage van de psychiater volgt dat bij verdachte sprake is van een ernstige normoverschrijdende gedragsstoornis, een licht verstandelijke beperking en een ernstig bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling, met antisociale trekken, in de richting van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De psychiater rapporteert dat bij verdachte sprake is van een ernstige scheefgroei in de ontwikkeling richting een antisociale persoonlijkheidsstoornis met voortgaande politie- en justitiecontacten, ernstige problemen in het gezag bij een zelfbepalende jongen die cognitief beperkt is en zichzelf schromelijk overschat, geen probleembesef toont, zaken bagatelliseert en een slachtofferrol aanneemt. De psychiater schat het recidiverisico op delictgedrag hoog in. Verdachte heeft ter beïnvloeding van de scheefgroei in persoonlijkheidsontwikkeling en zijn gedragsproblematiek, en daarmee het recidiverisico, allereerst een langdurig gesloten pedagogische setting nodig, waar geen onderhandelingsruimte over vrijheden is. De psychiater acht een justitiële jeugdinstelling hiervoor het meest passend en adviseert een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. De psychiater acht voorwaarden binnen een voorwaardelijk strafdeel niet passend en afdoende en een gedragsbeïnvloedende maatregel wordt te licht bevonden. De psychiater concludeert dat samenhang en starheid van de problematiek van verdachte maken dat langdurige gesloten behandeling buiten zijn leefmilieu de enige optie is die overblijft om te pogen zijn ontwikkeling zo optimaal mogelijk te beïnvloeden en de ernstige scheefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling richting een antisociale persoonlijkheidsstoornis bij te sturen. Een strak gedragsmatig kader met langdurige geslotenheid in een nieuw leefmilieu is essentieel voor het ombuigen zijn al starre patronen en het werken aan zijn toekomst.

Uit de eerder genoemde Pro Justitia rapportage van de psycholoog volgt dat bij verdachte sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis met gebrek aan prosociale emoties en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale trekken. De psycholoog schat het recidiverisico op delinquent gedrag in op hoog en beschrijft dat de gedragsstoornis en de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling zorgwekkend zijn. Het wordt van belang geacht dat verdachte een behandeling volgt, gericht op verschillende aspecten in de persoonlijkheid, zoals het stimuleren van zijn gewetensontwikkeling, het vergroten van het probleembesef, het veranderen van negatieve attitudes jegens autoriteit en hulpverlening, het vergroten van zijn empathisch- en inlevingsvermogen en het aanleren van adequate copingvaardigheden. Daarnaast wordt geadviseerd behandeling te richten op het ontwikkelen van een reëel zelfbeeld en het verkrijgen van inzicht in het gevoelsleven van verdachte. Tot slot dient er in de behandeling aandacht te zijn voor het vergroten van een prosociaal netwerk voor verdachte en het betrekken van ouders bij de behandeling en het vergroten van diens pedagogische vaardigheden. Op cognitief vlak is er bij verdachte sprake van een specifieke zwakte op het gebied van de verwerkingssnelheid waar in de begeleiding en benadering rekening mee gehouden zou kunnen worden.

De psycholoog heeft een voorwaardelijke PIJ-maatregel overwogen, maar gelet op de ernst van de problematiek is een langdurige, intensieve behandeling nodig. Daarnaast zal het tijd vergen om bij verdachte de behandelmotivatie te vinden, gezien het ontbreken van probleeminzicht en -besef, waardoor een maatregel in een ambulant of voorwaardelijk kader ontoereikend wordt geacht. De psycholoog acht een gesloten start van de behandeling noodzakelijk, gelet op het gebrekkige zelfinzicht, het externaliseren, de vermoedelijke negatieve invloed van de buurt/vriendengroep en het ontbreken van intrinsieke motivatie voor behandeling en adviseert om aan verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen.

