Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:3419

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-07-2019
Datum publicatie
23-08-2019
Zaaknummer
UTR 18/4737
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil met betrekking tot opgelegde leges in verband met een verleende omgevingsvergunning. Eiseres heeft aangevoerd dat zij geen leges hoeft te betalen, omdat de werkzaamheden vergunningvrij zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres leges verschuldigd. Eiseres heeft er zelf voor gekozen om een omgevingsvergunning aan te vragen, ook al vond zij dat dit niet vereist was. Zij heeft zich ook niet verzet tegen het verlenen van de vergunning. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 30-08-2019
FutD 2019-2293
Belastingblad 2019/334 met annotatie van Redactie
NLF 2019/2019 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 18/4737

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigden: A.W. de Heer en S.A.M. Papavoine),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder

(gemachtigde: S. D’Agostino).

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres leges ter hoogte van € 7.058,75 opgelegd in verband met een op 30 juli 2018 verleende vergunning voor het plaatsen van dakisolatie bij woningen in het [wijk] in [vestigingsplaats] .

Bij besluit van 30 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2019. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is een woningcorporatie die woningen bezit in het [wijk] in [woonplaats] . Eiseres heeft op 26 juni 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van dakisolatie op deze woningen. Daarbij heeft eiseres opgemerkt dat zij van mening is dat voor de betreffende werkzaamheden geen omgevingsvergunning nodig is en dat hierover nog overleg gaande is met de gemeente.

2. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij besluit van 30 juli 2018 een vergunning verleend. In dat besluit wordt aangegeven dat voor het behandelen van de aanvraag leges ter hoogte van € 7.058,75 verschuldigd zijn. Op 22 augustus 2018 heeft verweerder in het primaire besluit de leges opgelegd.

3. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 juli 2018. Daarin geeft eiseres aan dat zij geen bezwaar heeft tegen het op zichzelf staande besluit om de omgevingsvergunning te verlenen, maar dat zij zich niet kan vinden in de totstandkoming van en het in rekening brengen van de in het besluit vermelde leges. Verweerder heeft dit bezwaar opgevat als een bezwaar tegen het primaire besluit, de oplegging van de leges. Verweerder heeft dit bezwaar ongegrond verklaard.

4. De gemachtigden van eiseres hebben op de zitting twee bezwaargronden herhaald die niet in het beroepschrift zijn opgenomen. Het betreft gronden over de hoogte van het legesbedrag en over de toepasselijkheid van de regeling voor gewoon onderhoud. De rechtbank behandelt in het kader van het belang van een goede procesorde alleen gronden die in het beroepschrift zijn verwoord. De rechtbank laat de gronden die alleen in bezwaar en niet meer in het beroepschrift zijn aangevoerd dan ook buiten beschouwing.

5. Eiseres heeft in beroep wel als grond aangevoerd dat geen leges verschuldigd zijn, omdat het aanbrengen van geïsoleerde dakplaten vergunningvrij is. Volgens eiseres is sprake van een verandering van een bouwwerk als bedoeld in artikel 3 onder 8 van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat voor de werkzaamheden wel een omgevingsvergunning vereist is, omdat niet wordt voldaan aan de vereisten uit artikel 3 onder 8 van Bijlage II Bor.

6. De rechtbank heeft op de zitting aan de orde gesteld of in deze procedure nog aan de orde kan komen of de werkzaamheden vergunningplichtig zijn. De vergunning is aangevraagd en verleend en staat inmiddels in rechte vast, omdat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen de verleende vergunning.

Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat al bij de aanvraag is aangegeven dat zij van mening is dat geen vergunning nodig is.

Verweerder heeft aangegeven dat in het bestreden besluit wel is ingegaan op de vraag of de werkzaamheden vergunningplichtig waren, maar dat dat enkel ter verduidelijking is gedaan.

7. In de Verordening op de heffing en invordering van leges 2018 van de gemeente [gemeente] is als belastbaar feit genoemd: het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel (artikel 2). In artikel 2.3 van de tarieventabel is het tarief opgenomen voor ‘het in behandeling nemen (verlenen, weigeren, buiten behandeling laten of intrekken) van een aanvraag om een omgevingsvergunning’.

8. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres leges verschuldigd. Zij heeft er zelf voor gekozen om een omgevingsvergunning aan te vragen, ook al vond zij dat dit niet vereist was. Eiseres heeft zich ook niet verzet tegen het verlenen van de vergunning. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat het belastbaar feit zich heeft voorgedaan. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan de vraag of de werkzaamheden vergunningplichtig zijn.

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van der Knijff, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.