Omdat er bij onderzoekers mogelijk verwarring is ontstaan over het eerder door verdachte hebben gevolg van een ITB Criem, heeft de officier van justitie de Raad voor de Kinderbescherming in opdracht van de rechtbank een overzicht laten opstellen over de (strafrechtelijke en/of civielrechtelijke) hulpverlening die de afgelopen jaren aan verdachte is gegeven. Dit overzicht, waaruit volgt dat een ITB (Criem dan wel Harde Kern) traject niet heeft plaatsgevonden, is aan de deskundigen voorgelegd met de vraag of daarmee hun advies verandert. Beide deskundigen hebben in een aanvulling op hun rapport geconcludeerd dat dit niet tot andere inzichten leidt.

De rechtbank heeft verder gelet op de rapportage van Samen Veilig Midden-Nederland van 6 juni 2019 en de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming van 13 mei 2019 en 30 mei 2019 en de mondelinge toelichting hierop van de rapporteurs ter terechtzitting. De Raad voor de Kinderbescherming sluit zich aan bij de adviezen uit de hiervoor genoemde Pro Justitia rapportages. Ook volgens de Raad voor de Kinderbescherming is een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel de enige mogelijkheid om de noodzakelijke behandeling vorm te geven en te borgen. De Raad voor de Kinderbescherming heeft benadrukt dat de ouders van verdachte op dit moment niet bij machte zijn om vanuit hun ouderrol grip op verdachte te krijgen, waardoor de Raad verwacht dat ambulante hulp met strenge voorwaarden of een gedragsbeïnvloedende maatregel onvoldoende kans van slagen zal hebben en onvoldoende effectief kan zijn. Daarnaast is extra benadrukt door de Raad dat verdachte eerst geobserveerd dient te worden, zodat hij vervolgens de meest passende behandeling kan krijgen kan krijgen, wat niet mogelijk is bij het opleggen van ambulante hulp.

De rechtbank neemt voornoemde conclusies van de rapporteurs over en maakt deze tot de hare.

Vanuit Samen Veilig Midden-Nederland is een plan B opgesteld. Ter terechtzitting heeft [A] toegelicht dat hij bij het opstellen daarvan nog geen kennis had van de Pro Justitia rapportages en de daarin geadviseerde behandeling van verdachte. Het plan B bevat dan ook geen behandeling als voorwaarde, maar behandeling van verdachte zal volgens [A] wel nodig zijn.

De PIJ-maatregel

Om een PIJ-maatregel op te kunnen leggen, moet zijn voldaan aan de verschillende voorwaarden die zijn vermeld in artikel 77s Sr.

Ten eerste moet bij verdachte ten tijde van het begaan van het misdrijf een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens hebben bestaan. Verdachte was tijdens het plegen van de misdrijven lijdende aan een ernstige norm overschrijdende gedragsstoornis, een licht verstandelijke beperking en een ernstig bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling, met antisociale trekken, in de richting van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Anders dan de raadsman overweegt de rechtbank dat artikel 77s, eerste lid, Sr niet meer eist dan een uit gelijktijdigheid bestaand verband tussen het begaan misdrijf en de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Daarvan is hier sprake.

Ten tweede moet het feit waarvoor de maatregel wordt opgelegd – voor zover hier van belang – een misdrijf zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. De bewezenverklaarde feiten (met uitzondering van de feiten 13 en 14) voldoen aan deze voorwaarde.

Ten derde moet de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de PIJ-maatregel eisen. Uit de verschillende rapporten blijkt dat wanneer verdachte niet op de juiste wijze wordt behandeld de kans dat hij opnieuw strafbare feiten zal plegen groot is. Aan deze voorwaarde wordt derhalve voldaan.

Tot slot moet de PIJ-maatregel in het belang van de ontwikkeling van verdachte zijn. Uit hetgeen de rapporteurs hiervoor hebben overwogen en geadviseerd concludeert de rechtbank dat ook aan deze voorwaarde is voldaan.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat anders dan door raadsman bepleit de oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel passend en geboden is. Gezien het gebrekkige zelfinzicht, het externaliseren, de vermoedelijke negatieve invloed van de buurt/vriendengroep en het ontbreken van intrinsieke motivatie voor behandeling wordt een gesloten start van de behandeling noodzakelijk geacht. De rechtbank heeft, gelet op het hoge ingeschatte recidiverisico en de beschreven problematiek, er geen vertrouwen in dat verdachte zich in een ambulante setting – bijvoorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke PIJ-maatregel – kan houden aan de bijzondere voorwaarden die hem in het kader van een voorwaardelijke straf of maatregel kunnen worden opgelegd en deze kunnen onvoldoende een langdurig kader en onvoldoende maatwerk verzorgen. De rechtbank hoopt dat verdachte inziet dat hij zijn gedrag zal moeten veranderen en dat hij gedurende de maatregel zijn best zal doen om, met alle hulp die hem zal worden geboden, aan zichzelf en aan zijn toekomst te werken.

De maatregel geldt voor een termijn van drie jaren. De rechtbank stelt vast dat de maatregel niet wordt opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Dat betekent dat de maatregel niet kan worden verlengd (art. 77t lid 3 Sr). Na twee jaar eindigt de maatregel van rechtswege voorwaardelijk (art. 77s lid 7 Sr).

Jeugddetentie

Gelet op de enorme hoeveelheid aan strafbare feiten die verdachte in een zeer korte tijd heeft gepleegd en de aard en ernst daarvan, acht de rechtbank, naast oplegging van de genoemde PIJ-maatregel, oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie passend en geboden. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het belangrijk is dat de behandeling van verdachte in het kader van de PIJ-maatregel snel kan worden gestart. Anders dan gevorderd door de officier van justitie spreekt de rechtbank de verdachte vrij van voorbereidingshandelingen van een brandstichting op 22 november 2018, van de heling van een scooter in de periode van 2 tot en met 6 november 2018 en van een winkeldiefstal op 21 oktober 2018. De rechtbank ziet hierin aanleiding om een lagere vrijheidsbenemende straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. Zij legt verdachte een jeugddetentie op voor de duur van zes maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr.

Conclusie

De rechtbank zal aan verdachte opleggen: een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel voor de duur van drie jaar en een jeugddetentie voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd die verdachte al voor deze zaak heeft vastgezeten.

10. BENADEELDE PARTIJ [Q]

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 7 primair

[Q] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 1.004,85, ten gevolge van de aan verdachte onder 7 ten laste gelegde gewoonteheling.

10.1.

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van [Q] niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Bij heling zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend voor de beantwoording van de vraag of voldoende verband bestaat tussen een helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door die helingshandeling rechtstreeks schade heeft geleden.116 Op 6 oktober 2018 constateerde de benadeelde partij dat er in zijn auto was ingebroken en dat daaruit een navigatiesysteem was weggenomen. Dit navigatiesysteem is eerst op 8 november 2018 door opsporingsambtenaren in de berging van de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] aangetroffen. Niet is vast te stellen wanneer dit navigatiesysteem in die berging is opgeslagen en wie het daar onder welke omstandigheden heeft geplaatst. Onder deze omstandigheden is de rechtbank, met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het verband tussen verdachtes helingshandeling en de door benadeelde partij [Q] gevorderde schade onvoldoende is, zodat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. De rechtbank zal bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

11 BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2]

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 9 primair

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 671,31, bestaande uit materiële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 9 ten laste gelegde diefstal van een scooter op 25 november 2018.

11.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering geheel toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente. De officier van justitie vordert het opleggen van de hoofdelijke schadevergoedingsmaatregel.

11.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

11.3.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van [slachtoffer 2] , niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 9 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 671,31. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 november 2018 tot de dag van volledige betaling.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 671,31 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 november 2018 tot de dag van volledige betaling.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

12 BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 3]

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 10

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 968,-, bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 10 ten laste gelegde diefstal van een scooter op 3 december 2018.

12.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering geheel toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente. De officier van justitie vordert het opleggen van de hoofdelijke schadevergoedingsmaatregel.

12.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

12.3.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De schade voor zover die betrekking heeft op de schadepost voertuig komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank schat deze schade op € 300,- en de rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 300,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 3 december 2018 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. Dat deel acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en zal worden afgewezen.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 3] aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 300,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 3 december 2018 tot de dag van volledige betaling.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

13 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77l, 77s, 77gg, 140, 157 , 184a, 188, 311, 416 en 417 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

14 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder parketnummer 16/267236-18 feit 3, feit 5 primair, feit 8 primair, feit 12 en feit 15, en het onder parketnummer 16/208554-18 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder parketnummer 16/267236-18 feit 1, 2 primair, feit 4, feit 5 subsidiair, feit 6, feit 7 primair, feit 8 subsidiair, feit 9 primair, feit 10, feit 11, feit 13, feit 14, en het onder parketnummer 16/073010-19 feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- legt op aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 7 primair

Benadeelde partij [Q]

- verklaart [Q] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 9 primair

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 671,31;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen

bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de

Staat € 671,31 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2018 tot de dag van de volledige betaling;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd

als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Onder parketnummer 16/267236-18 feit 10

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 300,- (bestaande uit

materiële schade);

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen

bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- wijst de vordering voor het overige af;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de

Staat € 300,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2018 tot de dag de algehele voldoening;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd

als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.S. Schoorl, voorzitter en tevens kinderrechter, mrs. J.W.B. Snijders Blok en R.G.A. Beaujean, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.H. Batavier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juli 2019.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:

Onder parketnummer 16/267236-18

Feit 1
hij op of omstreeks 29 december 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met papier en/ of een (vloeibaar) brandversnellend middel, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een (personen)auto (merk: Volkswagen, type: Polo, kenteken: [kenteken 1] ) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor nabij geparkeerde auto's en/of nabij gelegen Woningen/ gebouwen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor voorbijlopende personen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor voorbijlopende personen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

(art 157 ahf/ sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/ sub 2 Wetboek van Strafrecht)
Feit 2
hij op of omstreeks 27 november 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met papier en/of een (vloeibaar) brandversnellend middel, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een (personen)auto (merk: Mercedes-Benz, kenteken: [kenteken 2] ) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de naastgelegen geparkeerde auto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

(art 157 ahf/ sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 november 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten brandstichting (artikel 157 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk (vloeibare) brandversnellende vloeistoffen en/of papier en/of een scooter en/ of (bivak)mutsen) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/ of voorhanden heeft gehad;

(art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Feit 3

hij op of omstreeks 22 november 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten brandstichting (artikel 157 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk (vloeibare) brandversnellende vloeistoffen en/of papier en/of een scooter en/ of (bivak)mutsen) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/ of voorhanden heeft gehad;

(art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
Feit 4
hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [E] (geboren op [geboortedatum] 2000) en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het plegen van (auto)brandstichtingen en/of het plegen van diefstallen al dan niet met braak/verbreking van scooters/bromfietsen en/ of navigatiesystemen en/ of display's en/of het plegen van heling van scooters/bromfietsen en/of onderdelen van scooters/bromfietsen en/of navigatiesystemen en/of display's, in ieder geval het plegen van vermogensdelicten;

(art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Feit 5
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 tot en met 8 oktober 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] ) een sleutelbos, althans een of meerdere sleutel(s), althans een goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s), heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weggenomen huissleutel van die woning;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/ sub 5 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een sleutelbos, althans een of meerdere sleutel(s), in elk geval een of meerdere goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/ of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die sleutelbos, althans die sleutel(s), althans dat/ die goed(eren), wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
Feit 6
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2018 tot en met 25 oktober 2018 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, althans in Nederland, een kentekenplaat ( [kenteken 3] ), in elk geval een goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/ of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenplaat, althans dat goed, wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(art 47 lid 1 ahf/ sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)
Feit 7
hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, te Utrecht, althans in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, doordat hij steeds en/ of meermalen in die periode (telkens) navigatiesystemen en/of display's heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die navigatiesystemen en/ of display's, althans van die goederen, (telkens) wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

(art 417 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een groot aantal, althans meerdere, althans één, navigatiesyste(e)m(en) en/of display('s), in elk geval een of meerdere goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat navigatiesyste(e)m(en) en/of display('s), althans dat/die goed(eren), wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(art 47 lid 1 ahf/ sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)
Feit 8
hij op of omstreeks 18 november 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een scooter/bromfiets, althans een goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft/hebben weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/ dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/ sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 november 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een scooter/bromfiets, in elk geval een goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die scooter/bromfiets, althans dat goed, wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(art 47 lid 1 ahf/ sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)
Feit 9
hij op of omstreeks 25 november 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een scooter/bromfiets, althans een goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s), heeft/hebben weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer anderen op of omstreeks 25 november 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een scooter/bromfiets, althans een goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ of die/zijn mededader(s), heeft/hebben weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, bij/tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen en daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan, althans door zich op te houden in de directe nabijheid van de plaats van het misdrijf, teneinde bij gevaar voor betrapping en/ of onraad die (mede)dader(s) te kunnen waarschuwen en/of de vlucht mogelijk te maken en/of hem/hen weg te kunnen voeren van de plaats van het misdrijf;

(art 48 ahf/ sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/ sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
Feit 10
hij op of omstreeks 3 december 2018 te De Meern, gemeente Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een scooter (merk Piaggio, type Zip), althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s), heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/ sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
Feit 11
hij op of omstreeks 3 december 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening twee, althans een, koplamp (en) van een auto (merk Volvo, type V40, kenteken [kenteken 4] ), althans een goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam] N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
Feit 12
hij in of omstreeks de periode van 2 november 2018 tot en met 6 november 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motorscooter (merk Piaggio, type SKR125, kenteken [kenteken 5] ), in elk geval een goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/ of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die scooter/bromfiets, althans dat goed, wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;


(art 47 lid 1 ahf/ sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)
Feit 13
hij op of omstreeks 27 november 2018 te Utrecht, in ieder geval in Nederland, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte op genoemde datum, ten overstaan van verbalisant van politie [verbalisant 16] opzettelijk en in strijd met de waarheid de verklaring afgelegd inhoudende dat zijn, verdachtes, scooter op of omstreeks 25 november 2018 te Utrecht was gestolen/weggenomen en/ of dat hij, verdachte, aan niemand het recht of de toestemming heeft gegeven tot het plegen van dat feit;

(art 188 Wetboek van Strafrecht)
Feit 14
hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, althans in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing van 22 oktober 2018 aan hem, verdachte, gegeven door de officier van justitie van het arrondissementsparket te Midden- Nederland (welke gedragsaanwijzing op 23 oktober 2018 aan verdachte is uitgereikt/betekend), immers heeft verdachte zich in strijd met die gedragsaanwijzing meermalen, althans eenmaal, opzettelijk niet onthouden van contact met [C] (geboren op [geboortedatum] 2001) en/of [D] (geboren op [geboortedatum] 1995;

(art 184a Wetboek van Strafrecht)


Feit 15
hij op of omstreeks 21 december 2018 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (merk Audi, kenteken [kenteken 6] ) een I-Phone 7, althans een goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak/verbreking;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/ sub 5 Wetboek van Strafrecht

Onder parketnummer 16/208554-18

hij op of omstreeks 21 oktober 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een traceerstift/kraspen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [naam winkel] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[C] op of omstreeks 21 oktober 2018 te Nieuwegein tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een traceerstift/kraspen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan die [C] en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [naam winkel] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 21 oktober 2018 te Nieuwegein, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- op de uitkijk te gaan staan en/of

- het zicht van het winkelend publiek en/of personeel te ontnemen;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

Onder parketnummer 16/073010-19

Feit 1

hij op of omstreeks 8 december 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een prop papier (en die vervolgens in de achterbak althans de achterkant van de personenauto te plaatsen), althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een personenauto (merk: Fiat, type: Punto, kenteken: [kenteken 7] ) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor nabij gelegen bosjes/struiken en/of voor de voorkant van die personenauto en/of de aanwezige goederen in deze personenauto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

(art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

hij op of omstreeks 8 december 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (merk: Fiat, type: Punto, kenteken: [kenteken 7] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), te weten aan [slachtoffer 5] toebehoorde,

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

(art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Feit 2

hij op of omstreeks 7 december 2018 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere koplampen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen koplampen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, inklimming en/of verbreking;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 januari 2019 en 20 maart 2019, genummerd proces-verbaalnummer 190808.2019.7778 en proces-verbaalnummer 181231.1036.7778, opgemaakt door districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 190. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 8.

3 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 9.

4 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 10.

5 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 14.

6 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 16.

7 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 17.

8 Proces-verbaal van bevindingen van 31 december 2018, p. 23.

9 Proces-verbaal van bevindingen van 31 december 2018, p. 24.

10 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 329 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

11 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 336 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

12 Proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2019, p. 709 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

13 Proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2019, p. 716 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

14 Proces-verbaal van aangifte van [F] van 30 december 2018, p. 39.

15 Proces-verbaal van aangifte van [F] van 30 december 2018, p. 40.

16 Proces-verbaal van bevindingen van 31 december 2018, p. 41.

17 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 januari 2019 en 20 maart 2019, genummerd proces-verbaalnummer 190808.2019.7778 en proces-verbaalnummer 181231.1036.7778, opgemaakt door districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 190. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

18 Proces-verbaal van aangifte van [R] van 27 november 2018, p. 130.

19 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 75.

20 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 76.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige van 27 november 2018, p. 132.

22 Proces-verbaal van bevindingen van 8 januari 2019, p. 16 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

23 Een geschrift te weten het vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van brandstichting te Utrecht op 27 november 2018 van het NFI van 7 februari 2019, p. 2 van 9.

24 Een geschrift te weten het vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van brandstichting te Utrecht op 27 november 2018 van het NFI van 7 februari 2019, p. 4 van 9.

25 Een geschrift te weten het vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van brandstichting te Utrecht op 27 november 2018 van het NFI van 7 februari 2019, p. 8 van 9.

26 Proces-verbaal van bevindingen van 8 januari 2019, p. 18 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

27 Proces-verbaal van bevindingen van 8 januari 2019, p. 29 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

28 Proces-verbaal van bevindingen van 8 januari 2019, p. 34 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

29 Proces-verbaal van bevindingen van 8 januari 2019, p. 35 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

30 Proces-verbaal van bevindingen van 8 januari 2019, p. 351 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

31 Proces-verbaal van bevindingen van 8 januari 2019, p. 352 (als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920).

32 Proces-verbaal van bevindingen van 30 december 2018, p. 17.

33 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

34 De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 14 juni 2019.

35 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 6 december 2018, p. 128.

36 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 6 december 2018, p. 129.

37 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 21.

38 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 23.

39 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 24.

40 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 25.

41 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 26.

42 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 27.

43 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 28.

44 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 29.

45 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 30.

46 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 31.

47 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 33.

48 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 34.

49 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 330.

50 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 331.

51 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 332.

52 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 333.

53 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 334.

54 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 335.

55 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 336.

56 Proces-verbaal van bevindingen van 5 januari 2019, als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 januari 2019 en 20 maart 2019, genummerd proces-verbaalnummer 190808.2019.7778 en proces-verbaalnummer 181231.1036.7778, opgemaakt door districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 190, p. 135.

57 Proces-verbaal van bevindingen van 26 december 2018, als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 januari 2019 en 20 maart 2019, genummerd proces-verbaalnummer 190808.2019.7778 en proces-verbaalnummer 181231.1036.7778, opgemaakt door districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 190, p. 131.

58 Proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2019, p. 727.

59 Proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2019, p. 724.

60 Proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2019, p. 891.

61 Proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2019, p. 892.

62 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 19 mei 2019, p. 842.

63 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 mei 2019, p. 849.

64 Proces-verbaal van aangifte van [O] van 3 oktober 2018, p. 150.

65 Proces-verbaal van bevindingen van 13 december 2018, p. 135.

66 Proces-verbaal van bevindingen van 13 december 2018, p. 136.

67 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 mei 2019, p. 849.

68 De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 14 juni 2019.

69 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 19 mei 2019, p. 849 in samenhang met proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2019, p. 305.

70 Proces-verbaal van bevindingen van 22 december 2018, p. 153.

71 Proces-verbaal van bevindingen van 22 december 2018, p. 154.

72 Proces-verbaal van bevindingen van 22 december 2018, p. 155.

73 HR 26 oktober 1993, ECLI:NL:HR:1993:AD1974, NJ 1994/161.

74 HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5132.

75 HR 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5651.

76 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

77 De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 14 juni 2019.

78 Proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2019, p. 233.

79 Proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2019, p. 234.

80 Proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2018, p. 243.

81 Proces-verbaal van aangifte van 18 november 2018, p. 259.

82 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

83 Pagina’s 281 tot en met 283.

84 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

85 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 mei 2019, p. 850.

86 Pagina’s 511 en 512.

87 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

88 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 mei 2019, p. 850.

89 Pagina’s 566 en 567.

90 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

91 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 mei 2019, pagina’s 848 en 849.

92 Pagina’s 301 tot en met 303.

93 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

94 Proces-verbaal van bevindingen van 25 december 2018, p. 32.

95 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 januari 2019 en 20 maart 2019, genummerd proces-verbaalnummer 190808.2019.7778 en proces-verbaalnummer 181231.1036.7778, opgemaakt door districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 190. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

96 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 18 december 2018, p. 163.

97 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 18 december 2018, p. 164.

98 Proces-verbaal van bevindingen van 9 december 2018, p. 166.

99 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 329.

100 Proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2019, p. 332.

101 Een geschrift, te weten uitwerking tapgesprek, p. 174.

102 Een geschrift, te weten uitwerking tapgesprek, p. 175.

103 Een geschrift, te weten uitwerking tapgesprek, p. 176.

104 Een geschrift, te weten uitwerking tapgesprek, p. 177.

105 Een geschrift, te weten uitwerking tapgesprek, p. 179.

106 Een geschrift, te weten uitwerking tapgesprek, p. 181.

107 Een geschrift, te weten uitwerking tapgesprek, p. 182.

108 Een geschrift, te weten uitwerking tapgesprek, p. 183.

109 Proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2019, p. 184.

110 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

111 Proces-verbaal van bevindingen van 25 november 2018, p. 291.

112 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 30 december 2018, als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 januari 2019 en 20 maart 2019, genummerd proces-verbaalnummer 190808.2019.7778 en proces-verbaalnummer 181231.1036.7778, opgemaakt door districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 190, p. 104.

113 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 30 december 2018, als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 januari 2019 en 20 maart 2019, genummerd proces-verbaalnummer 190808.2019.7778 en proces-verbaalnummer 181231.1036.7778, opgemaakt door districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 190, p. 108.

114 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 januari 2019, 3 februari 2019, 14 februari 2019 en 13 maart 2019, genummerd PL0900-2019004575 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 920. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

115 Pagina 827 en 828.

116 HR 24 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0985.